Archief in maanden: september 2007

Wat zou ik schrijven in een stukje
waar ik niet over heb nagedacht?

Ik zou schrijven over het jaar dat ik geen dreads meer had. Dit jaar. Op 23 september vorig jaar dreadwiekte ik definitief mijn hoofd en sindsdien is er iets gebeurd met mijn zelfbeeld. En omdat ik er niet over zou nadenken, zou ik geen recente foto plaatsen, want over foto’s op internet moet ik altijd eindeloos nadenken. Men moet namelijk altijd in de illusie verkeren dat ik er goed uitzie en dat valt niet mee, zie verder dat zelfbeeld.

Verder zou ik schrijven over een Vlaams-Brabantse buikgriep en waarschijnlijk zou ik met allemaal ranzige details komen waar u op uw lege maag geen raad mee weet. Maar dat zou u mij moeten vergeven, want ik had er niet over nagedacht.

Natuurlijk zou ik ook schrijven over de Wii en hoe leuk het is om als bijrijder met zijn tweeën first person shooting-spelletjes (klik en klik) te doen. Liggend op de bank met een poes op je buik roepen dat-ie, als-ie snel weer terug op die ladder was geklommen, met de rocket launcher al die mensen in een keer op de barbecue had kunnen leggen. Schreeuwend dat-ie achteruit moet lopen als-ie schiet.

Ik zou ook schrijven dat het leuk is om geld uit te geven. Dat er een MacBook in het verschiet ligt, en een fijne digitale videocamera, waardoor ons werk niet alleen gemakkelijker wordt, maar vooral ook veel leuker. En ik zou dan nog een keer het woord investering laten vallen, omdat dat zo volwassen klinkt.

Ik denk dat ik zou schrijven dat mijn weblog dezer dagen een juk is. En dat ik overwoog om twee weken vrijaf te nemen. Dan zou ik hier zetten: jongens, ik ben er effe twee weekjes niet. Wat dan a. niet waar zou zijn, want ik ben er wel, en wat b. zou leiden tot een stukje, want ik ken mezelf: zodra ik afstand neem, wil ik schrijven. Ik ben namelijk de paradox in persona. Bovendien valt een en ander ook op te lossen door stukjes te schrijven waarover niet is nagedacht.

Daarna zou ik waarschijnlijk schrijven dat stukjes waarover ik niet heb nagedacht als twee druppels water lijken op Allegaartjes. Waardoor ik de indruk zou wekken dat er eigenlijk een heleboel stukjes zijn waarover ik niet heb nagedacht. Wat natuurlijk niet waar is. Ben je gek.

En als ik dan nog energie zou hebben, zou ik schrijven over televisieprogramma’s, want televisieprogramma’s zijn een bron van schrijfvermaak, hoewel ik, tenzij in weer andere Allegaartjes, eigenlijk zelden over televisie schrijf. Een gemiste kans zou ik zeggen, want ik heb over elk tv-programma dat ik zie wel een mening of twee. In dit geval zou ik iets zeggen over de man die maandagavond bij Pauw en Witteman zat, Daniel Tammet, die behalve briljant en lijder aan het syndroom van Asperger ook synestheet is. En dat ik dat laatste met hem gemeen heb. Hij zei dat Jeroen Pauw het getal 81 was. Voor mij is Jeroen Pauw 34. Omdat 34 lichtgroen met rood is en 81 is donkerblauw met zwart, dat past niet bij Jeroen.

Vervolgens zou ik dan eigenlijk een stukje willen schrijven waarover ik wel heb nagedacht. Over synesthesie. En over wat dat is en waarom de noot c als klank een andere kleur en structuur heeft dan in notenschrift. De c op schrift is wittig. In klank is-ie donkergeel. Waardoor ik enorme moeite zou krijgen om nog door te schrijven zonder na te denken, want synesthesie is iets dat me altijd aanzet tot denken. En dan zou ik dus met grof geweld moeten proberen niet na te denken. En dan – hè gelukkig – zou ik weer gewoon iets opschrijven.

Namelijk dat Tichelaar, de fractievoorzitter van de PvdA geen tv-appeal heeft en vaak een beetje onecht overkomt. En dat minister Plasterk veel beter dan hij kan uitleggen waarom dat referendum zinloos is. Terwijl toen Tichelaar aan het woord was, de man die de beslissing tegen een referendum eigenlijk moest verdedigen, ik ineens de barricades op wilde vóór een referendum. Terwijl ik tegen ben!

Ik zou nog even doorassocieren en op de proppen komen met De Vrije Geer, weet u het nog Amsterdammers? Dat was het weilandje waarover wij tijdens het referendum over de autoluwe binnenstad ook nog even mochten stemmen. Wat ertoe leidde dat mensen zoals ik, die voornamelijk in de Pijp en de Watergraafsmeer vertoeven, mochten bepalen of dat veldje in West waar niemand van ons ooit van had gehoord, moest blijven of mocht worden geofferd voor woningbouw. En omdat het zo idyllisch klonk, een veldje, hebben wij, mensen met een dak boven ons hoofd, natuurlijk massaal gestemd tegen woningbouw. Om de volgende dag weer steen en been te klagen over de woningnood en de daarmee samenhangende woekerprijzen op de huizenmarkt.
En dan zou ik nogmaals roepen hoezeer ik tegen de meeste referenda ben.

