Zeer toffe mensen
- dinsdag 31 juli 2007
- Zinloos pagina 13 pin-up
- 2 reacties
- reageren?
Voor de vakantie schreef ik weinig, maar ook veel. Hier schreef ik bijna niets, achter gesloten deuren juist pagina’s vol. Mijn vader werd zeventig en ik schreef een kinderboek op rijm dat hij aan de kinderen van mijn zus kon voorlezen. Ik zal daar deze week wat stukjes van laten zien, want in combinatie met de vormgeving van Yuri en de tekeningen van mijn zwager is het erg goed gelukt.
Denkend aan dat boekje en al die momenten dat ik het afgelopen jaar zwijgzaam was op zezunja.nl dacht ik: ik kan best wat tipjes van de sluier oplichten. Want hoewel ik hier soms dagenlang geen tekstjes achterliet, gebeurde er achter de coulissen allerlei vriendschappelijks dat in grote stilte vervaardigd werd en achteraf werd vergeten, want ja, voorbij is voorbij. Maar het materiaal is op zich best weblogwaardig.
Laat ik dan maar bij het begin beginnen. Een jaar geleden, een paar dagen voor ik hier naartoe verhuisde, vierde mijn moeder haar zestigste verjaardag. Ze deed dat met een vrouwendiner, waar ik vorig jaar al eens over schreef.
Om te beginnen moet ik even melden dat mijn ouders uit zo’n liber amicorumcircuit komen. Dat wil zeggen dat ze, omdat ze dol zijn op het concept ’schrijf een a4′tje over jezelf en/of de jubilaris’, inmiddels een boekenkast kunnen volstouwen met zelfvervaardigde dan wel ontvangen liberi amicorum.
Niettemin voegden we daar voor mijn moeder gewoon nog een liber amicorum aan toe. Namelijk dat van het vrouwendiner. In het stukje dat ik vorig jaar schreef over dat diner plakte ik ook het enorm toepasselijke gedicht dat ik voor haar citeerde. Wat ik destijds niet toonde, waren de pagina’s die ik daarnaast nog voor mijn moeder maakte. Die zet ik hieronder. Klik daarvoor op de foto’s.
Waar ik zeker niet aan voorbij mag gaan in dit verband is de kaft die mijn crea-zus ontwierp waarin van alle aanwezige vrouwen een object werd verwerkt. De opdracht was om iets aan te leveren dat niet groter dan 1 x 1 x 1 cm was en dat iets met mijn moeder te maken had. Zodoende vond mijn zus bij de post alllerlei dinsigheidjes: het treinkaartje van mijn moeders allereerste buitenlandse reis verkleind tot miniatuurformaat, een megaklein doosje met mijn moeders geboortegrond, een melktand, hangertjes, steentjes en andere bling-bling, fotootjes van één vierkante centimeter, enzovoort. Mijn zus verwerkte alle kleinoden in een ietwat dikke kaft en hop: een kunstwerk was geboren. Helaas heb ik daar (nog) geen foto van.
Maar goed, waar was ik gebleven, o ja, mijn pagina’s àn de kaft. Ik heb mijn moeders naam weggehaald, omdat ik dat wel zo netjes vind.
pagina 1
pagina 2
pagina 3
Weer een stokje. Een places to be-stokje dat de vermaarde i. mij toewierp. Eentje waarin je dient te vertellen welke winkels, restaurants en andere hete plekjes jouw stad te bieden heeft. En i. was zo sluw om mij niet Amsterdam – mijn stad! – maar Leuven toe te wijzen. Hah, Leuven! Ik ben hier een totale n00b (beginneling), dus ik val grandioos door de mand bij zoiets. Maar ik vind het wél een spannende exercitie. Kan ik nu, na een jaar, al een paar plekjes aanraden voor een My city, your city-stokje?
(O ja, de vragen waren in het Engels, omdat ze van een Engelstalig weblog kwamen en ik heb nog steeds vakantie, dus vragen vertalen behoort niet tot mijn contractuele verplichtingen dezer dagen.)
