ARCHIEF:

augustus 2007

Een lokettiste die aan een envelop likt

Er is iets ouderwets aan België en vaak vind ik dat prettig; kleine dingen die voelen als vroeger. Niet alles is hier afgetimmerd met witte kunststofplaten, de belastingdienst heeft nog gewoon een klantonvriendelijke website als was het 1995 en Paars is hier pas kortgeleden verslagen. Drie maal daags wat nostalgie doet een mens goed. Niet alles hoeft zo hard te gaan.

Maar soms loopt het de spuigaten uit. Zo ook bij de dienst buitenlanders van de gemeente. Ik zal niet morren over het gebouw. Het is een klassiek, statig gebouw, zoals er in Leuven zoveel zijn. En dat de grijsgroene uitstraling van de kantoortuin-avant-la-lettre al drie keer retro is geweest, is ook niet van belang. Maar hoezeer ik ook geniet van een goeie gouwe ouwe op zijn tijd, je kunt het ook overdrijven.

Om te beginnen wordt de privacy bij de dienst buitenlanders gewaarborgd door her en der opgestelde schotten die mij doen denken aan de prikbordschotten waar ik in 1979 in de kleuterklas mijn zojuist uitgeprikte beeltenis van de provincie Drenthe op moest hangen. Kartonnen decorstukken die het mogelijk maken het relaas van eender welke bezoeker van de dienst woordelijk te verstaan, ook al omdat de wachtenden op nog geen anderhalve

Lees meer…

Unidentified Flying Flemish (6)

Deze keer een klemtonenlijstje. Ik doe geen officiële notatie, zoals heuze neerlandiki dat zouden doen, maar gewoon iets met accentjes. Hardop lezen is een aanrader, om het verschil te kunnen horen. Als eerste noem ik de Nederlandse uitspraak en als tweede de Vlaamse.

tabà k = tà bak

kameleà²n = kaméleon

dynámo = dynamo (er kan geen accentje op de y – grmbl)

róbot = robà²t

tenà²r = ténor

tsunámi = tsúnami (met een oe dus hè)

kódak = kodà k (is hier niet alleen een merk, maar ook een algemeen woord voor een camera)

cacáo = cácao

kájak = kajà k

Voor Unidentified Flying Flemish 1 t/m 5: klik hier.

De mijlpalen van vorige week

De mijlpalen van vorige week

Vorige week ramden we er weer wat mijlpalen in. Zoals daar zijn:

De post kwam mij mijn eerste betaling van het winkeltje brengen. Okee, okee, het is een schijntje vergeleken bij de flappen die ‘mijn klanten’ (proest) moesten trekken, maar toch. Een cheque – daar word ik heel zenuwachtig van – van een Californisch bedrijf. In dollars! Ik kan mij tijden herinneren dat je de dollar maal 2,4 moest doen om uit te rekenen wat het in guldens was. Nu is dat iets met een nul voor de komma. En in euro’s. Kortom: lucratief? Nee. Een mijlpaal? Ja. Weet ik wat ik met een cheque moet doen? Nee.

Op het bureel van Het Eiland Neus hangt sinds vorige week de inspiratiebron voor de naam van ons bedrijf aan de muur. Op 100 bij 70, in een lijst. U kunt het niet zien maar achterop de kikkerboot staat ‘neuseiland expres’ en Tom Tippelaar zit links voorin. Wij zijn blij. Eerst hing daar het hertje, maar de scanner bleef niet dicht. Bovendien hadden we een huisaltaar nodig om af en toe voor te gaan staan en te prevelen dat alles goed komt met Het Eiland Neus.

