Archief in maanden: januari 2007

Hoe het anders is – de post en de politie

Sommige mensen kunnen niet geloven dat het echt anders is, hier, op ongeveer tweeëneenhalf uur rijden van Amsterdam. Maar dat is typisch een geval van: je moet erbij geweest zijn. De verschillen zitten ‘m niet in grote dingen als gastvrijheid, katholicisme of veeltaligheid, maar in kleine dingen als de bus, de post of de uitverkoop. In alledaagse gewoontes die anders zijn zonder dat iemand daar aandacht aan besteedt.

Vandaag de post en de politie.

De post

De post wordt rondgebracht door De Post. Dat vind ik mooi. En overzichtelijk. De Post. Goed, dat is al één pluspunt.

Maar er is meer. De Post komt twee keer per dag. Een keer voor de krant en een paar uur later voor de post. Ik ben er nog niet uit of dat een pluspunt is of een schaamteloze vorm van inefficiëntie, maar bijzonder is het wel. Voor mij dan. En chic. Hoewel ik mij gelijk afvraag wat al die veertienjarige jongetjes hier dan doen, als een krantenwijkje niet tot de mogelijkheden behoort. Kijk, daar hoor je nooit iemand over.

Die krant komt ’s ochtends tamelijk laat. In Amsterdam kon ik na een wilde nacht om half zes in al mijn scheelheid de krant doorbladeren, hier zou ik tot half acht op moeten blijven. Gelukkig verkeer ik tegenwoordig nog zelden in staat van scheelheid.

De post daarentegen komt dan weer heel vroeg. Om half elf komt de postbode op zijn fietsje voorrijden. Dat is vier uur vroeger dan in Amsterdam. Ik vind dat plezierig.

Verder lijkt de postbode ons te kennen en de mensen op het postkantoor ook. De postbode wist van onze worsteling met de post na de verhuizing en op het postkantoor werd er instemmend gehumd toen ik mijn adres noemde. Waarschijnlijk is dat in alle kleine steden zo, maar voor mij als Amsterdamse is het een openbaring.

En dan de postbezorging. Die is tamelijk laidback. Post uit Nederland doet er niet zelden twee weken over, zeker als die zonder priority is verstuurd. Maar mét priority kan het ook nog wel een week duren. En binnenlands verkeer is eveneens niet gegarandeerd binnen een dag elders. Ik kreeg onlangs een brief retour, wegens te weinig postzegels, die ik meer dan een week daarvoor had verstuurd. Goddank dat er e-mail bestaat.

Tot slot: de postkantoren. Die zijn dungezaaid en erg vaak dicht. Net als in Nederland dus.

De politie

De politie is hier niet de poolietsie, maar de pôliesie.

Voordat ik hier naartoe verhuisde, ben ik wel eens in handen van de rijkswacht gevallen, maar sinds ik hier woon ken ik de politie slechts van fluitjes en akkefietjes. En van de huisbezoekjes wanneer je je bij de gemeente inschrijft.

Eerst dat fluitje. Dat was toen ik bij Yuri achterop zat. Het is goed mogelijk dat achterop zitten in Nederland ook niet mag zonder stepjes, maar in Amsterdam heeft niemand mij ooit terecht gewezen met een fluitje. Ik vond het wel een sensatie. ‘Sjprietsjpriet’ op zo’n kruispunt, en dat dan iedereen naar je kijkt. Ik had echt geen flauw benul wat ik verkeerd deed.

En het akkefietje. Dat was met de fietsverlichting. Uiteraard. Weer. Ik fietste met Yuri in een slecht verlichte Leuvense straat en aangezien mijn Amsterdamse voelsprieten voor politiefuiken nog in een verhuisdoos zaten, fietsten we Pats, recht in een schijnwerper. Gelukkig deed mijn achterlicht het wel en kon ik met een vriendelijke glimlach jokken dat ik er nu pas achterkwam dat mijn voorlicht het niet deed. Ik kwam er met een waarschuwing vanaf. Precies als in Amsterdam dus eigenlijk.

Wat wel anders is, is het fietsgedrag. Fietsers mogen hier een heleboel straten niet inrijden – dat op zich is al opmerkelijk voor een Amsterdamse – maar wat nog veel opvallender is: ze houden zich eraan! Niet iedereen natuurlijk, maar het merendeel wel. Hoe vaak ik niet omrij omdat we volgens mijn gezelschap ergens niet in mogen. Dat heb ik in Amsterdam nog nooit als argument gehoord. Zou dat gezagsgetrouwheid zijn? En waar komt die dan vandaan?

Misschien van het uiterlijk vertoon. Tijdens evenementen, concerten, kerstmarkten en manifestaties is de politie altijd zichtbaar aanwezig. In grote mensenmassa’s ziet het altijd relatief blauw. En op tv zie ik de politie altijd handhaven. Of ze rapen jointpeuken in een park, of ze controleren auto’s op de snelweg of ze zijn op jacht naar boeven. De politie is qua beeldvorming nauwelijks je beste vriend.

Terwijl ik in Amsterdam nog nooit twee wijkagenten in één week gezellig aan de koffietafel had, omdat ze mijn inschrijving in de buurt kwamen checken. Niet dat we direct dikke maatjes waren, maar toch, het gebaar was er. En het verhaal van de politie-agent die aanbelde en tegen Yuri zei: ‘U had uw domiciliëring moeten regelen.’ Waarop Yuri zei: ‘Ja, excuseer, dat had ik allang moeten doen. Ik zal het gauw in orde maken.’ Waarop die agent zei: ‘Dat is geen probleem. Ik heb de formulieren bij me. U kunt ze nu even invullen en dan geef ik het door aan de gemeente.’

Okee, okee, dit is natuurlijk een kwestie van niet mis te verstane controle, maar voor luie mensen als ik, van die Senseo-mensen, is het toch handig als de gemeente door middel van de poeliesie naar je toekomt om je inschrijving te regelen. Dat je niet zelf een nummertje hoeft te gaan trekken.

Tot zover de politie en de post.
Volgende keer: de bus en de uitverkoop.

De Dutch Bloggies: net-niet
is al heel erg Toppop Yeah

Toppop Yeah

Als je het eervol vindt dat je vermeld wordt, spreken we dan van een eervolle vermelding?
Ik vind het namelijk drie keer eervol. Deze, deze, en deze. Drie net-niet-nominaties en ik ben blij als een kind.
En verbaasd. Zeker over deze. Bijna-maar-net-niet genomineerd voor de Beste Vormgeving? Moi? Ik geef het door aan de afdeling ontwerp (ikzelf), de afdeling uitvoering (ikzelf en Yuri) en de afdeling grondstoffen (dinges, die het Wordpressthema heeft ontwikkeld).

Kijk, net niet is helemaal niet, daar kunnen we kort over zijn. Maar ik moet tóch hardop blozen. Ik was dus niet enige die op mijzelf stemde (niet in de vormgevingscategorie hoor, ben je gek!). En ik was dus zozeer niet de enige dat ik qua percentage vermeldenswaardig ben. Dat is eervol.

Maar dan, op wie moeten we stemmen? Waar is Het meisje dat op dinsdag het bier schenkt? Waarom staat Cockie niet in de categorie Briljant en Bondig? Waarom kan ik Gin van The Vault niet vinden tussen de themaweblogs? En waarom krijgt Geachte mevrouw Smits geen nominatie in de categorie Schop Onder De Kont? Waarom worden deze mensen verdomme niet óók eervol vermeld. Waar zat u?

