Archief in maanden: april 2007

Bring me the kerel die
altijd het laatst lacht

We moesten dus heel hard lachen om het advies op de secondelijm: ‘Eventueel vastgeplakte vingers scheiden door er een potlood tussen te rollen.’
Haha. Haha. Haha.

Maar nu zijn we dus heel hard op zoek naar de aceton.
En naar die kerel die altijd het laatst lacht.

Zoek de Sjeik (2)

Een nieuw zoekplaatje. Klik op de foto. Mike zit vooraan in het gras – die zoeken we niet.

Voor de mensen die Sjeik in de vorige Zoek de Sjeik nog niet hadden gevonden, is hier de oplossing.

Mag dingetje komen buiten spelen?
of: hoe Zezunja Hyvet
of: hoe het voelt om een stumperd te zijn

Vroeger vond ik het al heel eng. Dan wist ik stiekem wel waar iemand woonde en dan wilde ik dolgraag een keertje knikkeren, steppen, belletje trekken of blikkietrappen, maar dan stond ik uren te dralen voor de deur van het potentiële straatvriendje in kwestie. Kennelijk vond ik het een soort populariteitspoll en was ik er niet gerust op dat de stemming gunstig zou uitvallen.

Vandaag had ik dat weer. Na een jaar lang een slapend Hyves-ding te hebben gehad, werd de druk van buitenaf mij te veel (lees: ik werd dag-in-dag-uit uitgenodigd, en ene JB – niet te verwarren met mijn grote vriend James Bond – stuurde mij zelfs een linkje naar ‘wachtwoord vergeten?’). Dus ik ging mij maar eens wagen aan deze krachtmeting in de ware vriendjespolitiek.

Welnu, ik mocht dan wel dag-in-dag-uit uitgenodigd worden, maar met acht vriendjes ben je in Hyves een heusche stumperd, dus ten behoeve van mijn zelfbeeld en mijn vermeende populariteit is het zaak met spoed meerdere nullen achter mijn vriendjesschare te krijgen.

Kortom: hou u niet in, voeg mij toe en als u niet heel stom bent, voeg ik u ook toe. Wat zegt u? Dat ik de drempel wel heel hoog maak, nu ik ga beoordelen of ik u stom vind? Ja zeg, u mag best eens voelen hoe ik mij momenteel voel. Laten we het erop houden dat populariteitspolls sucken. Big time!

Zezunja’s hoofdpersoon in Hyves heet trouwens Maartje. Da’s voor oude vrienden en dingen die voorbij gaan.

Klik hier voor mijn Hyves-pagina.

HIHNNEJBFGG

In december vorig jaar kreeg ik de volgende brief van Het ik heb nog nooit een James Bond film gezien-genootschap

Geachte Mevrouw Zezunja,

Na een lang en uitputtend beraad (vooral de ballotagecommissie lag nogal dwars), heeft Het ik heb nog nooit een James Bond film gezien genootschap een besluit genomen.
U zult worden toegelaten tot het genootschap wanneer u aan de volgende twee voorwaarden voldoet:
- U bent behept met een selectief geheugen, waarbij de amnesie vooral betrekking heeft op alles wat met filmbeelden van James Bond te maken heeft.
- U belooft plechtig, zolang u lid bent van het genootschap geen James Bond film meer te zullen bekijken, zelfs geen fragment.

Hopelijk kunnen wij u spoedig verwelkomen als volwaardig lid van ons exclusieve genootschap.
Voorlopig staat u in het register ingeschreven als aspirant-lid Zezunja X. (Deze x omdat ons nog geen initiaal van uw familienaam bekend is)

Met de allervriendelijkste groeten,

Irene L.

Kort daarvoor had ik mij namelijk tot HIHNNEJBFGG gewend met de volgende vraag:

Ik zou zo graag lid willen worden, maar volgens mij heb ik er stiekem ooit wel eentje gezien, of misschien zelfs twee. Maar ik kan me er niks van herinneren, mag dat ook?