En last but not least at all: ik mag vijf

Lees meer…

Een spekkie voor het bekkie

Had u al gehoord van bacn (spreek uit: bekon)? Bacn is het fatsoenlijke broertje van spam, maar eigenlijk is het net zo erg. Bacn bestaat uit e-mails waar je zelf om gevraagd hebt, maar die in zulke grote getalen op je afkomen dat je er een spamgevoel aan overhoudt. Mijn bacn bestaat uit onder meer nieuwsbrieven van 3voor12 en Unizo (de Vlaamse MKB), uit alle mails waaruit blijkt dat er op zezunja.nl, waarismijnmelk of een van mijn andere sites gereageerd is, uit rss-feeds van sites die elke dag publiceren, maar toch maar eens per week een écht interessant stukkie hebben (bijvoorbeeld The Unofficial Apple Weblog), uit groepsmails van vriendengroepjes waar ik bijhoor, uit berichten van mijn Hyves- en MySpacevrienden, uit reclame van mensen voor wie ik werk en uit allerlei massamails van mensen die reply-all klikken. Van de gemiddeld honderd e-mails die ik per dag ontvang, is 80 procent een spekkie voor het bekkie, of anders gezegd: bacn.

Ik vind het een goeie naam en een mooie combinatie. Spam en bacon. Voor de wat minder taligen onder ons: spam is ingeblikte ham, bacon is, uhm… ja… bacon… spek dus.

Goed, tot zover de uitleg over bacn. Mij hoort u niet klagen, want nogmaals: ik heb me

Lees meer…

Waar wij hier in huis onze
scanner mee dicht houden

Waar wij hier in huis onze scanner mee dicht houden

Reclame

Reclame

De Niet Lief Collectie:
De Ondraaglijke Lichtheid Van Vandaag

Dit stukje verscheen op 25 augustus 2007 op nietlief.com. Kaat zwengelde het aan met de volgende inleiding:
“Lieve collectiefgenoten,
Hieronder vinden jullie het, wat ik zelf het mooiste logje vind, dat ik ooit heb geplaatst. Jullie voelen hem vast al aankomen… Wat vinden jullie je mooiste log? Ik ben benieuwd.”

Opdracht: Wat is het mooiste weblogstukje dat je ooit schreef?
Geschreven door: Zezunja

Het is misschien niet het mooiste, maar wel de eerste mooie die ik ooit schreef.

We dronken er een kopje koffie op en praatten elkaar moed in. We fluisterden, lachten, keken en zuchtten. De zon scheen al. We reden en vonden een parkeerplaats. Natuurlijk. En voor de deur. Natuurlijk. Er was markt. Net als vier jaar geleden. We kenden de man nog. Van vier jaar geleden. We tekenden iets. We waren man en vrouw af. We bonkten elkaar op de schouder. ‘Hee, geregistreerd partner’. De man wenste ons een prettige dag. We konden nog de zon in, zei de man bij ons vertrek vrolijk. Ja, zeiden wij vrolijk. Bijna echt. We vermurwden voor de deur een agent. Hij verscheurde de bon. De zon verwarmde de dag. We knepen onze ogen toe. We kochten de zin ‘The only way out is through’ op muziek en we genoten.

Lees meer…

Er was iets mee

Er was iets met die kachels van ons. En dan heb ik het niet over de kachels boven, die de hoofdrol speelden in Wat zou de eigenaar van mij denken? en dat andere stukje, maar over de twee forse gevaartes hier beneden in de living.

We wisten al heel lang dat er iets was. Ik zat wel eens op de bank te staren naar die dingen en dan mummelde ik iets van ‘hoe zou dat nou werken’. Dan fantaseerden we wat over spiralen die gloeiden, ventilatortjes die bliezen en niet bestaande vlammetjes die het ding gloeiend heet maakten.

Want er was iets met de kachels. Ze waren aan alle kanten dicht, twee grote, witte, langgerekte dozen. En ze werkten op electra, zoals alles hier in huis, dus er kwam geen vuur aan te pas. In de muur zaten twee thermostaten en op het ding zelf zat een knop die je op 1, 2 of 3 kunt draaien. Verder was er geen centraal verwarmings-iets, dus alle hitte werd in de witte dozen zelf gegenereerd. En daar hield ons verstand op.