1. My favorite ‘grab-a-bite’:
De Komeet, op de Oude Markt, by far. Het personeel is weing sprankelend en de inrichting is iets te strak en te krap, maar de menukaart maakt dat meer dan goed. Als je een boterham tonijnsalade bestelt, krijg je twee ultradikke volkorenboterhammen met zaadjes en huisgemaakte tonijnsla met allerlei liflafjes. Ook de tapas, de croques en de dagschotels zijn altijd dik in orde. Verder hanteren ze naar Oude Marktnormen gemeten heel schappelijke prijzen. Bovendien is het ongeveer de enige toffe tent in Leuven waar je lekker kunt eten én nog mag roken. En dat is zolang ik niet gestopt ben best belangrijk.
2. My favorite shop in town:
Om te shoppen vind ik Leuven geen aanrader. Zo hier en daar zitten leuke winkeltjes hoor, dat zeker, maar alles in Leuven is duur. Er is bijzonder weinig concurrentie. Leuke winkeltjes zijn in Leuven en omstreken vaak enig in hun soort, dus de prijzen zijn grenzeloos. Overal. Schoenen, boeken, interieurdingen, leuke kleding, allemaal niet te betalen met mijn voorlopig nog krappe budget. Voor écht shoppen zijn we aangewezen op Brussel of zo.
3. My favorite restaurant:
Favorite qua eten: A Zamara in de Tiensestraat op de hoek met de Maria Theresiastraat. Ultiem lekker Italiaans eten. Qua sfeer, bediening, kookwijze en inrichting op en top Siciliaans.
Favorite qua heel dichtbij en heel betaalbaar: Bar del Sol in de Schapenstraat, dat zit voor ons op kruipafstand van ons huis. Ze hebben het pleintje ervoor ingepikt met een terrasje en het plein met naambordje en al omgedoopt tot Plaza del Sol. Je kunt er voor ongeveer 7,50 een goed maaltje naar keuze eten, dat met minimale middelen achter de bar in elkaar wordt gedraaid. Vanaf het terras heb je zicht op het Groot Begijnhof. Een fijn cafeetje om op kruipafstand te hebben. (klik vooral even door naar de site).
4. My favorite ‘take my friends when in town’:
Mijn Nederlandse vrienden neem ik mee naar eetcafé De Werf (voor de Nederlanders: dat betekent ‘de bouw’). Ik ga maar even voorbij aan het feit dat ze zichzelf op de site een babbel- en knabbelcafé noemen – daarvan kijg ik rillingen. Maar verder is het er echt heel plezierig zitten en eten. De menukaart is verrassend, zowel qua taalgebruik (een eike en nog wat van die typisch Vlaamse woorden) als qua gerechten (bijvoorbeeld: chowders, dat zijn grote uitgeholde broden met daarin onder meer chili con carne).
En de wijze van serveren is altijd origineel, variërend van thermoskannen tot broodtrommeltjes en van papieren zakken tot enorme schalen ter grootte van een afwasteil. Verder kun je er sinaasappelsap bestellen met een handpers erbij, die veel goedkoper is dan de sinaasappelsap die al voor je uitgeperst is. Het Hogeschoolplein waar De Werf aan ligt is mooi en het terras is groot, maar bijna altijd bomvol.
5. Other 5 things to mention:
I. De abdij van ‘t Park.
Een stukje natuur tussen Leuven en Heverlee. De abdij met veel gebouwen, poorten, en torentjes is oud en indrukwekkend, het park waar de abdij naar genoemd is, is rustig en glooiend. En als kers op de taart kun je op sommige plekken in het park de oprukkende stad nauwelijks zien liggen. De illusie van natuur midden in Leuven.
II. De nachtwinkelmuur en de huurmuur.
Als Amsterdammer ben ik op zich best veel automaten gewend. Vroeger had je overal sigarettenautomaten op straat en ik wist dat er een condoomautomaat op de Overtoom zat en een broodautomaat elders in Oud-West. Maar qua automaten verslaat Leuven Amsterdam ruimschoots. Er zijn broodautomaten te over en op niesafstand van ons huis zit zowel een huurmuur (met dvd’s) als een nachtwinkelmuur (met van alles en nog wat, maandverband, snoep, wijn, kant-en-klaar-maaltijden). In Leuven heerst verre van een 24-uurseconomie, maar in sommige straten zitten kastjes die de stad ver vooruit zijn.