Toen ik positief bericht kreeg, deed ik een rondedansje en schreef ik:

Yeah!
Of nee: ik dank u nederig, zal mijn oren en ogen sluiten bij alles wat JB (wie? diekeniknie!) aangaat.
En ik zal beloven mijzelf een zeer plaatselijke korzakov-toeval te drinken. Shaken not stirred. Uh… die heb ik zelf bedacht hoor…

Maar vanochtend moest ik bekennen dat ik de belofte had gebroken.

Ik moet geroyeerd worden. Ik zag zondag Casino Royale… Ik voel me schuldig. Heusch.

En dat terwijl ik ‘m niet eens zo goed vond. Ze hadden dat verhaal weg moeten laten – alleen spektakel. Net als bij Lord Of the Rings.

Maar goed, nu moet ik dus op zoek naar een andere hobby.

Hoeveel poten heeft een adoptiepoes? (6)

Hoeveel poten heeft een adoptiepoes? (1)
Heeft een adoptiepoes eigenlijk wel poten?
Hoeveel poten heeft een adoptiepoes? (2)
Hoeveel poten heeft een adoptiepoes? (3)
Hoeveel poten heeft een adoptiepoes? (4)
Hoeveel poten heeft een adoptiepoes? (5)

Allegaartje (2)

Culinaire zaken die de week een zweem van magie gaven.
1. de bloempotjes met dille en peterselie die spoorloos verdwenen en die nog immer niet teruggevonden zijn
2. het dopje van de oliefles dat er zonder waarschuwing af plopte
3. het proberen te verhinderen dat onze huisgenoot een exquise vleermuis zou verorberen

Dingen die deze week een diepe zucht teweeg brachten.
1. de mail die ik beroepsmatig in mijn mailbox moest dulden, waarin stond: ‘Hartelijk bedankt voor uw interesse. Uw bericht is doorgestuurd naar Geert Wilders.’
2. en de mail waarin stond: ‘De D66-fractie bestaat sinds de laatste Kamerverkiezingen uit slechts drie Kamerleden (en drie medewerkers). Hoe jammer we het ook vinden, betekent dit dat we niet meer op alle verzoeken kunnen ingaan. Desalniettemin wens ik u veel succes met het schrijven van uw artikelen.’
3. en die waarin stond: ‘…maar af en toe loopt het administratief wel eens mis…’

Dingen die ik zag waardoor ik vrees dat mijn liefde voor pulp-tv eeuwigdurend zal zijn.
1. de man die in Schoondochter Gezocht nogal hard van stapel loopt en zijn ‘kandidate’ ten huwelijk vraagt en de onweersblik van zijn moeder als ze dat hoort, maar alle mannen in dat programma lijden aan die tenenkrommende eagerness – ik kijk met verbijstering
2. de makers van Temptation Island die immorele, domme tv willen maken en de kandidaten die de ultieme droom zijn van zulke grenzeloze producenten – wat een lol
3. het fragment dat ik zag in De Wereld Draait Door waarin Froukje de Both zegt niet geforceerd op zoek te zijn naar een man – voor de Vlamingen: dat is de spil waar het in de Nederlandse versie van Wie wordt de man van Wendy? om draait, de Nederlandse Wendy van Wanten dus

De meest teleurstellende culinaire voorvallen van de voorbije weken.
1. dat ik de asperges liet droogkoken
2. dat ik de aardbeien schimmelgewijs te lang liet liggen, omdat ik vergat slagroom en/of roomijs te kopen en niet op het idee kwam ze zonder slagroom en/of roomijs te eten
3. de boter die eerst in de magnetron was ontploft en die daarna in mijn thee dreef, omdat ik was vergeten het plafonnetje van de magnetron schoon te maken

Dingen die ik onlangs leerde die ik nog niet wist.
1. dat drooggekookte asperges heel bitter smaken
2. hoe je een action aanmaakt in Illustrator en Photoshop
3. dat de woorden rapunzel en rapaillepoliticus in het Groene Boekje staan

Dingen die Sjeik nog moet leren.
1. dat Mike het niet plezierig vindt als hij 24 uur per dag, 7 dagen per week een puber in zijn nek heeft hangen
2. dat vleermuizen hondsdolheid verspreiden
3. door een brandende hoepel springen