Want er was iets met die dingen. Als we een weekendje weg waren geweest, duurde het twee dagen voordat de kachels warm werden. En alsof de

Lees meer…

Complottheorie

De grote vraag was alleen nog of het volle maan was. De bewolking liet het niet toe dat te checken, maar andere tekenen duidden op een samenzwering van alles en iedereen tegen mij. Of de maan daar ook bij hoorde, was niet zeker.
Ik liet me intimideren door hormoonachtige schommelingen. Nog niet zo lang geleden dacht ik dat maandstonden maanstonden waren. Alles wees erop. Het werd laat, ik at veel, rookte de longen uit mijn lijf en ik huilde.
Er speelde een slijmbeurs op en alles leek verbonden. Met een knoop, in mijn schouders. Het complot.
Want elke verbinding heeft een knoop. Of een nietje. Dat doet pijn.
Het weerbericht was koud en wolken. Het weer wint altijd. Daar kun je met het incasseringsvermogen van een kleuter niet tegenop. En toegegeven: in een dekentje op de bank heeft zo zijn voordelen.
Ik bleef liggen, net als het werk. Ik keek wel uit. Met die boze buitenwereld van slijmbeurzen en traanbuizen. Van skype dat niet werkt als ik mijn hand uitstrek naar mijn moeder. Van overal pijn en druppels. Van niets op tv. Van die ene tuinstoel die kapot gaat, en die andere tuinstoel die kapot gaat, en het kleine tuinstoeltje dat kapot gaat – en

Lees meer…

Wat was er ook alweer
met 11 september?

In een halfslaap lag ik vanochtend uit te rekenen wanneer ik naar Vilvoorde moet om een cursus eindredactie te geven. Het is de woensdag na zaterdag 8 september en moe als ik was kwam ik uit op 11 september.
11 september, dacht ik, daar is iets mee. Wat is er ook alweer met 11 september? Waarom klinkt 11 september zo bekend? Heb ik dan een afspraak of zo? Ik kon er niet op komen.
Na een tijdje draaien en woelen wist ik het ineens: het is niet 11 september dat me zo bekend voor komt, maar 11 november, de elfde van de elfde. Sint Maarten. Domme, domme ik.
Ik draaide me om en viel weer in slaap.

‘Sorry, maar de tips van Manon kunnen dit niet begrijpen!’

Manon laat ons niet in de steek. Even dacht ik dat ze ons gewoon zou laten zwelgen in onze wanhoop, omdat ze steeds maar niet reageerde. Zou ze misschien het gevoel hebben dat we haar in de maling nemen? Of zou ze geschrokken zijn van zoveel vragen in één keer?
Ik begon mijn teleurstelling net weg te slikken toen ik dan toch eindelijk een mail van Manon ontving. En jawel, ze had heel gestructureerd elke vraag beantwoord. Okee, okee, ik was nog steeds een beetje teleurgesteld, want hoewel er stilistisch en qua interpunctie en woordkeus nog wel het een en ander op haar schrijfstijl af te dingen valt, bleek ze plots helemaal niet zo erbarmelijk te spellen als haar oproep deed vermoeden. Maar gelukkig zijn sommige adviezen wel tamelijk potsierlijk. Bovendien is ze heel serieus ingegaan op álle vragen, terwijl de satire er in dikke klodders vanaf druipt. Hoe dan ook: hier het kleurrijke antwoord van Manon op mijn brief met jullie vragen.

Waarde Manon,
Enige tijd geleden schreef je op mijn website een berichtje waarin je mensen opriep om vragen op te sturen. In de dagen na jouw oproep heb ik de lezers van mijn website gevraagd of ze problemen hebben die ik

