Archief in maanden: mei 2007

Het Eiland Neus vergadert

Toen ik thuiskwam, had hij een besluitenlijstje klaar. Als u op het stukje hieronder heeft geklikt, kent u ze, die besluiten. Aangezien ik mijn vrije avond had doorgebracht met vijf wijn en fijn gezelschap barstte ik in huilen uit. Besluitenlijsten van dat kaliber doen het goed bij mijn traanbuis. Vijf wijn ook. Zeker als ik in de veronderstelling verkeer dat hij dolblij is dat ik eindelijk een avondje weg ben. Dat hij niets liever doet dan even niet aan mij denken. En dat er dan ineens een besluitenlijst ligt als ik thuiskom. Aboe aboe snotter snif. Maar goed, genoeg over de schoonzus die zijwegen bazelt.

Vandaag het echte werk: de vergadering begon om half vier. Agendapunt 1 – het besluitenlijstje van mijn compagnon – was een hamerstuk. We waren allebei akkoord en bestelden om dat te vieren een portie kippenboutjes en een Spaanse tortilla.

Agendapunt 2 daarentegen kostte anderhalf uur, twee cola, een plat water, talloze hoofdbrekens en zeker vier sigaretten. De financiën. Conclusie: florissant is anders. Pas in oktober spelen we quitte en in november maken we winst. Maar hee, een beginnend bedrijf en hetzelfde jaar nog winst maken? Dat is geen kattenpis. Om dat te vieren maken we de winst van november al in juli op.

Dan puntje 3, waar halen we meer opdrachten vandaan? Nou uhm, gewoon, meer opdrachten binnenhalen. We knikten ferm en bestelden maar vast een borrel, terwijl dat pas agendapunt 6 was. Een rode porto en een kir. Niet royal, want de winst was al elders verdeeld. De penningmeester vond een gewone kir het hoogst haalbare.

Puntje 4, wat willen we? Uh, meer opdrachten. Nee, nee! Even een punt van orde: meer opdrachten was punt 3, dat hebben we afgehandeld. Zo gaat ‘t uren duren.

Nou okee, stoppen met roken dan maar, want daar was die winst van afhankelijk. O ja. Nou goed, een planning dus. Dán stoppen, dán lopen, dán zwemmen. Helden zijn we! Mag dat wel even in de notulen? Ech-te helden! En we staken er nog maar een op.

Punt 5, de welbekende weeveeteeteekaa. Nou, er kwam van alles ter tafel. De zo zorgvuldig berekende winst kalfde langzaam af. Nog een schuldje hier, en een ziekenhuisrekeningetje daar. Maarre… dat was punt 3! Heren! Dames! Orde!

De rondvraag. Op de eerste vraag zei de voorzitter: Ja, ik wil met je trouwen. Terwijl die vraag nog niet eens gesteld was. Dat was meteen ook de laatste rondvraag. Daarna kon er geborreld worden.

Dames en heren, nog één mededeling: de rekening, met btw bon, afleveren bij het secretariaat. Die kan namelijk worden afgetrokken. Ook de kir. Over twee weken is de volgende vergadering. En nu, hup, naar huis. Het is al half zeven. De poezen hebben honger.

Schoonzus bazelt zijweg

(lees verder)

Naïef en boeklezend (2)

Dit is een vervolg op: Naïef en boeklezend, dat was het devies.

Terwijl ik wachtte, bekommerde de douanier die me had binnengehaald zich om mij. Het was duidelijk dat hij me met alle egards wilde behandelen, maar dat dat lastig ging. Hij kon me geen zitplaats aanbieden, want er waren tien keer zoveel mensen als zitplaatsen. We konden de zaken niet snel afhandelen, want hij had een bureau nodig om formulieren in te vullen en verder waren alle weegschalen, alle hokjes en de enige vrouwelijke rechercheur bezet.

Uiteindelijk liet een hij een nerveus jongetje van een jaar of zeventien opstaan om mij te laten zitten. Dames gaan kennelijk voor. Ik moest mijn spulletjes in een lichtblauw afwasteiltje doen. Mijn pet, mijn boek, mijn agenda, mijn paspoort, mijn verblijfsvergunning en de serie sleutels-portemonnee-sigaretten. Mijn hasj was al meegenomen naar de wachtrij voor de weegschaal.

Omringd door Waalse jongetjes die over het algemeen nogal bangig uit hun ogen keken, vulden we het formulier in. De douanier werd alsmaar jovialer. Waarom ik toch in godsnaam in België was gaan wonen als ik uit Amsterdam kwam. En of ik Frans sprak. En dat ik heus wel mocht roken, maar alleen in de coffeeshop. En niet op internationaal terrein hè, daar zijn afspraken over.

Ik knikte en humde en riep af en toe ‘ik was me van geen kwaad bewust’ of ‘goh, daar had ik geen idee van’. Het werkte. Hij zette er vaart achter. Kennelijk had hij onthouden dat ik toch op zijn minst de volgende trein wilde halen. En vermoedelijk vond hij het kantoortje ook niet de ideale plek voor naïeve meisjes met meisjeshaar. Tussen al die jongetjes, die latex handschoentjes en die verdovende middelen.

Waar ik het had gekocht, wilde hij weten. Geen idee, zei ik. Naar waarheid. Het klonk misschien wat stom, maar ik wist het echt niet. Ik onthoud van coffeeshops of het er gezellig was, en welke muziek ze draaiden. Niet welke naam er op het raam staat.

Maar hij vroeg niet welke muziek ze draaiden, hij vroeg hoe het daar heette. Hij gaf me een map met tientallen foto’s van coffeeshops in Maastricht en omstreken. Ik bladerde wat en ik kreeg het ineens heel warm. Geen moment had ik de gevel en de naam van de coffeeshop een blik waardig gekeurd, hoe moest ik nu de juiste foto aanwijzen?

In de map zat een foto van een coffeeshop met een deur die naar buiten opengaat.
‘Deze is het’, zei ik. ‘Want die deur gaat naar buiten open. Ik herinner me die deur.’
De douanier fronste. ‘Wil je niet nog even verder kijken?’
‘Nee’, zei ik, blind vertrouwend op het fotografisch geheugen dat me overvalt als ik een jointje heb gerookt.

De douanier, die vermoedelijk geen jointje had gerookt, vond het argument van de deur duidelijk wat zwakjes, maar hij deed het ermee. Wel moest ik weer zo snel mogelijk de rol van het boeklezende meisje-meisje aanwenden, voor het geval ik met mijn openslaande deur imagoschade had opgelopen.

Intussen zwelde de groep verdachten aan. Vrijwel iedereen uit de trein Maastricht-Luik bleek betrapt door de hasjhond. De achterstand van de agenten in het kantoortje liep op. Waren er toen ik binnenkwam nog maar een stuk of vijftien Waalse jongetjes, nu waren het er al dertig.

De douanier die zich over mij ontfermde, spoorde zijn vrouwelijke collega aan. ‘Zij eerst, nee echt, zij eerst.’ Als was ik de koningin zelve. Intussen zat ik een beetje schaapachtig, want stoned, om me heen te staren. Ik had een glimlach om mijn mond, een oprechte. Ik vond het serieus vermakelijk allemaal. Die bange jongetjes, de aan de lopende band wegende agenten, de mededelingen over wie wat in welk lichaamsdeel had verstopt: allemaal zeer amusant.