En toch ben ik u dankbaar hoor. Want ondanks net-niet, juicht het vandaag in mij.

Mijn (incomplete) stemadvies, zonder bovenstaande missing links?
Spunk bij Beste Weblog.
Marten Hoepla bij Best Geschreven Weblog.
Thomas Schlijper bij Beste Fotolog.
Brechtjesblogje bij Beste Politieke Weblog.
Marten of Nynke bij Beste Persoonlijke Weblog.

(en verder kunt u zo hier en daar nog wat Sargasso en FileUnder invullen)

Eentweeduizendste

Lilimoen vroeg hoe mijn haar zat.
Via GeeSpot en Miwian stuitte ik op de Nederlandse 2000 webloggers, waarvoor je een foto op je website moet plaatsen om mee te mogen doen (toelichting).
Bij deze.

Het is nog niet bewezen dat er een
verloren watergolfje op mijn bil zat

Dus de situatie is als volgt: je hangt wat bank (van het werkwoord bankhangen), omdat je wegens maanstonde, winter, duisternis en het reguliere ‘IK-WIL-WEEKEND’ besluit dat het mooi is geweest voor deze week. Maar ’s middags dient er nog genieuwjaarsborreld te worden bij een opdrachtgever die je nog nooit hebt gezien. Dus op de een of andere manier moet de onhandige volgorde van eerst bankhangen en dan alsnóg opzitten en pootjes geven, werkbaar worden gemaakt.

Je zet een wekker – een uur vooraf boenen en poetsen aan lijf en leden en je bent weer helemaal het heertje – en je zijgt neer. Kopjes thee, Oprah, Vitaya en de Aldi-folder bij de hand. Sjeik en Mike op je buik en geen greintje zin om naar een nieuwjaarsborrel te gaan.

En dan gaat die vermaledijde wekker. Je doucht de vrijdagmiddagblues van je af en je neemt je voor er gewoon zin in te hebben. Yeah! Zin!

Tot je voor de spiegel probeert een geschiktere stemming op je gezicht te schilderen en er onverwacht een lichtstraal door de spiegel flitst. Er reflecteert iets. Je wiebelt nog eens met je hoofd, en ja, weer een flits. En dan zie je het. Het is niet die imaginary gouden tand, maar verdomme, het is… EEN GRIJZE HAAR. Spierwit.

Je laat je daardoor natuurlijk niet uit het veld slaan. Heus niet. Maar toch, je make-up heeft wel eens beter gezeten en je kan het niet laten steeds maar weer in de spiegel te kijken, terwijl daar eigenlijk geen tijd voor is, omdat de katten nog moeten eten voor je vertrekt.

En dan wordt het je toch te veel en trek je dat onding eruit. Het is een krul. Wit met een watergolfje. Over een week word je drieëndertig.

Je wilt hem bewaren om zo aan derden te tonen hoe erg het wel niet is. Maar je moet ook de katten nog te eten geven voor je vertrekt, dus in al je tijdnood plak je de boosdoener op de lijmrand van een Post-it en ga je verder met je haastklusjes.

Vlak voordat de chauffeur voor de deur staat, check je nog even hoe erg het wel niet is – een wit watergolfje op je tweeëndertigste – maar hela! De Post-it is verdwenen.

Je kijkt op de grond, onder je stoel, onder de muismat, in je agenda, elders op het bureau. Nergens ligt een verloren Post-it. Je kijkt op je mouw, op de route die je aflegde bij het haastwerk, in je zakken, onder je voetzool. Je kijkt onder allerlei poezenbuiken, koffiebekers en woordenboeken, maar nee, geen briefje.

Dan gaat de bel. Je moet weg. En je hebt er zin in. Yeah.
Bluh.

Het is een nieuwjaarsborrel van niveau. Zo’n festijn met fakkels en oesters en allemaal mensen die zichzelf belangrijk vinden. Een festijn waar je niet naartoe wilt met een yellow Post-it op je bil. Een festijn waar je überhaupt niet naartoe wilt, tenzij er geld mee te verdienen valt.

Je zit op en geeft pootjes. Je probeert hardnekkig te vergeten dat je nu voorgoed geen jongere meer bent. En dat je aan niemand kunt laten zien hoe erg het wel niet is. Tenzij die yellow Post-it op je bil zit, maar dat is ook weer niet de bedoeling.

En dan breekt zo’n moment aan waar elke freelancer het van moet hebben: visitekaartjes uitdelen tijdens de kreeftensoep. Maar als je to do-lijst 1895 prioriteiten herbergt en het visitekaartje pas op de 32e plaats staat, dan is dat er dus gewoon nog niet van gekomen.

Tenzij die yellow Post-it toch op je bil zit. Dat is tenslotte een visitekaartje van jewelste, mét gratis dna. Maar je hoopt van niet. Edoch je vreest van wel. Dat ze je daarom allemaal zo vriendelijk toelachen. Iek gon es e klapke doen mè die jollanse mè da geel briefkenoep eur gà¢t.

Je hoopt maar dat ze je oud en wijs zullen vinden. En dat ze zullen begrijpen dat je dan dus ook wel niet goedkoop zult zijn. Met als gevolg dat er volgend jaar maar een flesje champagne minder geschonken moet worden, willen ze die erudiete madam met die witte watergolf kunnen betalen. Je hoopt maar dat het zo uitpakt, maar je bent er niet gerust op.

En als je dan met zakken vol visitekaartjes thuiskomt, wil je vertellen hoe spannend het allemaal was. Hoe je hebt lopen voelen aan je bil om toch maar zeker te weten dat er geen geel briefje met een spierwitte haar op zat. Maar ze begrijpen je niet. Welke grijze haar? Waar is-ie dan? Ze zien niks.

Terwijl het dus toch echt wel heel erg is.

Behalve als het geld oplevert. Door dat hele verhaal van grijs en wijs en zo. Want dan heb je het er wel voor over.
Ja, dan wel.

Daar gaan we weer

Terug in de tijd.

Had ik al verteld dat ik het zo lief van je vond?
Dat je na Amersfoort al iets vermoedde, maar dat je niks zei…

Klik op Narcisme

Tot zondag of zo

Dames en heren, ik moet alvorens een stukje te schrijven eerst even verwerken dat ik een blinkend witte haar van maar liefst vijf centimeter aantrof, op mijn eigen hoofd notabene. God straft meteen als je je dreadlocks eruit sloopt. Ik heb hem op de kleefrand van een Post-it geplakt (nadat ik ‘m eruit had getrokken uiteraard), zodat ik ‘m later streng kan toespreken om ‘m vervolgens ritueel te verbranden. First things first. En schrik niet als dat stukje dat dan volgt óók weer over die haar gaat.

Gedichtendag (3)

Ik deed mee aan de wedstrijd op 160. Omdat het leuk is om met restricties te schrijven, omdat het altijd leuk is te dichten, omdat het leuk zou zijn om in NRC Next te staan met een gedichtje en omdat mijn bankrekening lijdt onder een ware laagconjunctuur, dus die duizend euro was van harte welkom.

Ik monteerde een oude e.d.i.t. tot een gedicht van 160 tekens, et voilà .

zeg me
dat alles mogelijk is
en snel
want hoewel het dan herfst zal zijn
fluister ik morgen de grond van waar jij was
tot lente en tot liefde
als dat gewoon kan

Maar tegen de winnaar kon ik niet op. Wát een prachtig gedicht van Gerrie Hondius (kan ik niet naar linken wegens flash, maar gaat u vooral naar de homepage van 160 en klik op ‘nieuws’ – Update: Gerrie heeft een weblog, nu kan linken wel.). Jammer voor iedereen die nog geld van mij tegoed heeft.

