Archief in maanden: augustus 2007

Een lokettiste die aan een envelop likt

Er is iets ouderwets aan België en vaak vind ik dat prettig; kleine dingen die voelen als vroeger. Niet alles is hier afgetimmerd met witte kunststofplaten, de belastingdienst heeft nog gewoon een klantonvriendelijke website als was het 1995 en Paars is hier pas kortgeleden verslagen. Drie maal daags wat nostalgie doet een mens goed. Niet alles hoeft zo hard te gaan.

Maar soms loopt het de spuigaten uit. Zo ook bij de dienst buitenlanders van de gemeente. Ik zal niet morren over het gebouw. Het is een klassiek, statig gebouw, zoals er in Leuven zoveel zijn. En dat de grijsgroene uitstraling van de kantoortuin-avant-la-lettre al drie keer retro is geweest, is ook niet van belang. Maar hoezeer ik ook geniet van een goeie gouwe ouwe op zijn tijd, je kunt het ook overdrijven.

Om te beginnen wordt de privacy bij de dienst buitenlanders gewaarborgd door her en der opgestelde schotten die mij doen denken aan de prikbordschotten waar ik in 1979 in de kleuterklas mijn zojuist uitgeprikte beeltenis van de provincie Drenthe op moest hangen. Kartonnen decorstukken die het mogelijk maken het relaas van eender welke bezoeker van de dienst woordelijk te verstaan, ook al omdat de wachtenden op nog geen anderhalve meter van de bureaus moeten plaatsnemen. Ik ken van elke allochtoon in Leuven inmiddels het verhaal.

En dan de inschrijving in het register: bij de dienst buitenlanders ben ik nog gewoon een mapje. Elk formulier dat ik invul, is een Worddocumentje dat wordt uitgeprint en dat vervolgens in mijn mapje belandt. Een mapje in een dossierkast, dat bij brand verloren gaat, dat per post naar Brussel moet, dat tussen de bordkartonnen schotten op bureaus slingert, dat met balpennen wordt aangevuld en met typ-ex wordt verbeterd.

In eerste instantie vond ik ook dát een warm bad van jeugdsentiment. Dat iets lang duurt, omdat er een postbode aan te pas komt, de geur van stempelkussens en carbonpapier en een lokettiste die aan een envelop likt. Maar dat kwam omdat ik vermoedde dat het allemaal maar schijn was. Dat ze als ik weg was, zou inloggen en het a4′tje zou overtikken in een grote database. Dat die ponskaarten en matrixprinters requisieten waren van een geslaagde toneelvoorstelling.

Maar die hoop viel aan diggelen toen ik mijn verblijfsvergunning kwam ophalen en de mevrouw achter het bureau zuchtend een enorm boekwerk met lijntjes ter hand nam. Met een onleesbaar handschrift krabbelde ze mijn naam, geboortedatum en rijksregisternummer in een stel kolommen die, als ik me niet vergis, met lineaal en balpen tot stand waren gekomen.
‘Wonderlijk dat u dat niet in een computer invult’, zei ik met veel gevoel voor understatement, terwijl ik toekeek hoe de dame in de kriebelige kolom van duizend handschriften mijn naam geweld aandeed.
‘Ja, dat kan niet in de computer naar Brussel, want als we al hún gegevens én die van ons daarin opnemen, dan gaat het allemaal door elkaar lopen’, zei de lokettiste met een stalen gezicht. Yuri en ik waren met stomheid geslagen.

Intussen ging de dame ijverig verder, tong tussen haar tanden en maar drukken op die bic. Toen ze aankwam bij de kolom ‘datum van inschrijving’ was het geval spuigaten een feit. In de datumkolom zette ze met een zwierige beweging: . Een idemteken.
Ik hapte naar adem en moest mijn best doen om niet de slappe lach te krijgen. Mijn bestaansrecht hier in Leuven was bij deze gekoppeld aan een kriebeldatum achter de onleesbare naam van de mevrouw die vanochtend als eerste een nummertje trok bij de dienst buitenlanders. En als die mevrouw door een omgevallen kop koffie uit de archieven zou verdwijnen, dan had ik wettelijk ook geen poot meer op te staan. Tenminste, zo voelde dat.

Toen ik buitenkwam met een kartonnen kaart met stempels, balpen en scheefgeprinte matrixletters viel mijn oog op de naam van het document: verblijfskaart van een onderdaan van een lid-staat der E.E.G..
Der E.E.G.. Een vleugje 1985 op een dag: okee. Maar je kunt het ook overdrijven.

(voor meer over de foutjes op deze kaart zie de reacties op dit stukje)

Unidentified Flying Flemish (6)

Deze keer een klemtonenlijstje. Ik doe geen officiële notatie, zoals heuze neerlandiki dat zouden doen, maar gewoon iets met accentjes. Hardop lezen is een aanrader, om het verschil te kunnen horen. Als eerste noem ik de Nederlandse uitspraak en als tweede de Vlaamse.

tabà k = tà bak

kameleà²n = kaméleon

dynámo = dynamo (er kan geen accentje op de y – grmbl)

róbot = robà²t

tenà²r = ténor

tsunámi = tsúnami (met een oe dus hè)

kódak = kodà k (is hier niet alleen een merk, maar ook een algemeen woord voor een camera)

cacáo = cácao

kájak = kajà k

Voor Unidentified Flying Flemish 1 t/m 5: klik hier.

De mijlpalen van vorige week

Vorige week ramden we er weer wat mijlpalen in. Zoals daar zijn:

De post kwam mij mijn eerste betaling van het winkeltje brengen. Okee, okee, het is een schijntje vergeleken bij de flappen die ‘mijn klanten’ (proest) moesten trekken, maar toch. Een cheque – daar word ik heel zenuwachtig van – van een Californisch bedrijf. In dollars! Ik kan mij tijden herinneren dat je de dollar maal 2,4 moest doen om uit te rekenen wat het in guldens was. Nu is dat iets met een nul voor de komma. En in euro’s. Kortom: lucratief? Nee. Een mijlpaal? Ja. Weet ik wat ik met een cheque moet doen? Nee.

