Archief in maanden: juni 2007

Aan Jan en alleman

- Aan iedereen die nog mail van mij moet krijgen.

Ken je dat? Dat je in de bank hangt. In de sporen van bankerosie. Het tafeltje ernaast is plakkerig, de herinnering aan verticaal is vaag. Als je nu de belastingformulieren zou invullen, zou je agenda langzaam leger raken. Als je nu die lessen zou voorbereiden ook. Als je nu nog iets kon, zou je veel.

- Aan iedereen die nog wacht op iets van mij, een factuur of zo.

Gisteren had ik twee uur over. Ik praatte tegen de poes. Op mijn roze sloffen stiefelde ik naar de avondwinkelautomaat. Toen ik thuiskwam, keek ik naar Funniest Home Video’s. Daarna prikte ik mijn strippenkaart op het prikbord. Ik zette wat thee en beoordeelde een namaaksigaret van de Lidl. Mijn lief had mooie kleren aan en iets in mij vergat volkomen dat er ook nog facturen verstuurd moesten worden.

- Aan iedereen die de komende dagen iets met mij te maken heeft.

Stel je voor: je tilt twee grote dozen, en met je rechterringvinger hou je ook nog een tas met hangertjes vast. In je mond heeft iemand een doosje schroeven gestopt en onder je arm steekt de parasolvoet. Je stommelt de trap af en ergens onderweg voel je je tanden breken, je ringervinger wordt uit de kom gedraaid en de parasolvoet dreigt genadeloos hard te trap af te donderen. Wat doe je? Bij die vraag ben ik nu. Ik sta op het punt om mijn kont tegen de treden te gooien om zo op behendige wijze de parasolvoet op een tree te laten glijden. Daarna draai ik me om en zet ik met mijn tanden het doosje schroeven op de trap.

- Aan iedereen die grote dingen van mij verwacht.

De zonnebloem is omgevallen. We hadden drie zonnebloemen opgebonden, maar een van de stokjes was vermolmd. Doe je niks tegen. Intussen zet de vernietiging door miniatuurcicaden door. Niet alleen de basilicum valt ten prooi aan de vraatzucht van deze semi-onzichtbaren, ook de tijm, de roosmarijn en de munt zien lichtgroen van de vraatsporen. Mike ving vorige week nog eens een vleermuis. Dat mag hij niet meer doen, want ik wil niet dat de vleermuizen op raken.

- Aan iedereen die ik te weinig zie.

Wist je dat als je min elf hebt, zoals ik, de dag ophoudt als je je lenzen uitdoet of je bril af zet? Een dag waarin je gehandicapt bent, bestaat niet; die dag heet nacht. Zolang de dag nog enige belofte in zich heeft, hou je je ogen in. Wanneer de dag haar hoop heeft verloren, neem je maatregelen. Dan zijn de lichten uit, terwijl ze aan zijn. Je ogen open, maar dicht.

- Aan jou.

Ik moet het onthouden. Samen met jou in de ligstoelen. Voeten tintelend omhoog. Het gras blauw onder je tenen. En onder de mijne. Er vallen zwaluwen in de lucht. De avond van de langste dag is van jou.

- Aan iedereen die komt kijken of hier stukjes verschijnen.

Vanochtend keek ik nog eens, maar nee, er was alweer geen stukje verschenen.

Ik stuur u een kluitje en wat riet

Dames en heren,

U zult wederom weinig van mij horen dezer dagen. Er wordt geweekend alhier met vaders die zeventig worden en dingen daaromtrent die het daglicht nog niet kunnen verdragen. Misschien verzin ik vanavond nog iets ter leringh ende vermaeck om op dit weblog te plempen, maar ik heb er een hard hoofd in.

Wel heb ik elders nog een stukje gepoept. Volg het spoor van de zeven zonden en lees hier verder (het kan geen kwaad ook de rest van de site, inclusief de opdracht, te lezen).
Dan rest mij nog u vriendelijk te groeten en u een plezierig weekend te wensen.

De Niet Lief Collectie:
Zezunja’s Zeven Zonden

Dit stukje verscheen op 21 juni 2007 op niet lief.com. Luna zwengelde het aan met de volgende inleiding:
“Dus nietlief-jes, mijn vraag aan jullie: aan welk van de 7 zonden ergeren jullie je het meest? En aan welke maak je je het meest schuldig?
1. Superbia (hoogmoed – hovaardigheid – ijdelheid – trots)
2. Avaritia (hebzucht – gierigheid)
3. Luxuria (onkuisheid – lust – wellust)
4. Invidia (nijd – gramschap – jaloezie – afgunst)
5. Gula (onmatigheid – gulzigheid – vraatzucht)
6. Acedia (gemakzucht – traagheid – luiheid – vadsigheid)
7. Ira (woede – toorn)”

Onderwerp: De zeven hoofdzonden
Geschreven door: Zezunja

Zonden klinken mij als geboren agnost meestal bijzonder aanlokkelijk in de oren. Als God iets heeft verboden, ben ik er doorgaans als de kippen bij. Maar nu moet ik daar dus over nadenken. Of ik het goed vind dat ik in zonde leef. En of het erg is dat andere mensen zich bezondigen aan een of meer van de zeven. En welke zonde dan het ergst is. Hemel!

Om eerlijk te zijn: ik vind alle zonden normaal. Het zijn alledaagse menselijke eigenschappen die ik de moeite van het verfoeien niet waard vind. Mag iemand kwaad zijn? Tuurlijk. Mag iemand onkuis zijn? Uiteraard, graag zelfs. Mag iemand ijdel en trots zijn? Waarom niet?