III. Bibliotheek Tweebronnen.
Een gebouw dat me enerzijds een beetje thuis doet voelen, omdat de architectuur van de gevel me een Berlage-achtig Amsterdamse Schoolgevoel geeft. Tegelijkertijd is het in het geheel niet Nederlands: het gebouw en de bijgebouwen zijn bergaf gebouwd. De bibliotheek, een café, een tentoonstellingszaal en wat overheidsdiensten zitten allemaal op verschillende verdiepingen. In het café heb ik vaak zitten lezen als ik hier op bezoek was als Yuri moest werken.
IV. Stuk.
Een kunstencentrum bij ons om de hoek dat ervoor heeft gezorgd dat ik in het ietwat krap bedeelde culturele circuit van Leuven in ruim twee jaar meer verrassends en vernieuwends heb heb gezien dan in de vijf jaar daarvoor in Amsterdam. In Amsterdam is zoveel te doen dat ik door bomen het bos niet meer zag en drempelvrees kreeg omdat alles altijd maar nieuw, duur, ver weg en anders was. Het Stuk daarentegen is altijd dichtbij en altijd hetzelfde: een prachtig gebouw, wederom met alle bijgebouwen tegen een helling gebouwd, met een groot en groots café erbij met live-perfomances. Het biedt in vergelijking met Amsterdam natuurlijk niet erg veel keus , maar wat er ook wordt geprogrammeerd: muziek, film, beeldende kunst of theater, het is bijna altijd verrassend en vooruitstrevend.
V. De Molens van Orshoven.
Een oud industrieel pand met (of naast) een stel enorme fabriekspijpen. Er zitten allerlei kunst- en cultuurbureautjes en -zaaltjes. Yuri koos die prachtige plek vaak om alleen of met een theatergroep voorstellingen te geven. Twee van die voorstellingen heb ik daar mogen meemaken, inclusief premierefeestje en zulks op het binnenplein. Ik was verkocht. De industriële sfeer die het terrein uitademt: geweldig!
Normaal gooi ik stokjes liever niet verder wegens apporteervrees (vrees dat mensen het stokje massaal terug komen brengen). Maar nu wil ik wel een suggestie doen. Omdat ik als n00b Leuven natuurlijk nog beter moet leren kennen, smijt ik dit stokje ‘t liefst naar vijf mensen voor wie Leuven bekend terrein is. Zoals daar zijn:
Mijn meneer maanzand.
De zich in een slecht getimede winterslaap bevindende Sunnymoon.
Lilimoen de Pelgrim, ik wacht rustig tot ze terug is van haar bedevaartstocht.
Yab van YAB.
En Herman van Oogsnoep.
Open mij de ogen! Laat mij Leuven zien!
Octavie stelde ons op NietLief de volgende vraag:
Hebben jullie spijt van iets in jullie leven? Hadden jullie dingen graag anders zien lopen? Anders aangepakt? Anders beleefd?
Na talloze stukjes, hersenspinsels en uitprobeersels, kwam ik tot een stukje dat alleen de eerste vraag beantwoordt. Een stukje dat gaat over het jongetje, de logikwis en de gemorste melk.
Voor de anders stukjes van het Collectief, zie ditte.
Dit stukje verscheen op 29 juli 2007 op niet lief.com. Octavie zwengelde het aan met de volgende inleiding:
“Lieve niet-liefjes, mijn vraag voor jullie is de volgende:
Hebben jullie spijt van iets in jullie leven? Hadden jullie dingen graag anders zien lopen? Anders aangepakt? Anders beleefd?”
Opdracht: Waar heb je spijt van?
Geschreven door: Zezunja
Wat spijt betreft ben ik net een jongetje: ik ben veel te oplossingsgericht voor spijt. Spijt is een paternalistische emotie, een strafbankje waarop je je eigen en andermans ellende overdenkt en waarbij de schuldige al vast staat nog voor er een rector aan te pas is gekomen: jij. Jijzelf bent de schuldige.
Dat klinkt allemaal wat heftig, maar ik kan er niks anders van maken: het gaat om schuld en boete. Spijt is het besef dat je iets verkeerd hebt gedaan. En vervolgens dien je daar dan enigszins in blijven hangen. Kijk, en daar ben ik dus veel te oplossingsgericht voor. Ik ben allang een stap verder tegen de tijd dat ik aan mijn eigen spijt toekom. Mijn eerste vraag bij onheil is namelijk niet: moet ik hier spijt van hebben? Maar: wat gaan we eraan doen?