Op het bureel van Het Eiland Neus hangt sinds vorige week de inspiratiebron voor de naam van ons bedrijf aan de muur. Op 100 bij 70, in een lijst. U kunt het niet zien maar achterop de kikkerboot staat ‘neuseiland expres’ en Tom Tippelaar zit links voorin. Wij zijn blij. Eerst hing daar het hertje, maar de scanner bleef niet dicht. Bovendien hadden we een huisaltaar nodig om af en toe voor te gaan staan en te prevelen dat alles goed komt met Het Eiland Neus.

En last but not least at all: ik mag vijf jaar blijven. Pas in tweeduizendtwaalf mag men mij het land weer uitschoppen. Tot nu toe kon dat nog elke drie maanden, maar nu ben ik dus veilig voor de vreemdelingenpolitie en het Vlaams Belang. Wat een rust.

Een spekkie voor het bekkie

Had u al gehoord van bacn (spreek uit: bekon)? Bacn is het fatsoenlijke broertje van spam, maar eigenlijk is het net zo erg. Bacn bestaat uit e-mails waar je zelf om gevraagd hebt, maar die in zulke grote getalen op je afkomen dat je er een spamgevoel aan overhoudt. Mijn bacn bestaat uit onder meer nieuwsbrieven van 3voor12 en Unizo (de Vlaamse MKB), uit alle mails waaruit blijkt dat er op zezunja.nl, waarismijnmelk of een van mijn andere sites gereageerd is, uit rss-feeds van sites die elke dag publiceren, maar toch maar eens per week een écht interessant stukkie hebben (bijvoorbeeld The Unofficial Apple Weblog), uit groepsmails van vriendengroepjes waar ik bijhoor, uit berichten van mijn Hyves- en MySpacevrienden, uit reclame van mensen voor wie ik werk en uit allerlei massamails van mensen die reply-all klikken. Van de gemiddeld honderd e-mails die ik per dag ontvang, is 80 procent een spekkie voor het bekkie, of anders gezegd: bacn.

Ik vind het een goeie naam en een mooie combinatie. Spam en bacon. Voor de wat minder taligen onder ons: spam is ingeblikte ham, bacon is, uhm… ja… bacon… spek dus.

Goed, tot zover de uitleg over bacn. Mij hoort u niet klagen, want nogmaals: ik heb me bij volle bewustzijn ingeschreven voor die nieuwsbrieven en googlegroups, en sinds ik in België woon, krijg ik door de bacn het gevoel dat ik toch nog ergens bijhoor. Maar efficiënt is het niet, want zelfs het besluit om niet te reageren of verplaats naar prullenbak te klikken kost tijd.

Maar dan: produceer ik zelf ook bacn? Ja! Ik doe immers ook regelmatig aan reply-all, ik zwengel googlegroupmails aan, ik schrijf hooguit eens per week een écht interessant stukje en ik ben van plan veel eilandneusnieuwsbrieven te gaan kakken. Met andere woorden: ik was het varkentje met graagte, om ‘m vervolgens in stukjes te snijden voor bij een gebakken eitje. Bacon ‘n eggs dus. Met excuses voor de vegetariërs.

En wat vind ik daarvan? Ik schaam me een beetje. Net zoals ik me schaam dat de producten in mijn winkeltje made in China zijn en dat ik roze slakkenkorrels heb gestrooid om de pompoen en de broccoli te redden. Maar stop ik er dan dus mee? Nee. Ik voer de hoeveelheid zelfs nog een beetje op. Zo heb ik voor al mijn stukjes op nietlief reclame gemaakt op deze site, dus u vond bacn in uw rss-reader. Ook maakte ik reclame voor mijn cursussen – ook die vond u in uw rss-reader. En binnenkort maak ik reclame voor de eilandneussite, dus hou uw reader in de gaten.

Is dat erg? Mwah, ik denk dat iedereen voor zichzelf moet uitmaken hoe erg bacn is. Ik ben blij dat u mij in uw reader heeft en mocht u mij eruit flikkeren, omdat ik te veel reclame maak: so be it. Ik herinner me dat een lezer van Maanisch ooit klaagde dat ze die Ploesiepoesies verdomme eens uit haar rss-feed moest halen, omdat hij telkens lastiggevallen werd met reclame voor haar producten. Luna reageerde terecht dat ze dat vertikte en dat hij haar hele webzijde dan maar lekker uit zijn rss-reader moest verwijderen. En zo is het, adequater kan niet.

Dus voor iedereen die minder bacn wil: ga vooral uw gang, maar ik zal het u niet gemakkelijker maken. Ik maak bij deze namelijk gewoon nog wat reclame voor mezelf.

Want:
Op 12 september begint een cursus eindredactie van tien weken in Vilvoorde bij de Miles Academy. Ik en een heusche hotemetoot die voorwoorden schrijft voor groeneboekjes en van dales gaan proberen in tien bijeenkomsten een kleine groep beroepsschrijvers de kneepjes van het eindredactievak bij te brengen. Misschien is de cursus voor gewone stervelingen budgettair niet haalbaar, maar uw werkgever heeft vast potjes voor bijscholing, dus ik zou zeggen: doe eens een graai. Het wordt een leuke, leerzame, dynamische cursus waarin we alles wat we weten zullen delen en waarin we alle taalvalkuilen en redactionele kwesties die voor een eindredacteur van belang zijn, zullen aansnijden.

