Archief in maanden: oktober 2007

De wederopstanding
van Lady Narcissa

In mijn mapje afbeeldingen op de Mac zit een mapje dat heet ‘Lady Narcissa’. Daarin zitten foto’s die ik de afgelopen jaren van mezelf nam. In de spiegel, met de zelfontspanner (het meest aanlokkelijke woord dat ik ken) of gewoon met een gestrekte arm. Dat mapje werd niet meer aangevuld sinds ik mijn dreads eraf haalde. Het moment dat ik mijn wilde manen kortwiekte, was eveneens het moment dat mijn levensgrote ego verschrompelde tot een zielig hoopje zelfcomplex.

Dat moest afgelopen zijn: ik wilde weer foto’s van mezelf, om de simpele reden dat ik heilig geloof in selffulfilling prophecy’s. Als ik mezelf op de foto zet dan ben ik het waard om in de spotlight te staan. Als ik dat niet doe, dan zal ik daar wel een goede reden voor hebben (lelijk, oud, dom, enz, etc). Dus ik kan het maar beter wel doen, niet?

Ik gebruikte mijn Flickraccount nauwelijks, kreeg af en toe uitnodigingen van vrienden, bekenden en webloglezers. Ik accepteerde die uitnodigingen gretig, maar had mijn nieuwe vriendenschare niets te bieden. Geen foto’s, geen updates, zelfs geen sociaal contact of reacties van mijn kant. Ik was a-sociaal, ik spookte.
Tot ik in Liliths foto’s een serie zelfportretten ontwaarde (ze had er toen nog niet over geschreven) die me deden denken aan het mapje Lady Narcissa. Ik miste mijn olifantenego, ik miste de foto’s van vandaag, ik miste het zelfvertrouwen dat kan groeien door één enkele mooie foto, ik miste mezelf in beeld.

De foto’s van Lilith waren onderdeel van de Flickrgroup 365 days, een groep waaraan je mee mag doen als je je aan de volgende regels houdt. 1. je moet elke dag een foto plaatsen, 2. je moet zelf op die foto staan, 3. je moet de foto zelf genomen hebben. Welnu, zoiets is geknipt voor Lady Narcissa.

Ongeveer drie weken geleden begon ik en ik miste sindsdien twee dagen. Beide omdat ik pas na twaalven dacht: shit, ik moet nog een foto maken. Maar ondanks die blunders ben ik tevreden over mijn discipline. Het resultaat kan nog veel beter, ik merk bijvoorbeeld dat ik mezelf nog steeds zelden scherp en frontaal wil laten zien, voor een Lady Narcissa is dat veel te bescheiden. Bovendien fotografeer ik met een kiekjestoestel en dat vereist een boel handigheidjes die ik, naar ik vrees, pas op dag 181 onder de knie zal hebben.

En toch ben ik er blij mee. Ik heb een foto van vandaag, ik heb een ego dat gegroeid is van de grootte van een vlieg tot de grootte van een gemiddeld knaagdier. En als u daar wat vaker komt kijken en af en toe reageert dan zit de kans erin dat ik dag 181 haal. De dag dat ik het kiekjestoestel heb doorgrond. De dag dat de foto’s echt mooi gaan worden. De dag dat de wereld weer rekening moet gaan houden met Lady Narcissa.
Bij voorbaat dank.

Hoe handig een hert kan zijn

Octavie noemde het een dentaal probleem met haar. Maar dat zou hem tekort doen. Het is een handig dentaal probleem met haar dat niet onder doet voor de gemiddelde punaise. Zie ook: Waar wij hier in huis de scanner mee dichthouden.

Mijn afscheid van maatje 36

‘Je kunt niet je hele leven maat 36 houden’, zei mijn moeder.
Slik.
Pardon?
Onzin natuurlijk. Dat kan wel. Maar je moet er wél wat voor doen. En ze kent mij. Het enige dieet dat ik ooit heb gevolgd, is dat ik soms besluit niet élke dag een Magnum te eten. Kortom: slik. Ze had gelijk.