De meeste gevallen van spijt in mijn leven zijn gevallen van niet jammeren om gemorste melk. De tijd valt nou eenmaal niet terug te draaien en met een optimistische levenshouding valt overal wel een louterend effect uit te halen. Van fouten kun je leren en doorredenerend kun je dus maar beter veel fouten maken om ontiegelijk wijs te worden – en als ik echt in een soepele bui ben, beweer ik daarbovenop nog eens dat fouten niet bestaan.
Geen tijd voor spijt dus. Wat niet wil zeggen dat ik niet leer van momenten van schaamte, van momenten dat ik met mijn vuist op tafel sla door gemiste kansen, van momenten dat ik kamp met een haperend geweten. O nee, ik ontwikkel me rot. Eerst denk ik: oei, dat was niet zo handig. En daarna: wat gaan we eraan doen? Tijdens dat proces voel ik in al mijn vezels dat ik slimmer word. Maar spijt? Nee.
Dat klinkt wat vrijblijvend, geen boete willen doen omdat het niet praktisch is. Maar ik ben – vrees ik – tamelijk praktisch, tot op het gratuite af. Spijt als genoegdoening voor het slachtoffer vind ik slechts nuttig als het een directe bijdrage levert aan de oplossing voor een situatie (daar gaan we weer). Zo heb ik in mijn tienerjaren eens fink wat geld gestolen van mijn ouders. Mijn spijtbetuiging van toen droeg op allerlei manieren bij aan een oplossing. Mijn ouders konden proberen mij weer te vertrouwen, ik had publiekelijk ethisch inzicht getoond en ik ging zó door de grond van schaamte dat ik het later nooit meer in mijn hoofd haalde iets te stelen.
Toen had het dus wel degelijk zin om spijt te hebben, maar spijt verjaart, zie verder the spilt milk. Nu is het zinloos om spijt te hebben van mijn spaak gelopen geweten van toen. De oplossing heeft gewerkt, spijt is een gepasseerd station. Op naar de volgende logikwis van oei, dat was dus onhandig en wat gaan we eraan doen? - want de aanwas van logikwissen stopt nimmer.
En ik ben o zo blij dat ik er zo lankmoedig over denk, want als ik in mijn onstuimige leven op alle momenten dat ik dacht ‘oei, dat was niet zo handig’ verteerd had moeten worden door schuldgevoel, schaamte en gewetenswroeging, dan droeg ik nu de wereld op mijn schouders. Terwijl ik maar een heel klein, oplossingsgericht jongetje ben, met heel ranke schoudertjes.
Voor de liefhebbers: er staat een klemme tiet (nah, tietje) op de foto.
(klik voor groter)
En als ultrasuperbonus krijgt u als u hier klikt (400k) de broodjesmakerij in action. Met dank aan Yuri voor het vergiftigen van de foto’s en voor het op mijn verzoek wissen van de scène waarin 24 vetrolletjes voor de lens opdoemen.
Heenreis.
Niet op de foto: nog een megarugzak, een gifgroen koffertje en een knalgele tas. Het karretje begaf het op de terugweg.
(klik voor groter)
Goed kamperen is een vliegensvlugge omschakeling van voeten op de bank en afstandsbediening in de hand, naar elke schoen een spinnencheck en alles wat nat kan worden wordt nat. Een cultuurshock van cosy comfort naar zelfgekozen ontberingen. Ik ben daar goed in.
Zo goed zelfs, dat ik maar een klein spiertje vertrok toen de vrouw van de dove meneer ons uitlegde dat dit de poep-wc was en dát de plas-wc, en dat je zo en zo wat blaadjes over je drol moest strooien voor een smakelijkere aanblik en de juiste compostering.
Ik vertrok ook maar één enkel spiertje toen ze bij vier op schouderhoogte tegen elkaar getimmerde latten zei dat dit de koude douche was. Over een warme douche hebben we het niet gehad.
Bij een tuinslang die in de boom hing en die moest dienen als was- en afwasplaats vertrok ik allang geen spier meer. Mijn vliegensvlugge omschakeling was een feit.
De eerst dag was ik nog verontwaardigd, dat wel. Over mieren die in mijn kont beten, over grote dikke spinnen in de tent, over allerhande weersvoorspellingen en over de verdomd stadse geluiden die het Gaumese platteland voortbrengt. Maar mijn verdraagzaamheid nam gauw toe en ik voelde me als mijn eigen stront in de poep-wc: bedekt met verse blaadjes en vogelgeluiden.