Dingen die mij gelukkig maakten.
1. mijn kersverse lidmaatschap van de Leuvense bibliotheek en dat ik daardoor nu ga weten hoe het tegenwoordig met Adrian Mole gaat
2. de gele bloemen in onze Zuid-Franse muur
3. dat ik zomaar wat beginnende vriendschappen lijk te krijgen in België

Dingen die ik bij de Hema zou willen kopen sinds dat foldertje op de plee ligt.
1. de stretcher
2. het roze behaatje
3. de tuinslang

Dingen die ik me kort geleden voornam.
1. binnenkort weer eens een ontlurkingsweek organiseren, waarin lurkers uitgedaagd worden zich bekend te maken
2. een Wilde Wingerd planten
3. alle instrumenten naar de logeerkamer slepen en daar als een mensenschuwe componist een meesterwerk maken

Dingen die mensen onlangs tegen mij zeiden.
1. ‘Gij zijt just zo’n zottenazzik.’
2. ‘O ja, ik had u moeten afbellen. Ge staat zeker voor de deur?’
3. ‘Ik heb je aanbod grondig doorgenomen en vind het zeeeeeeeer interessant.’

Dingen die me verbaasden.
1. dat ik er dankzij een andere blogster achter ben gekomen hoe weinig stijf mijn overbuurkapster van het kaliber watergolf blijkt te zijn – ze heeft gevoel voor humor, draagt Nikes en haar man verkoopt mooie forellen voor één euro per stuk
2. dat je voor een samenlevingscontract gewoon met een identiteitsbewijs naar het loket moet komen en dat een en ander daarna in een paar minuutjes gepiept is
3. dat ik tegenwoordig kennelijk zeventig procent van mijn lunches en diners die ik door de week buiten de deur nuttig van de belasting kan aftrekken

Zie ook: Allegaartje (1)

My First Prooi


Klik voor een grote foto

Mike en Choco doen al heel stoer als ze een mega-sprinkhaan vangen, maar Sjeik el Moko bleef hier behoorlijk nonchalant onder.

Rara wat is het?

O ja

Over koelkastgedichten gesproken.

KLIK

Zie ook ditte.

Zezunja speelt winkeltje

Goed, u wacht natuurlijk op de afloop van de cliffhanger. Maar ja, u wacht natuurlijk ook nog op de afloop van De Engelsman, De Wildebras en De Goede Vriend. En op de afloop van mijn debuutroman. Dus in het licht van alle urgente dingen in de wereld kan de afloop van de latex handschoentjes best even wachten.

Al was het maar omdat ik de afgelopen dagen wegens mooi weer én een nieuwe hobby in het geheel niet aan schrijven heb gedacht. Of wacht, nee, dat is gelogen. Ik denk er altijd aan, aan dat schrijven, ik denk altijd aan u die met smart wacht tot ik weer een stukje plaats. Heusch. Met schuldgevoel. Maar ik moet van mezelf denken: jammer dan… En dat lukt.

Maar die nieuwe hobby zeg, dat is me wat. Het heet ‘winkeltje spelen’ en het kwam zo: vorige week schreef iemand een reactie op mijn oude weblog en die was als volgt:

hi, ik weet niet of dit de juiste plek is om dit vertellen maar ik ben van Belgie en mijn collega en ik hebben schilderijtjes gemaakt van jullie leuke tekeningetjes. We hebben ze opgehangen in onze gang en het maakt het geheel super gezellig.
Ik ga in september bevallen en ben van plan om eigen geboortekaartjes te maken. ik ga het tekeningetje ‘de lachende man aan de zijlijn’ (een ooievaar met een baby) gebruiken. Moesten jullie nog superideetjes hebben voor een tekstje of andere leuke tekeningetjes kunnen sugereren: altijd meer dan welkom!
veel succes verder!!!!!
door: Lies

Welnu, ik las de reactie en ik werd overvallen door ambivalentie. Eerst was ik gevleid. Ik bedoel: ik weet dat de tekeningetjes in de smaak vallen, maar dat mensen er printjes van maken en die ophangen, dat is een mooi tastbare vorm van populariteit. Dat er ergens in het Vlaamse een werkplek is die opgevrolijkt wordt door mijn De Een en De Ander, dat vind ik een leuk idee dat ik graag langdurig door mijn hoofd laat spelen.