Trouwens, op de site was dit precies 160 tekens, in Word was het meer. Dus u mag tellen, maar ik zou het niet doen, want dat leidt nergens toe.

Koelkastgedicht (4) – Gedichtendag (2)

Koelkastgedicht (3) /e.d.i.t.
Koelkastgedicht (2)
Koelkastgedicht (1)

Gedichtendag (1)

Wat een mooie billen, man,
daar geniet ik veel te weinig van.

(gedicht dat ik à  l’improviste uitsprak tijdens het ontbijt)

Voor meer over gedichtendag en de winnaars van de Herman De Coninckprijs klik hier en hier.

Een b is een v omdat een v geen b is

‘Oè esssske toe havvvviete’, vroeg ze.

En omdat de Spanjaarden in mijn klas állemaal aan hypercorrectie doen, had ik kunnen weten dat als zij een v zegt, het een b is. Maar ik kwam er niet op. En dat was lullig voor haar, want na het mondeling examen werd mij verteld dat ik bijzonder weinig fouten had gemaakt. Zij kreeg te horen dat het haar schuld was dat ik haar niet kon verstaan. En dat ze dus nog hard moet werken aan haar uitspraak.

Terwijl ik best weet dat Spanjaarden een v zeggen als er een b staat, omdat het in het Frans geen b is als er een v staat. Maar ik kwam er niet op.

Vanavond is het schriftelijk examen. Een geruststelling: geen Spanjolen involved, voor zover ik weet.

‘Sometimes the caption is even
better than the photograph’

Geinig idee dat Arnon Grunberg zich op een modderige kruising nabij de grens tussen Paraguay en Argentinië noodgedwongen onledig hield met een foto-onderschrift van een foto van een evenement waar Yuri en ik al rillend aan deelnamen.

Unidentified Flying Flemish (2)

de boekskes = de (roddel-)bladen

bons = bonnen/bonnetjes

klappen = praten/babbelen

kletskop = iemand met een kaal hoofd

tettergat = kletskop

zagevent = zeurpiet

en si en la = en zus en zo/ enzovoort

sjoeke (chouke) = koosnaampje (kooltje)

toen viel mijne frang = toen viel het muntje

buitenwipper = uitsmijter/portier

dabben = klauwend graven

Zie ook de parade van mooie Vlaamse woorden in Unidentified Flying Flemish (1)

C.S.I. Zezunja

Dus er lag bloed. Een spoor van bloed. Van het etensbakje naar het kattenluikje naar het aanrechtblad (foei! daar mogen jullie helemaal niet komen!). We wisten niet wie het slachtoffer en wie de dader was.

Toen kwam het onderzoek. Eerst de dader. Dat kon iedereen zijn. Dan het slachtoffer. Dat kon ook iedereen zijn. Ik checkte of ik ongesteld was. Niet. Yuri checkte of hij zijn teennagels te kort had geknipt. Ook niet.

Er bleven drie mogelijkheden over: Mike, Choco en Sjeik el Moko. Motieven te over, want de sfeer hier in huis is al dagen om te snijden. Buikgeluiden, hoge ruggen, dikke staarten en geblaas uit de mondhoeken zijn aan de orde van de dag. Maar helaas geldt dat voor alledrie de verdachten.

Dus het is niet zo dat Sjeik buiten elke verdenking valt omdat-ie zo schattig is of zo. Nee, ook Sjeik loopt als een ware bullebak wijdbeens, hooggerugd en dikgestaart rond. Daarbij moet worden aangemerkt dat hij dat alleen maar doet als de anderen gemeen tegen hem zijn, maar niettemin moet ook Sjeik zich dus opstellen in de rij met mogelijke daders.

En Mike. Tsja, Mike. Zijn bijnaam is Loebas Boem, omdat hij om de vijf stappen op zijn rug gaat liggen om even uit te rusten. Je zou dus zeggen dat Mike veel te lui is om een serieus geweldsdelict te plegen. Maar Mike is wel de grootste, de sterkste en de oudste. En als Sjeik té dichtbij komt, is Mike heel erg not amused. We weten allemaal wat daarvan kan komen.

Ten slotte Choco. Ik noem haar vaak Coko wegens ogen op schoteltjes bij elke onverwachte beweging van zijn gezelschap. Voor háár onverwacht, bedoel ik, want ik vind het heel normaal dat ik, als ik naar de keuken loop, naar de keuken loop, maar Coko vind dat nog elke dag een daad die met de nodige argwaan bekeken moet worden.

Om dus nog maar niet te spreken van de bewegingen van onze nieuwe aanwinst Sjeik. Die zijn namelijk állemaal onverwacht. Niet alleen voor Choco, maar ook voor mij en ik durf te wedden dat ook Sjeik zelf telkens enorm verbaasd is dat hij achterpoten heeft. Tenminste dat maak ik op uit het feit dat het spelen-met-het-balletje niet alleen wordt afgewisseld met het als een tierelier ronddraaien om zijn eigen staart te pakken te krijgen, maar dat het balletje ook wordt vergeten als hij ineens zijn eigen achterpoot in het vizier krijgt. Hee, een achterpoot. Laat ik die eens pakken. Choco vindt dat helemaal niks en laat dat duidelijk merken. De geluiden die dan uit Choco komen, vallen nog het meest te vergelijken met de geluiden die mijn buik maakt na het nuttigen van een pan uiensoep of chili con carne.

Eigenlijk was Choco dus de hoofdverdachte. Choco haat Sjeik tot in het diepste van haar genen en zodra ze Sjeik ziet naderen, maakt ze een driedubbele salto uit het kattenluikje. Weeralarm of niet. Tot overmaat van ramp nadert Sjeik voortdurend, want hij is hardleers. Hij blijft maar denken: hee, een andere poes, leuk! En dan schrikt hij zich de tyfus als Choco daar heel anders over denkt.

Maar goed, we leven in een rechtsstaat waarin niemand schuldig wordt bevonden, totdat het tegendeel bewezen is. Dus Choco is weliswaar uitermate verdacht, toch moeten we haar behandelen als elke andere burger. En als de rechter-commissaris vindt dat er niet voldoende bewijs is voor de verdenking, dan gaat Choco vrijuit. Niets aan te doen.

Het slachtoffer hebben we inmiddels gevonden. Mike heeft een snee in zijn poot en dat maakt hem minder verdacht. Hoewel je vaak hoort over automutilatie, maar ik vermoed dat Mike daar veel te lui voor is.

De grote vraag blijft dus de komende dagen: wie heeft Mike ‘besneden’. De verhoren zijn nog niet allemaal afgerond, omdat de verdachten steeds in slaap vallen. Maar we zullen de bankschroeven dit weekend een beetje aandraaien. We zullen het etensbakje net iets te hoog zetten, zodat ze er niet bijkunnen. We zullen het kattenluikje op slot doen en op een zeurtoontje zeggen dat ze dat geheel en al aan zichzelf te danken hebben. We zullen met onze vuist op tafel slaan. We zullen de lichten ’s nachts aanlaten. We halen Lynndie England erbij en we verstoppen al het speelgoed.
Tot ze breken.

U kunt de foto voor deze ene keer niet vergroten door erop te klikken. Het is namelijk écht bloed en geen ketchup, en dat is best wel goor.

Potsierlijk

Fishsticks in de vispan.