Om in te schrijven of voor meer informatie: ga naar de site. Er is nog plaats!

En dan:
Op zaterdag 17 en zondag 18 november begint een tweedaagse cursus columns schrijven bij Wisper in Leuven. Cursussen columns schrijven zijn de meest inspirerende cursussen die er zijn, al was het maar omdat het waanzinnig leuk is om te horen wat anderen ervan bakken. We zullen stil staan bij brainstorms, invalshoeken, stijl, bondigheid en vorm. De cursus is voor gewone stervelingen goed betaalbaar, dus er is geen enkele goede reden om u niet in te schrijven.

Kijk voor meer informatie en het inschrijvingsformulier op de site van Wisper.

Tot slot:
Op zaterdag 27 en zondag 28 oktober geef ik een cursus Interviewen bij Wisper in Gent. Omdat ik die cursus al eerder heb gegeven in Leuven, zal ik alle dingen die toen niet deugden, elimineren. Gevolg: een bijna perfecte cursus – kuch. Hoe dan ook: voor iedereen die wil leren interviewen en interviews wil leren uitwerken: er is nog plaats.

Klik door naar Wisper voor meer informatie en inschrijvingen.

Eet smakelijk.

Waar wij hier in huis onze
scanner mee dicht houden

Reclame

De Niet Lief Collectie:
De Ondraaglijke Lichtheid Van Vandaag

Dit stukje verscheen op 25 augustus 2007 op nietlief.com. Kaat zwengelde het aan met de volgende inleiding:
“Lieve collectiefgenoten,
Hieronder vinden jullie het, wat ik zelf het mooiste logje vind, dat ik ooit heb geplaatst. Jullie voelen hem vast al aankomen… Wat vinden jullie je mooiste log? Ik ben benieuwd.”

Opdracht: Wat is het mooiste weblogstukje dat je ooit schreef?
Geschreven door: Zezunja

Het is misschien niet het mooiste, maar wel de eerste mooie die ik ooit schreef.

We dronken er een kopje koffie op en praatten elkaar moed in. We fluisterden, lachten, keken en zuchtten. De zon scheen al. We reden en vonden een parkeerplaats. Natuurlijk. En voor de deur. Natuurlijk. Er was markt. Net als vier jaar geleden. We kenden de man nog. Van vier jaar geleden. We tekenden iets. We waren man en vrouw af. We bonkten elkaar op de schouder. ‘Hee, geregistreerd partner’. De man wenste ons een prettige dag. We konden nog de zon in, zei de man bij ons vertrek vrolijk. Ja, zeiden wij vrolijk. Bijna echt. We vermurwden voor de deur een agent. Hij verscheurde de bon. De zon verwarmde de dag. We knepen onze ogen toe. We kochten de zin ‘The only way out is through’ op muziek en we genoten. We lieten ons in de auto vermaken door Hans Teeuwen. Opgelucht lachen. Vijfenveertig kilometer verderop liet de man met stropdas ons iets tekenen. Hij wenste ons een prettige dag. We konden nog de zon in, zei hij vrolijk. Ja, zeiden we vrolijk. Bijna echt. We deden onze ringen af. We aten een verrukkelijke salade en proostten op de toekomst. We kochten de zin ‘Want niets is zo ingewikkeld als niet dood zijn’ en de zin ‘Laat mijn verdriet altijd groter zijn dan het jouwe, zodat het eromheen kan liggen als armen’ op papier. We zagen de eenden in Vinkeveen en constateerden kou op het water. We dronken er nog een biertje op. De zon bleef nog even staan en wij ook. We vergeleken onze kale vingers. Kus. En we gingen ieder ons weegs.
Au!

Zezunja, 19 mei 2004

Er was iets mee

Er was iets met die kachels van ons. En dan heb ik het niet over de kachels boven, die de hoofdrol speelden in Wat zou de eigenaar van mij denken? en dat andere stukje, maar over de twee forse gevaartes hier beneden in de living.

We wisten al heel lang dat er iets was. Ik zat wel eens op de bank te staren naar die dingen en dan mummelde ik iets van ‘hoe zou dat nou werken’. Dan fantaseerden we wat over spiralen die gloeiden, ventilatortjes die bliezen en niet bestaande vlammetjes die het ding gloeiend heet maakten.

Want er was iets met de kachels. Ze waren aan alle kanten dicht, twee grote, witte, langgerekte dozen. En ze werkten op electra, zoals alles hier in huis, dus er kwam geen vuur aan te pas. In de muur zaten twee thermostaten en op het ding zelf zat een knop die je op 1, 2 of 3 kunt draaien. Verder was er geen centraal verwarmings-iets, dus alle hitte werd in de witte dozen zelf gegenereerd. En daar hield ons verstand op.

Want er was iets met die dingen. Als we een weekendje weg waren geweest, duurde het twee dagen voordat de kachels warm werden. En alsof de duvel ermee speelde: vervolgens waren ze twee dagen lang niet uit te krijgen.

Het was niet eenvoudig om een oplossing te vinden, want als de huiseigenares vroeg: maar doen ze het nu? dan moesten we wel ja zeggen, omdat ze het op de lange termijn altijd deden. Maar na elk weekendje in Amsterdam zagen we steevast twee dagen lang blauw van de kou, omdat de kachels niet meer aan wilden. En in het voor- en najaar werden we soms weggestoomd, omdat ze niet meer afkoelden. Er was immers ende verdomme altijd wel wat met die dingen.

Gedurende één winter probeerden we alles. Elke stand op de thermostaat, elke stand op de witte doos, elke combinatie in elke denkbare omstandigheid, alle strategieën die ons mogelijk inzicht in het ding konden verschaffen. Maar de apparaten bleven lukraak koud of juist heet.