Maar ik was ook pissig. Damn, er staat toch duidelijk een auteursrechtenmelding op mijn oude weblog. Er staat toch duidelijk dat niets mag worden verveelvuldigd et cetera. En dan denkt zij dat ik dat leuk vind? Dat ik het leuk vind dat iemand die een reactie eindigt met godbetert vijf uitroeptekens mijn plaatjes steelt? Iemand die daar ook nog voor uitkomt? Shit. Verdoeme.

Maar vervolgens werd ik natuurlijk kwaad op mezelf. Want waarom steelt zij die plaatjes? Omdat het kan! Omdat ik zo naïef ben geweest die dingen op internet te zetten zonder watermerk en zonder copyrightmelding in de afbeelding. Omdat ik zo stom was om te denken dat mensen die plaatjes alleen leuk vinden om naar te kijken. En misschien om er af en toe iets aardigs over te zeggen, om mij een goed gevoel te geven. Ik voelde me plots de grootste naïeveling op aarde.

Dus ik heb eerst twee zakken chips leeggegeten, waarna ik een plan de campagne voor mezelf opstelde. Die plaatjes moeten eraf, want als iemand die plaatjes op geboortekaartjes zet dan moet ik dat zijn. Of mijn lief, maar die heeft dat al gedaan. De ooievaar staat al op een geboortekaartje, dus Lies: zo origineel is het niet.

Maar goed, die plaatjes moeten eraf. Daarna een watermerk erop. En dan mogen ze weer op internet. En dan? Ja dan moet ik het feit dat mensen ze willen hebben maar gewoon uitbuiten, toch?

Dus ik besloot tot een winkeltje. Mijn eigen De Een en De Ander-toko. Maar dat viel nog niet mee, want toen ik de plaatjes destijds tekende, was het slechts de bedoeling dat ze mijn stukjes opvrolijkten. Daarvoor was 250×250 pixels en 72 dpi meer dan genoeg. Maar voor een mooie afdruk op een mok (want daar gaat het om, kijk maar) moeten ze minstens 200 dpi zijn. En voor een afbeelding op een tas of een poster moeten ze minstens 2000×2000 pixels groot zijn. En ik ben geen vormgever of tekenaar, dus voor mij is zoiets héél moeilijk.

Hoe dan ook: het is gelukt. Met behulp van Photoshop, Illustrator en mijn geliefde heb ik alle plaatjes aangepast en ze op allerlei mokken en strings geplakt. Het winkeltje is bijna klaar en ik heb een nieuwe hobby: winkeltje spelen.

Om de grote versies te kunnen laten zien, moet ik eerst nog overal een watermerk opzetten. Bovendien moet ik nog uitzoeken bij welke oude stukjes er De Een en De Anders staan, zodat ik die er kan afhalen. Dus hoewel het mooie weer is verdampt, ben ik nog wel even zoet met andere dingen dan schrijven.

Edoch, vanaf volgende week is de winkel van Het Eiland Neus geopend. Tot die tijd kunt u uw geld verbrassen bij Dagmar in haar Cryptia-winkeltje. Maar hou nog wat liquide middelen over voor het Yawn-kussen of het Ziziz Tievie-jekkie. En klik even op het plaatje hierboven. Dan heb ik het niet voor niets gewatermerkt.
Goed? Dat is dan afgesproken.

Naïef en boeklezend, dat was het devies

Eigenlijk ben ik helemaal niet zo crimineel. De enige dingen die bij mij duiden op burgerlijke ongehoorzaamheid zijn illegale flessen of kranten in de vuilnisbak, mijn fietslampjes die ik steevast vergeet, en het stukje stuff dat ik eens in de zoveel tijd naar België smokkel.

Maar deze nietige overtredingen, een verdacht hoofd en de verkeerde vrienden zijn voldoende aanleiding voor een lange loopbaan als verdachte in eender welke kwestie.

Vandaar ook dat ik niet zo schrok toen die hasjhond op het station in Maastricht op mijn knie stond te kwijlen. Van Zwitserland tot Spanje hadden douaniers mij tot in het diepst van mijn tandpastatube onderzocht. Tien van de tien keer was ik onschuldig, tien van de tien keer zag ik er kennelijk wel schuldig uit.