Dinklump

* Een – hoewel lelijk vormgegeven – mooi kunstproject over angst bij de Volkskrant. Vul jouw gedachten over angst of bang zijn in en maak zodoende deel uit van het project. Vergeet niet de Nederlandse geruststelling aan te klikken. Brabant rules, voor één keertje dan.

Angst (via Marina)

* Een nobel streven van een aantal webloggers van mijn voormalige thuisbasis punt.nl: lopen voor palliatieve zorg voor kankerpatiënten. Van Parijs naar Rotterdam. Steun ze, namens mij, want ik heb geen nagel om aan hun kont te krabben.

Loggers lopen voor leven

* Echt te gekke foto’s, via Wenz.

Chema Madoz

Kent u die mop van die chique
meneer die zou komen?

Die kwam dus niet.
Zonder bericht.
Grmbl.

Chic Sjiek en Sjeik

Vandaag komt er een chique meneer. Zo’n meneer die zó chic is dat-ie wel eens in pak op tv verschijnt. Hij komt bij mij als opdrachtgever en ik ga ‘m binnenlaten. Als-ie binnen is, krijgt-ie koffie en dan gaan we aan de keukentafel zitten praten.

Simpel. Tenminste, zo lijkt het. Maar die meneer is dus zó chic dat ik er zenuwachtig van word. Want zo’n meneer kun je natuurlijk niet binnenlaten in een ranzig huis. Een huis waar Sjeik zo nu en dan in de hoek bij de deur zijn behoefte doet. Een huis waar de katten wegens heel erg leuk papieren zakdoekjes in duizend snippers scheuren. Een huis waar gisteravond wegens te moe de afwasmachine niet is ingeruimd, waardoor de hutspot alom aanwezig is. Een huis waar een der bewoners te lui is haar schoenen naar boven te brengen, waardoor er rijendik afgetrapt materiaal in de gang staat. Een huis waar de walk-in closet naar de woonkamer is verplaatst, omdat de kachel in de officiële inloopkast het niet deed en het dus te koud was om ons daar aan te kleden.
Zo’n huis dus.

Welnu, om te voorkomen dat ik hier later met een getraumatiseerde minipoes zit, breng ik Sjeik zo naar de slaapkamer en ga ik met de stofzuiger de vogeltjesdans doen. Waarna ik Sjeik weer van de slaapkamer haal en hem vertel dat alle papieren zakdoekjes ver, ver, ver opgeborgen zijn en dat dat niet persoonlijk bedoeld is. En waarna ik Sjeik vertel dat er expres overal schoteltjes met eten staan, omdat mij ter ore is gekomen dat poezen niet piesen op de plek waar hun eten staat. En waarna ik Sjeik vertel dat-ie niet nét onder de voetzool van de chique meneer moet gaan lopen, omdat ik echt een heel keurige, goede indruk wil maken en niet wil hebben dat de chique meneer denkt dat ik een bag-lady met onaangepaste katten ben.

Sjeik zal gedwee ja knikken en hij zal beloven gedurende het gesprek met de chique meneer niet hartverscheurend te gaan miauwen, zoals hij sinds hij hier is, placht te doen wanneer ik even uit het zicht verdwenen ben. Sjeik zal zeggen dat-ie best alleen kan zijn en dat-ie niet op de jas van de chique meneer zal plassen. Ik zal ‘m verliefderig aankijken, omdat ik niet anders kan en ik zal zeggen: ‘Okee, Sjeik, dat is dan afgesproken’.

Als de chique meneer weg is, zal ik een perfect uit onderhandelde opdracht hebben binnengesleept en Sjeik zal voor mij applaudiseren. De chique meneer zal thuiskomen en tegen zijn vrouw zeggen: ‘Wij moeten eigenlijk ook nog maar eens een klein poesje nemen’.
En ik zal nog eens overwegen een schoonmaakster in dienst te nemen van mijn zojuist binnengesleepte mega-opdracht.

Weer een goldenoldie

De gouwe ouwe is ververst.
Zie Narcisme.

Mag ik u even voorstellen


Dit is Sjeik El Moko I (roepnaam: Sjeik, tenzij ik Mike ook net heb geroepen, dan is het Sjaik).
Sjeik is het nieuwe vriendje van Mike en Choco (alleen hebben M en C dat nog niet zo goed door, dat vriendschappelijke).
Maak uw borst maar nat. Er volgt meer.

Zie ook: IK – HEB – EEN – POEZENLOG

Denkt u wel eens dat uw
kat een hersentumor heeft?

Ter voorbereiding op ons nieuwe poesje las ik wat stukjes op poezenfora.
Het werd een sombere dag.

Morgen komt er een nieuwe collega

Nu ik voor mijzelf ben begonnen, heb ik werk en werk ik dus met een ijzeren zelfdiscipline minimaal zeveneneenhalf uur per dag. ’s Ochtends om half tien zit ik achter mijn enorme bureau (hee, ik ben wel de CEO hè, dan heb je een groot bureau nódig) en pas na zessen mag de agenda dicht. Dat is een vast ritueel aan het eind van de dag: poef! Agenda dicht!

Sinds ik voor mezelf ben begonnen en elke dag in ons kantoortje achter het bureau kruip, heb ik ook collega’s. Meneer M en Mevrouw C maak ik elke dag minmaal zeveneneenhalf uur mee. En hoewel ze wat later beginnen dan ik, hebben ook zij een ijzeren dagindeling. Een dagindeling waar ik minimaal vijf dagen in de week mee geconfronteerd wordt en die wat mij betreft wel wat bijstelling verdient.

Zo staat mevrouw C elke dag om een uur of half elf roepend voor de deur. Ik zeg telkens: ‘Neem nou een sleutel mee!’, maar dat haalt niets uit. Ook wijs ik er steevast nog eens op dat we hadden afgesproken elke dag om half tien te beginnen. Maar mevrouw C slaat dan gewoon geen acht op mij. Om de volgende dag weer te laat te komen. Zonder sleutel.

Als mevrouw C eenmaal binnen is, gaat ze meestal eerst op zoek naar meneer M, wat ik niet begrijp want meneer M negeert haar altijd volkomen, tenzij hij zin heeft om de een of andere vrouw een fijne likbeurt te geven. Ik denk dat ze verliefd is, maar ik heb haar ook al gewaarschuwd: meneer M is volgens mij homo, dus daar valt geen land mee te bezeilen voor vrouwen zoals mevrouw C en ik. Hij houdt van likken, maar dat zegt niks.

Wanneer de twee elkaar begroet hebben en mevrouw C, wederom teleurgesteld door het gebrek aan aandacht van meneer M, naar de keuken loopt om koffie te halen, keert de rust over het algemeen weer. Hoewel ik niet het gevoel heb dat die twee veel uitvoeren ’s ochtends, maar dat kan ik moeilijk bewijzen.

Tegen een uur of twaalf, als ik net lekker op gang kom, wil mevrouw C vrijwel altijd bij mij op schoot zitten. Ik denk dat het iets met meneer M te maken heeft, en het verdriet dat hij haar bezorgt, maar ze wil er niets over zeggen. En omdat ik weet wat human resource management betekent, mag ze meestal wel even bij me komen zitten. Maar niet langer dan vijf minuutjes, want er moet ook nog gewerkt worden.

Mevrouw C houdt ervan om als ze bij mij zit met haar kaak langs mijn tepel te wrijven en ik vraag me altijd af wat meneer M daar wel niet van zal denken. Maar meneer M is rond die tijd gelukkig meestal langdurig van zijn plaats. Een ommetje maken, even naar de plee, dat soort dingen. En hoewel mevrouw C zo’n collega is, die als ze zelf even niks te doen heeft, jou van je werk houdt, lukt het me meestal wel om daarna nog een uurtje door te werken.