Tot we vorige week, hartje zomer, op bezoek waren bij een vriend van Yuri in Gent. We bewonderden zijn huis en vroegen dingen die je dient te vragen tijdens het bewonderen van een huis. ‘Is de tuin op het zuiden?’, ‘Hoe zijn de buren?, ‘Moest je het opknappen toen je erin kwam?’, ‘Hoe verwarm je het?’.
Hoe verwarm je het. Geniale vraag.
‘Accumulatievuur’, zei de vriend in kwestie.
Yuri informeerde intussen naar de werkzaamheden op het gelijkvloers, maar mijn oog viel op het ding dat zojuist zo mooi accumulatievuur werd genoemd. Een grote, witte, langgerekte doos, met een knop die je op 1, 2 of 3 kunt zetten.

‘Accumulatievuur zei je, hè?’ Ik onderbrak het gesprek en leidde Yuri’s ogen met mijn blik naar de witte doos op de grond.
Yuri’s adem stokte.
‘Ja, accumulatievuur’, zei de vriend. ‘Dat zet je ’s nachts aan en overdag uit. Overdag geeft het de warmte af die het ’s nachts heeft verzameld in een stel magnesiumblokken of zoiets. Tegen nachttarief, dat kost veel minder.
‘Juist ja’, zei Yuri.
Ik schraapte mijn keel.

Complottheorie

De grote vraag was alleen nog of het volle maan was. De bewolking liet het niet toe dat te checken, maar andere tekenen duidden op een samenzwering van alles en iedereen tegen mij. Of de maan daar ook bij hoorde, was niet zeker.
Ik liet me intimideren door hormoonachtige schommelingen. Nog niet zo lang geleden dacht ik dat maandstonden maanstonden waren. Alles wees erop. Het werd laat, ik at veel, rookte de longen uit mijn lijf en ik huilde.
Er speelde een slijmbeurs op en alles leek verbonden. Met een knoop, in mijn schouders. Het complot.
Want elke verbinding heeft een knoop. Of een nietje. Dat doet pijn.
Het weerbericht was koud en wolken. Het weer wint altijd. Daar kun je met het incasseringsvermogen van een kleuter niet tegenop. En toegegeven: in een dekentje op de bank heeft zo zijn voordelen.
Ik bleef liggen, net als het werk. Ik keek wel uit. Met die boze buitenwereld van slijmbeurzen en traanbuizen. Van skype dat niet werkt als ik mijn hand uitstrek naar mijn moeder. Van overal pijn en druppels. Van niets op tv. Van die ene tuinstoel die kapot gaat, en die andere tuinstoel die kapot gaat, en het kleine tuinstoeltje dat kapot gaat – en dat dan nog maal twee. Van de afwasmachine die de geest geeft en de koelkast die per motor laat weten dat ook te willen doen. Van dingen die kwijtraken, gemiste kansen, miskopen en weggegooid geld. Van mijn voet verstuiken en mijn hoofd stoten. Van dikke pech en een slecht gestel. Van veel haast en niet kunnen. Van eindeloos godverdommesorry zeggen.
En vast ook van de maan.
Want zo gaat dat bij samenzweringen.

Wat was er ook alweer
met 11 september?

In een halfslaap lag ik vanochtend uit te rekenen wanneer ik naar Vilvoorde moet om een cursus eindredactie te geven. Het is de woensdag na zaterdag 8 september en moe als ik was kwam ik uit op 11 september.
11 september, dacht ik, daar is iets mee. Wat is er ook alweer met 11 september? Waarom klinkt 11 september zo bekend? Heb ik dan een afspraak of zo? Ik kon er niet op komen.
Na een tijdje draaien en woelen wist ik het ineens: het is niet 11 september dat me zo bekend voor komt, maar 11 november, de elfde van de elfde. Sint Maarten. Domme, domme ik.
Ik draaide me om en viel weer in slaap.

‘Sorry, maar de tips van Manon kunnen dit niet begrijpen!’

Manon laat ons niet in de steek. Even dacht ik dat ze ons gewoon zou laten zwelgen in onze wanhoop, omdat ze steeds maar niet reageerde. Zou ze misschien het gevoel hebben dat we haar in de maling nemen? Of zou ze geschrokken zijn van zoveel vragen in één keer?
Ik begon mijn teleurstelling net weg te slikken toen ik dan toch eindelijk een mail van Manon ontving. En jawel, ze had heel gestructureerd elke vraag beantwoord. Okee, okee, ik was nog steeds een beetje teleurgesteld, want hoewel er stilistisch en qua interpunctie en woordkeus nog wel het een en ander op haar schrijfstijl af te dingen valt, bleek ze plots helemaal niet zo erbarmelijk te spellen als haar oproep deed vermoeden. Maar gelukkig zijn sommige adviezen wel tamelijk potsierlijk. Bovendien is ze heel serieus ingegaan op álle vragen, terwijl de satire er in dikke klodders vanaf druipt. Hoe dan ook: hier het kleurrijke antwoord van Manon op mijn brief met jullie vragen.

Waarde Manon,
Enige tijd geleden schreef je op mijn website een berichtje waarin je mensen opriep om vragen op te sturen. In de dagen na jouw oproep heb ik de lezers van mijn website gevraagd of ze problemen hebben die ik misschien aan jou kon voorleggen. Daarop zijn heel wat vragen binnengekomen van wanhopige lezers. Ik hoop dat je antwoord wilt geven op die vragen.

De vraag van Gewebkijk
ik ben verlift op sejunda,mar ik ben veels ste klijn voor har…help..!

1. oke doe net als of je heel oud bent.
2. koop rozen voor sejunda of een ander mooi cadootje.
3. vraag aan je beste vriend of hij haar voor jou kan vragen.
Ik wens je succes .