Als blikken konden doden, lag ik daar ter plekke te creperen, want de Waalse jongetjes waren helemaal niet zo geamuseerd. Waarschijnlijk omdat de meesten zich niet hadden beperkt tot vijf gram. Zij snapten niets van mijn glimlach.

Er was een weegschaal vrijgekomen. ‘Mijn’ douanier begon te wegen. ‘Weet je zeker dat het niet meer dan vijf gram is?’, vroeg hij nog eens. ‘Ik denk het niet’, zei ik. ‘Tenzij ik gematst ben, maar dat zou dan de eerste keer zijn.’ Daar moest de douanier smakelijk om lachen.

4,76 gram. Dat betekende dat ik een dikke joint had gedraaid, daar in die coffeeshop met de naar buiten openslaande deur. De douanier leek opgeluchter dan ik. Hij had me erg aardig behandeld en als ik hem dan had voorgelogen, was hij natuurlijk de grote sukkel.

Het moment dat ik naar het hokje mocht was aangebroken. De agente trok een stel schone latex handschoentjes aan en wenkte mij.

(wordt vervolgd)

Door de broccoli ben
ik niet langer een boeddhist


(klik voor groter)

Wist u dat slakken die door van die roze korrels aquaplannen, knetteren als een gezellig houtvuurtje?

Hoe het feest was

Eerst was het leuk. Naar het theater in een gemeenschapscentrum (niet lachen, dat is hier een heel normaal woord).
Toen werd het eigenlijk nog leuker. Het decor: een heleboel graszoden, uitgerold op het podium. Dat vond ik retetof.
En toen werd het ineens minder: dikke ogen, tranen, snot, niezen, hoofdpijn. Hooikoorts.
Hooikoorts is altijd buiten. Dit was binnen, met de deur dicht. Dat raad ik niemand aan.
En toen werd het echt kut: bij thuiskomst trof ik 1100 spammails in één avond.
Voor wie nog wat leuks wil: het schoolkrantinterview staat in de zijbalk.
En bij mijn werk in de zijbalk staan meer linkjes, zoals deze en deze.
Maar voor echt dolle pret verwijs ik u graag naar het gras bij de buren. Mijn links zijn namelijk ververst en bovenal: herschikt.
Wat een lol.

Het is nieuw hier

Yup, nieuw.

Een maand of acht geleden maakte ik een eigen site op mijn eigen domein. Ik had toen iets in mijn hoofd met kaders en ronde hoeken, met ismen en mouse-overs, met behangetjes en horsepukeletters (haha, paardenkotsletters, wat zegt dat over mij?).
Het lukte. Ik was trots op mijn eerste, deels zelf getweakte, weblogje. Weg bij punt.nl, mijn eigen toko op mijn eigen domein. Origineel, vond ik het. En niet lelijk.

Maar ik was mezelf niet meer. Zo ingekaderd, zonder wit. Zo gebonden aan een kolombreedte die mijn breedsprakigheid alleen maar meer onderstreepte. Zo zonder Georgia, met een keurig uitvullend blokje tekst. Geen mogelijkheid meer tot uitgesneden De Een en De Anders. Geen humor en luchtigheid, met die donkere pasteltinten. Maar bovenal: zó’n ingewikkeld Wordpressthema dat ik ideeën die op achternamiddagen in mij opborrelden absoluut niet zelf kon uitvoeren.

Nu heb ik html-les gekregen en een simpel thema uitgekozen. Ik heb gisteren van alles gedaan dat ik niet voor mogelijk hield. Hoog tijd om mijzelf apetrots op de borst te roffelen. Natuurlijk had ik Yuri wel nodig als het echt moeilijk werd (mijn dank is groot), maar voor de rest deed ik het zelf. Het bedenken én het uitvoeren. Ik ben blij.

Heden ben ik mijzelf weer.

(Voor nieuws over Ondergoed, lees vooral het stukje hieronder)

Schrijvers in Ondergoed

Vanaf vandaag ben ik ook elders te lezen.
Wij (Schrijvers in Ondergoed) zijn gelancederd.
Wat een nieuwigheid allemaal!
Karin schreef een introductie:

Lees meer… »

De gipsfetisjisten spoelen
weer massaal aan

Vandaag had mijn oude website meer bezoekers dan deze. Dat gebeurt wel vaker. Zo eens in de twee maanden als de luie vragenstellers van Insites hun twee jaar oude prijsvraag weer eens bovenhalen en iedereen wederom al googelend bij mij komt kijken hoe het paard van Gandalf heet.

Maar vandaag was het van ‘no referring link’. En ze gingen allemaal naar één stukje. Echt állemaal.
Dan weten we wel hoe laat het is. De gipsfetisjisten vieren weer een feestje op mijn site.
Vroeger kon ik zien van welk forum ze kwamen. Nu niet, dus waarschijnlijk is het een betaalsite. Het moet niet gekker worden.

Én bedankt

De mail die ik ontving:
“Heho daar, zoen.
Ik heb snel (nu) je hulp nodig in de wereld van de goede smoes. Bel me.”

Het telefoontje:
“Ja, ik moest jou hebben. Ik ken geen betere leugenaar.”

De totstandkoming van Breeze
en een liedje, ja, een liedje

Nadat ik de band om zeep hielp met de mededeling dat ik ruim tweehonderd kilometer verderop ging wonen, was het gedaan met de drummer, de bassist en de achtergrondzangeres. Geploeterd hadden we. Gezweet en gefoeterd. Maar tot dan toe bleken we niet in staat ook maar één nummer met zijn vijven foutloos te spelen. En dat zou er dus ook nooit van komen.

Jammer vond ik. Ik had het aan mezelf te danken, maar toch: eeuwig zonde. En dus gingen Dwarzand en ik verder hoe we ooit begonnen waren: hij, ik en de drummasjien. Tijdens mijn laatste maanden in Amsterdam, die bestonden uit verhuisklaar raken en afscheid nemen, spendeerden we elke vrije minuut aan het opnemen van de liedjes voor het nageslacht. Ik wilde dolgraag dat de liedjes die we niet hadden afgekeurd toch nog beluisterbaar op tape zouden staan. En Dwarzand was welwillend genoeg om mij daarin te steunen.

Dus deden we een poging om een mooie drum uit de vooroorlogse masjien te persen. Om de eerste en tweede stem zo foutloos mogelijk op de door stoom aangedreven vier-sporenrecorder te krijgen. Om waar nodig een tweede gitaar erdoorheen te weven. Kortom: we deden een poging om er nog à­ets van te maken.

De eerste week van januari dit jaar ging ik nog een weekje naar Dwarzand. Voor de puntjes op de i. De meeste gitaarpartijen lagen ergens in een vergeten hersencel van zijn hoofd, dus we moesten het doen met wat er al was. Dat was lang niet allemaal goed, maar sinds ik Garageband heb en een heilig optimisme in eigen kunnen, deert zulks mij niet meer. ‘Dat foutje werk ik wel weg met een effect’, zei ik. Of: ‘Die stem zing ik nog wel een keer in, gewoon thuis, achter de computer’.