Om een uur of een komt Yuri doorgaans thuis om te lunchen. Meneer M loopt dan vaak al wat zenuwachtig heen en weer naar de voordeur, wat het vermoeden dat hij homo is natuurlijk alleen maar groter maakt. Vervolgens lopen mijn twee collega’s tijdens de lunch voortdurend om ons heen te dralen.

Ik heb ze wel eens gevraagd waarom ze zelf geen lunchpakket meenemen of waarom ze niet even bij het café op de hoek een broodje gaan eten, maar dan halen ze hun schouders op. Ik denk dat mevrouw C Yuri ook wel ziet zitten, hoewel dat misschien alleen maar een middel is om dichter in de buurt van meneer M te zijn, die immers goed bevriend is met Yuri. Verder staren ze bij de lunch vaak onafgebroken naar de randjes die wij van onze kaas afsnijden. Zodoende vindt Yuri mijn collega’s ook maar raar. Hoewel hij wel met ze overweg kan.

Vanaf twee uur wordt er meestal hard doorgewerkt tot een uur of half vier. Tenzij er die middag veel bussen met Japanners zijn uitgeladen, want dan staan meneer M en mevrouw C meestal wat uit het raam te staren; ze weten dat ze goed liggen bij toeristen. Die Japanners staan dan eindeloos met hun neus tegen het raam van ons kantoor geplakt om een glimp op te vangen van het heupgewieg van mevrouw C of de zinderende blik van meneer M. Ik ben daar niet zo blij mee, want ze lopen al een beetje naast hun schoenen, die twee.

Daarbij voeren ze in die tijd dus geen klap uit. Ik heb ze er wel eens op aangesproken, maar dan geven ze me meestal het gevoel dat ze hun heil maar bij die Japanners zoeken, omdat ze van mij geen waardering krijgen voor hun werk. Edoch, ik verwacht dat ze ook aan het eind van de middag nog hun steentje bijdragen. Al was het maar door de afwasmachine uit te ruimen of zo, zodat ik kan doorwerken.

Als ik mazzel heb, zijn ze ook na half vier nog met hun eigen klusjes bezig, maar steeds vaker gaan ze vanaf dat moment al aan mijn kop zeiken dat ze geen zin meer hebben en dat ze zo graag iets willen eten. ‘Tsjemig’, zeg ik dan, ‘jullie zijn echt de ergste collega’s die ik ooit heb gehad. Het is pas half vier! We moeten nog tweeëneenhalf uur!’ Maar dan kijken ze me aan alsof ik iets heel raars zeg.

Wat ik lullig vind, is dat de relatie tussen meneer M en mevrouw C tijdens het werk vaak heel koeltjes is, maar vanaf half vier ’s middags gaan ze ineens samenspannen. Met zijn tweeën tegen mij, me steeds weer afleiden met gezeur, tegen mijn benen duwen, in cirkels om me heen lopen, heel zielig kijken. En als ik er geen aandacht aan geef, zetten ze gewoon hun nagels in mijn onderbeen. Ook gaat mevrouw C vaak heel irritant achter mij op mijn stoel zitten en doet ze alsof zij daar als eerste zat, dus dan hebben we weer een arbeidsconflict. Het is jammer dat we hier geen vertrouwenspersoon hebben, anders zou ik een klacht indienen wegens intimidatie.

Vanaf ongeveer vijf uur mogen ze van mij afhaken – als ze die uren later maar inhalen. Maar dan willen ze dus dat à­k zorg dat zij iets te eten krijgen. Volgens meneer M en mevrouw C staat dat in hun contract, maar ik kan die contracten nergens terugvinden. Hoe dan ook, daardoor moet ik ophouden met werken om een maaltje te bereiden en vervolgens moet ik zélf overwerken om de geleden schade in te halen. Trouwens, ik draai ook vaak op voor hún werkjes, omdat ze om vijf uur gewoon alles uit hun handen laten vallen.
Meestal zit ik dan dus tot zes uur of half zeven in mijn eentje door te pezen. Nog nooit hebben zij mij daarvoor bedankt.

Ziedaar, zo ziet mijn dag met mijn collega’s eruit. Efficiënt is anders en zakelijk gezien lijd ik elke dag verlies op ze. Maar toch ben ik blij dat ik niet de hele dag alleen zit. Een goede collega is beter dan een verre vriend en soms zijn ze echt wel aardig.

En dan nu groot nieuws: morgen krijg ik een nieuwe collega. Meneer S, een jonge jongen die nog helemaal ingewerkt moet worden en die ik vast duizend keer opnieuw moet vertellen waar de wc is. Maar voor die tijd moet ik eerst nog een functioneringsgesprek met meneer M en mevrouw C houden om te voorkomen dat ze meneer S meeslepen in hun gelanterfant. Wish me luck!

In the WriteRoom

Sinds kort heb ik het programma WriteRoom en hoewel ik het zelden gebruik, klik ik regelmatig onbedoeld op het nogal nadrukkelijk aanwezige icoontje. Gewoon uit verstrooidheid, haastige spoed of omdat ik denk dat het Pages is, omdat dat ook een zwart icoontje heeft.

Dit zou allemaal niet zo vertellenswaardig zijn, als ik daardoor niet al vijf dagen hetzelfde liedje in mijn hoofd had. Telkens als ik denk dat ik ervan af ben, klik ik per ongeluk op dat verdomde icoontje.
‘Thank you for trying WriteRoom’, staat er dan.

En hup, daar gaan we weer.
In the write room
With black curtains
Near the station

KLIK

Ik moest er vier bureaulampen
bijhalen om dit te kunnen lezen

Magnums waren nog nooit zo gevaarlijk

Eerst was het nog heel aardig, het was immers eerste kerstdag. De man op het station in Mechelen die eruit zag of hij zijn tulband thuis was vergeten, had witte klodders op zijn broek en de jongen met het petje gaf hem papieren zakdoekjes om die klodders weg te vegen.

Daarna was het zelfs even nóg aardiger. De klodders zaten namelijk op zijn achterbeen en de jongen met het petje was zo toeschietelijk dat hij wel even in een baltsdans om de man zonder tulband heen wilde draaien, om zodoende die klodders eraf te halen.

Maar daarna werd het ugly. De man zonder tulband riep ineens heel hard: ‘My bag! My bag! Where’s my bag?
De jongen met het petje holde even verderop de roltrap die omhoog ging af. Ik wees naar hem. ‘There he goes!‘ Maar de man zonder tulband was niet erg geoefend in het afdalen van roltrappen die omhoog gingen, dus hij moest helemaal naar de andere kant van het perron om zijn belager te volgen.

Onze trein kwam aan en we stapten in. De man zonder tulband helpen, was ondenkbaar, wegens bagage en het feit dat het aflopen van omhooggaande roltrappen ook bij ons thuis niet regelmatig wordt geoefend. Maar in de trein zaten we vervolgens toch wel erg van ons à  propos te wezen, het was immers eerste kerstdag en het leek allemaal zo aardig.

Moraal van dit kerstverhaal:
1. Scrooge rules, want je weet tenminste wat je aan ‘m hebt.
2. Aardige mensen met Magnums zijn evil.