Maar hee, zoiets heeft tijd nodig. Wat zijn ook alweer de fasen van het rouwproces? Ontkenning, erkenning, woede, verdriet, acceptatie, voltooiing? Zoiets? Welnu: seen it, been there, twee jaar lang. Nog maar vier jaar geleden had ik maat 34, dat was iets te dunnetjes voor mijn postuur. Nu jojo ik. Meestal is het 38/40, maar als ik veel joints (lees: vreetkicks) heb gehad, dan zit ik aan maat 42. Maat 36 is al in geen tijden voorgekomen. Met als gevolg dat mijn klerenkast tot de nok toe gevuld is met mooie dingen die in mijn ingewanden snijden als ik ze aantrek. Een cameltoe is bij mijn huidige garderobe nooit ver weg.

Kortom: er moest iets gebeuren. Ik moest nieuwe kleren, maar onze inloopkast, of beter gezegd: kamer met alleen maar kleren, barst uit zijn plinten als ik nog meer textiel aanschaf. Tegelijkertijd ben ik te arm voor een compleet nieuwe garderobe. O moeder, wat nu?

Yuri kwam met een idee. Hij was jarig en we hadden eigenlijk geen geld voor een feestje, maar we konden natuurlijk wel afdankertjes aanbieden in ruil voor booze. Dus iedereen met een fles drank mocht een kledingstuk naar keuze mee naar huis nemen. Daarmee sloegen we twee vliegen in één klap: we hadden een goedkoop feestje en we raakten van onze oude kleren af. Er was nog ‘n derde vlieg, maar daar moet ik Yuri nog van op de hoogte stellen: het geld dat we uitspaarden aan de drank, kan het beste besteed worden aan mijn nieuwe garderobe. Me dunkt.

Anyway, het was een rauw afscheid. Ik stond voor mijn klerenkast en dacht bij alles: kan ik iemand anders in die broek zien lopen, zonder dat ik denk: daar had ik ook nog wel ingepast? Gun ik een ander het genot van mijn meest sexy spijkerbroek? Zou ik er écht niet meer inpassen?

Gelukkig kon ik me beheersen en heb ik de kleren niet meer gepast, dat zou een domper op de feestvreugde geweest zijn. Vervolgens hing ik de kleren keurig aan een hangertje in onze tijdelijke Tweedehands Winkel. Me, zo stoer!

Ik troostte me met het idee dat er mensen zouden komen die zelf met weemoed mijn maatjes 36 door hun handen zouden laten gaan. Ik troostte me met het idee dat niemand vermoedelijk iets zou willen hebben, mijn smaak is immers mijn smaak. En als dan toch helemaal niemand iets zou willen hebben, kon ik morgen gewoon nog eens proberen mezelf in maatje 36 te persen. Bovendien troostte ik mezelf met het idee dat ik stiekem nog wat maatjes 36 had achtergehouden.

Maar tot mijn grote verbazing liep het storm. Men griste broeken mee die ik met liefde had gedragen, en jurkjes waarin ik me de mooiste vrouw ter wereld had gevoeld. Men gaf toe dat sommige kledingstukken wel wat strak waren, ‘maar dat was juist mooi’. En dat is waar, verdomme. Zolang de cameltoe zich beperkt tot je ondergoed, is dat hartstikke waar. Kut.

Mijn geluksmoment kwam toen iemand mij zei: “Die spijkerbroek (mijn sexy spijkerbroek, ja! mijnnnn spijkerbroek) was heel mooi, maar ik paste er echt niet in.”
Yesssssss!

En nu vraag ik me dus af of afgunst ook een van de fasen in het rouwproces is. Of dat ik gewoon een slecht karakter heb.

De Niet Lief Collectie: Ich bin ein Pijper
(und blasiert und ein Namedropper)

Dit stukje verscheen op 29 oktober 2007 op nietlief.com. Ik zwengelde het zelf aan (zie cursieve tekst aan het einde).