Nou, dat heb ik geweten. Ik had tegen Dwarzand gezegd: neem alle sporen maar achter elkaar op, op een cassette. Dan zet ik ze op de pekjoeter en vervolgens ga ik wel wat aflakken en bijvijlen. Dat doe ik wel even. Haha.

Haha dus. Heel hard: HAHA. Want zo gemakkelijk ging dat niet. De vier-sporenrecorder van Dwarzand wordt door stoom aangedreven en zegt tjsoeketsjoek. En zoals het een vooroorlogs apparaat betaamt: de punctualiteit is ver te zoeken. Met andere woorden: Zezunja speelde het bandje af, maakte van elke instrument een digitaal spoor, zette ze onder elkaar en hoorde een canon.

Een canon die niet als canon bedoeld was. De eerste twintig seconden begonnen wel goed, maar daarna raakten de gitaar en de zang elkaar steeds meer kwijt. Dan was de gitaar lekker aan het doorratelen en tien seconden later kwam ik daar nog eens een beetje achteraan kakken met wat lalala. Lekker dan.

De verklaring was eenvoudig: het motortje van de vier-sporenrecorder liep soms wat trager, dan weer wat sneller. En toen Dwarzand de sporen één voor één voor mij op een tapeje zette, had het motortje ook naar eigen goeddunken af en toe wat vertraagd en wat versneld. Helaas liep-ie niet bij elk spoor op hetzelfde moment trager en sneller.

Schuiven met de sporen hielp niet. Dan was het begin weer fout. Zuchten en steunen hielp ook niet. Huilen ook niet. En mijn computer is te duur om door het raam te smijten. Het raam ook trouwens.

Maar het Eureka-moment kwam. Gelukkig. Ik zou de gitaar laten zoals-ie was en dan de zangsporen verknippen. Strofes knippen die ik dan onder het juiste stukje muziek zou zetten. Jaja, zeg nog maar eens haha. Want, mijn god, wat ik mezelf daarmee op de hals haalde!

Avonden heb ik zitten knippen, zitten schuiven, zitten vloeken, zitten luisteren. Keer op keer constateerde ik dat er zelfs binnen een strofe van vijftien seconden ongewenste vertragingen optraden. Dus dan ging ik maar weer knippen, schuiven en vloeken.

Ik zal u verder niet vermoeien met het verhaal van de drum, die ik niet mooi vond. Dat ik die wilde vervangen door een sampletje van conga’s uit Garageband. En dat dat niet ging omdat ik het aantal beats per minute verkeerd had ingesteld. En hoe ik toen weer heb lopen vloeken, zuchten en steunen. De komende maanden ga ik daar nog een oplossing voor zoeken.

Het halffabricaat van Breeze is nu wel klaar voor de openbaarheid, ook zonder conga’s. Dus u mag luisteren. Dat ik het griezelig vind om dit nummer aan u te laten horen, zal ik niet verklappen. Dat hoeft niemand te weten.

Wat u verder nog over Breeze moet weten is dat het een a-typisch nummer van Little White T-shirt is om twee redenen: 1. Dwarzand heeft de tekst geschreven en 2. hij zingt mee. Normaal zingt hij nooit mee en alle andere teksten heb ik geschreven. Goed, tot zover. En nu:

luisteren maar (klikkerdeklik)

Voor mij is het tijd om te beginnen met het volgende nummer, qua knippen, plakken, schuiven, vloeken en zuchten.

U mag weer lurken hoor

Zo! Dat zit erop. Gelukkig, want ik was het helemaal zat, dat geontlurk.
En toch en toch en toch vond ik het een groot succes, super plezant, gezellig en een egoboost van jewelste.

Uiteindelijk heb ik 116 websites kunnen toevoegen aan de lijst met deelnemers. Dat waren er vermoedelijk nog wel iets meer, maar lang niet iedereen meldde zich hier en hoewel ik sommigen uit mijn statistieken kon vissen, omdat ze naar mij linkten, waren er ook veel die niet linkten. Die kon ik dus ook niet op de lijst zetten. En nu is het te laat.

Hoeveel mensen bij mij ontlurkten, weet ik niet precies, maar het zullen er rond de honderd geweest zijn. Eigenlijk is dat het grootste succes, want daar was het me in eerste instantie om te doen. Ik wilde heel graag weten wie er achter die honderden pageviews per dag zaten en dat is deels gelukt. Ik moet zeggen: verbazend. Ik dacht dat ik de meeste lezers al eens eens eerder zou hebben gezien, maar nee, er zaten talloze onbekende namen achter, met linkjes naar voor mij onbekende websites. Ik wil maar zeggen: wees welkom, maak het u gemakkelijk, doe alsof u thuis bent, lurk er maar weer op los en wilt u nog iets drinken?

Ook de weerstand vond ik leuk, trouwens. Dus iedereen die me daarmee bij mijn kruis wilde pakken: nana-nananaa, dat is lekker niet gelukt. Ik ben beretrots dat Yuri en ik iets op poten hebben gezet waar mensen zich tegen wilden afzetten.

Tot slot: ik hou van lurkers, maar ik hou misschien nog wel meer van reageurs. Simpelweg omdat die mij bevestigen en dat is niet onbelangrijk als je soms het gevoel hebt dat het leven is coming to get you. Maar voor iedereen geldt: goedemorgen, het is weer een gewone week, met gewone stukjes, met gewoon werk dat me van gewone stukjes gaat afhouden. Blij dat u er bent!

Zie ook:

*Ontlurkingsweek – 14 t/m 20 mei 2007
*Lijst met deelnemers Ontlurkingsweek
*Everything you always wanted to know
(but were afraid to ask)
…over de Ontlurkingsweek
*De stand van zaken – Ontlurkingsweek
*Stand van zaken (2) – Ontlurkingsweek
*Stand van zaken (3) – Ontlurkingsweek

Herinneringen aan een wit t-shirtje

Een stukje over Little White T-shirt moest dit worden. Of liever gezegd, een stukje over wat er nog over is van Little White T-shirt: mp3’s en bandjes (jaja, good ol’ cassettes) vol met nummers, goedgekeurd en afgekeurd, en een reeks geweldige herinneringen.

Omdat ik de mensen die nog niet zo lang meelezen wilde uitleggen wat Little White T-shirt is (de band die ik in 2005 oprichtte en in 2006 weer de nek omdraaide), zocht ik naar stukjes die ik er ooit over schreef. Maar omdat het de bedoeling was dat ik van een kleine reminder naadloos zou overschakelen naar mijn bezigheden nú omtrent de nummers van Little White T-shirt, plus een ‘nieuw’ nummer, mocht het stukje niet te lang worden.

Maar uitleggen wat Little White T-shirt is en wat de band voor mij betekende, kan niet in een handomdraai. Er is te veel gebeurd, ik was er een jaar lang ongeveer drie dagen per week mee bezig en ik schreef er talloze stukjes over. Tegenwoordig ben ik avond aan avond bezig met het ‘verknippen’ van de nummers (daarover later meer). Om de nieuwe dingen niet te laten ondersneeuwen door een linkje hier en een verwijzinkje daar, heb ik besloten eerst een round-upje te maken.