Lees meer…

Hik stik stouw

‘Nee, zo moet het’, zeg ik terwijl ik haar uitleg dat ze ‘de overkant’ van het glas in haar mond moet nemen. ‘En dan moet je een beetje voorover bukken en proberen te drinken.’
Met veel moeite zuigt ze wat slokjes uit het glas terwijl ze langzaam rood aanloopt. Als ze weer omhoog komt, kijken we haar verwachtingsvol aan. ‘HIK’
‘Okee, mislukt’, zeg ik. ‘Je kunt ook nog proberen je adem tien seconden in te houden’. Als stimulans hap ik naar adem en blaas ik mijn wangen op. Zij doet hetzelfde, maar na twee seconden puft ze haar adem alweer uit. ‘Ik kan dat – HIK – niet zo lang’, zegt ze.
‘Wat je ook nog kan doen’, zeg ik, ‘is naar adem happen en dan zonder uit te ademen steeds een hapje lucht erbij nemen.’ Samen happen we naar adem, haphaphaphaphaphap-HIK.
‘Okee’, zeg ik, ‘dan zit er nog maar één ding op: hik stik stouw.’
We zeggen we het op. In koor. Langzaam. Trefzeker. Hik. Stik. Stouw. Ik. Geef. De. Hik. Aan. Jou.
Ze kijkt naar Yuri. ‘Hik’, doet die. En nog eens. ‘Hik.’
Haar ogen worden groter, haar mond, die normaal nooit stilstaat, valt open. Roerloos kijkt ze naar Yuri die een mooie regelmatige hik

Lees meer…

Het antwoord

Als je een artisjok net hebt gekookt, ziet het kookvocht eruit alsof je hebt staan zeiken in een regenton. Een bruingeelgroene plens die in niets lijkt op het resultaat na 24 uur. De afwasmachine zat echter vol en zodoende bleef de pan met kookvocht nog 24 uur op het fornuis staan.
Resultaat: limonade de menthe met absint.
Ik vond het magisch en niemand had het goed.

Kliekjeskiekje

Kliekjeskiekje

Raadsel: dit is het kookvocht van iets dat wij aten. Ra ra wat aten wij?

PS het kookvocht zag er pas zo uit na ongeveer 24 uur.

Zoek de zeven verschillen

‘Ik heb een hoelahoep gekocht’, zei ik.
‘Ik ook’, zei mijn moeder.
‘Voor drie euro’, ging ik onverstoorbaar verder.
‘Ik ook’, zei mijn moeder.
‘Bij Bart Smit’, zei ik.
‘Ik ook’, zei mijn moeder.
‘Met zo’n roze glimmende band eromheen’, zei ik.
‘Ik ook’, zei mijn moeder.
‘En met rijst erin’, zei ik.
‘Ik ook’, zei mijn moeder.
‘Ik sjouwde er de hele stad mee door’, zei ik.
‘Ik ook’, zei mijn moeder.

‘En veel aanspraak dat ik had! Ik kreeg om de haverklap commentaar, vragen, nostalgische verhalen met jeugdsentiment’, zei mijn moeder.

Ik zweeg. Ziedaar het grote verschil tussen Amsterdam en Leuven. Dat zit ‘m niet in het soort cadeautjes dat je koopt, want die zijn kennelijk hetzelfde. Evenmin zit het ‘m in de winkels. Hema, Blokker, Bart Smit, Kruidvat, Hunkemöller: allemaal in beide steden te vinden.
Het zit ‘m in de aanspraak, de grote bek, de outgoingness. Het zit ‘m in de mensen.

Acquisitie I –
een tweedelig drieluik

ik was eerst
en daarna die mevrouw
was u niet ook voor hem
nou ja in elk geval
moet u na die meneer
vanochtend was ik hier
al voor het ochtenddauw
voor zoete broodjes
voorgesneden
maar ze waren
er niet meer

Ambivalentie

Het is de wereld op zijn dubbelst als jij en je vriendje in een theaterzaaltje de enige twee zijn, in een negentigkoppig publiek, die hun vinger opsteken als de comedian vraagt wie zijn eigen scheten lekker vindt ruiken, omdat je nauwelijks kunt geloven dat alle andere mensen hun eigen scheten vinden stinken, en omdat iedereen naar je kijkt en daarbij vermoedelijk ook iets denkt – en dan ga je je dus afvragen wát ze denken, bovendien zit er diep van binnen een gevoel van trots dat je een arm omhoog hebt gestoken in een theaterzaal én dat je ervoor bent uitgekomen dat je je eigen scheten lekker vindt ruiken, en niet te vergeten het gevoel van saamhorigheid met je vriendje, want hee, het is dus mooi wel jullie tweetjes tegen de rest van de wereld, maar toch ook een glimpje schaamte, omdat het kennelijk not done is om in het openbaar toe te geven dat je je eigen scheten lekker vindt ruiken, en dat je dan dus thuiskomt en in bed ligt en je hoofd onder de deken steekt en zegt: zouden andere mensen dat dan nooit doen, onder de deken hun eigen scheet ruiken?