De vraag van thomasz
mijn lief ziet in ostenrkij en haar gsm staat af enik weet niet waar dat precies is dat ze is, dus weet jij mss of ik hoe kan weten dat het maar haar gaat?
PS: en ze laat ook nix van zichzelf horen

1. misschien kan je het aan haar familie hier in Nederland vragen
2. en je mag je wel ongerust maken het is je liefje maar denk maar zij komt van zelf een keer terug.
3. vraag het aan haar buren, waar ze logeert in Oostenrijk, misschien kan je haar een brief sturen!
Maak je vooral niet druk en wees cool..

De vraag van Het Schoonste Zusje
Hej Manoon,
ik ben o ok heel klein kan ik nu nog verlied worden?
Pleas help me!

Ja natuurlijk kan je al verliefd worden, je bent zo groot zoals je, je voelt .
1. doe net als of je groot bent en maak je heel mooi .
2. Vertel het aan je vriend of vriendin of hun hij of zij kunnen vragen of ze verkering met je wilt
3. ga heel veel met haar om en later vertel je tegen haar hoe je, je voelt Ik wens je heel veel succes, echt ik weet hoe je je voelt, ik hoop dat het lukt .

De vraag van Yuri Maanzand
Hey MANON!!!!!!!!
Ik hebb een vragje vanweeg een vrient van mij NIEvoor mezelluf hoor!!! hahahaha :p:p:p mar die virient wilt graag weeten waardat het ardes is van de fam: Phaffs weedt JIJ DA MISSGIEN?????
budanktè!!!!!!!!!!
joeri

1, Sorry Joeri, helaas kan ik je niet helpen aan het adres van de fam. Phaffs.

De vraag van Lilimoen
Mannon, Ik ziet in Spanje (ge weet wel, da land onder Frankrijk en bezijdes Portugas) en ik vin m’n vriendjes niet. Kunde gij mij ni helpe? Ja toch, gij hebt toch oplossinge voor all. Grreetts, Lilimoen

1 Sorry, maar de tips van Manon kunnen dit niet begrijpen!

De vraag van roosje
manoun, zijt gij soms ook een vieze rik?

1 Nee!!! Ben geen viezerik, jij soms???

De vraag van Elsewhere
Ene gewonen vraag: hoe laat is het?
Ene gekke vraag: ben jij wel bij de tijd?

(Ik vrees dat Manon deze over het hoofd gezien heeft.)

De vraag van Taats
Mannon, er is iemand op mij verlieft, maar ik wilhem niet zo, ik heb dat gezegt, maar hij wil dat niet gelofen… wat moet ik nu doen, ik wil erik echt niet hebben!

1. spreek een keer af met hem en vertel hem rustig dat je hem niet wil.
2. zeg tegen iedereen dat ze tegen hem moeten zegen dat jij hem niet leuk vind.
3. negeer hem heel lang zodat hij het spoedig en rustig gaat vergeten .

De vraag van Deh Haagh
‘t is weeral lang geleden dadde ik gedou- gedou… mezlef gewassen heb… maar ik ben de zeep kwijt… weet gij misschien waar dat ik die kan vinden?

1 Gewoon even zoeken met je ogen, daarvoor heb je ogen gekregen!!!

De vraag van Peet?
Waarom?

(Ik vrees dat Manon niet voldoende abstractievermogen heeft om deze vraag te beantwoorden.)

Lieve Manon, ik weet ‘t, het zijn veel vragen, maar mijn lezers hebben al hun hoop in jouw handen gelegd, dus ik verzoek je vriendelijk ze allemaal te beantwoorden.
Alvast heel erg bedankt voor de tijd en de moeite die je erin steekt. Dat stellen we heel erg op prijs.
Ik kijk uit naar het antwoord.

Groetjes,
Zezunja

(Sommige vragen in het oorspronkelijke oproepje werden pas gepost nadat mijn brief aan Manon al was verstuurd. Misschien kom ik er nog eens op terug, dan verstuur ik die vragen in een tweede ronde. Maar ik beloof niks, want ik heb al te veel neverending stories hier.)

Hik stik stouw

‘Nee, zo moet het’, zeg ik terwijl ik haar uitleg dat ze ‘de overkant’ van het glas in haar mond moet nemen. ‘En dan moet je een beetje voorover bukken en proberen te drinken.’
Met veel moeite zuigt ze wat slokjes uit het glas terwijl ze langzaam rood aanloopt. Als ze weer omhoog komt, kijken we haar verwachtingsvol aan. ‘HIK’
‘Okee, mislukt’, zeg ik. ‘Je kunt ook nog proberen je adem tien seconden in te houden’. Als stimulans hap ik naar adem en blaas ik mijn wangen op. Zij doet hetzelfde, maar na twee seconden puft ze haar adem alweer uit. ‘Ik kan dat – HIK – niet zo lang’, zegt ze.
‘Wat je ook nog kan doen’, zeg ik, ‘is naar adem happen en dan zonder uit te ademen steeds een hapje lucht erbij nemen.’ Samen happen we naar adem, haphaphaphaphaphap-HIK.
‘Okee’, zeg ik, ‘dan zit er nog maar één ding op: hik stik stouw.’
We zeggen we het op. In koor. Langzaam. Trefzeker. Hik. Stik. Stouw. Ik. Geef. De. Hik. Aan. Jou.
Ze kijkt naar Yuri. ‘Hik’, doet die. En nog eens. ‘Hik.’
Haar ogen worden groter, haar mond, die normaal nooit stilstaat, valt open. Roerloos kijkt ze naar Yuri die een mooie regelmatige hik hikt.
‘En jij?’, vraag ik en ik prik in haar borst.
Ze kijkt naar haar roze truitje. Het schokt niet meer. Nee, schudt ze, haar hik is weg.
Maar dan beseft ze het proces. Geen hik = geen aandacht. En damoenie.
‘Kwilumtrug’, zegt ze tegen Yuri.
‘Dat kan niet’, zegt Yuri, ‘mijn hik zit al in dat glas water.’
Ze pakt het glas water, drinkt ‘m in één teug leeg en kijkt afwachtend naar haar buik. Maar helaas.
Ze schuift nog wat dichter op mijn schoot. Het einde van de aandacht is nabij.