Ik ben nogal gematigd in mijn oordelen. Leven en laten leven. Zo word ik zelf ook het liefst benaderd. Het wordt pas hinderlijk als zonden tot principes verheven worden. Zoals sommige politieke partijen een gebrek aan solidariteit tot wet verheffen. Dat vind ik hebzuchtig en hovaardig en daar erger ik me aan. Ook stoort het me als mensen een of meer zonden cultiveren tot een dagelijkse staat van zijn. Iemand die zich altijd kwaad maakt, irriteert mij. Iemand die altijd gierig is ook. Altijd lui, altijd jaloers: yuk! Trop is te veel, zegt men. En dat is.

Dus waar erger ik me aan bij anderen? Aan situaties van ‘altijd’ en ‘nooit’. Ik kende iemand die altijd kwaad was als hij geen parkeerplaats kon vinden. Altijd. Nooit niet. In Amsterdam in de jaren negentig! Get real! Die energie was een betere zaak waardig. Of een bandlid dat nooit bier of sigaretten meenam, maar wel vijf jaar lang elke week mijn sigaretten oprookte. Niet leuk.

Maar wat vind ik de ergste zonde? Misschien in het verlengde van mijn gematigdheid: jaloezie en afgunst. Wees jij lekker wie je bent, met wat je hebt en wat je wilt, dan ben ik ook wie ik ben, met wat ik heb en wat ik wil. Lijkt me geen speld tussen te krijgen. Toch ben ik in dit leven al vaak opgebotst tegen mensen die daar heel anders over denken.

Zo ontving ik ooit per post een doormidden gescheurde trouwfoto van mijn toenmalige geliefde en zijn ex, met achterop geschreven: ‘Bedankt voor het ruïneren van mijn huwelijk’. En hoewel het iets was waar ik mijn schouders bij optrok, kon ik de afgunst in die woorden niet uitstaan. Als mijn toenmalige vriendje bij haar had willen blijven, dan had hij dat wel gedaan, niet?

Een ander moment dat afgunst mij trof, was toen ik klein was en in een vriendinnenwereld leefde. De vraag wie je beste vriendin was, was toen nog van levensbelang. Op een dag vertelde mijn ‘beste vriendin’ dat een van haar andere vriendinnen haar had verboden nog langer met mij om te gaan. Pardon? Verbijstering was mijn deel. Gelukkig slaagde het secreet nauwelijks in haar opzet. We zagen elkaar stiekem en uiteindelijk werd í­k uitverkoren om met mijn ‘beste vriendin’ mee naar een ver buitenland te gaan en niet het secreet. Wie de bal kaatst valt er zelf in.

Tot slot nog een anekdote uit een wereld waar wij hier allemaal mee te maken hebben: het weblogwereldje. Ooit legde ik het aan met een weblogger. Wat ik niet wist, is dat een andere weblogster de ex was van die weblogger. Wat ik ook niet wist, is dat zij mij als splijtzwam zag. Maar mijn onwetendheid duurde niet lang. Middels een hatemail naar mij en een kettingbrief naar alle destijds bekende webloggers werd haar jaloezie uit de doeken gedaan. Ik kreeg de zwarte piet toegespeeld en mijn naam verdween uit alle denkbare linklijstjes. Toen wist ik het dus wél. En hoe!

Nu ik zo hovaardig ben geweest anderen te betichten van zondig gedrag, moet ik zelf ook maar even op de slachtbank. Wat vind ik mijn ergste zonde? Ik kan die hele riedel van leven en laten leven weer opnieuw afsteken, maar dat deuntje veronderstel ik als bekend.

Misschien is het mijn onmatigheid waaraan ik mij soms stoor. En dan heb ik het niet over de consumptie van voedsel, drank en drugs, daarin ben ik redelijk matig. Goed, ik rook en soms rook ik onmatig veel, maar dat is ook het enige. Bovendien vind ik van mijzelf dat ik mijn best doe daarin matiger te worden.

Nee, mijn onmatigheid zit ‘m in het leven zelf. Ik wil altijd alles en meteen. En vooral avontuur en liefde. Om de NS maar even te citeren: ik ga ervoor. Voor alles. Ik ben ongeduldig en rigoureus. Ik investeer al mijn poet op elk moment in alles. Ben ik verliefd, dan geef ik me helemaal over. Niks afwachten, niks nadenken. Ik kijk niet naar links, naar rechts en dan weer naar links. Ik steek over, met ware doodsverachting. Hier! Je mag me hebben!

Ik stootte daardoor al een paar keer mijn neus. Ik gaf mij over in relaties die vanaf dag één gedoemd waren te mislukken. Ik stak mij diep in de schulden voor bezit dat ik nu al niet meer heb, terwijl ik nog wel aan het afbetalen ben. Ik neem risico’s als waren het koekjes: hopla, de hele trommel in één keer. Leeg moet-ie.

Maar tegelijkertijd is dat mijn kracht. De overgave en de concentratie die zich van mij meester maken als ik een doel heb, hebben mij gebracht waar ik ben. En dat stemt tot tevredenheid.

En zo is het ook met die andere zonden. Luiheid is een zegen als je ooit overspannen bent geweest van een gebrek daaraan. Woede is je redding als je ooit over je hebt laten lopen. IJdelheid is de perfecte oplossing voor mensen als ik, met een slonzige inborst. Gierigheid en hebzucht zijn een ander woord voor ’spaarzaam’ in tijden dat je zojuist hebt boedel gescheten. En zo kan ik nog wel even doorgaan.

Kortom: zeven zonden? Doe mij er maar acht. No objection, Your Honor.

Stapelpoëzie

Max Dohle van Blog 2.0 begon in navolging van Sorted Books een reeksje met stapelpoëzie.

Hier mijn bijdrage.