Thuis zou ik bij één mier op het aanrecht vol walging gaan spoorzoeken en uitroepen dat – dit – echt – wel – heel – erg – goor – is. Op ons Gaumese lapje grond koos ik ervoor om met mijn blote reet tussen de naaktslakken en de bramenstruiken te gaan hangen in plaats van de ietwat gesofisticeerdere plas-wc te gebruiken, te weten een groene emmer met daarin de ochtendplas van de dove meneer.
Eigenlijk ben ik een viezerik. Ik wentel me met graagte in de ranzigheid van het buitenleven. Afwassen met kleine plensjes uit de opvouwbare jerrycan en afdrogen met pleepapier, telkens nieuwe piesplekken zoeken omdat de zon een veelgebruikte piesplek zonder pardon blootlegt door de geur een beetje aan te braden, weten dat de eerstvolgende warme douche nog een week verwijderd is en zorgen dat je toch geen bad hair day krijgt. Ik stel er een eer in om op al die punten een cross country queen te zijn.
Het lukte me ruim een week. De ontberingen waren dragelijk. De eerste dagen was het boven de dertig graden en dan vereist een koude douche geen heldendom. Ik maakte veelvuldig gebruik van horecatoiletten en ontweek zo de ergste poep- en plasdilemma’s, en door een enkele regenbui midden in de week waren de meeste rode mieren ergens in hun schuilplaats ondergedoken. Het was een rustig weekje.
Een rustig weekje met veel routines. Iedereen die ons iets lekkers serveerde, kreeg het predicaat ‘ons tentje’. We stelden niet zelden twee keer per dag voor om naar ‘ons tentje’ te gaan. En dat deden we dan. We wandelden veel; de paden op, de lanen in. We kayakten wat. Dobberend, drijvend, blinkend in de zon. We maakten twee keer dezelfde pastasalade, omdat-ie zo lekker was. En we volgden het ritme van het licht.
Maar na een week kwamen er scheurtjes in mijn verdraagzaamheid. Ik wist de poep-wc niet altijd te vermijden en ik werd daar zenuwachtig van. De poep was inmiddels bijna tot brilhoogte gestegen en het zou niet lang meer duren of de bovenste blaadjes zouden mijn kont strelen. Gezien het aantal spinnen in de poep-wc en de daarbij behorende waanbeelden zou dat tot hysterische taferelen kunnen leiden. De poep-wc werd steeds meer een no-go-area, ik wendde mij nog liever tot vrijwillige obstipatie.
Bovendien maakt het scheiden van poepen en plassen bij mij de onstuitbare neiging los om beide tegelijk te doen en dat was niet de bedoeling had ik begrepen. Tel daarbij op dat ik talloze keren in een reflex mijn pleepapier per ongeluk in de poep-wc gooide, in plaats van in het emmertje ernaast, waardoor ik hangend boven dat kakreservoir papiertjes uit de diepte moest vissen, en er is maar één conclusie mogelijk: tolerantie sucks en poep-wc’s leiden tot zenuwziekten.
Maar er was meer. De rode mieren waren weggespoeld door de regen en ik vond mijzelf een echte bikkel, zo goed als ik omging met de talloze reeds aangebrachte bulten. Toen de regen na een week echter serieus inzette en steeds iets langer aanhield, bleek pas goed wat we voor onze vervloekte mieren in de plaats hadden gekregen: slakken. Heel – veel – slakken.
Wij dachten dat we thuis veel slakken hadden. Haha. Daar moeten wij nu hartelijk om lachen. We hebben hier een klein buitenwijkje aan slakken; een paarhonderd, misschien duizend. Niks aan de hand. Maar daar in de Gaume, na een fikse regenbui: een Shanghai van slakken! Miljoenen, miljarden. Yèk.
Het begin van het einde ging nog betrekkelijk langzaam. We pulkten de slakken met een stokje uit onze schoenen, onderwijl wat morrend. Het weer liet nog een paar mooie wandelingen toe, we aten lekkere ijsjes en we yahtzeeden tot diep in de nacht bij zaklamplicht.