Het antwoord

Als je een artisjok net hebt gekookt, ziet het kookvocht eruit alsof je hebt staan zeiken in een regenton. Een bruingeelgroene plens die in niets lijkt op het resultaat na 24 uur. De afwasmachine zat echter vol en zodoende bleef de pan met kookvocht nog 24 uur op het fornuis staan.
Resultaat: limonade de menthe met absint.
Ik vond het magisch en niemand had het goed.

Kliekjeskiekje

Raadsel: dit is het kookvocht van iets dat wij aten. Ra ra wat aten wij?

PS het kookvocht zag er pas zo uit na ongeveer 24 uur.

Zoek de zeven verschillen

‘Ik heb een hoelahoep gekocht’, zei ik.
‘Ik ook’, zei mijn moeder.
‘Voor drie euro’, ging ik onverstoorbaar verder.
‘Ik ook’, zei mijn moeder.
‘Bij Bart Smit’, zei ik.
‘Ik ook’, zei mijn moeder.
‘Met zo’n roze glimmende band eromheen’, zei ik.
‘Ik ook’, zei mijn moeder.
‘En met rijst erin’, zei ik.
‘Ik ook’, zei mijn moeder.
‘Ik sjouwde er de hele stad mee door’, zei ik.
‘Ik ook’, zei mijn moeder.

‘En veel aanspraak dat ik had! Ik kreeg om de haverklap commentaar, vragen, nostalgische verhalen met jeugdsentiment’, zei mijn moeder.

Ik zweeg. Ziedaar het grote verschil tussen Amsterdam en Leuven. Dat zit ‘m niet in het soort cadeautjes dat je koopt, want die zijn kennelijk hetzelfde. Evenmin zit het ‘m in de winkels. Hema, Blokker, Bart Smit, Kruidvat, Hunkemöller: allemaal in beide steden te vinden.
Het zit ‘m in de aanspraak, de grote bek, de outgoingness. Het zit ‘m in de mensen.

Acquisitie I –
een tweedelig drieluik

ik was eerst
en daarna die mevrouw
was u niet ook voor hem
nou ja in elk geval
moet u na die meneer
vanochtend was ik hier
al voor het ochtenddauw
voor zoete broodjes
voorgesneden
maar ze waren
er niet meer

Ambivalentie

Het is de wereld op zijn dubbelst als jij en je vriendje in een theaterzaaltje de enige twee zijn, in een negentigkoppig publiek, die hun vinger opsteken als de comedian vraagt wie zijn eigen scheten lekker vindt ruiken, omdat je nauwelijks kunt geloven dat alle andere mensen hun eigen scheten vinden stinken, en omdat iedereen naar je kijkt en daarbij vermoedelijk ook iets denkt – en dan ga je je dus afvragen wát ze denken, bovendien zit er diep van binnen een gevoel van trots dat je een arm omhoog hebt gestoken in een theaterzaal én dat je ervoor bent uitgekomen dat je je eigen scheten lekker vindt ruiken, en niet te vergeten het gevoel van saamhorigheid met je vriendje, want hee, het is dus mooi wel jullie tweetjes tegen de rest van de wereld, maar toch ook een glimpje schaamte, omdat het kennelijk not done is om in het openbaar toe te geven dat je je eigen scheten lekker vindt ruiken, en dat je dan dus thuiskomt en in bed ligt en je hoofd onder de deken steekt en zegt: zouden andere mensen dat dan nooit doen, onder de deken hun eigen scheet ruiken?

Situatieschets

Tuin, kopje koffie, sigaretje, net wakker.
Zezunja: ‘Buuurrrp’.
Yuri: ‘Zezunja groet ’s morgens de dingen.’

Bijgeloof van een niet-bijgelovige

Kunt u mijn lief even succes wensen? Hij doet ce moment namelijk een auditie.
U mag dat hier doen, of op zijn eigen webzijde ergens onder het laatste stukje of zo.

Update: Het lukte ook zonder u, want hij is geselecteerd. Later meer, hou daarvoor vooral zijn webzijde in de gaten. Met dank aan de enkeling die heeft zitten duimen. Merci dames!

Heb je vragen!!!

De trouwe lezers onder u weten dat ik een grote voorliefde heb voor reactieproza. Zo stuwde ik ooit de anti viezerik (sic!) op in de vaart der volkeren door zijn reactie te promoveren naar de voorpagina van mijn weblog.
Ook Ineke kreeg ooit 15 minutes of fame toebedeeld, toen ik haar reactie bevorderde tot weblogstukje. Dat had vooral te maken de schitterende zin: ‘Als er alleen geiligheid en nog zo iets meer te zien is. Dan zeg ik waar gaat die verloedering naar toe. Iemand die het wel niet zal weten?’
En tot slot heb ik heel erg hard gelachen om de mooiste correctie ever op het weblog van Jan Marijnissen. Zo hard, dat ook die reactie een ereplaats kreeg op mijn webzijde.

Deze week bracht wederom een bijzonder talent naar mijn weblog, te weten Manon.
Manon schreef het volgende:

heb je vragen !!!

zoals : ik ben verlift op iemand maar ik ben te klein voor hem.
dan geef ik wel een tip.
via de mail.
we geven geen andwoord op gekke vragen wel gewonen.

mail naar : manon******@*****.**

van tips mn manon st

br….. 