Als ik tekenen kon
Hoe ik nu leef
Met het bloed dat drukinkt heet

Kinderachtig? Wie? Ik?

Het Eiland Neus presenteert:
‘t winkeltje

Hieronder de etalage. ‘Binnen‘ is nog veel meer te vinden.
Om te bestellen, klik hier.

Klik op de afbeelding voor een groter exemplaar.

Boem

Vest met capuchon.

Lachsalvo

Postbodetas.

Fuutfuuw

Vest met capuchon.

Proefje

Schort.

Yawn

Kussen.

Ooievaar

Zwangerschapsshirt.

Brainstorm

Pet.

De drie biggetjes

Rompertje.

ET

T-shirt.

Stinkstokje

Mij werd een heel akelig stokje toegegooid. Door Ania. Het is me niet helemaal duidelijk wat er van me verwacht wordt, maar dat dit stokje slecht is voor mijn imago, dat staat vast. Het gaat namelijk over roken en over wanneer je stopt, of waarom je nooit bent begonnen, of zoiets (zie hier).

Slecht dus. Want ik weet niet meer hoe vaak ik al gestopt ben op Zezunja’s Zotisch Weblog, maar dat ik in de ogen van mijn lezers een Zezunja zonder ruggengraat ben, én een groot gebrek aan doorzettingsvermogen bezit, staat buiten kijf, dunkt me.

Kijk, ik weet wel beter. Ik heb namelijk altijd goede redenen om weer te beginnen. Neem bijvoorbeeld die keer dat ik na zeven maanden vond dat ik wel bewezen had dat ik kon stoppen. Dat was voor mij een heel goede reden om op Schiphol een fijn pakje Gauloises te kopen, zodat ik met de zon op mijn kont peuken in het Griekse zand kon uitdrukken.

Of die keer dat ik dacht dat ik het beste kon stoppen als ik elke avond een jointje mocht roken, want ik was tenslotte niet tegen genotsmiddelen, maar wel tegen de hele dag doorpaffen. Met als gevolg dat ik, toen er geen stuff in huis was, besloot dat ik dat het beste kon oplossen door een sigaretje te roken. Eentje maar. Ahum. Maar een goede reden was het wel.

Inmiddels zijn mijn goede redenen op. Ik ben oud en wijs geworden. Oud door het roken – mèn, wat een rimpels – en wijs door alle mislukte stoppogingen. Zo weet ik inmiddels: men stopt het best niet in de zomervakantie. Men stopt het best niet op basis van drogredenen zoals: als ik stop met roken ga ik vast zoveel sporten dat ik helemaal geen tijd meer heb om te roken. Ook stopt men best niet in tijden van talloze feestjes met overvloedige alcoholconsumptie. En verder stopt men best niet met het idee dat het heus wel mee zal vallen.

Want zoveel staat vast: het valt niet mee. Nooit niet. Tenminste, niet als je al twintg jaar zo’n overtuigd roker bent als ik.

Deze keer heb ik het slim aangepakt. Eerst ben ik begonnen met buiten roken. Waarschijnlijk is dat in de winter een stuk effectiever, omdat het dan ronduit vervelend is om buiten te roken. Nu is het heel plezierig. Een beetje kijken naar de wuivende zonnebloemen, een beetje cicades vervloeken die onze kruiden opeten: allemaal heel fijn en relaxt.

Maar toch: buiten roken haalt al een heleboel gewoontes onderuit. Ik rook niet meer als ik computer, ik rook niet meer voor het slapen gaan, ik rook niet meer bij de tv en ik rook niet meer als ik stukkies tik. Dat scheelt een slok op een borrel, kan ik u vertellen.

De volgende stap die ik deze keer nam, was vies gaan roken. Dat wil zeggen shag (wat ze hier tábak noemen). Ik vind shag smerig, terwijl ik in de early days van mijn rookcarrière vrijwillig shaggies rolde. Heden ten dage ben ik een slechte roller, ik draai te strak en ik vind sigaretten zonder filter sowieso heel vies. Hoewel het niet heel veel helpt, je raakt immers ook aan vieze dingen gewend (zie verder het feit dat ik überhaupt ooit ben begonnen), heeft het toch een positief effect. Al was het maar omdat ik goede hoop heb dat ik op een dag denk: dit is echt – heel – erg – vies.

Kortom: ik ben nog niet gestopt, maar ik ben wel ouder en wijzer en ik heb het idee dat ik mezelf in een deugdelijke afkickprocedure heb ondergedompeld. De komende weken, met veel stress, veel feestjes en veel vakantie is niet de periode om de laatste stap te zetten. Maar na de vakantie zal ik mijzelf eens een poepie laten ruiken. In de zin van dat ik dan stop en dan in staat zal zijn om poepies weer echt te ruiken.

Wegens apporteerangst gooi ik stokjes al sinds jaar en dag niet verder. Als estafetteloper zou ik al lang en breed gediskwalificeerd zijn, maar hee, het mag inmiddels wel duidelijk zijn: ik sport niet, ik rook.

Omdat het de eerste keer is

Omdat het mijn eerste stukje aldaar is: reclame!
In het vervolg hoop ik dat u op eigen initiatief de boel zult bijhouden, maar nu geef ik u dus even een kontje. Hop!

Zezunja als zomergast
(lees verder)

Dingen die je alleen maar vies kunt eten

Ik ben op zoek naar dingen die je alleen maar vies of onhandig kunt eten.
In Nederland wist ik het wel: tompoucen! Maar hier in het Belgische zijn tompoucen nauwelijks populair.

Weet u iets?
Het hoeft niet per se zoet te zijn en ik heb het liefst iets dat je kant en klaar kunt kopen.
Merci.