Maar naarmate het op dag negen langer ging regenen, waren we langer bezig met wie katapulteert het hardst een slak van de binnentent? We wrikten eindeloos veel slakken van pepermolens, teenslippers en theeketels, we stuurden kolonnes slakken met een fraaie zwier terug naar ver-van-ons en we deden elke avond een ongediertecheck voordat we gingen slapen. We waren geduldige mensen.
Tot ik me bij een onopgemerkte naaktslak in bed nestelde. Ik hapte naar adem en… de weersvoorspelling voor de volgende dag was het laatste zetje dat ik nodig had om te besluiten dat het mooi geweest was.
Nog één dag moest Yuri op wacht staan als ik weer een nieuwe piesplek in de buurt van de tent uitprobeerde, nog één dag aten we dezelfde pastasalade omdat-ie zo lekker was, nog één dag keken we uit over onze boomgaard waar we het rijk alleen hadden en nog één dag rekenden we uit hoeveel gewicht een appel heeft die met zoveel kilometer per uur op je hoofd knalt.
En toen rolden we ons tijdelijke huisje op, inclusief slakkenlijkjes, en spoedden we ons tussen de regendruppels door naar onze enorme verzameling afstandsbedieningen.
We zijn weer thuis.
Redenen om toch een Allegaartje te schrijven.
1. het is niet áltijd leuk om te doen alsof je er niet bent
2. hoe meer ik mezelf de tijd gun om niet te schrijven, hoe meer zin ik krijg om te schrijven
3. de overgang van stress naar vakantie is altijd interessant
Dingen die ik deze vakantie vrees.
1. dat er misschien geen geschikte plek zal zijn om ’s nachts halfblind te piesen
2. dat de vrouw van de dove meneer veel aanspraak nodig heeft
3. dat de rivier, die er op het oog redelijk breed uitziet, overal te ondiep zal zijn om te zwemmen (ik – wil – zwemmen)
Kenmerken van een vakantie die onbedoeld thuis begon.
1. vier enorme kussens die ik bij Zeeman scoorde – van die kussens waar een normaal mens op slaapt – zodat de bank eindelijk de bank to end all banken kan worden
2. in slaap vallen bij de Tour de France – een oude gewoonte
3. niet webloggen
Waarom een Allegaartje zo prettig is om te schrijven.
1. het stiekeme voornemen om over elk van de punten in de Allegaartjes ((1), (2), (3), (4)) ooit eens een serie stukjes van 500 woorden te schrijven – ik krijg best 500 woorden vol over een geschikte piesplek
2. ik vat mijn weken samen en samenvattingen doen het altijd goed bij mijn neurotisch archiverende kant
3. ik kan mijn woordendiarree de loop laten – alles wat ik bedenk, mag opgeschreven worden: luier kan bijna niet (maar let wel: het is vakantie!)
Dingen die nog moeten gebeuren voor de vakantie.
1. uitzoeken hoe het zit met het snoeien van pompoen (foto volgt later – impressive!)
2. poezeninstructies schrijven die lezen als een spannend jongensboek
3. inpakken en mijn verleden als autokampeerder van me afschudden bij het selectiebeleid
Artikelen die ik in een vlaag van Soldenkoopzucht aanschafte.
1. stoeltjes voor vóór de tent die veel te zwaar zijn – maar dat kwam eigenlijk door Yuri
2. niet één maar twee zwarte bikinibroekjes
3. twee mega-zwembanden, snorkels en duikbrillen – u begrijpt: ik verwacht veel van die Semois (en van het weer)
Zaken die ik nu al van deze vakantie heb geleerd.
1. in de Gaumevallei is het gemiddeld mooier weer dan elders in België, maar statistieken bestaan bij de gratie van de uitzondering die de regel bevestigt – zie verder het uitstellen van onze vakantie
2. als het luchtbed niet opgeblazen raakt, is het niet altijd het luchtbed dat lek is – soms is het de voetpomp
3. ook als je alles tot in de puntjes plant, lopen er dingen in de soep, dus je kunt er maar beter aan wennen
Dingen die ik de afgelopen jaren op mijn weblog schreef als ik op vakantie ging.
1. niets – ik liet u gewoon schrijven (en u? u deed dat!)
2. niets – ik liet u gewoon wéér schrijven (en u? u deed dat! ik ook trouwens)
3. niets – ik liet u gewoon voor de zoveelste keer schrijven (en u? u deed dat, al was het minder massaal)
Dingen die ik ga missen zodra ik de deur achter me dichtdoe.