En omdat ik niet zou nadenken, zou ik boempats beginnen over mijn sloffen die, als ik ze op mijn hoofd zou zetten, een smurf van mij zouden maken. Maar dan zou ik gelijk denken: dat begrijpt niemand zonder foto en dan zou ik weer opnieuw kunnen beginnen over foto’s op internet, maar dat zou ik vermoedelijk niet doen. Ik zou denk ik beginnen over dat ik mezelf niet kan verkopen. En dan zou ik gelijk denken dat ik nodig eens een stukje moet schrijven met als kop ‘Wie wil mij verkopen?’. Maar dat zou dan een stukje moeten zijn waarover ik wél heb nagedacht, want jezelf verkopen is het belangrijkste dat er is.

Vervolgens zou ik nog reppen over Dwarzand (klik en klik) en hoe stoer hij wel niet is met zijn optreden laatst op het White Nights Festival in Sint Petersburg en op de Uitmarkt en met zijn act op Robodock en hoe graag ik daar allemaal naartoe wilde, maar niet kon. En over Luna die mij een ploesiepoesiedingesgroteënvelopwaarvoordepostbodezelfsmoestaanbellen
stuurde die ik tijdens het schrijven van dit stukje ontving, zonder dat ik wist waar ik dat aan te danken had. Ik zou schrijven dat ik daardoor twintig minuten kippenvel had. En dat zou dan een mooi moment zijn om op te houden met schrijven en vast te stellen dat het een veel te lang stukje is geworden.

Maar ik zou het niet weggooien.

Mike in schaapskleren

Hij leek zo onschuldig. (klik op het plaatje)

Maar hij bleek in staat tot een zeer laffe daad. (klik op het plaatje)

Meer poezenvangsten: zie hier en hier.

Eindelijk eens iemand
die erover schrijft

De kwestie: spaarlampen en lezen op de plee. Lees hier wat mij zo uit het hart gegrepen is.

Allegaartje (6)

Dingen die meer tijd kosten dan gedacht
1. Vlaams spreken
2. geld verdienen
3. de zangsporen van Smithereens op de juiste plek onder de gitaar zetten – na twee uur werk heb ik de eerste dertig seconden klaar, het nummer duurt vijf minuten…

Zinnen die ik gisteren in een mailtje schreef
1. ‘Ik heb al medelijden als een van de katten moet kotsen.’
2. ‘En dat van die blauwe ogen, dat was een gok.’
3. ‘Op bietjes in een envelopje en op verbouwde garages en stoere Chevrolets.’

Zaken die mij goed doen dezer dagen
1. het album Peace Love Death Metal van de Eagles of Death Metal – damn, zo goed
2. vriendinnen – ik heb zomaar vriendinnen! en ze doen me goed!
3. te horen dat, wanneer die zangsporen van Smithereens eenmaal goed staan, het een waanzinnige mix kan worden

Dingen die ik onlangs afgezworen heb
1. strings, wegens altijd koude billen, ook in de zomer
2. mijn telefoonprovider – de naam noem ik pas als alles achter de rug is
3. nat kattenvoer

Mensen die recentelijk in mijn achting zijn gestegen
1. mijn ex, die grensoverschrijdend in het pubiek zat bij mijn huidige levensgezel – hij behoefde overigens geen enkele stijging in mijn achting
2. Josh Homme, wegens Peace Love Death Metal – ook hij was al razend populair bij mij voor hij in mijn achting steeg
3. de meisjes vrouwen van het collectief, die ik nog nooit heb ontmoet, maar waar ik een inniger contact mee onderhoud dan met menige tastbare vriend

Dingen die sinds een paar weken tegenzitten
1. de Wii-spelletjes die we huren – Japanners maken heel veel rare spelletjes
2. mijn werkgelegenheid en dientengevolge mijn financiën – zie verder het kruispunt
3. mijn zelfvertrouwen

Onderwerpen waar ik de komende week over moet schrijven
1. zelfstandig werkende pedagogen en psychologen
2. zelfverwonding
3. iets dat ik nog moet bedenken, want een column

Parels uit het tv-seizoen
1. die Jeroen van Koningsbrugge die in de Lama’s met de dag beter wordt
2. de Beauty en de Nerd – hoewel ik het belachelijk vind dat ze ervanuit gaan dat nerds niks van Pamela Anderson zouden weten, die doen niet anders dan internetsoloseks, dunkt me – mooiste uitspraak: nerd: ‘ik had niet verwacht dat er een beauty zou zijn die van zwarte comedy zou houden’ – beauty: ‘ja, met negers, lekker’
3. Op zoek naar Evita – ik, als musical- én galmstemhater, kan daar dus echt helemaal in wegzinken

Dingen die te moeilijk zijn om over te schrijven
1. de dood van een reageur – ik schaam me dat ik er niks moois over weet te schrijven
2. de dood van een reageur vorig jaar – ik schaam me dat ik er niks moois over wist te schrijven
3. dat mijn weblog soms best dwingend aanwezig is