De Niet Lief Collectie:
Zezunja als Zomergast

Dit stukje verscheen op 14 juni 2007 op nietlief.com. Polle zwengelde het aan met de volgend inleiding:
“Ik bijt het spits af in de zomergastenreeks. We hebben afgesproken maximaal vijf fragmenten uit te kiezen. Geen gemakkelijke opgave, toch een poging. Zet de olijven, het stokbrood en de pesto op tafel. Ontkurk de wijn. Kijk en geniet mee.”

Weet u wat lastig is? Dit. Dit is lastig. Fragmenten verzinnen met een gatenkaasgeheugen en een sluimerende tv-verslaving. Er is zoveel moois en tegelijkertijd is mijn harde schijf van tv-momenten korzakovachtig leeg. Ik had graag gehad dat de redacteur van Zomergasten bij me langs was gekomen. Met een lijst, zoals ze dat naar verluidt bij de echte Zomergasten doen. Een lijst met wat er zoal te zien was toen je jong was, met suggesties en fragmenten die aansluiten bij je werk of je hobby’s, met spectaculaire, spraakmakende tv-fragmenten die niemand ooit zal vergeten. Maar nee, er kwam niemand langs met een lijst.

Geen mietje
Dus ik heb mijzelf geen mietje genoemd en ben wat gaan verzinnen. Het eerste dat ik bedacht toen ik mijzelf geen mietje noemde, was J.J. De Bom voorheen De Kindervriend. Ik was fan. Maar helaas was daar niets van te vinden in de youtubewinkel. Domper.

Zodoende ben ik doorgezapt naar toen ik al tien was. Een hele meid. Met tientallen Doe Maarposters boven mijn bed. Met Doe Maarzweetbandjes, -zonnekleppen, -buttons, -tasjes, -plakboeken en wat dies meer zij. Ik wachtte al sinds mijn zevende tot het moment dat ik oud genoeg was dat ik naar een concert van ze mocht. Groot was dan ook mijn verdriet toen ze ermee ophielden nog voor ik de wettelijke leeftijd van Doe Maarconcerten mogen bezoeken had bereikt. Op de dag dat het afscheidsconcert werd uitgezonden, moest ik naar een familiefeest en ik herinner me dat ik mijn vader eindeloos aan zijn kop heb gezeurd om een videoband van vier uur om het op te nemen. Want op een twee-uursband zou het niet passen.

Good ol’ Diewertje Blok
In die vermaledijde youtubewinkel was ook geen fragment van het concert te vinden, maar wel een interview van good ol’ Dieuwertje Blok met de heren, vlak voordat ze het podium opgingen. Het slechtste interview uit de tv-geschiedenis welteverstaan. Maar goed. Nostalgie boven alles.
(Update – Filmpje lijkt in 2008 niet meer beschikbaar… that sucks.)

Mijn tweede fragment is een stukje uit een interview dat Jeremy Paxman van de BBC had met voormalig minister Michael Howard. Ik hou van interviews, ik hou van praatprogramma’s en ik hou van geneuzel. U begrijpt: ik kan mijn lol niet op met de hedendaagse tv-cultuur. Dit fragment heb ik jaren getoond in de lessen Interview die ik gaf. Omdat het zo mooi duidelijk maakt wat doorvragen eigenlijk is. Omdat het zo mooi duidelijk maakt wat doorvragen kan doen met een gesprek. En omdat het zo mooi duidelijk maakt hoe gezagsdragers rond de pot kunnen draaien. (Let niet op het muziekje.)

En dan, tatatataaaaa, mijn lievelingsseries. Eerst dacht ik: hmz, beetje flauw om twee actuele series te nemen, maar als ik denk aan wat ik écht, écht mooi vind, dan kom ik altijd hierop. Altijd.
Eerst Six Feet Under. Prachtvol. Wonderschoon. Jarenlang ben ik er langsgezapt zonder het een blik waardig te keuren, maar toen de dvd-box voorhanden was, was het gebeurd. Ik was verkocht. Ik hield van de familie Fisher als geen ander. De schoonheid van ellende. De tragiek van taboes. De lyriek van de leugen. En huilen toen het afgelopen was. Dit fragment is een van de vele scenes die ik nooit zal vergeten.

En dan The Soprano’s. Waarom The Soprano’s zo’n waanzinnige serie is? Het is een straatschoffiessoap met de diepgang van Plato. Het is poëzie van het fuck this fuck that-kaliber (zie de quotes in de imdb). Het is comedy met karakterontwikkelingen zoals je zelf zou willen ontwikkelen: geloofwaardig, stoer en ontroerend. Het is gewoon fucking cool.

Als film kon ik kiezen uit duizend dingen. Films van heel vroeger, zoals De Reddertjes en The Dark Crystal. Of uit de tijd dat films echt veel impact hadden: toen ik tiener was en verliefd op Rob Lowe. Of iets later toen ik Betty Blue twintig keer zag in de Amsterdamse bioscoop Kriterion. Maar ik koos een film van de laatste jaren. Magnolia. Omdat ik de hele film, maar bovenal dit fragment hartverscheurend mooi vind. Tranen.

Erdoor

Ik zit er bijna door. Gelukkig stuurde de dove meneer van de boomgaardcamping gisteren een kaartje (de meneer heeft wegens hardhorendheid geen telefoon en om wat voor reden dan ook heeft hij geen e-mail, dus we sturen kaartjes over en weer – kijk, bij zo iemand wil ik wel op vakantie). Op dat kaartje stond: ‘Het station is 200 meter aan de straat. Naar de plaats is het 10 minuten te voet. Wij zijn een kleine camping van 3 tenten. Het sanitair is als op een natuurcamping: eenvoudig.” Dus ik zit er bijna door, maar zo’n kaartje houdt mij op de been. De meneer vergat nog te vermelden dat er een rivier is om in te zwemmen. Plons. Vooruitzichten te over.