1. Mike, omdat hij standaard elke avond op mijn buik springt en begint te kwijlen.
2. Choco, omdat ze standaard elke avond een uurtje naast de bank naar me gaat zitten staren (over Choco en haar psychiatrische aandoeningen zal ik ook nog eens een spannend relaas schrijven)
3. Sjeik, omdat hij me elk moment het gevoel geeft dat ik de belangrijkste andere poes op aarde ben
Dingen waaruit blijkt dat ik een neurotische kant heb.
1. mijn voornemen om poezeninstructies te schrijven die lezen als een spannend jongensboek – een briefje zoals de briefjes op Waar is mijn melk? zou volstaan
2. dat ik voor Yuri bedenk hoe hàj zijn spullen moet gaan inpakken
3. dat ik het leuk vind dat een psychotische kat elke avond een uurtje naar me zit te staren
Zaken die ik nu moet doen met als gevolg dat dit stukje ten einde loopt.
1. jongensboek schrijven poezeninstructies schrijven
2. proberen Yuri niet te vertellen hoe hij zijn spullen moet inpakken
3. de verhuizing van het NietLief-Collectief naar een eigen domein aankondigen
Hier op zezunja.nl is het even een soepzooitje, met servercrashes en zulks. Maar het gloednieuwe onderkomen van het collectief compenseert dat ruimschoots. Wees welkom op het spiksplinternieuwe domeintje: nietlief.com, met dank aan Luna voor de flitsende vormgeving. We zijn er trots op!
Misschien verschijnt hier vanavond nog een vakantie-allegaartje dat ik door de serverdinges vanmiddag niet geplaatst kreeg, maar ik beloof niks.
Fijne vakantie!
Ik was dus heel hard aan het werk de afgelopen weken, maar eigenlijk ben ik al weg.
Ik zou aanstaande dinsdag weggaan, maar eigenlijk ben ik al weg.
Het wordt kloteweer de komende weken op onze vakantieplek, dus we stellen onze vakantie uit tot de weersvoorspellingen ons beter gezind zijn, maar eigenlijk ben ik al weg.
Ik wilde nog stukjes schrijven over een kinderboek dat ik schreef als cadeau en alle zoveelduizend zijdelingsen die ik op één pagina wilde zetten en dat dat mislukte, en dat chello gewoon onze e-mailadressen kwijtraakte en dat ik nu nergens meer in kan en honderden e-mailtjes niet ontvang, maar eigenlijk ben ik al weg.
Ik heb tientallen alinea’s geschreven en weer weggegooid, want eigenlijk ben ik al weg.
Dus als u zich afvraagt waar ik blijf: ik ben eigenlijk al weg. Tot eind juli. Of zoiets.
(In de tussentijd kunt u kijken en meedoen op Waar is mijn melk?, u kunt raden en lezen op het NietLiefCollectief, u kunt mijn levensgezel bewonderen op Maanzand en u kunt zich vermaken met mijn linklijstje.)
Dit stukje verscheen op 7 juli 2007 op nietlief.com. Octavie zwengelde het aan met de volgend tekst:
“Niet-liefjes, ik heb twee opdrachten voor jullie:
1. Omschrijf je visie op schrijfstijl. Hoe schrijf je en waarom doe je dat zo? Komt je schrijfstijl overeen met je karakter? Van welke stijl hou je en van welke juist niet?
2. Schrijf een stukje van ongeveer 10 tot 15 regels over het onderwerp ‘Mijn fijnste plekje op deze wereld’.
Beide onderwerpen plak je in één logje en je schrijft er niet je naam onder. En u, lieve lezer, mag gaan raden wie welk logje schreef. Hoe uitdagend kan loggen zijn.”
Onderwerp: Schrijfstijl
Geschreven door: Zezunja (maar dat werd pas een paar dagen later bekend gemaakt)
1. Mijn visie op schrijfstijl.
In mijn teen-age-ik-ben-zo-verschrikkelijk-op-zoek-naar-mezelf-jaren en de jaren die daarop volgden, heb ik het me vaak afgevraagd: hoe leer ik mooi praten? Ik groeide op met een neerlandicus als vader, met veel boeken, veel taal, veel schrijven. Maar meer dan een keurig en braaf vocabulaire had ik daar niet aan overgehouden. Ik viel niet op als ik mijn mond open deed of een stukje schreef.