Nu zag ik er nauwelijks schuldig uit, diep verzonken in mijn boek, haartjes netjes in een meisjescoupe en een Nederlands paspoort op zak. Maar ik was wel schuldig. En dat wist die hond ook. Niks meisjeshaar, niks geletterd en hoogopgeleid. Hij rook hasj.

Klopt, zei ik tegen de douanier in burger, toen die het vermoeden uitsprak dat ik verdovende middelen op zak had. Ik vond het vervelend, onhandig, schaamtevol. En spannend. En dat allemaal maal tien, want ik had even daarvoor een jointje gerookt in een coffeeshop.

De toon van de douanier was vriendelijk en correct. Wat het was, hoeveel het was, of ik een identiteitsbewijs had en of ik misschien even mee zou willen komen.
‘Dus dan ga ik deze trein niet meer halen?’ vroeg ik, terwijl ik probeerde luchtigjes te kijken. En daarmee was ook mijn toon gezet.

‘Nee, deze niet, maar de volgende wel hoor’, zei de douanier geruststellend.
Ik probeerde mijn gezicht in de plooi te houden. Naïef en boeklezend, dat was het devies.

Ik pakte mijn spulletjes – jas, tas, pet, boek – met mijn vingers tussen de bladzijden – en ik merkte dat ik werd aangestaard door de rest van de trein. Ik werd rood, want ik wist toen nog niet dat ik een groot deel van het publiek later zou terugzien op het beklaagdenbankje.

Eenmaal buiten begon de douanier gezellig een potje te keuvelen. We liepen naar een kantoortje op het perron. Of ik gewinkeld had en waar ik woonde. Of ik niet méér bij me had, want als dit alles was, dan kon ik zo weer gaan. Ja, het kon hem niet schelen hoor, maar ja, ik ging internationaal terrein op hè, dus daarom moest ik even gecontroleerd worden. Stelde niets voor. Hij was de goeie peer en ik het naïeve dromertje. Dat was dan afgesproken.

Binnen in het kantoortje was het een drukte van belang. Achter glas zaten een stuk of acht rechercheurs als een soort Afghaanse drugshandelaren hasj en wiet te wegen. Dat wisselden ze af met het aan- en uittrekken van latex handschoentjes ten behoeve van het nader onderzoek in de hokjes achterin. Tussendoor riepen ze dingen naar elkaar als: ‘Die jongen met dat lange haar had naast die 4,6 gram in zijn broekzak, ook nog 7 gram in zijn sok en 8 gram in zijn onderbroek.’

Aan mijn kant van het glas zat de halve trein, de andere helft moest nog komen. Waalse jongetjes en mannen van allerlei pluimage, een enkele Vlaming en één ander meisje. Ik stelde vast dat in dit segment van de markt mannen de boodschappen doen.

Het kantoortje was te klein. Er waren te veel agenten, te veel aanhoudingen, te weinig hokjes, te weinig weegschalen, te weinig zitplaatsen, te weinig bureaus en te weinig vrouwelijke rechercheurs.

Het wachten was op die vrouw. Wachten tot die ene vrouw haar handen vrij had – ja ja, we gaan plastisch worden. Wachten tot ik eindelijk met haar in zo’n hokje mocht en erachter zou komen waar die latex handschoentjes voor bedoeld waren.

Wordt vervolgd.

Gezocht: de ondernemer in mij

Het wil me maar niet lukken om mezelf als ondernemer te zien. Hoe hard men ook brieven schrijft naar de afdeling inkoop van Het eiland Neus, hoezeer ik ook afhankelijk dreig te raken van mijn btw-nummer, het ondernemersgevoel wil er maar niet in.

Op de lagere school had ik al iets tegen ondernemerskindertjes. Die waren luidruchtig en stoer, waarschijnlijk omdat ze tot zes uur ’s avonds het rijk alleen hadden. En op koopavond. En op zaterdag.
Ik was vermoedelijk gewoon jaloers.

In mijn familie zijn nauwelijks ondernemers te vinden. Ik kom uit een familie van onderwijzers, bestuurders en hulpverleners, van landbouwers en verzekeringsagenten en van een enkele vrijbuiter. Geen ondernemers.