Investeringen die we gaan doen
1. een digitale videocamera
2. een MacBook
3. een printscankopieerfaxding

Dingen die zonder logische reden om mij heen liggen
1. tien paddestoelen op een ijzerdraadje
2. vijf plastic dalmatiërs die piepen als je erin knijpt
3. een zak met honderd rambokes (in het Nederlands: kabelbinders)

Dingen die me een blij hart geven
1. het karaokedrummen op de Wii
2. de hoeveelheid aanwezige vrienden bij de voorstelling van Yuri Maanzand
3. het idee dat mijn ouders volgende week twee dagen komen

Dingen waar ik heilig in geloof
1. de nieuwe website van Het Eiland Neus – die bijna af is
2. dat het goed komt met mij
3. mijn relatie en het pretgehalte van mijn leven – en dat die twee onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn

Zie ook:
Allegaartje (1)
Allegaartje (2)
Allegaartje (3)
Allegaartje (4)
Allegaartje (5)

Wilde gok

Een mailwisseling met mijn provider over kapotte simkaarten en ander telefoongedoe:

Ik:
Weet u ‘t zeker van die simkaart? Want dat zeiden ze bij Base. Maar bij Base weten ze waarschijnlijk niet dat ik dat ICCID-nummer van u heb gekregen. Als u het zeker weet, zal ik u op uw blauwe ogen vertrouwen.

Antwoord van de provider:
Hoewel ik groene ogen heb, weet ik zeker dat dit voldoende moet zijn.

Beroemdheid,
gemeten met de stopwatch

Als u wilt weten waarom ik mijzelf bijna in bad verdronk , waarom mijn oog beroemd werd en wie Tjeerd Manara is, lees dan hier verder. Voor de estafettestukjes kunt u vanaf morgen hier klikken.

Halte Eik en Linde

Ik heb er nooit last van. Het gaat mij goed hier en hoewel ik soms een andere indruk wek: ik ben gelukkiger dan ooit. Maar soms steekt het ineens de kop op. Meestal onverwacht en kortstondig.

Zoals gisteren. Ik lag in bed. Vier kussens in mijn rug, afstandsbediening binnen handbereik. Niks te klagen. Ik hoorde het belletje. Van de tram. Heel normaal. Al mijn hele leven hoor ik belletjes van de tram in mijn slaapkamer. Tot ik me plots realiseerde: er rijdt geen tram in Leuven.

Het belletje kwam van tv. Pauw en Witteman. Opnamestudio op de hoek van de Plantage Middenlaan. Halte Eik en Linde. Als de tram daar optrekt, belt-ie.

Ik zag het voor me.
Ik had heimwee.

De Niet Lief Collectie:
Beroemdheid, gemeten met een stopwatch

Dit stukje verscheen op 20 september 2007 op nietlief.com. Ik zwengelde het zelf aan.

Wij webloggers zijn wereldberoemd. En als meneer Warhol in ‘68 had geweten van het fenomeen webloggen, dan had-ie ons, everyone, vast iets meer dan 15 minuten gegund. Dus voor mijn opdrachtje stel ik voor dat we onze dagelijkse beroemdheid niet meetellen. Geen weblogs, geen journalistiek, geen communicatie- en pr-dingen. Tenzij de anekdotes zo ongebruikelijk zijn dat ze niet meer onder de noemer ‘dagelijks’ vallen.
Lieve niet-lieverds, als jullie de 15 minutes of fame uit jullie leven zouden samenvatten, waar komen jullie dan op uit? Als het erg veel is, mag je uiteraard een selectie maken. Dat doe ik ook.

Onderwerp: 15 minutes of fame
Geschreven door: Zezunja

Als ik wat memorabele minuten bijeen sprokkel, ziet mijn routetijdentabel er zo uit. Zet de stopwatch maar aan; we tellen minuten, seconden en honderdsten van seconden.

00.00.00-00.00.78
Als lid van de Dolly Dotsfanclub mocht ik toen ik een jaar of elf was met een vriendinnetje en haar moeder naar de fanclubdag in de Brabanthallen in Den Bosch. Het eerste deel van het concert werd geplaybackt, zodat het kon worden uitgezonden op tv(!). Daags erna zat ik vol spanning voor de televisie: dit zou mijn doorbraak worden, ik had een grotemensenconcert bezocht en iedereen zou dat kunnen zien. Toen de camera zwenkte naar de plek waar ik ongeveer stond, verscheen er een zwart Madonnahandschoentje met halve vingers in beeld en ik wist het zeker: dat was ik. Het idee dat in 1985 vrijwel niemand niet zo’n handschoentje droeg, kwam niet bij me op. Ik was op tv geweest en daarmee uit.

00.00.78-04.00.00
Mijn boezemvriend en gitarist Dwarzand en ik schreven in 1993 onbegrijpelijke gedichten voor Nederlandstalige bloemlezingen die samengesteld werden door een Nepalees die geen Nederlands sprak. Omdat we de gedichten in samenspraak maakten, kozen we een pseudoniem dat een anagram was van ons beider voornamen: Tjeerd Manara. Al onze gedichten bestonden uit niet-bestaande woorden die weer anagrammen waren van ons beider voor- én achternamen. Het mooiste gedicht was Arm Faublich met zinnen als Laterhand Laterhuid Builenmacht in Jadertalen, Rafeltand Rafelruit Buitenlach in Haremdralen. De Nepalees bundelde ze niet alleen, maar verspreidde ook posters op straat met de gedichten in grote letters afgedrukt. En zo kwam het dat Tjeerd Manara een week lang op verschillende plekken in het centrum hing. Arm Faublich op het Spui.