Ik zit er bijna door, maar ik moet nog zoveel. Wat ik allemaal moet, is deels geheim, maar jemigdepemig, het is very fucking veel. Ik heb uitgerekend dat ik het allemaal niet red als ik alleen door de week overdag werk. Dus terwijl ik er bijna doorzit, moeten mijn avonden en weekenden er ook nog aan geloven. Mijn tandvlees vertoont sleetse plekken van het lopen.

Ik zit er bijna door. Het is ruim drie jaar geleden dat ik een vakantie van formaat hield, dat was slechts een weekje naar het buitenland, maar toch. Vorig jaar was ik nog een weekje op Ameland, maar toen was ik ziek en in het gezelschap van heel veel mensen. Dat is voor mij nauwelijks vakantie. Het is nog maar vier jaar geleden dat ik elk jaar bijna twee maanden op zomervakantie ging en verder elke drie weken minimaal een weekendje. Times, lieve lezers, times are a-changin’. En geld is een bitch.

Ik zit er bijna door. Ik ben moe, zo moe, zo moe. Pijn sloopt een mens. Slaapwandelingen zijn gevaarlijk. Afgelopen zondag werd ik wakker op de grond, nadat ik over Yuri geklauterd was. Deze keer was het mijn rechterschouder. Niet uit de kom, maar wel danig geblesseerd. Twee schouders defect en dan hele dagen tikken. De dokter zegt dat ik moet stoppen als het pijn doet, maar stoppen kan niet. Voorlopig niet. Stoppen doe ik bij de dove meneer. Dan stop ik.

Ik zit er bijna door. Op mijn weblog verschijnen vrijwel alleen nog maar lijstjes en linkjes. Dat is omdat ik er bijna doorzit. Niet zo lang geleden noemde ik dat gemakzuchtig webloggen. Het werd een voornemen. Maar gemakzucht impliceert dat het je gemakkelijk afgaat. Niets is minder waar. Het kost me moeite en het maakt me ontevreden. Ik wil schrijven. Mooi schrijven. Maar ik produceer alleen maar stront. Tenminste, zo voelt het.

Ik zit er bijna door. Over een maand woon ik hier een jaar. Ik ben trots op wat ik bereikt heb in dat jaar. Opdrachtgevers, poesjes, vrienden en geluk. Dat heb ik bereikt. En dat ik erdoor zit. Dat heb ik ook bereikt. Drie jaar geleden was ik overspannen, twee jaar geleden was ik ernstig ziek, dit jaar kreeg ik een klotediagnose en nu zit ik er bijna door.

Ik zit er bijna door. Maar ik ben veerkrachtig. Drie plaatsen op een camping, waarvan wij er een mogen hebben. Wat wil je nog meer? En in de toekomst ruik ik geld. Ik ruik het van een afstand. Over een maand mag ik trots zijn op dit jaar. En in augustus ga ik mooi schrijven. Dan heeft u er ook nog wat aan.

Unidentified Flying Flemish (5)

Vandaag is het de dag van de vieze Vlaamse woorden.

poep = billen

pipi en kaka = poepen en plassen

poepen = neuken

iemand binnendoen = iemand aan het tongzoenen of in bed krijgen

vogelen = neuken

tetten = tieten

tetteke rus = tieten voelen

poert = scheet

spekken (speken) = spugen

muilen = tongzoenen

foef = kut

foefelen = onzedelijke handelingen

De woorden uit Unidentified Flying Flemish staan voortaan in één overzicht bij elkaar. Zie ook de aparte categorie in de zijbalk.

NietLiefCollectief groeit door
Zezunja -de grote ontlurker- sluit zich aan

Het is een beetje raar om een persbericht over mezelf online te zetten. Maar ik doe het toch.

Lees meer… »

Waar is mijn melk?

U kent ze wel, de briefjes van huisgenoten, van collega’s, van bazen, in winkels, toiletten en pompstations. De briefjes met ‘Heren doe de bril omhoog, de vrouwen zitten ook graag droog’ of met ‘WIE HEEFT MIJN MELK GESTOLEN?!?’. Of anderszins: ‘Welke onverlaat laat nu al weken zijn sla verleppen in de koelkast?’ Ook een alom bekende is: ‘De deur ZACHTJES dichtdoen! Wij willen ook graag eens uitslapen! Bedankt!’

Ooit werkte ik ergens waar de floor manager, zoals dat zo mooi heet, vrijwel alleen maar op die manier communiceerde. Overal briefjes, altijd in hoofdletters en steevast gelardeerd met tal van uitroeptekens. Hoewel wij een bijzonder geautomatiseerd bedrijf waren, waar het mogelijk was om via de computer alle communicatie te regelen, hingen er overal briefjes. Op de buitendeur, op de muur langs onze werkplek, op de keukenmuur, op de koelkastdeur, op de keukenkastjes, op de wc-deur, aan de binnenkant van de wc-deur, op de computerschermen, in de lift.

Het nadeel van het briefjesbeleid was dat de briefjes deel van het meubilair werden. Na verloop van tijd lazen we ze niet meer, we waren gewend geraakt aan al die kapitalen, aan de gegroepeerde uitroeptekens en de a4′tjes op elke lege plek op de muur. Niettemin moesten we soms nog heel hard lachen. Zo herinner ik me een briefje:

ALS JE DE TELEFOON OPNEEMT VOOR DAT EN DAT BEDRIJF ZEG DAN NOOIT: IK VERSTA GEEN FRIES!!! DIE MENSEN KOMEN UIT DRENTHE!!!

of:

DAMES!!! HOU DE WC’S SCHOON.
JULLIE LIJKEN WEL HEREN!!