1. In den beginne was er niets. Alleen mijn beste vriend én gitarist Dwarzand. Ik zocht dus een zwikkie. Muzikanten die net als ik zin hadden om een bandje te beginnen in Amsterdam. En hoewel er op mijn webzijde niemand reageerde, hield ik mij aan de belofte in de eerste zin van het stukje: in januari 2005 had ik weer een band.
Lees: Gezocht: zwikkie M/V

2. We dachten een drummer te hebben. Maar die woonde in Engeland. Op de oproep op mijn webzijde kwam geen reactie. Maar een oproep op een muzikantensite leverde uiteindelijk een drummer op. Wat zeg ik: twee drummers. Eentje die te veel singer/songwriter was. En, iets later, eentje die we koesterden, die ik tot op de dag van vandaag mis.
Lees: Gezocht: drummer M/V

3. De naam van de band had nog heel wat voeten in de aarde. Het eerste half jaar zijn we drie keer geswitcht. Het liefst hadden we de naam van de Zwitserse wielrenner Beat Zberg gebruikt, op z’n Engels uitgesproken, Bietzburk. Maar we waren van plan rijk en beroemd te worden en dan is een bestaande naam wat onhandig. Hoewel Age Granger ook een bestaande naam was, maar dat had niemand door. Tenzij ze het stukje daarover hadden gelezen.
Lees: Age Granger

4. Omdat we het eerste half jaar nog geen voltallige band hadden, én omdat Dwarzand en ik de nummers samen componeerden, maakten we een paar dagen per week muziek bij hem thuis. Damn, wat mis ik dat.
Lees: Dood aan het plectrum (x2)

5. Veel liedjes uit de begintijd werden later afgekeurd. Zo hadden we een liedje dat Sansepheria heette, over, hoe kan het ook anders, Belgen en hun liefde voor Sanseveria’s. En een nummer met de welluidende naam Raincoats in bed, u mag zelf raden waar dat over ging. Ook 15 minutes, Susan Notwet, As if it is, Showers, Ideal Yeah en High Standard werden afgekeurd. Onze enige ballad, Dressing up Marianne, komt ook uit die begintijd. Dat blijft gelukkig een klassieker die ik de komende maanden zeker nog eens zal plaatsen.
Lees: Dressing up Marianne

6. Eind april 2005 was de band (die al geen Age Granger meer heette, maar Lousy Pianist) nog steeds niet compleet. We hadden de softe drummer die ik bij nummer 2 noem vaarwel gezegd en een cokesnuivend ex-vriendje dat bas speelde en overal metal van maakte, was eveneens uit de gratie. Zodoende waren Dwarzand en ik weer met zijn tweeën. Hoog tijd dus om opnieuw een oproep de plaatsen.
Lees: Bent u de rest van de band?

7. In juni (de band heette inmddels ook al geen Lousy Pianist meer, maar Little White-T-shirt) konden we de band aanvullen met een heel fijne drummer en een hyperactieve bassist, die bij Voicst had gespeeld. De eerste kennismaking met beide muzikanten was een repetitie met publiek. En niet zo maar wat publiek, nee, de drummer van de in de sixties befaamde band The Outsiders was erbij. Dat was het moment dat ik erachter kwam dat ik een ruig meisje wilde worden.
Lees: Becoming Rock’n Roll… of hoe Zezunja oog in oog stond met de drummer van The Outsiders

8. Hoewel we inmiddels al Little White T-shirt heetten, werd ik in juli 2005 aangesproken door een pianist uit mijn vorige bandje Scrabeus. Hij had onze bandnaam Lousy Pianist gehoord. En he was not amused.
Lees: Lange tenen are surrounding me

9. Inmiddels was de band dus grotendeels compleet, niettemin speelden Dwarzand en ik een paar dagen per week met z’n tweeën, omdat wij samen de nummers maakten. Ik schreef de tekst, Dwarzand bedacht de muziek en samen verzonnen we een zanglijn. Omdat we wel ritme nodig hadden, gebruikten we een drummasjien. Maar omdat al onze apparatuur vooroorlogs was, gaf dat nog wel eens problemen.
Lees: Zezunja, Dwarzand en niets dat nog klopt

10. In september 2005 hadden we ‘n achtergrondzangeres gevonden. Tot dan toe deed ik de backing vocals zelf, op tape, maar bij optredens zou dat lastig zijn, dus we hadden er eentje nodig. Het stukje dat ik over haar schreef, gaf nog wat gedoe, omdat ik haar echte naam gebruikte. Ik heb aangeboden het stukje te verwijderen, maar dat hoefde niet. Gelukkig, want ik vond het een leuk stukje.
Lees: Smetana en Bach

11. We repeteerden veel: een keer per week in de oefenruimte en twee à  drie keer per week thuis. Thuis waren we vaak met zijn vieren, Dwarzand, ik, de achtergrondzangeres en de drummasjien. Dwarzand en ik hadden ons eigen jargon (second first take, final last take, et cetera). Er ging wat tijd overheen voordat iedereen ons jargon begreep.
Lees: Com-mu-ni-ca-tie

12. Het was gezellig met de band. Heel gezellig. Hoewel het op elkaar ingespeeld raken erg moeizaam ging, was ik toch gelukkig met de mensen om me heen. Ze waren grappig, vaardig en enthousiast. En ze konden een hoop kunstjes, waardoor ik regelmatig van mijn à propos raakte.
Lees: Ik moet gewoon wat minder gadeslaan

13. Ik vond de nummers goed. En nog steeds, daarom werk ik er nog immer aan. Mijn ouders dachten daar duidelijk anders over.
Lees: Van nanana, The Kinks en de Domo-vla

Belofte: het volgende stukje bevat een half afgemixt mopje muziek. Te weten: Breeze, een van mijn favoriete Little White-T-shirtnummers.
Verzoek: heeft u dit stukje helemaal uitgelezen én doorgeklikt? Wilt u dat dan laten weten. Ik vraag me af of dit soort stukjes wel gelezen worden. En of men überhaupt ooit doorklikt.

Update: Mocht u in de oude stukjes linkjes naar liedjes tegenkomen: die doen het niet meer. Ik beloof binnenkort wat meer te laten horen.

Mijn rss-feed doet het weer


Dankzij mijn onvolprezen nerd doet mijn rss-feed het eindelijk weer. Waarschijnlijk is-ie maanden kaduuk geweest, dus het is de vraag of mijn rss-lezers dit gaan zien; ik zou mij allang uit de reader hebben geflikkerd namelijk. Maar goed, ik hoop dat men het doorheeft.
Dit was het wel weer, qua huishoudelijke mededelingen.

Stand van zaken (3) – Ontlurkingsweek

Dames en heren, nog twee volle dagen Ontlurkingsweek, het is nog niet te laat om mee te doen.
En voor de Zezunjalezers: leest u mijn stukjes, maar zegt u nooit iets in mijn reactiedinges: ik zou het plezant vinden als u zich voor deze ene keer bekend zou maken. Dat kan hier.
De Ontlurkingsweek is mijns inziens nu al een daverend succes. Op mijn eigen webzijde ontlurkten een stuk of honderd lezers. Op die van Luna inmiddels 305 (jaja, verschil moet er wezen). Er zijn 102 deelnemende webzijdes bekend.