04.00.00-09.00.00
Met een groep jeugdonderzoekers heb ik rond mijn achttiende een paar jaar jeugdonderzoek gedaan. Toen een van de grotere onderzoeken werd afgerond, werd ik prompt aangewezen als woordvoerder van de groep. Dat stond wel mooi waarschijnlijk, een goedgebekte tiener: kijk eens hoezeer wij de jeugd bij ons onderzoek betrekken. Gevolg was dat ik met uitgelopen make-up en lijkbleek op AT5 verscheen – wist ik veel dat televisie niet flatteert. Vervolgens werd ik door wijlen Willem Ekkel op zijn eigen hufterige wijze verleid om in het Radio 2-programma Dubbellisjes mijn telefoonnummer te noemen. Waarna er nog een sessie van een uur volgde bij Radio Noord-Holland waarin de presentator vroeg of ik er altijd uitzag alsof ik net uit mijn bed kwam. Je schamen voor je uiterlijk, terwijl je op de radio bent, doe het me maar eens na.

09.00.00-10.00.00
Mijn oog. Als ik zou zeggen dat-ie levensgroot in de krant stond, zou ik liegen. Hij stond groter dan levensgroot in de krant. Als ik zo’n oog zou hebben, zou mijn hele gezicht uit oog bestaan. Het kwam zo: als stagiaire doolde ik wat rond op de featureredactie van het Brabants Nieuwsblad (BN). Iemand greep mij bij mijn arm. ‘Heb je wat te doen?’ En voor ik kon antwoorden, stond er een fotograaf met een ultra-telelens op tien centmeter afstand. Een kwartier en twee traanogen later, ging men over tot de orde van de dag. De volgende dag was mijn oog beroemd. Het stuk dat ernaast stond, ging over contactlenzen.

10.00.00-12.30.00
We stuurden de cd van Scrabeus naar talloze media, want wij zouden beroemd worden en toernees aangeboden krijgen, besloten we. Iemand vroeg ons of we in het nieuwe programma van Martin Simek op Nederland 3 wilden optreden. Denkend aan zijn interviewprogramma’s, zeiden we ja. Het nieuwe programma bleek echter te bestaan uit het wekelijks opentrekken van een blik malloten. Tot overmaat van ramp zei Simek tegen mij. ‘Jeauw muzikanten zijn niet nodiek, doe jeej het maar a capella.’ Dat ging mis, en dat werd uitgezonden. Er keken een half miljoen mensen. Een paar dagen later werd de cd letter voor letter en noot voor noot besproken in het eerste half uur van Volgspot op Radio 2. Ik lag in bad te luisteren. We werden met de grond gelijk gemaakt. Dat de muzikaal regisseur van het Radio Filharmonisch Orkest in dat programma zei: ‘Maar dat meisje, dat heeft wel wat’, kon niet voorkomen dat ik na afloop heb geprobeerd mijzelf in bad te verdrinken.

12.30.00-15.00.00
‘Jullie hebben wel een heel uitzonderlijke vriendschap’, zei de televisiemaakster tijdens een etentje. En dat kwam mooi uit, want ze was net een programma aan het maken over bijzondere relaties. ‘Maar dat mogen ook vriendschappen zijn hoor’. En zo werd het feit dat mijn toenmalige boezemvriend en ik elke nacht bij elkaar sliepen, maar verder een puur platonische relatie hadden, het onderwerp van een televisiereportage. Een reportage in een serie die, naar veel later pas bleek, Liefdesbewegingen heette. Een serie waarin, zoals de naam al doet vermoeden, helemaal geen plaats was voor vriendschappen.

Maar dat was geen probleem voor de editors. Je gooit een zinnetje in beeld: Zezunja en zusenzo hebben een relatie maar doen het ook nog met anderen. Ze zijn niet jaloers op elkaar., je husselt de antwoorden uit het interview zodanig door elkaar dat het zinnetje klopt, en klaar is kees. En omdat RTL5 alles nog vier jaar lang herhaalt, werden ik en mijn omgeving (lees: de mensen met wie ik wél een relatie had) nog jarenlang herinnerd aan deze wijze les: tv is één grote leugen.

Een rond verhaal

Wij hadden een buurman. Met de nadruk op hadden. Hold that thought, die heb je nodig voor de clou.

Onze buurman was de buurtwerkloze. Elke buurt heeft wel een buurtwerkloze. In Amsterdam had elke buurt er honderden, maar hier hebben we er een of twee. En die ene woonde naast ons.

Hij had een hondje en een staartje – in die volgorde. Eerst zag je dat hondje en dan dat staartje. Het was een klein mannetje. Aan het staartje van het kleine mannetje zat altijd een roodbezweet gezicht. En naast het hondje bungelde vaak een bak bier. Best wel een gewone buurtwerkloze dus.