En ooit hing er een briefje op de plee met:

WAT EEN VIESPEUKEN ZIJN JULLIE!!

Verder kregen we ook veel dreigementen via de muur:

HET LOOPT DE SPUIGATEN UIT MET HET TE LAAT KOMEN!!!
VOORTAAN GAAN WE DE MINUTEN DAT JULLIE TE LAAT ZIJN VAN JE SALARIS AFTREKKEN!!

De briefjes bleken overigens besmettelijk, na verloop van tijd gingen we als collega’s eveneens op die manier communiceren. Eigenlijk waren we net een studentenhuis in plaats van een bedrijf.
Zo hing er altijd een wel een briefje met iets in de trant van:
‘Ik heb hier vorige week een pakje Boursin achtergelaten en nu is het weg!!!! Wil de dader het alsjeblieft terugleggen!!!’
Meestal stond daaronder – in een ander handschrift – iets als:
‘Ja, mijn yoghurt was ook al verdwenen.’
En daaronder dan – in weer een ander handschrift:
‘En iemand heeft de helft van mijn filet americain opgegeten.’

Maar die briefjes van ons onderling vielen in het niet bij de briefjes van de floor manager, die ook de koelkast volplakte. Ik herinner me deze:

DAMES! IK BEN VANMIDDAG ANDERHALF UUR BEZIG GEWEEST MET HET UITMESTEN EN SCHOONMAKEN VAN DE KOELKAST!!! IK HEB WEL WAT BETERS TE DOEN!!! WILLEN JULLIE ALLEMAAL JE EIGEN SPULLEN WEGGOOIEN OF MEE NAAR HUIS NEMEN!!!

Maar het meest legendarische briefje was dit:

Dames,
Uit onderzoek is gebleken dat hoofdletters moeilijker te lezen zijn dan kleine letters. Daarom zal ik de briefjes voortaan in kleine letters schrijven.

En dan nu to the point. Yuri en ik zijn in navolging van de hilarische website passive aggressive notes een Nederlandstalige website van hetzelfde kaliber begonnen waar jullie foto’s of scans van zulke briefjes naartoe kunnen sturen. Screenshots van e-mails mogen ook en in het uiterste geval, bijvoorbeeld wanneer er geen fototoestel voor handen was, mag een verslag van passief-agressieve communicatie ook.

Wij zouden het bijzonder op prijs stellen als jullie de link van Waar is mijn melk? willen doorsturen aan mensen die in grote bedrijven werken of aan studenten in studentenhuizen, want daar valt het meeste te halen. Maar misschien dat uw eigen inbox ook een schat aan passief-agressieve briefjes herbergt. Of uw outbox natuurlijk.
Ik hoop dat iedereen die zulke briefjes weet te hangen of zelf zulke briefjes schrijft, meedoet. Ik voorzie dikke pret.
Bedankt.

Wijf

Juist ja, dus als je op een tuinforum schrijft: ‘…ik twijfel…’ dan wordt dat gepubliceerd als ‘… ik t***el…’.
Pffff.

De gediplomeerde erectie

Als docent journalistiek weet ik als geen ander dat de taalvaardigheid van onze boodschappers soms ver te zoeken is. Je zult mij dus niet op elke slak zout zien leggen, want a. dan kun je wel aan de gang blijven en b. dat weten we nou wel.
Toch wilde ik u deze niet onthouden.

Een man uit de Amerikaanse staat New York heeft lange tijd “een erectie gehad die niet wegging”. Naar eigen zeggen is de erectie veroorzaakt door het drinken van de vitaminedrank Boost Plus. De man moest geopereerd worden in het ziekenhuis door de erectie en heeft inmiddels een aanklacht ingediend tegen het bedrijf.

Bron: Fok Frontpage

Voelt u zich aangesproken? Vanaf september geef ik een cursus eindredactie. Schrijf u in of zeg het voort.

(NB Mocht u vaststellen dat ook op deze webzijde soms taal-, tik-, of stijlfoutjes staan: dat is goed mogelijk. Dit is een hobby en ik ben een sloddervos. Ik eindredigeer deze stukjes niet of nauwelijks. Ik zwier ze het net op en als ik dan nog een foutje tegenkom, verander ik dat. Meer niet. Voor mijn werk houd ik heel andere maatstaven aan.)

Hoe Jon Bon Jovi mij aan de pil kreeg

Dames en heren, wegens geen tijd voor nieuwe stukjes, even wat rekleem voor een stukje van mij elders.

Hoe Jon Bon Jovi mij aan de pil kreeg

Elke zaterdagavond zochten we stuivers in de newwavedisco. Met Robert Smith als rolmodel. Elke zaterdagavond zag ik Jon Bon Jovi. De Alkmaarse jongen die met zijn drieëntwintig jaar moest oppassen voor wettelijke overtredingen. Ik was immers pas veertien.
Ik vond ‘m übercool, d’n Jon. Hij had wilde manen en dat straalde op mij af. Vond ik.
Na twee maanden besloot ik dat ik het met hem ging doen. Acht zaterdagen waren genoeg. Hij mocht mijn maagdelijkheid hebben.

Hoe dit afloopt kunt u hier lezen of surf naar alle stukjes op Schrijvers in Ondergoed.