Hoe ik mij heus geen oor liet aannaaien

Ik mag van mijn ouders voor mijn aanstaande verjaardag een goedkope elektrische gitaar uitzoeken en omdat ik er bij de Cash Converters in Amsterdam (dat is een tweedehandswinkelketen) een boel had gezien, was dat mijn eerste halte. Er stonden een stuk of vijftien gitaren, waarvan ik als leek moest beoordelen of er een goede tussen zat. En hoewel ik al zeventien jaar een beetje gitaar speel, ben ik een heusche onbenul als het gaat om elektrische gitaren.

Omdat ik toch niet gelijk zou beslissen welke gitaar het moest worden, noteerde ik rustig wat gegevens die ik dan later met mijn gitarist Dwarzand kon bespreken. Sommige hadden namelijk meer knoppen en andere minder en sommige hadden één element, sommige drie en andere vier.
Vertaling voor de nog grotere leken dan ik, omdat die anders de clou niet snappen: je kunt de elementen, dat zijn de onderdelen op een gitaar waarmee het geluid wordt opgevangen, met die knoppen harder en zachter zetten, en meer hoog of laag in het geluid draaien.

Na deze korte maar broodnodige toelichting, even verder met mijn verhaal. Omdat ik weet dat de dames en heren van de Cash Converters met evenveel enthousiasme een Tefal wafelijzer verkopen als een Fender Stratocaster, was ik al op mijn hoede, maar omdat ik ooit erg goed advies van een Cash Converter had gekregen inzake een tweedehands mountainbike, gokte ik dat ze misschien een heel piepklein beetje verstand van gitaren zouden hebben.

‘Meneer, mag ik u wat vragen’ vroeg ik aan een man die er vooral uitzag of hij vreselijk veel verstand had van frituurpannen.
‘Maar natuurlijk, wat wilt u weten?’, vroeg hij.
‘Nou, er staan daar in de hoek wat elektrische gitaren’, ik wees ze aan. ‘En sommige daarvan hebben drie en sommige vier elementen. Weet u wat het verschil is? Wat mis je als je er maar drie hebt?’

De man keek verdwaasd bij het woord ‘element’, maar omdat hij door had dat mij wel iets te verkopen viel, zag ik tegelijkertijd een adrenalinestoot door zijn lijf trekken. Hij zou dit varkentje wel eens even wassen, dat was duidelijk.
Hij kneep zijn ogen samen en zonder al te lang na te denken, zei hij: ‘Dat zijn basgitaren, er staan namelijk gewone gitaren én basgitaren.’
Ik fronste. Dit leek me een typisch geval van op-een-frituurpan-
zit-alleen-een-uit-en-aanknop-dus-ik-weet-het-eigenlijk-ook-niet.
‘Nou uhm’, zei ik, ‘ik weet wel hoe een basgitaar eruitziet, maar ik heb het nu even alleen over de gitaren.’
Domper, moet de man gedacht hebben. Hij kwam er niet mee weg, en neem van mij aan, dat overkomt zo’n Cash Converter niet vaak. Zijn woord is doorgaans wet, of het nou over de broodmachine, de Epilady of de Stairmaster gaat.

Eigenlijk wilde ik het daarbij laten. Iemand die mij op de mouw wil spelden dat een gitaar met vier elementen een basgitaar is, kan mij alleen maar verder van huis helpen. Maar hij kwam strijdvaardig achter zijn deskje vandaan, in de hoop dat als à­k precies zou aanwijzen wat ik bedoelde, hij fijntjes kon schamperen ‘Ha! Ja mevrouwtje, dát is nou een basgitaar!’
Ik wees op de gitaren met vier en de gitaren met drie elementen. ‘Daar moet toch verschil in zitten’, zei ik, terwijl ik het eigenlijk al had opgegeven.
Hij bestudeerde ze kortstondig van heel dichtbij, keek daarna paniekerig om zich heen en zei toen: ‘O, dat is gewoon voor de sier.’
‘Ja’, zij een collega van hem die er bij was komen staan. ‘Dat is gewoon voor de sier.’
Ik kan me herinneren daarna met mijn ogen gedraaid te hebben. Verder weet ik niets meer.

Niet veel later koos ik in samenspraak met Dwarzand bij een andere winkel een spiksplinternieuwe Squire Bullet uit. Die valt binnen het budget en is waarschijnlijk beter dan wat er bij de Cash Converters stond. Én, niet onbelangrijk, de Bullet heeft maar één element en is tóch geen viool.

Tijd om 2006 de deur uit te toptienen (4)

Dit is de laatste toptien vermomd als een top zoveel, waarin ik op de valreep van alles probeer te vertellen wat ik natuurlijk al veel eerder had moeten vertellen.

De 22 meest indrukwekkende
zintuigelijkculturelemediamomenten van 2006

22. Sanne Wallis de Vries, Kees Torn, Erik van Muiswinkel en Wim Helsen op de vier uur durende dvd van 25 jaar Leids Cabaret Festival.
De dvd bestaat al langer, maar kwam mij nu pas onder ogen. Blij dat ik destijds heb besloten niet vier uur lang in Carré te gaan zitten, want lang niet alles was goed, maar deze vier cabaretiers stalen de show. Kees Torn met zijn liedjes en zijn lenigheid, Sanne Wallis de Vries met haar acteertalent en haar nietsontziende rauwheid, Erik van Muiswinkel omdat hij in enorm hoog tempo al zijn imitaties foutloos de revue liet passeren en Wim Helsen omdat hij ongekend absurd en innemend kan zijn.

21. Good night, and good luck.
Een mooi verhaal over goed en kwaad in de televisiejournalistiek. Traag en ernstig, maar nooit slepend of saai. Boordevol mooie plaatjes. George Clooney maakte ‘m en speelde erin. Ik ben er nog niet uit of het ondanks of dankzij hem zo’n aangename film is.

20. Mogwai in de AB in Brussel.
Op mijn weblog schreef ik: ‘Een concert van Mogwai is als een rit in een achtbaan. Je hebt voortdurend het gevoel dat je er niet zonder kleerscheuren uit zal komen.’ En hoewel de muziek mij niet áltijd kan bekoren, is een dergelijke ervaring bij een live-concert toch minimaal de twintigste plaats waard in een lijst met indrukwekkende zintuiglijke ervaringen.

19. Darwin’s Nightmare.
Een huiveringwekkende documentaire over het Victoriameer in Tanzania waar alle grote wereldproblemen samen komen. Honger, armoede, uitbuiting, corruptie, wapenhandel, drugs en vernietiging van natuur en milieu. Een film waarna je door diepe schaamte overvallen wordt, gewoon omdat je ook zo’n westerling bent.

18. Yeee-Haa van Jochem Myjer op Nederland 3.
Hoewel ook Erik van Sauers en Theo Maassen goed waren. En Katinka Polderman en Dolf Jansen in de Juliet op Lowlands. Maar Jochem Myjer was voor mij de winnaar dit jaar. Hij nam mij mee in een ongeëvenaarde bobsleerit, waarin ik – ondanks een paar zwakke momenten in zijn programma – geen moment met mijn gedachten afdwaalde, terwijl ik doorgaans nogal neig naar serieus afdwalen.

17. Loose Change en de tegengeluiden.
Dit jaar kwam ik erachter dat ik een complotdenker ben. Tenminste, als ik me niet beheers. Dit jaar kwam ik er ook achter dat het verstandig is je te beheersen. Ik heb gesmuld van Loose Change: een meesterlijk bewijs dat wanneer je informatie presenteert als opsomming, met veel officieel uitziende documenten en onscherpe foto’s, het publiek vanzelf denkt dat je feitelijk bent. Mijn verstandige ik heeft daarna gesmuld van alle docu’s waarin de ‘feiten’ uit Loose Change weerlegd werden.