Morgen de laatste dag. Wat mij betreft een dag die in het teken staat van de niet-lurkers, oftewel: de reageurs. Als aanloop naar volgende week die door de dwarsliggers van geencommentaar.nl tot lurkingsweek is omgedoopt.

Stand van zaken (2) – Ontlurkingsweek

Getallen:
- 96 deelnemende websites bekend
- ongeveer 100 mensen ontlurkten op zezunja.nl
- luna is nog steeds de queen met op dit moment 269 ontlurkers

Roem:
- een ontlurkingsactie op viva.nl
- twee ontlurkingsacties op planeet groenlinks

Dwarsliggers:
- Arnoud
- Aargh
- veel lurkers die grumpy reageren op deze actie
- veel lurkers die denken: ik reageer lekker nog steeds niet

Valkuilen:
- mensen die alleen de banner met een link plaatsen waardoor hun lurkers zich alhier gaan ontlurken
- mensen die helemaal niet meer verwijzen (cool – zoals het een echte olievlek betaamt: weet nog iemand waar die begon?)
- mensen die het woordje ondergetekende niet vervangen of Zuzuna, Maanzaad of Youri schrijven

Valreep:
- de valreep duurt nog drie dagen
- u kunt in die drie dagen hier vertellen dat u zezunja.nl leest, maar normaal nooit reageert – dat zou ik tof vinden
- webloggers e.a.: u kunt ook nog steeds meedoen, de ervaring leert dat drie dagen meer dan genoeg zijn voor het ontlurken van uw lezersbestand

Verzoek:
- weet u nog iemand die ook meedoet, maar niet op de lijst staat, meld het mij dan
- als u meedoet, wilt u dan eerst uw stukje plaatsen en dan pas zeggen dat u meedoet, in plaats van andersom – dank u

Ontgoocheld

De wereld is een ontgoochelde rijker.
En die man een tientje.

NB Het nummer in de Schapenstraat dat hij noemde is zo ver de andere kant op, dat ik toen ik zojuist wilde gaan kijken niet ben doorgelopen.
NB Volgens Yuri staat zijn adres ook (zij het in heel kleine lettertjes) op zo’n identiteitskaart – had ik dát geweten.
NB Ik sluit niet eens uit dat ik zoiets nog eens doe, maar dan slimmer, of zo.
NB Ik voel me toch wel een beetje een sukkel.
NB Maar ook wel schattig.
NB Ik hoop dat dat pintje hem gesmaakt heeft – ik vraag me trouwens af waar je hier op Hemelvaartdag om tien uur ’s ochtends bier kunt krijgen.
NB U kunt in tegenstelling tot wat de kop van mijn vorige stukje belooft niet meer langskomen voor een tientje – de tientjes zijn op.

Als u nog een tientje nodig heeft:
bij mij kunt u dat komen halen hoor

Vanmidag om vier uur weet ik of ik te goedgelovig ben.

Vanochtend om tien uur ging de bel. De straat was rustig. Hemelvaart.
Ik stak mijn coupe de troep om een hoekje van de deur en zag een man. Redelijk netjes gekleed.
‘Mag ik u een domme vraag stellen?’, vroeg hij.

Ik dacht: zou dat een instinker zijn? Dat ik ja zeg en dat hij mij dan hardhandig wegduwt, binnendringt, de iMacs meeneemt, onderwijl een pistool op mij gericht?

‘Ja hoor’, zei ik. Nieuwsgierigheid is dan wel niet altijd de beste raadgever, maar bij mij is het de meest dwingende raadgever die ik heb.
‘Sorry dat ik u stoor, maar ik ben mijn sleutels vergeten en ik woon hier om de hoek en nu heb ik benzine nodig. Zou u mij tien euro kunnen lenen?’ Hij keek me wat onzeker aan.

Ik dacht: wat een warrig verhaal. Wat heeft die sleutel ermee te maken? O ja, waarschijnlijk dat hij niet naar binnen kan om geld te halen.

‘Uh’, zei ik.
‘Ja’, zei hij, ‘het is een rare vraag, maar ik kan u mijn identiteitskaart laten zien.’ Hij graaide in zijn binnenzak.

Ik dacht: zie je, nu pakt hij dat pistool. En trouwens, die man stinkt naar alcohol. Wat moet hij met benzine?

‘Uh’, zei ik nog een keer. Hij liet me de identiteitskaart zien. Hij was geboren in Oostende, zag ik.
‘Als u om vier uur vanmiddag thuis bent, kom ik het terugbrengen’, zei hij.

Ik dacht: hij stinkt naar alcohol, maar hij ziet er verder erg verzorgd uit. Hij is beleefd, een beetje beschaamd, ietwat onzeker.

‘Maar waar woont u dan?’ vroeg ik.
‘Hier om de hoek, in de Schapenstraat’ zei hij. Hij noemde het huisnummer en zijn naam.

Ik dacht: okee, die straat wist-ie gauw te noemen, dus dat kan kloppen. Zijn naam kwam overeen met de naam op de identiteitskaart. De foto klopte ook.

‘Uh’, zei ik nog maar eens.
‘Ik heb al bij mijn buren aangebeld, maar die deden niet open’, verklaarde hij.

Ik dacht: bij zijn buren? Dan moet hij talloze huizen afgeweest zijn voor hij hier kwam. Wij wonen in het midden van een ándere straat.

‘Uh’, zei ik, bij gebrek aan een betere tekst.
Hij keek me schaapachtig aan.

Ik dacht: stel dat à­k in zijn situatie zou zitten, hoe zou ik het vinden als mensen zouden weigeren? Wat moet er van deze wereld worden als mensen elkaar geen tientjes meer lenen als de nood hoog is?

‘Uh’, zei ik, want ik ben consequent als het erop aan komt.

Ik dacht: J, had die niet ‘ns een tientje geleend van iemand in de trein? Was die niet hartstikke blij dat iemand haar vertrouwde? Maar ja, J stonk niet naar alcohol, vermoed ik. En J is een vrouw, dat scheelt altijd. Maar toch, de wereld wordt er mooier van als we elkaar vertrouwen. Of ben ik nu naïef?

‘Okee’, zei ik. ‘Wacht, ik ga het even halen.’ Ik sloot de deur, omdat ik het pistoolscenario nog immer niet uitsloot.

Ik dacht: wat ben ik toch naïef. Met open ogen…

‘Maar ik ben zelf behoorlijk arm, dus als u het niet terugbrengt, heb ik een probleem’, zei ik toen ik hem de tien euro overhandigde.
‘Voor tien euro maak ik mezelf niet belachelijk’, zei hij.

Ik dacht: ja, maar jezelf belachelijk maken is alleen erg als je de mensen tegenover wie je dat doet ooit nog terugziet. Als je met de noorderzon verdwijnt is dat nauwelijks een probleem.

‘Dank u wel’, zei de man en hij checkte nog even mijn huisnummer. ‘Ik kom vanmiddag om drie of vier uur terug.’

Ik dacht: we zullen zien, vanmiddag om vier uur. Als hij niet terugkomt, is de wereld een ontgoochelde rijker. En die man een tientje.