De buurtwerkloze had ook een vriend. De tweede buurtwerkloze, gok ik. Die had ook een staartje. Maar geen hond. Hij was groot. En hij woonde niet naast ons.

De grote buurtwerkloze kwam de kleine buurtwerkloze vaak ophalen om samen aan de bar te hangen in het buurtcafé. Keer op keer. Hondje, groot staartje, klein staartje, langs mijn raam, naar de toog, op de hoek. Waar ze deel uitmaakten van het meubilair. Tot sluitingstijd.

Op een nacht werd ik wakker van luide stemmen. Het café was net dicht, de kiepramen van onze slaapkamer stonden open. Onder het raam ontspon zich een gesprek tussen de kleine en de grote werkloze. Ik weet niet wie wat zei, maar het gesprek ging ongeveer zo:

‘Als ik beken moeten we allebei zitten, als jij bekent, hoef jij alleen maar te zitten.’
‘Maar dan moet die en die wel meewerken.’
‘Ja, maar die krijg ik wel zover.’
‘Dan moet ik dus bekennen?’
‘Ja.’
‘Maar het is wel drie maanden zitten.’
‘Ach, het is maar drie maanden.’
‘Ik weet het nog niet, maat.’

En toen hoorde ik de voordeur van de buren dichtslaan.

Het gesprek bleef mij bezighouden en telkens als ik de kleine werkloze door de straat zag stiefelen, dan dacht ik: jij hebt iets op je kerfstok. En tegelijkertijd vroeg ik me af of hij degene was die sowieso de lul zou zijn.

Onlangs raakte de boel in een stroomversnelling. We kregen nieuwe buren, ik zag de werkloze een paar maanden niet meer en het buurtcafé zat geruime tijd zonder stamgasten.

Eerst vond ik het niet opvallend. Mensen verhuizen wel vaker. Zeker in deze straat. En het buurtcafé was ook eigenlijk heel ongeschikt voor barhangers. Dus nee, niks geks aan.
Tot ik de kleine werkloze laatst weer zag lopen. Met de grote werkloze. Op weg naar het café. Net als vroeger, maar dan aan de overkant. Niet langs mijn raam. Toen viel alles op zijn plaats.

Dat gesprek onder mijn raam is nu ongeveer drie maanden geleden. Hij heeft bekend. Is de bak ingedraaid. Heeft in de tussentijd zijn huis verloren. Kwam na drie maanden weer vrij. Trok met zijn maat naar het oude stamcafé. Via de overkant, niet langs mijn raam. En zo was het verhaal rond. Ik weet nog steeds niet of hij nou degene is die sowieso de lul zou zijn, maar hij was de lul en daar draait het om. Ik hou van verhalen die rond zijn.

Reclame

Alles over de strijkplank als leidraad leest u hier.
U kunt het Niet Lief Collectief voortaan ook via rss lezen.

De Niet Lief Collectie:
Waar is de strijkplank als je ‘m nodig hebt?

Dit stukje verscheen op 14 september 2007 op nietlief.com. Esther zwengelde het aan met de volgende inleiding:
“Nietliefjes, zouden jullie iets aan je lichaam willen doen, nu of in de toekomst? Indien nee, waarom niet en zoja, waarom wel? En, beste lezer, hoe denkt u over uw lichaam? Wilt u er iets aan veranderen of is het goed zoals het is?”

Opdracht: Botox ja of nee?
Geschreven door: Zezunja

De strijkplank als niet bestaand product in mijn huishouden.
Ooit had ik er wel een, die stond ergens in een hoek te verstoffen, met handtasjes eraan, en dusters. Maar ik ben de plank onderweg al boedelscheidend ergens verloren en ik moet zeggen: de neiging om iets te strijken steekt slechts één keer per jaar de kop op, en die valt best te onderdrukken.
Botox is van hetzelfde laken een pak. Ik weet pas sinds kort wat het precies is en ik weet al sinds lang dat het zonde is om gezichtsuitdrukkingen weg te spuiten. De neiging om zo nu en dan mijn frons glad te strijken, kan ik best onderdrukken.

De strijkplank als schouderophalenswaardig product.
Men vraagt mij wel eens: ‘Maar strijk jij dan niet?’ (met de intonatie van boven naar beneden). Nou nee, ik strijk dus niet. Ik heb nauwelijks kleren die gestreken moeten worden en als er een keer iets is, dan strijk ik op tafel. Who needs een strijkplank?
Mijn uiterlijk is iets waar ik in grote lijnen eveneens mijn schouders over ophaal. Ik streef naar onderhoudsvrij, ik had niet voor niets dreads en nu vlechtjes. Vergelijk het maar met een strijkvrije garderobe. Als je eenmaal washandjes gaat strijken, is het einde zoek. Kijk, als de nood hoog is, piep ik wel anders – zie verder het op tafel strijken. Maar streven naar de ideale kreukelzone, of überhaupt, het ideale uiterlijk: dat heb ik al opgegeven toen ik nog een beugelbekkie en een stomme pestbril had.