Situatieschets

Tuin, kopje koffie, sigaretje, net wakker.
Zezunja: ‘Buuurrrp’.
Yuri: ‘Zezunja groet ’s morgens de dingen.’

Bijgeloof van een niet-bijgelovige

Kunt u mijn lief even succes wensen? Hij doet ce moment namelijk een auditie.
U mag dat hier doen, of op zijn eigen webzijde ergens onder het laatste stukje of zo.

Update: Het lukte ook zonder u, want hij is geselecteerd. Later meer, hou daarvoor vooral zijn webzijde in de gaten. Met dank aan de enkeling die heeft zitten duimen. Merci dames!

Heb je vragen!!!

De trouwe lezers onder u weten dat ik een grote voorliefde heb voor reactieproza. Zo stuwde ik ooit de anti viezerik (sic!) op in de vaart der volkeren door zijn reactie te promoveren naar de voorpagina van mijn weblog.
Ook Ineke kreeg ooit 15 minutes of fame toebedeeld, toen ik haar reactie bevorderde tot weblogstukje. Dat had vooral te maken de schitterende zin: ‘Als er alleen geiligheid en nog zo iets meer te zien is. Dan zeg ik waar gaat die verloedering naar toe. Iemand die het wel niet zal weten?’
En tot slot heb ik heel erg hard gelachen om de mooiste correctie ever op het weblog van Jan Marijnissen. Zo hard, dat ook die reactie een ereplaats kreeg op mijn webzijde.

Deze week bracht wederom een bijzonder talent naar mijn weblog, te weten Manon.
Manon schreef het volgende:

heb je vragen !!!

zoals : ik ben verlift op iemand maar ik ben te klein voor hem.
dan geef ik wel een tip.
via de mail.
we geven geen andwoord op gekke vragen wel gewonen.

mail naar : manon******@*****.**

van tips mn manon st

br….. 

Ik heb het mailadres van Manon even van sterretjes voorzien, niet omdat ik Manon niet de nodige spam gun, maar omdat ik graag namens u allen een mail aan haar zou sturen.
Kortom: heeft

Lees meer…

Weer een eerste keer

Weer een eerste keer


Omdat er weer een eerste keer is op het Niet Lief Collectief, namelijk de eerste keer dat à­k een cyclus aanzwengel, én omdat ik het nog niet voor elkaar heb om de banner op de juiste manier in de zijbalk te vlechten, toch weer wat reclame.
Hierzo.

O ja

Zondag schreef ik hier iets over Bar del Sol, het cafeetje dat op kruipafstand van ons huis ligt.
Gisteren zei ik niet alleen Disorder! Disorder! Diso-hoho-rder! tegen Yuri, maar ook nog: ‘Ze hebben Bar del Sol geschilderd.’
En vandaag zag ik op drieduizend, hét fotolog van Leuven, dit.