De stand van zaken – Ontlurkingsweek

Stand van zaken

* Aantal deelnemende websites (tot nu toe – waar ik van weet): 57
* Bij mij tot nu toe ontlurkt: een stuk of 80
* Koningin van de ontlurkers: Luna van Maanisch, op haar ontlurkingsstukje zijn op dit moment al 189 reacties gekomen.
* Ontlurkingsdagen te gaan: u kunt nog vier dagen meedoen of ontlurken.
* Herhaalde oproep: Leest u mijn weblog, maar reageert u nooit? De schrijfster dezes zou het in het kader van de Ontlurkingsweek zeer op prijs stellen als u zich voor één keer bekend maakt. U kunt dat hier doen.
* Nog een herhaalde oproep: Bent u een weblogger of heeft u anderszins een interactieve website? Doe mee met de Ontlurkingsweek. Als u ook op de lijst van deelnemers wilt, meld dat dan hier.
* Heeft u vragen over de ontlurkingsweek? Stel die dan hier.
* Voor het overige een woord van dank aan iedereen die zo dapper is geweest zich bekend te maken. Wij webloggers zijn zeer verguld met uw massale coming-out.

PS Vike, Roos, Comeback en Henri: jullie schreven dat jullie meedoen, maar ik kan jullie ontlurkingsstukjes niet vinden. Laat ‘t even weten als je echt meedoet.

Everything you always
wanted to know
(but were afraid to ask)
…over de Ontlurkingsweek


Zezunja, waarom zijn jullie tegen lurkers?
We zijn niet tegen lurkers

Waarom staat er dan ‘Stop Lurking’ in jullie banner?
Dat geldt maar voor ‘n week. Volgende week mag iedereen weer naar hartelust lurken, maar deze week worden alle meelezers uitgedaagd zich bekend te maken.

Waarom het woord lurken?
Zo heet dat nou eenmaal. Lurken komt van schuil houden in het Engels. Het woord lurker wordt al sinds er interactieve websites bestaan gebruikt voor de zwijgzame surfer.

Vind je lurkers vervelend?
Welnee, ik ben er jaren zelf een geweest. Ik zal het je nog sterker vertellen: ik ben er nog steeds een.

Dus je lurkt zelf ook?
Jazeker, ik lurk me een ongeluk. Hoewel ik soms moeite heb om vast te stellen of ik een lurker ben of niet. Dan maak ik me bekend als lurker en dan zeggen ze dat ik eind november 2003 wel eens gereageerd heb en dat ik dus geen lurker ben. Tsja… Maar mijn rss-reader staat altijd aan en ik reageer weinig: ziedaar, alsof ik het uitgevonden heb.

Heb je het ontlurken zelf uitgevonden?
Nope. De ontlurkingsweek bestaat al een paar jaar in de engelstalige blogosfeer, De-lurking Week heet het dan. Bovendien doen veel mensen op eigen houtje zo nu en dan een ontlurkingsoproep.

Waarom een week lang?
Omdat lurkers niet allemaal elke dag terugkomen. Dan hebben ze even de tijd. En zo hebben ook andere webloggers de tijd om er aan mee te doen. O ja, en ik hou van olievlekken. In ‘n dagje krijg je geen olievlek.

Geloof je nou echt dat mensen die nooit reageren dat nu ineens wel zullen doen?
Ja en nee. Ik vermoed dat er mensen zijn die onontlurkbaar zijn. Sommige mensen reageren nooit, omdat ze echt niet weten hoe dat moet. Die zullen nu ook niet reageren. Evenals de mensen die mij niet gunstig gezind zijn. En de mensen die niet durven.
Maar hee, daar staat tegenover: mijn moeder heeft gereageerd, dat is iets wat niet gebeurd zou zijn als we geen ontlurkingsweek hadden georganiseerd. Dus ja: mensen die dat anders nooit doen, gaan ineens reageren.

Maakt het je wat uit dat mensen normaal niet reageren?
Nee, niet echt. Ik vind het magisch: ik schrijf iets en volgens mijn statistiekenteller wordt het gelezen, maar door wie? Allemaal mensen die op kousenvoeten op mijn weblog komen, dat heeft iets moois.

Dus je vindt lurkers juist heel tof?
Eigenlijk wel ja. Hoewel ik er bij momenten onzeker van word. Dan blijkt dat mensen die ik erg bewonder wel eens meelezen en dan vraag ik me af waarom ze dat nooit hebben laten weten. Vinden ze het niet cool om bij mij te reageren? Maar dat is projectie.

Projectie?
Ik lees een boel websites en bij sommige wil ik per se niet reageren. Omdat ik de schrijver of schrijfster te arrogant vind bijvoorbeeld. Of te dom. Ik ga er vanuit dat andere mensen ook zulke redenen hebben.

Tsjemig, spelen zulke dingen een rol? Wat een wereld!
Ja, zulke dingen spelen soms een rol. Hoewel ik meestal lurk omdat ik gewoon niks zinnigs te zeggen heb.
Maar: kijk eens wat gezellig het is. Ik heb al bijna vijftig lurkers mogen verwelkomen en er zijn al meer dan dertig weblogs die het intiatief hebben overgenomen. Het is feest.

Maar als je niks tegen lurkers hebt, wat zeg ik: ze zelfs heel tof vindt, waarom organiseren jullie dan zo’n week?
Louter nieuwsgierigheid. Wie zijn al die mensen die mij zo goed kennen dat ze weten hoe ik mijn dagen en nachten doorbreng?

En bevallen ze je? De lurkers?
Lurkers zijn schatjes. Hoewel er ook mensen zijn die zeggen: ‘Ik lurk hier nooit’. Daarmee ben ik dan weer even op mijn plek gezet. Au.

Au?
Au ja. Hoewel het ook wel goed is. Ik zou nog naast m’n schoenen gaan lopen van zoveel lurkers.

Om Bart te citeren: krijgen de niet-lurkers nu de troostprijs?
Om mijn antwoord aan Bart te citeren: ja, uh, nee. De hoofdprijs natuurlijk. Tsss, wat dacht je!
Dankzij de niet-lurkers ben ik nog steeds niet gevlucht uit het sijberse met een verstoord zelfbeeld wegens vermeend gebrek aan populariteit. De niet-lurkers zijn mede debet aan mijn leuke leven.

En gaat het hier nu de rest van de week over lurkers?
Nee. Elke dag een reminder, maar dit is het laatste lange stukkie over lurkers.

Dus er komt eindelijk weer eens iets om te lezen hier?
Zeg! Dat klinkt beschuldigend.

Ja, dat is het ook.
Welnu, ik had een goede reden. Alles wat mij in beslag kon nemen, kwam ineens samen. Van schouder uit de kom tot de definitieve diagnose van een kloteziekte, van deadlines tot workshops, van een zieke poes tot mijn lief die sinds vrijdag altijd thuis is. En regen, heel veel regen.

Dat is geen antwoord op mijn vraag.
Uh ja. Iets om te lezen? Er komt in elk geval van alles om te kopen en wat plaatjes om naar te kijken. Misschien morgen al. En het nummer Breeze van Little White T-shirt komt deze week online, als ik het een beetje bijgemixt heb. Dat is om te luisteren. En wie weet ga ik ook wel weer eens wat schrijven. Iets om te lezen. Of om te lurken.