In de jaren daarna kwam ik erachter dat het een kwestie was van leren door te kopiëren – tot die tijd dacht ik dat je alles zelf moest bedenken en daar was ik veel te onzeker voor. Door me zoveel mogelijk te omringen met mensen die mooi konden denken, mooi konden spreken en mooi konden schrijven, leerde ik zelf ook af en toe verrassend uit de hoek te komen. Ik leerde dat schrijven hardop denken was – met een doel. En als je mooi kunt denken, kun je ook mooi schrijven. Kortom: ik zette de sluizen open. Mooi denken was het doel.
Dankzij mijn vrienden, boeken, media en internet raakt mijn reservoir aan stijlvolle zegswijzen, originele gedachten en mooie woorden langzaamaan steeds voller. Met dank aan mezelf is mijn wil om mijn eigen malletje uit de inhoud van dat reservoir te stansen met de dag intenser. Met dank aan die wonderlijke vergaarbak ben ik nu een half-gestanste schrijver die soms mooi kan denken.
Tussen die grijze garnaal die ik toen was en de schrijver nu ligt meer durf en doelbewustzijn, maar ik ben nog steeds een schrijver op zoek naar stijl en briljante ideeën. Mijn stijl is in ontwikkeling. Een stijl die evolueert, doordat ik andere mensen lees, spreek, zie, en hoor. Een stijl die alle geleende woorden en gedachten die ik de afgelopen jaren heb verzameld in inkt of enen en nullen omzet – aaneen gebreid door mijn eigen soms chaotische en dan weer uiterst precieze hersenpan.
En wát ik ook lees: poëzie van langvervlogen dichters, sms’jes van talige mensen of een mooi geconstrueerd verhaal in de krant: ik neem het met me mee, ik vergruis het in mijn adaptatiesysteem en vervolgens weef ik het zo naadloos mogelijk in mijn ratjetoe van taalgebruik en woordenschat.
Wees dus op uw hoede als u zich woordelijk tegen mij uitdrukt: ik heb het op uw stijl gemunt.
2. De fijnste plek op de wereld.
Het fijnste plekje op de wereld is daar waar het tintelt. Waar mijn tong tintelt van zachte geitenkaas en wijn, of waar ik mijn ogen bijeen moet knijpen wegens zon en wind. Daar waar de taal in je oren klatert. Muziek. Vertier. Daar waar je op blote voeten kunt lopen, en waar snorharen en vingertoppen de dienst uitmaken. Daar waar zijn handen komen – en waar mijn handen gaan. Het moment dat mijn dromen de werkelijkheid kietelen. Tot het tintelt. Daar is het.
Nou? Wie ben ik?
Vandaag woon ik een jaar in België. Het was een veelbewogen jaar, waarin ik alles op zijn kop heb gezet en alles (maar dan ook echt álles) met hernieuwde levenslust heb beleefd. En hoewel ik de laatste tijd een beetje moe klink, ben ik uiterst content met het leven dat ik leid. Mijn lief en ik zijn in staat samen dagen te maken. Het Eiland Neus blijkt vulkanisch en vruchtbaar. Ons huis heeft twee iMacs, een hemelbed en een woonkeuken. In de tuin groeien broccoliplanten, trostomaten en zonnebloemen. Onze laatste aanwinst, Sjeik, is van het kaliber kletskous en knuffelkont. Ik maak schoorvoetend vrienden en vriendinnen. Mijn schoonfamilie behandelt me als een van hen. Mijn webleven wordt steeds interessanter door collectieven en zijpaden. Men koopt spulletjes, men vertrouwt mij een cursus toe, men huurt mij in voor teksten en journalistiek. Garageband en ik worden steeds betere vriendjes. Ik ging het afgelopen jaar naar Genk, Gent, Brugge, Hasselt, Brussel, Antwerpen, Luik, de Oost-Kantons, Vilvoorde en Mechelen alsof het niets was. Mijn hekel aan bergop fietsen wordt steeds minder. Dankzij Skype spreek ik mijn moeder nu vaker dan toen ik nog in de buurt woonde. Zaterdag zong ik met een zachte g. Mijn leven verzuidelijkt stukje bij beetje. En zoals die dingen gaan: ik drink er een pintje op.