Toen ik in Nederland al freelancend mijn geld verdiende, was het eenvoudig: ik boorde mijn contacten aan, splitste ze wat ideeën in de maag, schreef een artikel en een rekening en maakte het geld dat naar mij werd overgemaakt zo gauw mogelijk op. Daarna begon dit proces opnieuw. Ik had daarnaast en goede baan en een rijke man, dus daar kwamen geen ondernemerskwaliteiten aan te pas.

Het gevoel een ware ondernemer te moeten zijn, wordt vandaag de dag echter nijpender. Één opdracht is geen opdracht, ik moet over een jaar ook opdrachten hebben. Ik heb geen netwerk, geen bijbaan, geen oude bekenden, maar ik moet wél veel werk hebben én zeker werk. Dus ik moet aan acquisitie doen. Aan marketing. Aan pr. Aan klantenbinding. Aan ondernemersvriendschappen.

Mijn belastingen zijn ingewikkeld. Ik ben gemengd btw-plichtig, ik werk in twee landen, ik werk in het schemergebied van vorming, kunst, journalistiek en copywriting en ik heb de ballen verstand van Belgische belastingen. Ik heb een boekhouder, een btw-inspecteur en een startersconsulent met wie ik een warm contact onderhoud en ik zou baat hebben bij een financieel plan. Poepoeh. Tsjongejonge. Nounou.

Ik zou er bijna zenuwachtig van worden. Zenuwachtig van zoveel taakjes die geld kosten. Zenuwachtig van zo weinig vangnet, want geen recht op een uitkering. Zenuwachtig van zoveel verantwoordelijkheid – en dan heb ik nog niet eens kinderen. Zenuwachtig van mijn jacht op de opdracht to end all opdrachten. Zenuwachtig van het ondernemersgevoel dat maar niet wil komen.

Ik werk wel. Redelijk hard zelfs. Dus dat is het niet. En ik heb ook opdrachten. Maar ik werk niet als een ondernemer. Ik geloof dat ik mijzelf *kuch* meer als talent zie. Dus ik ben vereerd als iemand me wil hebben, daarna ga ik laten zien hoe goed ik wel niet ben en vervolgens blijk ik het niet zakelijk genoeg te hebben aangepakt, waardoor een opdracht te weinig oplevert – of erger: me geld kost.

En dan zie ik op tv van die programma’s waarin Britten of Australiërs leren een eigen onderneming op te starten. En jawel: instant schuldgevoel. Want: heb ik de markt wel goed verkend? Weet ik wat mijn concurrenten doen? Hoe wordt de omzet in mijn markt verdeeld? Waar liggen mijn kansen in de regio? Welk publiciteitsmiddel biedt mij de meeste kansen? Waaaah.

Meestal ga ik dan op zoek naar chocolade. En dan ga ik nadenken over mijn ondernemingsplan.

Mijn ondernemingsplan is als volgt: ik wil leuk werk, comfortabel werk, weinig schulden, een goede toekomst en voldoende vrije tijd. En dat doe ik door niet te investeren in personeel en andere humbug, maar gewoon door mooie stukkies te tikken en met goede ideeën op de proppen te komen. Ik leg mijn lot in handen van mijn adviseurs en doe ondertussen alsof ondernemerschap iets met talent te maken heeft.

Ja, en dat is dus volgens mij niet goed.

Een schattig statement

Bij onze avondwinkel verkopen ze zweetbandjes. Met motiefjes van vlaggen erop. Ik vind dat raar. Er komen bijna geen toeristen bij onze avondwinkel.

De zweetbandjes van Nederland liggen altijd bovenop in het doosje. Een roodwitblauwe en een knaloranje bandje met in witte sierletters: Holland.

Ik schaam me altijd een beetje als ik die bandjes zie. Plaatsvervangend. Voor degene die ze ooit gaat kopen.

Donderdag was ik in een ludieke bui. Ik dacht: weet je wat? Ik koop zo’n zweetbandje. Met een Belgisch motiefje. Als souvenir voor Dwarzand in Amsterdam. Rood, zwart en geel zijn best mooie kleuren. Ze hebben een zweem van de jaren tachtig.