Toxicity is Radar Love

De deur gaat open en weer dicht. Op kousenvoeten komt hij naast me liggen.
‘Kun je niet slapen, lief?’, murmel ik vanuit mijn kussen.
‘Nee’, verzucht hij.
Ik duw mijn kont naar hem toe voor lepeltje-lepeltje.
‘Hoe komt het?’, vraag ik hem.
‘Ik weet het niet’, fluistert hij.
‘Zullen we dan nog maar een slaapmutsje nemen?’, stel ik voor.
‘Ja, da’s goed’, zegt hij hoorbaar opgelucht.
Ik knip het licht aan, het is kwart voor vier.
‘Ik kan zelf ook wel wat afleiding gebruiken’ zeg ik, terwijl ik rechtop ga zitten en mijn ogen aan het licht laat wennen.
‘Hoezo?’, vraagt hij.
‘Ik viel in slaap met een soundbite uit een liedje, ik droomde over diezelfde soundbite en nu zit dat zinnetje nog steeds in mijn hoofd.’
‘Welke dan?’, vraagt hij.
‘Disorder! Disorder! Diso-hoho-rder!’, brul ik zachtjes.
Hij kijkt me een moment sprakeloos aan.
‘Dat meen je niet?’, zegt hij.
‘Jawel’, zeg ik.
‘Ik ook’, zegt hij vol ongeloof. ‘Ik heb precies hetzelfde fragment uit precies hetzelfde liedje al de hele nacht in mijn hoofd.’

Hier is het fragment.
Hier het hele liedje van System of a Down.

En voordat u nou denkt dat wij dat liedje de hele dag luisteren en dat het dus helemaal niet zo gek is dat we hetzelfde liedje in ons hoofd hebben: nee, nee, nee!

Lees meer…

De Niet Lief Collectie:
O-kut-o-kut-o-kut-
o-shit-o-shit-o-shit

Dit stukje verscheen op 2 augustus 2007 op nietlief.com. Ik zwengelde het zelf aan. Zie mijn vraag onder het stukje.

Opdracht: Heb je een rijbewijs  – waarom wel/niet?
Geschreven door: Zezunja

Belgen komen met één voet op het gaspedaal ter wereld en ik ben een alien. Tenminste, in de ogen van alle Belgen en bijna alle Nederlanders. Ik groeide op zonder auto, ik haalde geen rijbewijs toen ik achttien was en nu, op mijn drieëndertigste, ben ik voor het eerst in mijn leven van plan een rijbewijs te gaan halen.

Vol ongeloof kijken ze me doorgaans aan, die Belgen. Vol verbijstering. Meestal volgt dan eerst nog een moment waarop ze denken me verkeerd begrepen te hebben. ‘O, ge hebt genen auto, maar wel een rijbewijs?’, zeggen ze dan, vooral zichzelf geruststellend. En dan komt dat moment van ongeloof en een wankelend wereldbeeld. ‘Wat?! Ook geen rijbewijs?!’ Het is dat die Belgen tamelijk gereserveerd zijn, want anders was mij zeker meermaals gevraagd waar het mis is gegaan.

En ja, waar is het mis gegaan? Op vijf momenten in mijn leven, denk ik.
Allereerst het belangrijkste: mijn ouders reden geen auto. We gingen met de slaaptrein op vakantie en in Amsterdam had je geen auto nodig. Als ik

Lees meer…

Overgave
of: hoe ik deemoedig het hoofd
buig en alaaf zeg

Het einde van de vakantie is als totale overgave. Een witte vlag, handen omhoog, en onderwijl heel hard genade roepen. Zoiets.
Tenminste zo was het. Zo was het in mijn jaren als redacteur. De maandag na de vakantie begon altijd met een redactievergadering en met het gegeven dat we te lang vakantie hadden genomen, waardoor het eerste nummer van het nieuwe werkjaar binnen tien dagen bij de drukker moest liggen. Al na de eerste vergadering en het kortstondige moment dat het gezellig was om mijn collega’s terug te zien, hief ik de witte vlag, om vervolgens in een allesverzengende heimwee naar nog meer vakantie de eerste interviews uit te zetten.

Ook als docent riep alles in mij om genade als ik de eerste maandag na een bizar lange onderwijsvakantie op het Amstelstation mijn les stond voor te bereiden. Het perron stond vol met puisterige studenten die ik ervan verdacht twee uur later met een glazige Lloret de Mar-blik mijn klaslokaal te bevolken.
Ook in het onderwijs gold natuurlijk dat het op de schouder beuken van collega’s na twee maanden best leuk kan zijn. ‘Hee, hoe is het?’ ‘Waar ben jij geweest?’ ‘Wat ben je bruin!’ Of het moment dat collega’s je ineens gaan kussen!

Lees meer…