De strijkplank als statussymbool.
Het hebben van een strijkplank is misschien niet zo statusverheffend, maar het niet hebben van een strijkplank is wel uitermate statusverlagend. Men schaamt zich plaatsvervangend voor mij en men is waarschijnlijk oprecht bezorgd over mijn voorkomen op officiële (burp) gelegenheden.
En terecht, ik ben een sloddervos. Een gestreken t-shirt is voor mij net zo bizar als een grote cosmetische ingreep. Ik probeer schoon te zijn, en soms ook mooi, en daarmee houdt het wel zo’n beetje op.

De strijkplank als teken van jeugdigheid.
Toen ik jong was, turnde ik veel en gedisciplineerd. Jaren achtereen. Op mijn vijftiende stopte ik met turnen met een lijf als een strijkplank. Ik kon elke spier spannen als een boomstammetje. Vervolgens heb ik vijftien jaar sportloos geteerd op mijn vliegende start als strijkplank. Ik was een gezegend mens, maar ik ben nu in de dertig en ik moet me geen illusies maken. Die strijkplanktijd botox ik niet meer terug.

De strijkplank als rolmodel in een tietloos bestaan.
Er zijn maar weinig turnsters met echt dikke borsten. Bovendien heb ik mijn genen niet mee. Ik wacht al sinds mijn twaalfde op die bos hout voor de deur en het is ongelooflijk, maar waar: ik heb het opgegeven. Ik wacht niet meer. En ik ga ook niet sparen om met allerlei operaties mijn wachttijd alsnog te gelde te maken. Ze kunnen de boom in met hun bos hout.

De strijkplank als uitstervend deel van mezelf.
Mijn turntijd is definitief voorbij. Alle vormpjes waardoor men nog jarenlang dacht dat ik een atletisch type was, zijn langzaam uitgelubberd. Het voordeel is dat je borsten ook groeien als je dikker wordt, het nadeel is dat de strijkplank definitief verleden tijd is. Afscheid nemen van een strijkplank die je niet eens had, ga er maar eens aan staan.

De strijkplank als paradox
En dan maar hopen dat je blijft schouderophalen. In een wereld van bruiloften en begrafenissen, waar een strijkplank noodzakelijk lijkt. Met een zelfbeeld dat plots vier maten groter is. Quote mijn moeder: ‘Jij moet eens van het idee af dat je je hele leven maat 36 zult blijven houden.’ Wat?! En maar schouderophalen. En maar volhouden dat je geen strijkplank hebt, en dat je die ook niet hoeft. En als de nood echt hoog is, gewoon, schouderophalend, wat op tafel strijken. Een spek en boneningreep. Botox als liktatoeage. Ja. Nee. Een beetje. Zoiets.

Hoe Lucas schreef

Onbedoeld dacht ik door het stukje hieronder aan Lucas. Lucas heette anders, maar omwille van privacydingen heet Lucas nu Lucas.

Lucas schreef stukjes en ik was docent stukjes schrijven. Lucas was goed. Hij schreef helder en gestructureerd. Hij raadpleegde altijd meerdere bronnen en hij kwam met doordachte ideeën. Kortom: ik verwachtte veel van Lucas.

Maar Lucas maakte het niet waar. Elke week schreef hij meer stukjes dan nodig, elke week groef hij dieper dan de rest, elke week schreef hij vlug en to the point, maar elke week was er iets helemaal mis met zijn verhalen.

De ene keer was dat het ontbreken van hoor en wederhoor, de andere keer waren het tal van gedachtensprongen die misten, en vaak ging hij te kort door de bocht.

Het gekke aan Lucas was dat hij altijd wist wat er fout ging. Als je met hem sprak, biechtte hij gelijk op dat er wederhoor ontbrak, dat hij iets niet goed had uitgelegd of dat hij het verhaal iets langer had moeten maken. Maar als je vroeg: ‘Lucas, waarom schrijf je niet in een keer het goede verhaal?’, dan volgde er een onduidelijk antwoord of een vrijblijvend ‘ja ja ja’.

Ik piekerde me suf over Lucas. Op welk punt moest ik hem oppoken om verbetering te krijgen? Want Lucas snapte alles al. Hij wist wat hem te doen stond, maar hij deed het gewoon niet. En het was duidelijk geen kwestie van onwelwillendheid, maar van wat dan wel?

Er brak een maandagochtend aan en we gingen, zoals de routine ons dat voorschreef, een krantje maken. Lucas bracht mij zijn kopij en ik ging lezen. Kopje koffie, tl-licht, rode pen. En plotseling zag ik het. De bladspiegel. De regelmaat. De orde.

Lucas maakte alinea’s van vier regels. Niet langer en niet korter. Geen halve regels. Exact vier regels, tot de punt. Elke alinea, elke pagina.
Ik zocht het werk van de vorige weken erbij, en inderdaad: alleen maar alinea’s van precies vier regels. Het zag er maf uit. Neurotisch.