Normaal houden ze niet zo van mij

‘Soms wil ik hier niet wonen.’
‘Waarom niet?’
‘Omdat bijna iedereen zo negatief is over Nederlanders.’
‘Wie? De Vlamingen?’
‘Ja, de Vlamingen.’
‘Maar we kijken toch juist tegen jullie op?’
‘Nee, dat is gelul. Een enkeling wel, maar de meesten niet.’
‘Hoezo? Waaraan merk je dat?’
‘In gesprekken, in de krant, op weblogs, op feestjes, op tv.’
‘Nou, dat valt toch wel mee?’
‘Nee, dat valt helemaal niet mee.’
‘Maar wat bedoel je dan met negatief?’
‘Nou gewoon, allerlei negatiefs. Soms niet eens beargumenteerd.’
‘Maar we zeggen toch ook vaak aardige dingen over jullie.’
‘Ja, dat komt wel eens voor. Laten we zeggen dat twintig procent aardig is en tachtig procent niet.’
‘Kom! Nu overdrijf je wel een beetje.’
‘Nee, niet. Sterker, aardige dingen worden vaak vooraf gegaan door: normaal hou ik niet zo van Hollanders, maar bladiebladiebla.’
‘Maar jullie zeggen toch ook onaardige dingen over ons.’
‘Nauwelijks. We hebben moppen, maar dat zijn grapjes. En veel vooroordelen. Maar die zijn overwegend positief.’
‘Ik denk dat een Vlaming die in Nederland woont hetzelfde kan zeggen als jij.’
‘Ik durf te wedden van niet.’
‘Hoe weet je dat?’
‘Omdat ik veel Vlamingen heb lesgegeven en zag hoe Nederlandse studenten met hen omgingen. Dat die vaak vol bewondering waren. En nieuwsgierig.’
‘Maar het is toch ook niet waar dat wij zo negatief zijn over Nederlanders?’
‘Jawel.’
‘Noem eens wat dan?’
‘Nou ja, al die opmerkingen over Nederlanders die luidruchtig en onbeschoft zijn. En direct en grof.’
‘Ja, ach, dat zijn altijd dezelfde mensen die dat zeggen.’
‘Nee, ook vrienden en familie. Het zijn maar kleine dingen, meestal over wat we zeggen, wat we eten of hoe we schrijven. Soms over hoe punctueel we zijn, hoe zuinig en hoe weinig intiem. Over onze woordenschat, onze uitspraak, onze televisieprogramma’s, onze…’
‘Ach…’
‘Ja, het stelt allemaal weinig voor, maar alles bij elkaar is het veel. En het steekt me.’
‘Je moet het je niet aantrekken.’
‘Dat doe ik meestal ook niet, maar te veel druppels doen de emmer overlopen. En dan wil ik hier soms gewoon niet wonen.’
‘Ach meisje toch.’
‘Ja.’
‘Maar ik neem het voor je op hoor.’

En dat deed hij. Kijk en lees.

Allegaartje (4)

Dingen die deze week vies tegenvielen.
1. de begroting van Het Eiland Neus
2. het einde van het eerste seizoen van Heroes
3. de communicatie tussen twee ziekenhuizen in Leuven en mijn huisarts

Dingen die deze week enorm meevielen.
1. de begroting van Het Eiland Neus per 1 oktober 2007
2. een klant die met mijn uurprijs akkoord ging, terwijl ze zo lang niets van zich had laten horen dat ik bijna zeker wist dat ze niet akkoord zou gaan
3. dat de vooroorlogse scanner het nog deed

Dingen waarvan het maar goed was dat Sjeik ze niet kon verstaan.
1. ‘Gaan we morgen jouw balletjes eraf laten knippen? Hè? Lieve poes.’
2. ‘Ja, toon ze nog maar eens goed aan de wereld, die kloten van je. Morgen zijn ze weg.’
3. ‘Lik ze maar lekker, meneerke, morgen worden ze er namelijk uitgehaald.’

Dingen waarvan het jammer was dat de poezen ze niet konden verstaan.
1. ‘Arme Choco. We moeten dit echt even in je oor spuiten, dan heb je daarna veel minder jeuk.’
2. ‘Lieve lieve Sjeik, we gaan nu naar huis. Deze doos gaat vaak naar de dokter, maar hij gaat ook altijd weer terug hoor.’
3. ‘Morgen mag je weer naar buiten, poes. Maar eerst moet je wond genezen.’

Mensen die iets over mij schreven.
1. Lilith, die schreef dat ik een babe was – nou, zij kan er ook wat van
2. Sunnymoon die mij gelijk herkende – dat komt niet vaak voor sinds ik mijn dreads kwijt ben
3. een journalist van Het Nieuwsblad die zijn research doet op zezunja.nl

Dingen die tof zijn.
1. BNN’s Donorshowhoax
2. Mijn tas.
3. Lilith, Sunnymoon en aanhang

Dingen die helemaal niet grappig zijn.
1. de student die – toen we met een van angst kwijlende Sjeik in een doos over straat liepen – een emmer water over ons heen gooide
2. de Vlaamse Gemeenschapscommissie die je pas werk verschaft als je een lettertype van 800 euro aanschaft
3. de trein naar Antwerpen die niet reed toen mijn schoonzusje in Antwerpen ging trouwen

Dingen die juist ontzettend grappig zijn.
1. de jongen die bij Het Eiland Neus wilde stage lopen en in een mail van vijf zinnen drieëntwintig taal- en tikfouten maakte
2. Piet Huysentruyt die probeert helder te argumenteren
3. dat Yuri en ik allebei deze week onze jas in iemands auto lieten liggen

Websites die mij verbazen.
1. justin.tv, een jongen uit San Fransisco die dag en nacht een camera op zijn pet draagt en zodoende zijn leven in livestream op internet gooit
2. meyepop.com, waar ik via blunt terechtkwam en waar je eindeloos veel series gratis kunt kijken en, als je betaalt, kunt downloaden
3. runningfromcamera – hoe komt iemand op het idee?