Bent u een weblogger? Doe mee met de Ontlurkingsweek!
Bent u een stille meelezer? Maak u bekend. Voor één keertje.

Lijst met deelnemers Ontlurkingsweek

Wie doen er tot nu toe al mee?
(Waaraan mee? Klik op het plaatje.)

Welnu, uiteraard: Zezunja en Maanzand. En verder:
gedicht
muisgrijs
desalniettemin
lilimoen
in balans
reverie
karin met k
webble
susan
bloxx
het grote verlangen
mar.
wahmama
sandrissimo
gin
atak poppodium
wolvin
menck
nietliefcollectief
de bemande vrouw
past is prologue
tagelus
polle
fredlee
toblijn
helene van loon
peet
gabberstyle
serendips
miwian
donp
maanisch
mikelodeon
zeeuwse klei
gdb
alien
ria
2wmd1
cinner
sunnymoon
fenny
tales of salt
nuit blanche
steenderen
prutsmuts
hypotat
verzamelplaats
blogsnoep
tales from the crib
circa 1000 km
beginnersblog
buffie
machiruda
pippa’s place
drs. johan arendt happolati
flaters blogje
verantwoord tijdverlies
everything ania
icarus vliegt verder
endanik
veerle brems
marco raaphorst
katyo
comeback
schouls
suus and the city
rozig
bubbles
viva
willian
jack of hearts
blèr
at kim’s
donkere kamer
mijn meisjes
paul vermast
vierkant
adobes
stew
niets.dan.vuur
maurits burgers
henri van veen
wimblog
mevrouw mikmak
molady
marieke in canada
joost brummelkamp
jenni
blauwhartje
gerdayd
puur kaat
free as a bird
vike
geespot
erwin troost
melodymusic
only me
nan’s wereld
dit is berry
mariekesteef
donker maanlicht
tussenpozen
mystique’s weblog
idee kids blogt
endandit
ladyguin
kletskous
blauw
loesjes weblog
verboden te lezen
helemaal geweldig
eve
cyber els
hoofdtelefoon
carwa-t-ch
verbeelding
Doet u ook mee? Meld het dan hieronder in de reacties, dan zet ik u op de lijst.

Ontlurkingsweek – 14 t/m 20 mei 2007

Dit is een oproep aan alle zwijgzame lezers.
Dus eigenlijk is dit een oproep aan alle onbekenden, aan mijn ouders, mijn ooms en tantes, oud-studenten, verre kennissen, nichten en neven, toekomstige werkgevers en ex-collega’s. Aan alle toevallige passanten en stille aanbidders, aan de verlegenen en de digibeten, aan iedereen die reageren maar stom vindt, aan iedereen die niet durft, iedereen die niks te zeggen heeft en iedereen die mij leest.

Maak u bekend. Vertel mij voor één keer dat u meeleest. Klik op het woordje ‘reacties’ onderaan dit stukje en zeg het:
‘Ik lees mee’. Liefst met (schuil-)naam. Eventueel voorzien van hobby’s en andere geheimen.

Vandaag gaat namelijk de officiële Ontlurkingsweek van start. Op initiatief van ondergetekende en Yuri Maanzand staat deze week in het teken van het uit de schulp lokken van stille meelezers, de zogenaamde lurkers. Voor meer uitleg over lurken, zie hier het stukje in Wikipedia over lurkers.

Weet u niet of u een lurker bent? Welnu, dat is gemakkelijk na te gaan. Leest u mijn weblog of andere weblogs zonder u ooit te mengen in de reacties? Vindt u reageren stom? Weet u niet eens hoe dat moet, reageren?
Grote kans dat u een lurker bent.

In dat geval: doe mee! Licht een tipje van de sluier op! Aaaaaaah?
Mijn dank is groot.

Aan andere webloggers: neem dit initiatief over. Doe mee aan de ontlurkingsweek. Jat de door Yuri vervaardigde banner, zet ‘m op uw website en roep uw lezers op tot zelfontmaskering. Give them hell!

Allegaartje (3)

Wat ik nog wél kan schrijven met één arm is een Allegaartje. Dat komt door het gemakzuchtige gehalte ervan. Vergeef mij, ik ben erg zielig.

Dingen die ik verdacht vind.
1. Yuri, omdat ik tijdens mijn nachtelijke escapade op jacht was naar een indringer met een rode capuchon en er, toen ik met ‘n schouder uit de kom wakker werd, aan het voeteneind een trui van de Yuri lag MET EEN RODE CAPUCHON
2. dat alle mensen die ontvoerd werden door aliens in de Steven Spielberg-serie Taken – die ik dit weekend voor de helft zag – ’s nachts gewond raakten zonder dat ze precies wisten wat er was gebeurd – waar ken ik dat verhaal toch van?
3. alle dingen die de castingdirector van Temptaton Island onlangs in De Morgen beweerde, die het castingproces een zweem van integriteit moesten geven

Dingen waar ik me voor schaam.
1. de prijzen van de producten in mijn winkeltje – daarom heb ik het winkeltje nog niet officieel gepresenteerd, ik wil eerst bepalen welke producten zo duur mogen blijven en welke producten desnoods verliesgevend mogen zijn (de producten zijn overigens nog niet af, bij sommige tekeningetjes komt nog een tekstje)
2. het feit dat de producten in het winkeltje ‘made in China’ zijn
3. dat ik zelf alleen nog maar biologisch eet, maar de katten het goedkoopste kattenvoer uit de Delhaize voorschotel

Dingen die mij goed doen nu ik zo zielig ben.
1. de serie Taken van Steven Spielberg – ondanks het clichégehalte is het echt smullen geblazen
2. de twee weken geleden geplante zaadjes die ontkiemen in de vensterbank – het zal toch niet? ik zal toch niet echt groene vingers hebben?
3. bijna alles op de website van The New Yorker, maar vooral de pagina’s humor, fictie en poëzie en de commentaren

Dingen die levensgevaarlijk zijn
1. dat we steeds vergeten het touwtje met nepmuis dat aan het plafond hangt voordat we gaan slapen of de deur uitgaan omhoog te leggen, terwijl we weten dat Sjeik het touwtje soms om zijn nek draait en dan als ontsnappingspoging probeert hard weg te lopen, terwijl het touwtje dan nog veel strakker om zijn nek komt te zitten
2. dat de dierenarts zegt dat in onze buurt veel kattenaids voorkomt
3. fietsen met een mitella om

Dingen die ik deze week nog moet doen.
1. de workshop interviewen van Wisper tot een groot succes maken
2. tijdens een verrukkelijke lunch bij mij thuis praten over een geheim masterplan met een gelijkgestemde
3. vieren dat mijn tederbeminde eindelijk zijn aanloop kan inzetten naar de status ‘meewerkende echtgenoot’ in mijn (en dan dus ons) bedrijf

Dingen waar ik naar verlang.
1. vakantie
2. vakantie
3. had ik al gezegd dat ik erg naar vakantie verlang?