Dé Amsterdammer bestaat niet, beweer ik (vrij naar Màxima). Ik werd geboren als Watergraafsmeerder, werd daarna een Pijper (yeah!), daarna een Oud-Wester (niet te verwarren met een Zuid-Wester) en vervolgens werd ik een Rivierenbuurter. Daarna ben ik nog even een reserve-Amsterdammer geweest, te weten een Diemenaar. En vervolgens werd ik weer wat me het beste past: een Pijper.

Maar hoewel deze buurten dorpen op zich zijn, en hoewel er dientengevolge niet zoiets bestaat als dé Amsterdammer, is er een alom tegenwoordige overeenkomst tussen Amsterdammers: ze zijn blasé als de pest. Ze worden niet warm of koud van een BN’er meer of minder op straat, ze ervaren sex, drugs ‘n rock ‘n’ roll als part of the furniture en ze kijken niet meer op van wat glitter & glamour.

Blasé. ‘Zo verwend zijn dat je niet meer geniet’, zegt mijn woordenboek. En dat klopt. Doordat de vader van een van mijn beste vriendinnetjes in 1982 meedeed aan het songfestival, zat ik al jong op de knie van André van Duin. Omdat mijn tante aan de weg timmert als beroepstypetje, schonk ik als bijverdienste de glazen vol voor De Lullo’s. Omdat ik werkte in één van de stamcafé’s van Herman Brood, vulde ik dagelijks bakjes voor zijn hond. Omdat ik op een van de scholen van Amsterdam zat waar kunstenaars hun kroost graag naartoe sturen, waren de namen Mulisch, Vinkenoog en Carmiggelt niet alleen namen op de boekenlijst, maar ook op de leerlingenlijst. Op een dag zeg je geen bier meer, maar zeg je gaap.

Ik weet nog goed dat ik met een vriendinnetje uit Hoofddorp Henny Vrienten in de stad zag lopen. Zij reageerde zoals ik reageerde toen ik mijn allereerste BN’er in het wild zag: de zanger van The Shorts in de parkeergarage van de RAI. Ik verstijfde en kon geen woord meer uitbrengen. Zij op dat moment ook. Maar ik was 7 ten tijde van de verstijving, zij was inmiddels al 14.

En nog steeds maak ik regelmatig mee dat mensen zich heel raar gedragen als er een bekende kop langsloopt. De weldenkende vrienden van mijn Lief stamelden ‘Dat was Renske de Greef!!! Die schrijft voor De Morgen!!!’, toen ik op Lowlands ’s ochtends een meisje de weg wees. Bij mij viel er wel een muntje, van o ja, maar verder had ik daar geen sensatie bij.

Toen ik begin deze eeuw onbedoeld oud en nieuw vierde met Hans Teeuwen, Thomas van Luyn, Theo van Gogh en Jan Mulder kuchte ik nog wel even. Maar dat bevestigde alleen maar dat er toch minstens vier BN’ers tegelijk in de ruimte moeten zijn, wil het me opvallen.

Ik wil maar zeggen: Ich bin ein Pijper und ich bin blasiert wie die Pest.

En o ja, er is nog een overeenkomst tussen alle Amsterdammers. Hoe blasé ze ook zijn, men beoefent massaal onze lokale sport: namedropping.

Lieve Niet Liefjes. Mijn omgeving heeft me terdege beïnvloed. Ik kan ‘Ik voel me zo verdomd alleen’ met juiste dikke L zingen, ik ben blasé, ik ben streetwise door mijn wereldstad. Ik ben een Amsterdammer. Hoe zit het met jullie? Welke invloed had je geboorteplaats? Spreken jullie met accent, zijn jullie beïnvloed door de mensen in je omgeving, het landschap, de ligging, je bakermat? Erzà¤hl mich.

Wim Helsen, vanavond, Nederland 3

Ik schreef er hier over. En vanavond is dat op tv.
Om 22.40. Bij mij zijt ge veilig.

Dat mag je verdomme niet missen.