Ik heb het mailadres van Manon even van sterretjes voorzien, niet omdat ik Manon niet de nodige spam gun, maar omdat ik graag namens u allen een mail aan haar zou sturen.
Kortom: heeft u vragen? Stuur ze in, ik zal ze bundelen en ze naar Manon sturen. En let op: wel gewonen!
Het reactiedinges is geduldig.

Weer een eerste keer


Omdat er weer een eerste keer is op het Niet Lief Collectief, namelijk de eerste keer dat à­k een cyclus aanzwengel, én omdat ik het nog niet voor elkaar heb om de banner op de juiste manier in de zijbalk te vlechten, toch weer wat reclame.
Hierzo.

O ja

Zondag schreef ik hier iets over Bar del Sol, het cafeetje dat op kruipafstand van ons huis ligt.
Gisteren zei ik niet alleen Disorder! Disorder! Diso-hoho-rder! tegen Yuri, maar ook nog: ‘Ze hebben Bar del Sol geschilderd.’
En vandaag zag ik op drieduizend, hét fotolog van Leuven, dit.

Toxicity is Radar Love

De deur gaat open en weer dicht. Op kousenvoeten komt hij naast me liggen.
‘Kun je niet slapen, lief?’, murmel ik vanuit mijn kussen.
‘Nee’, verzucht hij.
Ik duw mijn kont naar hem toe voor lepeltje-lepeltje.
‘Hoe komt het?’, vraag ik hem.
‘Ik weet het niet’, fluistert hij.
‘Zullen we dan nog maar een slaapmutsje nemen?’, stel ik voor.
‘Ja, da’s goed’, zegt hij hoorbaar opgelucht.
Ik knip het licht aan, het is kwart voor vier.
‘Ik kan zelf ook wel wat afleiding gebruiken’ zeg ik, terwijl ik rechtop ga zitten en mijn ogen aan het licht laat wennen.
‘Hoezo?’, vraagt hij.
‘Ik viel in slaap met een soundbite uit een liedje, ik droomde over diezelfde soundbite en nu zit dat zinnetje nog steeds in mijn hoofd.’
‘Welke dan?’, vraagt hij.
‘Disorder! Disorder! Diso-hoho-rder!’, brul ik zachtjes.
Hij kijkt me een moment sprakeloos aan.
‘Dat meen je niet?’, zegt hij.
‘Jawel’, zeg ik.
‘Ik ook’, zegt hij vol ongeloof. ‘Ik heb precies hetzelfde fragment uit precies hetzelfde liedje al de hele nacht in mijn hoofd.’

Hier is het fragment.
Hier het hele liedje van System of a Down.

En voordat u nou denkt dat wij dat liedje de hele dag luisteren en dat het dus helemaal niet zo gek is dat we hetzelfde liedje in ons hoofd hebben: nee, nee, nee! Het liedje is een van de songs van onze Excite Truc-Wii-soundtrack – een soundtrack waarop we alleen maar liedjes hebben gezet waarop je goed kunt racen. Er staan meer dan tachtig nummers op en die nummers hebben stuk voor stuk catchy tunes en soundbites die blijven hangen. Denk bijvoorbeeld aan het onvolprezen Hot Kiss van Juliette and the Licks, ook zo’n soundbite die een plaatsje in je hoofd verdient. Of Vision of Devision van The Strokes, met het how long must I wait dat dagenlang kan blijven hangen.
Kortom: het was een kans van één op ontelbaar dat we beiden net dat zinnetje in ons hoofd hadden.
Had ik al eens verteld dat Radar Love ons liedje is?
En dat we die naam regelmatig eer aan doen?

(Morgen laat ik de hele Excite Truck-soundtrack zien en daarbij zal ik mijn lievelings vermelden.)

De Niet Lief Collectie:
O-kut-o-kut-o-kut-
o-shit-o-shit-o-shit

Dit stukje verscheen op 2 augustus 2007 op nietlief.com. Ik zwengelde het zelf aan. Zie mijn vraag onder het stukje.

Opdracht: Heb je een rijbewijs  – waarom wel/niet?
Geschreven door: Zezunja

Belgen komen met één voet op het gaspedaal ter wereld en ik ben een alien. Tenminste, in de ogen van alle Belgen en bijna alle Nederlanders. Ik groeide op zonder auto, ik haalde geen rijbewijs toen ik achttien was en nu, op mijn drieëndertigste, ben ik voor het eerst in mijn leven van plan een rijbewijs te gaan halen.

Vol ongeloof kijken ze me doorgaans aan, die Belgen. Vol verbijstering. Meestal volgt dan eerst nog een moment waarop ze denken me verkeerd begrepen te hebben. ‘O, ge hebt genen auto, maar wel een rijbewijs?’, zeggen ze dan, vooral zichzelf geruststellend. En dan komt dat moment van ongeloof en een wankelend wereldbeeld. ‘Wat?! Ook geen rijbewijs?!’ Het is dat die Belgen tamelijk gereserveerd zijn, want anders was mij zeker meermaals gevraagd waar het mis is gegaan.

En ja, waar is het mis gegaan? Op vijf momenten in mijn leven, denk ik.
Allereerst het belangrijkste: mijn ouders reden geen auto. We gingen met de slaaptrein op vakantie en in Amsterdam had je geen auto nodig. Als ik ernaar vroeg, zeiden ze steevast: niet nodig, heel duur, slecht voor het milieu en nog wat van die dingen die je als kind gelijk gelooft.

Het tweede moment was mijn achttiende levensjaar. Ik had net een boedelscheiding en mijn eindexamen achter de rug. Niets in mij had eraan gedacht ook nog te sparen voor een rijbewijs, en ik kocht nog fietsen van junks in die tijd, dus aan vervoer geen gebrek. Ongemerkt ging het uitgelezen moment om te leren autorijden voorbij.