Dingen die deze week maar niet wilden lukken.
1. het Project Pil – de poezen weten feilloos de ontwormingspil uit hun vleesbrij naar de zijkant te dirigeren om daarna te genieten van een pilloos gerechtje – volgende keer toch maar direct de pil in hun strot werpen
2. de surround sound-speakers rechtstreeks – zonder versterker – aansluiten op de goedkope, maar goede Aldi-dvd-spelerd, die we juist hadden gekocht omdat we dachten dat je er surround sound-speakers op kon aansluiten
3. de slakken in de tuin zodanig opvoeden dat onze lupines, onze broccoliplantjes en ons rabarberplantje hun aanwezigheid overleven

Dingen die ik nooit zal bekennen.
1. dat ik iTunes soms liedjes laat spelen waarvan ik het geluid zacht zet, omdat ik mijn last.fm-lijstje een beter aanzien wil geven, maar eigenlijk geen zin heb om naar die liedjes te luisteren
2. dat ik geen copywriter wil zijn
3. dat ik dit stukje met twee armen tik, omdat ik het geduld niet heb om het met één arm te doen – terwijl ik pijn heb en wéét dat mijn herstel veel langer duurt als ik die linkerarm ook gebruik

Dingen waardoor ik Yuri zo lief vind.
1. dat hij al twee keer ging wenen van geluk van de maaltijd die ik voor hem had gekookt
2. dat hij wenen zegt in plaats van huilen
3. dat hij elke ochtend opstaat van de ontbijttafel, als ik nietsvermoedend de krant zit te lezen, om mij achterlangs vast te pakken voor een ochtendknuffel – echt élke ochtend, en nog immer ben ik nietsvermoedend

Dingen waardoor ik Sjeik zo lief vind.
1. dat hij elke ochtend op mijn schoot springt voor een ochtendknuffel en niet op die van Yuri
2. dat hij een stijve krijgt als je tegen hem praat – een stijve staart welteverstaan
3. dat hij zo hartverscheurend kan miauwen om aandacht – meer, meer, méér

Mensen op wie ik stiekem jaloers ben.
1. mijn ouders die op Sicilië zitten – en Dwarzand die daar toevaligerwijs ook zit
2. mensen die webloggen voor geld
3. Yuri, die over een paar dagen een tijdje mag gaan genieten van een werkeloosheidsuitkering

Dingen die ik leuk vind om te zeggen.
1. maaltijdseks in plaats van maaltijdcheques (voor de Nederlanders is hier een linkje naar wat – gekleurde – uitleg over maaltijdcheques)
2. dat degene aan de andere kant van de lijn inderdaad met de ‘zaakvoerder’ spreekt
3. ‘wenen’ in plaats van ‘huilen’

Zie ook:
Allegaartje (1)
Allegaartje (2)

De eenarmige bandiet pakt ze

Dames en heren, ik heb mijn overijverige spamfilter maar weer aangezet. Het werd me te erg.

Dat betekent wel dat:
- er wegens overijverigheid af en toe ook gewone reacties worden opgevroten.
- u dan gewoon even geduld moet hebben, die vis ik er wel weer uit.
- u dan dus niet twee keer dezelfde reactie hoeft te plaatsen.
* juist niet, want twee keer vlak na elkaar een reactie plaatsen is des spammers.
* dus ik heb juist graag dat-ie leert dat dat niet deugt.

Ik wens iedereen een spamvrij leven en een goed functionerende linkerarm.
Inclusief mijzelf.

Groeten van de eenarmige bandiet op jacht naar spammers.

Land in zicht

We hebben een logo!
© Yuri

Over een paar weken is – als het goed is – ook de website af.
Voor meer over het ontstaan van Het Eiland Neus, klik hier.

Nachtelijke escapades
niet zonder gevaar

En dus tik ik dit met één hand, omdat de ander in een mitella zit.

Deze nacht bestond uit een metadroom waarin ik wakker werd – in de droom, dus niet echt – en achter een indringer met een rode capuchon aanging. Op het moment dat ik hem te pakken had door bovenop hem te duiken, werd ik wakker van ondragelijke pijn – nu wel echt.
Gilde ik eerst omdat Yuri de capuchon gewoon liet lopen, nu kermde ik van de pijn.

Drie röntgenfoto’s later bleek ik gelukkig niks gebroken te hebben. Wel moet ik door de verrekte pezen in mijn schouder (verrokken zeggen ze hier) rekening houden met dagenlang pijnstillers en een mitella. En verder heb ik wat bulten en schrammen.

Ooit schreef ik iets over mijn wilde nachten. Dat moet u even lezen, zodat u begrijpt hoe gevaarlijk ik eigenlijk ben.

Vandaag is de Dag van de Persvrijheid

Omdat journalisten zo veel mogelijk beschermd moeten worden…
Omdat het altijd de boodschapper is die wordt onthoofd…
Omdat het eigenlijk elke dag de Dag van de Persvrijheid zou moeten zijn…
Omdat U Win Tin niet de enige journalist is die zijn vrijheid heeft moeten inleveren voor een streven naar vrije pers…
Omdat er nog nooit zoveel journalisten zijn vermoord als in 2006 (zie dit)…
Omdat een petitie tekenen het minste is wat we kunnen doen…

… vraag ik u deze petitie te tekenen.

RSS-Fiets


Yuri: “Deze auto had een fiets moeten zijn.”

De paradox van de dag van de arbeid
en weer een cursus in de aanbieding

Twee paradoxen eigenlijk. De dag van de arbeid is hier een vrije dag. Dat is alvast één tegenstelling. Nummer twee: ik ben aan het werk, als enige in dit vlakke land. Werken op een nationale feestdag: het moest verboden worden.

Ik vecht tegen de bierkaai die vandaag de deadline heet. Er moet hier nodig eens een stukje verschijnen over journalistiek bedrijven beneden de Moerdijk, want hoewel ik er niet eens zeker van ben dat het echt zo anders is, merk ik dat ik het als zeer anders ervaar. Maar dat is niet voor nu, er moet immers gewerkt worden.

Dus alweer geen echt stukje, maar wel wederom wat rekleem. De vorige keer werkte het als een tiet, want die cursus zit boordevol – er kan niemand meer bij. Dus dat gaan we gewoon nog een keer proberen.

Deze cursus heeft een wat vagere naam, te weten: Beeld in woord – creatief beeldend schrijven met een journalistieke insteek. Dat krijg je als je een ambacht inpast in een creatieve context. Er moest ‘journalistiek’ in de titel en verder moest het passen in de Wisperpoot literatuur. Ik gaf een voorschotje en bij Wisper maakten ze er dit van.

Maar wat we gaan doen, is niet zo vaag. We gaan aan de hand van het aloude adagium ‘Show not tell’ teksten laten leven. Columns en recensies vormen de hoofdmoot, maar afhankelijk van de wens van de cursisten, kunnen we er ook verslagen en interviews in verweven.

Dus: wilt u concreet leren schrijven? Mooi en meeslepend en toch waarheidsgetrouw? Wilt u af van gemeenplaatsen, cliché’s en abstracties? Schrijf u dan nu in via deze link.
Kunt u zelf allang beeldend schrijven en heeft u daar echt geen begeleiding meer bij nodig, maar kent u wel iemand die dat graag zou willen leren? Stuur deze link dan door.

Ziezo, en dan nu weer aan de arbeid.