Dingen die ik onlangs vergat.
1. op zijn tiende sterfdag Herman de Coninck vereren
2. mijn jas in de auto van ex-buurvrouw
3. als vanouds: mijn boeken terugbrengen naar de bibliotheek

Dingen waar we ons erg op verheugen.
1. de oogst van de broccoli, de pompoen en de tomaat
2. onze vakantie in een boomgaard aan een rivier bij een dove meneer
3. het laatste seizoen van The Soprano’s, het derde seizoen van Lost, het tweede seizoen van Heroes, het derde seizoen van The 4400, het tweede seizoen van Prison Break

Dingen die ik niet had verwacht.
1. dat er op tien dooie slakken ongeveer honderd heel vieze vliegen zitten
2. dat een bobo die ik interviewde mijn tekst niet wilde wijzigen
3. dat Sjeik midden in de nacht op onderzoek uit ging in het pornokastje

Dingen die pijn doen.
1. de slijmbeurzen in mijn schouder die sinds mijn nachtelijke escapade opgezwollen zijn
2. de akelige dingen die Vlamingen dagelijks over Nederlanders zeggen
3. een biopsie op de meest gevoelige plaats van je lichaam

Zie ook:
Allegaartje (1)
Allegaartje (2)
Allegaartje (3)

Hoe Piet Huysentruyt stil werd van
de confrontatie met ‘ene Zezunja’

Dankzij een lezeres van m’n webzijde, die ik via deze weg nog eens hartelijk wil bedanken, kwam ik erachter dat in Het Nieuwsblad van afgelopen zaterdag ‘ene Zezunja’ werd aangehaald in een interview met Piet Huysentruyt. De televisiekok werd geconfronteerd met een zin uit het stukje Open brief aan Piet Huysentruyt en de zijnen dat ik een paar maanden geleden plaatste. De brief was verstuurd aan Piet zelf, aan VTM en aan Humo, maar destijds hoorde ik er niets meer van.
Voor wie Het Nieuwsblad niet leest: ik zal het stukje tekst hieronder citeren. En als u hier klikt, kunt u het fragmentje in print zien.
Ik citeer:

(…)

Een open brief aan u, gevonden op de weblog van ene Zezunja: ‘Ik zie vrijwel nooit een pleidooi voor biologisch eten. Dat vind ik schokkend, want de invloed van tv-koks lijkt groot, maar ze nemen niet de verantwoordelijkheid die bij die invloed gepast zou zijn.’
(lange stilte) ‘Ze heeft voor vijftig procent gelijk. Maar stel dat ik een pleidooi hou voor de biokip. Ja, dan zullen mensen die kip misschien wel kopen, maar na twee keer haken ze af. Reden: te duur. En zie je me al met mijn vingertje zwaaien: gij zult biokip kopen? Tv moet leuk blijven hè? Anders zappen mensen weg.’

De wet van de commercie?
‘Nee, maar de kijker is toch vrij om te kopen wat hij wil? De politiek moet ingrijpen verdorie. Het ministerie van Gezondheid moet de bioboeren veel meer steunen, zodat hun producten goedkoper worden. Dat is niet de taak van een televisiekok.’

Maar als televisiekok heeft u wel invloed.
‘Ja absoluut. Maar ik zal dat nooit uitbuiten. Ik zorg wel dat er kruiden op de markt zijn met mijn naam erop, maar het zijn ook goeie kruiden. Waarom zou ik dat niet mogen doen? En ik wil wel een biokip op de markt brengen, maar dan zou die veel geld kosten. Goeie Franse biokippen kosten wel 35 euro. Weet je wat voor kritiek ik dan zou krijgen? Daar is hij weer hoor met zijn dure kip. Hij steekt al het geld in zijn zakken en de kruimels zijn voor de bioboeren. Mensen zien enkel wat je verdient, niet hoe hard je werkt. Het is niet omdat ik in de Ardèche woon, dat ik niet werk hè. Soms ben ik wekenlang van huis.’

(…)

Aldus Piet. Wat mij betreft had hij zich mogen beperken tot de lange stilte, maar ik ben wel tevreden. Piet was met stomheid geslagen. En terecht.

Ik ben pro ruiltochten

Er stonden twee meisjes voor de deur.
Meisjes van een jaar of negen met roze rokjes, paarse truitjes, gele strikjes, blauwe maillootjes en groene schoentjes.
‘Wij doen een ruiltocht, heeft u iets wat u met ons kunt ruilen?’, stamelde een van de meisjes.
Een ruiltocht? Mijn hemel, wat is dat in godsnaam? Ik wilde niet al te allochtoon overkomen, dus ik vroeg het niet.
‘Ja hoor’, zei ik. ‘Momentje.’
Ik ging naar binnen. ‘Yuri, Yuri, er staan meisjes voor de deur en die doen een ruiltocht. Wat moet ik doen? Wat moet ik doen?’
‘Je moet iets met ze ruilen’, zei Yuri. ‘Wat hebben ze?’
‘Een zak chips’, zei ik, ‘en allemaal roze rokjes, gele strikjes en glitterdingen in hun haar.’
‘Ah, ‘n zak chips’, zei Yuri en hij liep naar de keuken. ‘Dan moet het dus meer zijn dan een zak chips.’ Hij pakte een pak heel vieze koekjes zonder suiker uit de kast.
‘Maar dat is minder dan een zak chips’, zei ik. ‘Dat zijn echt heel smerige koekjes.’
We keken om ons heen, op zoek naar iets wat we nog kwijt wilden.
Mijn oog viel op de vier Duitse zweetbandjes.
Enfin: één en één is twee. Die chips waren lekkerder dan de vieze koekjes. En op de laatste zin van dit stukje heb ik eindelijk een antwoord.

(Trouwens: zo’n ruiltocht kende ik eigenlijk al, van internet – zie one red paperclip)