Ik checkte nog even of het wel de Belgische vlag was. Ja, knikte Yuri. Ja, knikte de Indiase avondwinkelier die geen Nederlands spreekt.

Dus ik kocht een Belgisch zweetbandje voor Dwarzand. En eentje voor mijn zus. En voor haar man. En voor mezelf. Ik vond het heel grappig. Een Belgisch zweetbandje. Een schattig statement. Goedkoop ook. Goedkoper dan pralines.

Maar nu zitten we dus met vier Duitse zweetbandjes. Volgens Google.

En Yuri houdt vol dat hij er trots op is dat hij zijn ‘eigen’ vlag niet kan herkennen. Ook al zo’n schattig statement.

Maar dan blijft de vraag: wat moet een mens met vier Duitse zweetbandjes?

Hoe de Belgen mij van het
roken af willen helpen

Voor de Nederlanders en de niet-rokers: dit is een voorbeeld van de plaatjes die sinds kort op de Belgische pakjes sigaretten staan.

Unidentified Flying Flemish (4)

autostrade = snelweg
smossen = morsen
broodje smos = broodje gezond
schol = proost
boeleke = baby’tje
ik ben mottig = ik ben misselijk
melig = corny/kitcherig
zagen = zeuren
sjieken = kauwgom kauwen
kremmeke = ijsje
mazout = stookolie
boke = boterham

Zie ook de parade van mooie Vlaamse woorden in Unidentified Flying Flemish (1) en Unidentified Flying Flemish (2) en Unidentified Flying Flemish (3)

Men noemt mij thuis een snoepje

Gouwe Ouwe © Poppetje

De Gouwe Ouwe is deze keer niet van mijn hand, maar van PP. Poppetje. Die interviewde mij anderhalf jaar geleden en aangezien een aantal vragen nog steeds actueel is (zoals waar komt de naam Zezunja vandaan, die vraag werd mij gisteren nog gesteld) leek het interview mij een mooie goldenoldie voor de nieuwe Narcisme.

Wat losse flodders uit het interview:

“En je mag de grootst mogelijke onzin opschrijven, want dat is heel normaal in popmuziek.”

“Een avond waarop ik normaal gesproken een weblog begin, besluit Djembé te leren spelen of zelf mijn haren ga knippen.”

“Webloggen is een rage. Webloggen is niks. Webloggen is alles.”

Klik hier voor het hele interview of klik op Narcisme.

Zezunja linkt naar haar ware identiteit

U wilt mij natuurlijk dolgraag ontmoeten. Nou, dat kan, zij het tegen betaling.

In mei geef ik een cursus ‘Journalistiek Proza – Interviewen’ van anderhalve dag bij Wisper. Hoewel ik niet weet of het al dan niet stormloopt – misschien is er allang geen plaats meer – toch even een reclameboodschap in de zendtijd voor geldverdienende partijen. Al was het maar omdat ik doodsbang ben dat men zich alleen bij Wisper vervoegt wanneer men wil leren Afrikaans dansen of als men zin heeft in een cursus vingerverven voor alleenstaanden. Met andere woorden: ik vrees dat mensen zich voor ambachtelijke zaken overal melden, behalve bij Wisper, omdat Wisper bekend staat om creatieve cursussen op het gebied van dans, literatuur en beeldende kunst. Welnu: bij mij leert u een ambacht en toch wilde Wisper mij programmeren. Hoera!
Maar nu is het dus zaak die cursus vol te krijgen. Anders zal ik de cursisten die zich een maand geleden al hadden ingeschreven, moeten teleurstellen. Bij te weinig deelnemers zal Wisper de cursus namelijk zonder pardon annuleren. En dat zou jammer zijn voor iedereen die een meet & greet met mij wilde.

Kortom, KLIK DOOR naar Wisper en schrijf u in. Of als u zelf geen enkele behoefte voelt om te leren interviewen, stuur deze link dan door naar alle vrienden en familie van wie u vermoedt dat zij wel dolgraag eens zouden willen leren hoe je iemand op subtiele wijze het hemd van het lijf vraagt.

Op de koop toe, krijgt u mijn ware identiteit. Wie had dat ooit gedacht…