Het derde moment was met mijn ex-echtgenoot. Die was dol op autorijden. En omdat hij zo’n fervent chauffeur was, bleef mijn motivatie om te gaan autorijden nihil. Hij reed me van Firenze naar Oporto en van Venetië naar de Algarve, van Deventer naar Harlingen en van Pernis naar Appingedam. En ik zat intussen lekker ceedeetjes te luisteren met mijn voeten uit het raam. Een rijbewijs was erg ver weg.

Het vierde moment was toen ik en mijn ex op de A2 naar Utrecht in een file stonden. We stonden stil in de meest linkse rijbaan, de file loste in een mum van tijd op, iedereen karde alweer met een kilometertje of zeventig per uur over de A2 en wij… wij stonden nog steeds stil. De motor was afgeslagen en weigerde verdere dienst. Toen ik doorkreeg hoe de zaken ervoor stonden – wij stonden stil en rechts van ons raasde iedereen in hoge snelheid langs ons – verstijfde ik van angst. En hoewel haast geboden was, het was immers een kwestie van seconden voordat men in de linkerrijbaan onze stilstaande auto voor zich zou zien opdoemen, sloeg ik mijn handen voor mijn ogen en jammerde ik monotoon ‘o-kut-o-kut-o-kut-o-shit-o-shit-o-shit-o-kut-o-kut-o-shit’. Haha, hoezo oplossingsgericht?

Hoe dan ook: ik wist al dat ik een bange poeperd was en dat was ook een van de redenen dat ik niet zo happig was op een rijbewijs – autorijden is en blijft immers een gevaarlijk spelletje – maar nu zag ik mijn bange vermoeden ook nog bevestigd: ik zou een waardeloze chauffeur zijn die haar passagiers gewoon zou laten verpletteren op de A2, onderwijl o-kut-o-kut jammerend.

En tot slot: het vijfde moment was vergelijkbaar. Ik speelde op een playstationracespel met zo’n stuurtje als console. Elke keer als ik crashte deed ik mijn ogen dicht en liet ik het stuur los. Kijk, ik ben niet gek. Ik weet heus wel dat een computerspelletje niet het echte leven is, maar ik meende toch ook hierin een bevestiging te zien: als het te moeilijk en te onoverzichtelijk wordt, laat ik het stuur los. Zoek dekking, zou ik zeggen.

Dat laatste zou ik maar letterlijk nemen, want tatatataaa: deze maand is het zover. Ik ben namelijk gezegend met een schoonmoeder die, jawel!, rij-instructrice is. En aangezien ook aliens af en toe een beetje moeten inburgeren, ga ik er nu echt aan geloven. Als alles volgens planning verloopt, heb ik in 2008 een rijbewijs.

Welnu, nietliefjes, mijn vraag aan jullie is: hoe rijvaardig zijn jullie? En hoe zijn jullie zo ver gekomen? Enne… hebben jullie nog tips voor mij?
Liefs, Zezunja

Overgave
of: hoe ik deemoedig het hoofd
buig en alaaf zeg

Het einde van de vakantie is als totale overgave. Een witte vlag, handen omhoog, en onderwijl heel hard genade roepen. Zoiets.
Tenminste zo was het. Zo was het in mijn jaren als redacteur. De maandag na de vakantie begon altijd met een redactievergadering en met het gegeven dat we te lang vakantie hadden genomen, waardoor het eerste nummer van het nieuwe werkjaar binnen tien dagen bij de drukker moest liggen. Al na de eerste vergadering en het kortstondige moment dat het gezellig was om mijn collega’s terug te zien, hief ik de witte vlag, om vervolgens in een allesverzengende heimwee naar nog meer vakantie de eerste interviews uit te zetten.

Ook als docent riep alles in mij om genade als ik de eerste maandag na een bizar lange onderwijsvakantie op het Amstelstation mijn les stond voor te bereiden. Het perron stond vol met puisterige studenten die ik ervan verdacht twee uur later met een glazige Lloret de Mar-blik mijn klaslokaal te bevolken.
Ook in het onderwijs gold natuurlijk dat het op de schouder beuken van collega’s na twee maanden best leuk kan zijn. ‘Hee, hoe is het?’ ‘Waar ben jij geweest?’ ‘Wat ben je bruin!’ Of het moment dat collega’s je ineens gaan kussen! Kussen! Omdat ze je twee maanden niet hadden gezien! Haha! Daar schrok ik altijd heel erg van. Maar dan volgde onverbiddelijk dat vooruitzicht van een jaar lang onder hoge werkdruk het dode paard tot leven wekken; een school die zucht onder schaalvergroting en onderwijsvernieuwing in weerwil van alles de toekomst in loodsen. Mijn eerste zin in mijn eerste les na de vakantie was steevast ‘Genade!’.

Maar nu is alles anders. Ik hoefde geen witte vlag te heffen, want ik was zelf de aanstichter van het onheil. Ik had besloten wanneer ik vakantie zou nemen en ik had bepaald wanneer die vakantie weer voorbij zou zijn. Afgelopen maandag. En ja hoor, ik kon mezelf best om genade vragen, maar als ik maandag niet zou werken, dan zou ik zaterdag moeten werken, zo heb ik dat nou eenmaal ooit met mezelf afgesproken.

Kortom: ik was ontheemd als slachtoffer. Ik kon geen vuist heffen tegen de hemel, omdat iets buiten mij mijn vakantieverlangen belemmerde. Ik moest deemoedig het hoofd buigen en vaststellen dat elk verweer zinloos was. Het lot van de zelfstandige: je hebt het altijd zelf gedaan. En damn, dat was een feestelijke vaststelling. Deze keer verwelkom ik het nieuwe jaar met een ferm Alaaf!