Ik riep hem erbij.
‘Lucas’, zei ik, ‘je maakt alleen maar alinea’s van vier regels.’
‘Ja’, zei hij, zonder een spier te vertrekken.
‘Dat is niet normaal’, zei ik.
‘Nee.’ Hij staarde naar de grond.
‘En het heeft ook geen zin’, zei ik.
‘Nee’, zei hij.
‘Je gaat er slechte verhalen door schrijven’, zei ik.
‘Ja’, zei Lucas.
‘Maar waarom doe je het dan?’, vroeg ik.
‘Ik weet het niet.’
‘Heb je dat bij meer dingen?’, vroeg ik. ‘Dat tellen?’
‘Nee’, zei hij.
‘Denk je dat je het kunt proberen los te laten?’, vroeg ik.
‘Ja’, zei hij.
‘Okee’, zei ik. ‘Laten we afspreken dat je volgende week alleen maar verhalen inlevert met alinea’s van verschillende lengte.’
‘Okee’, zei hij.

De week erna kwam hij niet opdagen. Ik heb hem nooit meer gezien.

Dwaalspoor

Ken je dat? Je maakt een ommetje door je eigen leven en je komt op een kruispunt waar je al eens bent geweest. Goed, het was een ander moment, in een ander jaargetijde, met een andere lichtinval en misschien wat meer tegenwind, maar verdomd als het niet hetzelfde kruispunt is.

Ik dreigde ervan in paniek te raken. ‘Wat? Nee? Niet weer dat kruispunt!’ Maar verzet heeft geen zin bij kruispunten. Je bent er of je bent er niet. En als je er wel bent, dan zul je moeten kiezen. Voor een weg, een stoplicht om te overmeesteren, een route – misschien wel de snelste.

Het voordeel van voor de tweede keer op hetzelfde kruispunt belanden, is dat je precies weet waar je moet voorsorteren. En ergens heb je inmiddels ook wel een vaag vermoeden wat de snelste weg zal zijn. Bovendien voel je je er al een beetje thuis, zo van: dit is mijn kruispunt. De kracht van herhaling.

Maar tegelijkertijd heb je het gevoel dat je verkeerd ben gereden. Met een wiebelige cirkel terug naar het punt van een jaar geleden, alsof de tussentijd niet heeft bestaan. Dat klinkt als verspilling en tijdverlies. Onhandig.

Tijd om te jammeren is er niet. Het verkeer moet door, ik moet door. Ik zwaai naar oude bekenden. Onzekerheid, angst, machteloosheid. Ik zwaai en trap door. Richting snelste weg en goede afloop. En ik kan alleen maar denken: doe mij ‘ns wat tomtomtalent.

Masochisme

De vorige keer schreef ik na het zien van de film Beperkt Houdbaar een stukje over mezelf. Vanavond zag ik de film weer. Masochistisch, want ik word er down van. Maar ook goed, want het is een fantastische film en ik wil het strijdlustige dat ik eraan overhoud best steeds opnieuw aanwakkeren. Van mij mag de hele wereld op deze manier tegen het licht gehouden worden.
Ik ben te moe en te depressief om er nu iets inhoudelijks over te schrijven en eigenlijk had ik dat al gedaan, dus het hoeft ook niet. Maar het onderwerp komt vast nog wel eens voorbij hier, want het onderwerp beheerst mijn leven en zoals uit de film blijkt: niet alleen het mijne.
Wat ik hiermee wil zeggen? Ik weet het niet. Misschien dat het belangrijk is. Meer niet. Dus bij deze. Het is een belangrijke film.

(Ik ben me ervan bewust dat dit mosterd na de maaltijd is, omdat-ie zojuist op de tv was, excuses daarvoor. Kortom: mensen die de film niet hebben gezien, zullen deze hartenkreet niet begrijpen. Hen kan ik alleen maar aanraden de film alsnog te bekijken. Dat kan hier.)

(O ja, en nog iets: tot dinsdag.)

Errorverzoek

Dames en heren, u krijgt massaal errormeldingen verneem ik uit mails en reacties en hoewel ik zelf niets zie, zal ik u op uw woord geloven. Mijn verzoek aan u is simpel: mocht u errorgekriebel zien, doe dan alstublieft even copy/paste in de reacties hieronder, dan kan ik het gekriebel aan mijn nerd doorgeven die het dan weer bij hogerhand zal aankaarten.

Het is zo moeilijk oplossingen zoeken als je geen enkel errorspoor hebt om mee te beginnen. Ook al omdat sommige errors ontstaan bij het plaatsen van reacties, andere bij het klikken op de header en weer andere gewoon zomaar. Dus de kink in de kabel kan op talloze plekken zitten.
Bij voorbaat dank.

Aan de Belgen


U bent aan de winnende hand.

(het gaat hier om de herkomst van mijn bezoekers in percentages – zoals altijd: klik voor een groter plaatje)

Zezunja’s Tijpkast

Vanaf vandaag ontsluier ik mijzelf nog meer. U weet al hoe ik eruit zie, waar ik werk en hoe ik klink als ik zing. U weet zelfs waar ik bang voor ben en dat ik mij kan aanstellen als een klein kind. Maar wat velen van u nog niet weten, is hoe ik klink als ik praat. Laat staan hoe ik voorlees. En om eerlijk te zijn: ik wist dat ook nog niet. Ik lees wel eens voor hoor. Mijn nichtje, mijn neefje, of lieve mannen in bed. Maar dan komt het er niet op aan acht alinea’s foutloos voor te lezen. Mannen raken uiterst gecharmeerd van een hakkelende dame in bed.