16. The Dresden Dolls in de AB in Brussel.
Een maffe, cleane, strakke, leuke Brechtiaanse softpunkband met veel catchy tunes tijdens een iets te keurig concert. Toch was het genieten van de theatrale act van zowel de band als van de bont uitgedoste fanclub, bestaande uit punkgoths met vleugels, die de band overal achterna reist en groupiegewijs de voorste rijen van de zaal in beslag neemt. Uiterst vermakelijk.

15. De mooiste gedichten van Wiliam Shakespeare, de eerste bundel uit de reeks wereldpoëzie van De Morgen.
Voor een uitgeknipt hoekje van de krant en vijf euro krijgen we elke week een dichtbundeltje van de meneer van le magasin avec l’odeur du chien. Elke woensdag mag ik tijdens de lunch een paar paginanummers roepen, waarna Yuri de gedichten van die pagina’s voorleest. Inmiddels zijn we bij nummer vijftien, maar de eerste, van Shakespeare, was tot nu toe de mooiste.

14. De belofte.
Zo heet de stapel boeken die ik dit jaar kreeg, kocht of adopteerde.
De belofte verdient een plaats op de lijst, omdat ik dan misschien wel schandalig weinig heb gelezen dit jaar – alleen wat flinterdunne boeken van webloggers en columnisten – tóch zal 2006 omwille van allerlei omstandigheden de geschiedenis ingaan als het jaar van ‘de belofte’. Door samen te gaan wonen kwam er een aanzienlijke bulk nog te lezen boeken bij op het lijstje-met-nog-te-lezen-boeken dat al zo’n twintig jaar bestaat en hardnekkig probeert te verhullen dat het een lijstje-met-minimaal-voor-de-helft-illusies is. Maar behalve de boeken van Yuri die plots in mijn boekenkast staan, nam ik ook nog afscheid van een dozijn boekminnende collega’s de mij allemaal een van hun lievelingsboeken cadeau gaven. En ten slotte kocht ik zelf ook nog wat boeken, waar ik in 2006 simpelweg steeds maar niet aan toekwam.

13. Extra’s, seizoen 1.
Na The Office, de serie die in 2005 op mijn lijstje stond, verwachtte ik niet dat Ricky Gervais zo snel weer met iets kon komen dat ook maar enigszins in de schaduw van die serie kon staan; niet in de laatste plaats omdat Ricky Gervais voor mij eeuwig David Brent zou zijn. Maar na één aflevering wennen, was ik verkocht. Extra’s is briljant, mede door Maggie die gespeeld wordt door Ashley Jensen. Opnieuw gaf ik me over aan het ultieme schuddebuiken met gekromde tenen.

12. Irreversible.
Een film uit 2002 die ik nu pas zag.
Duizelingwekkend en niet na te vertellen zonder de clou te verklappen. De titel, onomkeerbaar, slaat op het verhaal, op de moraal, op de vorm, en op de sensatie die je ervaart bij het kijken. Prachtig en afschuwelijk tegelijk. Adembenemend.

11. Bladzijde 41 uit Tom Tippelaar.
We spraken over de naam van ons bedrijfje en terwijl ik naar de wc liep, riep ik: ‘Het moet iets raars zijn, iets met een creatieve connotatie, iets als Het eiland Neus of zo.’
‘Volgens mij hoeven we niet verder te denken’, zei Yuri.
En zo geschiedde. Bladzijde 41 uit het boek van Annie M.G. Schmidt en Jan Marinus Verburg had dichtgeklapt in de boekenkast, met zijn buik tegen bladzijde 40, een bijzonder grote invloed op 2006.

10. Car Men.
Een dansfilm van Jiri Kylian en Boris Paval Conen, gezien op Nederland 2.
Wonderschone zwart-wit beelden van slapstickdansers met een bizar bewerkte versie van Bizet’s Carmen als muzikale omlijsting. Ik was al fan van Kylians dansstukken, maar sinds ik in de zomer van 2006 een andere film met een choreografie van Kylian zag, waarvan ik helaas de naam niet meer weet, ben ik vastbesloten al zijn dansfilms te blijven volgen.

9. John Zorn op het Blue Note Records Festival in Gent
Ik ontdekte de cd’s van John Zorn in 2005, dus toen kwam hij ook al op mijn lijstje voor, maar een live-concert is andere koek. Minder melodieus door meer geïmproviseerd gefreak en minder liedjes, maar zodanig virtuoos, complex en betoverend, dat een negende plaats in de lijst verdiend is. Onvergetelijk was zijn uitvaring tegen fotografen die ondanks een flitsverbod toch flitsten. De meester werd woest en veroverde daarna al improviserend op zijn eigen onnavolgbare wijze alle autoriteit, waarmee hij zijn gelijk bewees. De zaal hield twee uur lang de adem in.

8. The Peel Sessions van PJ Harvey
Een cd die ik Yuri cadeau gaf, maar die ik zelf het meeste draai. Oude liedjes in een beschaafd ruw jasje. De magie van dit album zit ‘m in de combinatie van de nummers en in de toegankelijke arrangementen. Waar PJ Harvey soms hard werken kan zijn door het rauw-op-je-dak-gehalte, is deze cd vooral lekker luisteren. Fijn.

7. Wallace and Gromit and the Curse of the Were-Rabbit
Ik kan alleen maar zeggen: gaat dat zien, gaat dat zien! Dat geldt voor alle filmpjes met Wallace and Gromit. Waanzig grappig, origineel en vlot. Al het acteerwerk is van een stel kleipoppetjes. Nog nooit een slecht moment gezien in een Wallace and Gromit-film.

6. Finding Leo, een special feature op de dvd van Extra’s, seizoen 1.
Bij de extra’s van Extra’s (volgt u het nog?) zat een filmpje over Ricky Gervais’ nachtelijke zoektocht naar Leonardo DiCaprio. De serie Extra’s drijft namelijk grotendeels op grote namen die zichzelf persifleren. Dat korte reportagetje met handcamera was hét moment in 2006 dat ik uitputtend veel moeite moest doen om niet in mijn string te piesen van het lachen. Als u ooit de kans krijgt: kijk dat filmpje!

5. Lost, seizoen 2.
Wat kan ik er nog over zeggen: het eerste seizoen keken we in 2005 in één ruk uit, het tweede seizoen in 2006 idem. Hoewel ik met grote vrezen vrees dat de clou uiteindelijk alleen maar kan tegenvallen, is de suspense van dié orde dat kleine ergernissen van de serie (de plastic cast bijvoorbeeld) in het niet vallen bij de totale cold turkey die na afloop van elke aflevering de kop opsteekt. Onvermijdelijk gevolg: kijkmarathons en hunkeren naar seizoen 3. Meer, méér, mééér.

4. March of the Penguins, ingesproken door Morgan Freeman.
Het bleek hier in België nog lastig om aan een versie te komen die niet ingesproken was door Urbanus, maar Yuri slaagde erin en we keken onze ogen uit. Pinguins rulen, en wij, mensen, zijn eigenlijk net pinguins. Als u van Microcosmos hield, dan vindt u dit ook mooi, ‘t komt van dezelfde makers.

3. Lowlands als geheel.
The Noisettes, The Yeah Yeah Yeahs, The Twilight Singers, Muse en de droogmomenten in de Juliet.
Hoewel het weer dit jaar tegenzat en ik deze keer niet zo’n gelukzalige ervaring had als bij de Pixies in 2005, was Lowlands 2006 toch weer een overload aan kwalitatief hoogstaande acts en concerten. Als je niet oppast, word je blasé van zoveel moois elk jaar.