De Niet Lief Collectie: Huishoudweek
Gevraagd: het handboek
‘Een werkster voor Dummies’

De week van 22 tot 28 oktober 2007 riep het Niet Lief Collectief uit tot Huishoudweek. Ter gelegenheid van de Huishoudweek schreven alle collectiefleden élke dag een stukje over allerlei wel een wee in het huishouden. Dit stukje verscheen op 27 oktober 2007 op nietlief.com.

Opdracht: Werkster of niet?
Geschreven door: Zezunja

Ik wil dolgraag een werkster, maar ik heb eerst een handboek nodig dat me antwoord geeft op de volgende vragen:

1. Hoe zorg ik dat ik niet alles zelf al schoonmaak, zodat ‘het een beetje netjes is voor de werkster’?

Ik kan niet delegeren en ik ben opgevoed met het fenomeen ‘we gaan nu het hele huis grondig opruimen, want de werkster komt’. Tel deze twee factoren bij elkaar op en je komt uit op een werkster die alleen nog kopjes koffie hoeft te consumeren.

2. Stel dat ik er eentje heb, hoe geef ik die dan opdrachten?

Hoezeer het ook de bedoeling is van een werkster dat ze mijn opdrachten uitvoert, het zou mij toch bezwaren. Ik zou waarschijnlijk maar één ding per ochtend durven vragen en dat zou dan iets worden als: “Mocht je vandaag of over drie weken een keertje tijd hebben, kun je dan misschien eens kijken of je eventueel kans ziet om misschien de bovenverdieping te dweilen. Het hoeft niet hoor.”
Dat schiet niet op, gok ik.

3. Hoe voorkom ik dat ik medelijden met de werkster krijg? (zie ook 1)

Omdat ik schoonmaken zelf heel vervelend vind, zou ik denken dat de schoonmaakster dat ook zo ervaart. Ik zou gaan compenseren door haar veel te veel te betalen of haar bijna niks te laten doen.

4. Hoe voorkom ik dat ik kopjes koffie met haar moet drinken?

Het is een trauma uit mijn jeugd. De kopjes koffie met de werkster om elf uur. Ik vond dat saai (lees: mijn moeder had dan totaal geen aandacht voor mij). En elke week een gesprek met de werkster is als elke dag een aflevering van The Bold and The Beautiful: er gebeurt geen fuck. Ik word daar danig contactgestoord van.

5. Hoe kan ik een werkster vertrouwen?

Ik ben misschien een aansteller en een neuroot, maar ik zou mij altijd afvragen of ik geld en andere waardevolle spullen in mijn huis kon laten liggen. En aangezien ik het liefst altijd de deur uit zou gaan (zie 4), zou ik me dat toch echt moeten afvragen.

6. Hoe krijg ik mijn lief zover?

Mijn lief vindt een werkster een idioot idee. Hij vindt schoonmaken leuk. Hij zou niet willen dat iemand anders dat deed. Hoewel hij ook vindt dat het vaker zou moeten gebeuren. Maar toch is het een idioot idee. Volgens hem.

7. Hoe vind ik er eentje?

Bovenstaande in ogenschouw genomen, heb ik dus iemand nodig die mij elke keer op het hart drukt dat ik nog veel meer rotzooi voor haar mag laten liggen. Een werkster die zelf bedenkt wat ik wil dat ze doet, eentje die zelf koffie maakt en die mij duidelijk maakt dat ze dat helemaal niet erg vindt. Integendeel, dat ze veel liever alleen koffiedrinkt. Eentje die een onuitwisbare indruk op mijn lief maakt, zonder daarmee in mijn vaarwater te zitten.

Eigenlijk ben ik dus op zoek naar een doofstomme, helderziende, autistische, celibatair levende heilige met het lijf van Juliette Lewis.
U begrijpt dat een handboek onontbeerlijk is.

De Huishoudweek op Niet Lief:
Nog twee dagen!

* Omdat ik het hele weekend aan het werk zal zijn, plaats ik nu alvast een wervend stukje voor vandaag én morgen.