Voor een zogenaamde podcast is het echter van levensbelang dat het wel foutloos is. Want u weet, in tegenstelling tot de mannen in mijn bed, nog niet hoe goed ik kan zoenen – en dat wil ik graag zo houden. Dus ervan uitgaande dat u minder vergevingsgezind bent, is het zaak dat ik het voor de tijpkast in een keer goed doe. Mijn hemel! Ik zeg u: dat is geen kattenpis!

Met andere woorden: het lukte niet. Ik hakkel zo hier en daar. Maar vergeef mij. Oefening baart kunst. En ik beloof u: ik zal nog goed oefenen.

Het idee achter mijn podcast (in Zezunjataal: tijpkast) is dat ik verstofte stukjes nieuw leven inblaas. Letterlijk. Met adem en stem. En ik kan alleen maar hopen dat er ergens í­émand is die dat tof vindt.

Vandaag: Bowie en de buuv, een stukje van 15 december 2005 dat u eveneens kunt nalezen in mijn archief. De linkjes in het oorspronkelijke stukje werken niet meer, excuseer. Maar dat wordt, hoop ik, ruimschoots goedgemaakt door de eerste aflevering van deze tijpkast.

Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.

(om de tijpkast te downloaden voor het nageslacht, klik hier)

Update: het mp3′tje is nu luider, dankzij lezer Paul. Dank daarvoor.

Quote Hrinho: talk to the hand


Mijn handen zijn regelmatig aanleiding voor schaamte. Ik heb rouwrandjes, knokige vingers, veel pezen en aders, rooiïge vlekjes en analoog aan al mijn lichaamsdelen: mijn vingers kun je alle kanten op buigen.

Maar dat mijn handen zoveel geheimen herbergen dat zelfs meneer Maanzand er zowaar rode konen van krijgt, had ik niet verwacht. Wilt u weten waarom ik buitenaards ben en hechte handen heb? Lees dan verder bij mister Maanzand.

Wilt u uw hand ook laten lezen, zie dan de eerdere oproep op mijn site of die op zijn site.

Genetica

Is het normaal dat het pantoffeldiertje, de Andalusische kip en mensen met het Downsyndroom sinds mijn biologie-examen een speciaal plekje in mijn hart hebben?

Ik ben bang

(lees verder)

De Niet Lief Collectie:
De Grote Overschreeuw

Dit stukje verscheen op 1 september 2007 op nietlief.com. Polle zwengelde het aan met de volgende inleiding:
“(niet)Liefjes,
Onder het motto gedeelde smart is halve smart, is mijn opdracht voor jullie: Schrijf een verhaal over jouw onzekerheid of zekerheid.”

Onderwerp: Zekerheid/Onzekerheid
Geschreven door: Zezunja

Ik ben bang. Voor snelle attracties, grote hoogten en mooie mensen. Voor controleverlies, verantwoordelijkheid en alleen zijn. Voor imperfectie, nieuwe dingen en op een podium staan. Voor vorsende blikken, vreemde geuren en vliegtuigen. Voor fascisten, lange reizen en mijn spiegelbeeld. Voor dwangneuroses, soa’s en spijt. Voor camera’s met flits, kanker en mensen met veel geld. Voor doodgaan, falen en liefdesverdriet. Voor andere vrouwen, zingen en post ontvangen. Voor verslaving, grote spinnen en nachtmerries. Voor openheid, isolement en oorlog. Voor autorijden, mislukkingen en seks. Voor de toekomst, mijzelf en afwijzingen. Voor lelijk schrijven, te veel meningen en de eerste indruk. Voor verwijten, sleur en harde praters. Voor Windows, de belastingdienst en mijn slaapgewoonten. Voor onomkeerbare dingen, patstellingen en impasses. Voor vreemde steden, volgzame mensen en verveling. Voor ouderdom, game over en De Telegraaf. Voor bijna alles.

En dus rook ik, neem ik autorijles, praat ik hard, loop ik naar het randje van elke rots, word ik journalist, tart ik het lot, ga ik op mijn zestiende het huis uit, verdiep ik me in extreem-rechts, reis ik veel, vrij ik onveilig, ga ik in over-de-kop-dingen, verlaat ik mijn vrienden, zet ik mijn foto op internet, ga ik vrijwel zeker dood, lift ik op mijn vijftiende het land uit, hang ik spiegels op, ga ik spinnen te lijf, word ik lead singer, trouw ik en scheid ik, koop ik huizen, verhuis ik naar een ander land, doe ik investeringen, ben ik onbesuisd, laat ik me fotograferen, ben ik slordig, ga ik op een podium staan, heb ik duizendeneen relaties, dweep ik met mooie mensen, wil ik veel geld, neem ik te veel hooi op mijn vork, zoek ik vriendinnen, ontvang ik veel post, verf ik mijn haar, ben ik ambitieus, laat ik steken vallen, maak ik het altijd uit, gebruik ik drugs, neem ik ontslag, word ik ouder.

Ik kan namelijk veel harder schreeuwen dan mijn angst.