2. Six Feet Under, seizoen 1, 2, 3, 4, 5.
Op televisie raakte ik nimmer gegrepen door deze serie, ik zapte meestal door. Maar nu ik ‘m – zoals alle series die we kijken – in één ruk door kon zien, raakte ik hooked zonder genade. En Yuri ook. De familie Fischer greep ons bij de lurven en liet ons niet meer los. Zelden een serie gezien waarin personages zo gelaagd zijn, waarin acteurs zo goed acteren en waarin je zo gaat meeleven. Edoch, dit is nummer 2. Wat al deze aspecten betreft is nummer 1 niet voor niets nummer 1.

1. The Soprano’s, seizoen 5.
Uiteindelijk is niets zo sterk als The Soprano’s. Begin 2006 keken we seizoen 5 en we praten er nog bijna wekelijks over – als dat geen verdiende nummer één is!
Het wachten is nu al elf maanden op seizoen 6. 2007 wordt alleen al om die reden een feest.

(wees gerust, vanaf morgen is het weer gedaan met de lijstjes)

En toen moest het nieuwe
jaar nog beginnen

‘Dames en heren’, zei hij tegen mij.

‘Dames en heren’, zei ik tegen hem.

En zo stonden we daar, hij met zijn witte jasje, ik in mijn latex avondjurk met rood hoedje. Decorstukken: een wasrekje met verse was, twee vuurwerkfobische poezen en twee iMacs in de aanslag.

‘Dit is de categorie verbanden’, zei ik. ‘En dit is de categorie een stukje uit een nummer’, zei hij. En zo quizden we het jaar uit. We lazen vertaalde teksten voor (Op donderdag, vrijdag, zaterdag, childen we op zondag) en we draaiden liedjes door elkaar. We gisten bij covers naar liedje, uitvoerder en oorspronkelijke uitvoerder en we hoorden intro’s van twee seconden.

Honderddertig vragen, tien categorieën en ettelijke versnaperingen later zat mijn hoedje wat scheef, had hij zijn jasje uitgedaan en wisten de poezen niet meer waar ze het moesten zoeken. ‘Zijn de vragen op’, vroeg ik ietwat teleurgesteld. ‘Ja’, zei hij, ‘maar ik heb wel nog dit.’

Hij klikte play.

KLIK

En we dansten.

Tijd om 2006 de deur uit te toptienen (3)

De 10 kleine en de 10 grote mijlpalen van 2006

De 10 kleine
10. Weblog

Ik werd genomineerd voor twee Dutch Bloggies. Eindigde zelfs tussen Merel Roze en Geen Stijl op de shortlist. Had een fanclub bij de uitreiking. Maar het mocht niet baten. Liet daarop mijn blog maandenlang versloffen. Gaf ‘m vervolgens een nieuw verfje. Zal ‘m ook in 2007 niet opdoeken.
9. Kerstboom
Ik heb bij de grootste kerstboomhater van dit halfrond een kerstboom weten binnen te krijgen. Hij blijft hem hardnekkig de kamerplant met de mooie lampjes noemen.
8. Huiskamerconcert
Een huiskamerconcert bij een vriendin deed me beseffen dat het zó moet. Met lieve vrienden inspirerende dingen doen.
7. Verhuislogistiek
Het is goed dat ik vroeger zoveel getangramd heb. De verhuizing was zó strak gepland dat er bij geen van de verhuizers een haartje scheef mocht zitten, want anders pasten we niet meer in het busje.
6. Klusjes
We schilderden kastjes met team spirit. Dat lukte. We beplakten plankjes met oude Kuifjes. Dat lukte. We boorden een gat in het verlaagd plafond voor de tv-kabel. Dat lukte. We bouwden de aan- en afvoer van de droger om tot een aan- en afvoer van de afwasmachine. Dat lukte. We timmerden een vloervullend bureau in elkaar. Dat lukte. We installeerden een kattenluikje. Dat lukte. ‘We’ betekent soms simpelweg ‘Yuri‘.
5. Familie
Ik heb een schoonfamilie uit duizenden, die ik – als ik dit jaar mijn eigen familie niet nog weer leuker was gaan vinden – zou bombarderen tot leukste familie van het jaar.
4. Frans

Ik kende Frans. Ik kon me zelfs redelijk redden in het Frans. Ik had me namelijk al regelmatig redelijk gered in het Frans. En toch en toch en toch is het fijn om alles nu eens goed te leren. Echt goed. Foutloos. Vloeiend. Ja. Het begin is er.
3. Kookboeken
Ik had vijftien kookboeken en Yuri had vijftien kookboeken. Samen hebben we dertig kookboeken. Dit jaar heb ik voor het eerst vaker dan één keer uit een kookboek gekookt.
2. De regelmaat van de dag
Wij spelen vadertje en moedertje in een rotsvast schema. Het maakt mij zielsgelukkig dat ik drie maaltijden per dag eet, op tijd naar bed ga en altijd vroeg opsta.
1. Het kattenluikje
Nadat de boze buurtpoes op de eerste dag een eeuwige nachtmerrie op het netvlies van Mike en Choco brandde, door vlak achter het doorzichtige luikje te gaan zitten, dachten we dat het nooit meer goed zou komen. Maar het grootste wonder van dit jaar is toch geschied: Mike en Choco gaan door het luikje.

De 10 grote
10. Coach
Ik was het eigenlijk al vergeten. Maar daarom was het zo goed. Het ging dit jaar ongemerkt beter met mij. Marina bedankt.
9. Solliciteren
Solliciteren voelde nooit eerder zó als vakantie. Ik sprak Frans en Engels, kwam in heuvelachtige gebieden met veel bos. Ik winkelde in Brussel en bezocht het Europees Parlement. En onderweg genoot ik van de zon. Meedoen is belangrijker dan winnen.
8. Huis verkopen
Voor het eerst verkocht ik in mijn uppie een huis. Met veel winst. Toen ik dat eenmaal gedaan had, kon ik de hele wereld aan.
7. Bandje opheffen
In 2005 begon ik een bandje dat ik in 2006 weer de nek omdraaide. Deze week neem ik de nummers voor de laatste keer op. Het is mooi (geweest).
6. Job opzeggen
Ik vind alles leuk, totdat het over is. Zo gaat dat met relaties en zo ging dat met mijn werk. Mijn ontslagbrief werd een opluchting door alleen maar te bestaan.
5. Nieuw huis
Ik wenste ooit een huis met acht kamers. Nu heb ik er zeven, op een berg, met een tuin.
4. Schepen verbranden
Je schepen achter je verbranden is even au, maar het ruimt wel lekker op. En als het kwaad eenmaal is geschied en je had nog geen nieuwe schepen gebouwd, dan leid je automatisch een bandeloos bestaan. Heel bevrijdend. Het is fijn om alle goede doelen in Nederland te hebben opgezegd, maar nog geen Belgische te hebben, om maar iets te noemen.
3. Zelfstandige worden
Soms droom ik dat ik een financiëel en administratief natuurtalent ben. En als ik dan wakker word, hoef ik sinds kort nooit meer te reizen om naar mijn werk te gaan.
2. Naar België verhuizen
Ze zijn beschaafder en saaier dan wij, maar misschien gaat dat wel samen. En in al hun stijfheid zie ik meer oprechtheid en temperament, maar misschien ben ik nog naïef.
1. Samenwonen
Ik woonde al eerder een paar keer samen of bijna-samen, maar nimmer zat het zozeer als gegoten.