* Morgenavond om acht uur wordt het laatste stukje van De Huishoudweek geplaatst. Too bad, want het was fantastisch om te doen.

* Zondag of maandag maken we de winnaar van de prijsvraag bekend.

* We gaan daarna natuurlijk gewoon weer door met the usual stuff: elke dag een estafettestukje. Komt dat zien.

* U kunt nog tot zaterdag meedingen naar de hyperexclusieve schuursponsjes van het Niet Lief Collectief. Dat kan hier. Doen! Want de andere inzenders maken er veelal een zooitje van. Iedereen heeft nog een redelijke kans.

* U kunt vandaag mijn Kolentijdfotostrip bekijken. Daarmee neem ik u mee in mijn boodschappenrijk. Zezunja von Kopf bis Fuss met een opoekarretje.

* Morgenavond doe ik een oproep. Gezocht: het handboek ‘Een werkster voor Dummies’.

* En daarmee zal de Huishoudweek gedaan zijn.

* Maandag plaats ik hier een laatste update.

* En dan mag u weer gewone stukjes van mij verwachten.

*een zucht van verlichting stijgt op uit het publiek*

De Niet Lief Collectie:
Huishoudweek – Kolentijdfotostrip

De week van 22 tot 28 oktober 2007 riep het Niet Lief Collectief uit tot Huishoudweek. Ter gelegenheid van de Huishoudweek schreven alle collectiefleden élke dag een stukje over allerlei wel een wee in het huishouden. Dit stukje verscheen op 26 oktober 2007 op nietlief.com.

Klik op de fotootjes.



Naar mijn winkel lopen kost ongeveer 7 minuten. Ik het doe 1 tot 3 keer per week.



Mijn winkel ligt van mijn huis af gezien diagonaal aan de andere kant van het Groot Begijnhof in Leuven. Dwars over het Begijnhof is dus de snelste weg ernaartoe. Het is een route met veel Japanners met fotocamera’s.



‘Mijn winkel’ is de biowinkel. Naast de biowinkel zit een bioslager. Ik eet sinds een jaar alleen nog maar biologisch. Om gezondheidsredenen, uit principiele overwegingen en omdat veel biodingen beter smaken.



Als ik straatarm ben, eet ik soms nog van de Delhaize. Dat vind ik dan vaak vies. Voor de Delhaize moet ik de ring over. Dat is andere koek dan het Groot Begijnhof. Ik ga dus liever niet naar de Delhaize.



Ik doe graag veel boodschappen in een keer. Omdat dat zo praktisch voelt. Bij biospullen kan dat eigenlijk niet zo goed. Het is duur en bederft snel.



Wij hebben sinds een jaar ook een groente- en fruitpakket van de biowinkel. Dat is best feestelijk, omdat je dan niet zelf hoeft te bedenken wat je gaat eten. Bovendien eet ik daardoor groente die ik anders nooit zou eten, zoals romanesco, selderknol en pompoenbloemen.



Het is nu kolentijd, dus eten we kolen. Zo gaat dat met zo’n groentepakket. Maar ik zag ook alweer witloof. Dat vindt mijn lief niet leuk. De witlooftijd duurt tot ver in volgend voorjaar. Bear with him.



Het groentepakket kost 8,50 per week. Ik geef tussen 35 en 120 euro per week uit aan boodschappen. Ik heb altijd het gevoel dat ik me inhoud. Dat vind ik dan heel gedisciplineerd van mezelf.



Op de terugweg loop ik niet altijd over het Groot Begijnhof. Dat komt door mijn opoekarretje. De kipsalade krijgt gegarandeerd wandelende nieren van de Begijnhofkasseitjes. Dat wil ik die arme kip besparen. Zo bio ben ik.



Soms vind ik boodschappen doen leuk, bevredigend en rustgevend. Soms vind ik het stresserend, tijdrovend en geldverslindend.

Lieve Nietliefjes, de opdracht voor jullie is: neem ons mee in jouw boodschappenrijk. Hoe, wat, waar, wanneer, waarom, hoeveel, met wie. Kom op met die feiten, die leuke anekdotes, die fijne adresjes. Foto’s hoeven niet, die had ik er toevallig *kuch* bij.

De Huishoudweek op Niet Lief:
Doe mee en win!

* U kunt nog meedingen naar het ultieme prijzenpakket: te weten huishoudartikelen zoals schuursponsjes, schoonmaakdoekjes en een afwasborstel. Klik hier, doe mee en win!

* De prijsvraag loopt als een tiet en de fantasie die mensen aan de dag leggen is weergaloos. Maar voor zover ik weet hebben we nog geen enkele inzending binnen met álle antwoorden goed. U kunt dus nog een kansje wagen en als u wint een dansje wagen.

* Gisteren was het een dag van hevig likkebaarden. We plaatsten onze succesrecepten, dingen die altijd in de smaak vallen. Ik deelde het geheim van de neppizza en de gembersiroop. De anderen deelden acht andere recepten. Geloof mij: het water loopt je in de mond.

* En verder weidde ik nog uit over mijn post- post- post- post- post-puberteit.

* Kortom het gebeurt nog steeds niet hier, maar daar.

De Niet Lief Collectie: Huishoudweek -
Mijn post- post- post- post- post-puberteit

De week van 22 tot 28 oktober 2007 riep het Niet Lief Collectief uit tot Huishoudweek. Ter gelegenheid van de Huishoudweek schreven alle collectiefleden élke dag een stukje over allerlei wel een wee in het huishouden. Dit stukje verscheen op 25 oktober 2007 op nietlief.com.

Onderwerp: tips van (o)ma
Geschreven door: Zezunja

Mijn moeder zei altijd: ‘Niet kruimelen, er is net gestofzuigd.’ Sindsdien loop ik steevast als er net gestofzuigd is met een boterham met hagelslag door het huis.
Ze zei altijd: ‘Geen poezen op bed, dan krijg je haren tussen de lakens.’ Het eerste wat ik doe als ik besluit naar bed te gaan, is de meest knuffelige poes van de avond onder mijn arm nemen om samen onder de dekens te ploffen.
‘Je moet de dweil wel uitspoelen en te drogen hangen, als je ‘m hebt gebruikt’, zei ze. Bij mij verdwijnt de dweil doorgaans onuitgespoeld in een hoekje van de tuin.
‘Leeg je zakken, voordat je je kleren in de wasmand gooit.’ Ik prop mijn kleren zonder blikken of blozen in gemengde weefsels op veertig graden en zie regelmatig voor het raampje een aansteker, een euromunt, twee haarelastiekjes en een verpulverde strippenkaart langskomen.
Ze zei: ‘Ruim je spullen op als je klaar bent.’ Jammer voor mijn moeder, maar ik ben meer van de familie Waar ‘t Valt Daar Legt ‘t.
‘Was elke avond af, zet je bord op het aanrecht, hang je jas op de kapstok, veeg je voeten, kam je haren, recht je schouders en zeg u u u u …’ Uh, nou ja, you get the point.

Ik ben dolblij dat mijn moeder altijd een werkster had en mij zodoende niet heel veel zuig- en schrobtechniek heeft bijgebracht, want als ik nog meer adviezen van haar in de wind had moeten slaan, dan was de ranzigheid hier niet te overzien geweest.

De Huishoudweek op Niet Lief:
en we gaan nog niet naar huis…

* U kunt iets winnen! Jawel! Wij hebben een heusche prijsvraag in het leven geroepen. Het is slechts een kwestie van 16 keukendinsigheidjes herkennen en hopla u heeft het prijzenpakket in de pocket. En ook als u ze niet alle 16 weet, maakt u kans op het pakket, dus laat u niet weerhouden door een paar hiaten in uw kennis van de dinsigheidjes des levens.

* En verder is de Huishoudweek in alle opzichten een spijbelweek van jewelste. Voor u, voor ons, voor iedereen. We krijgen berichten binnen van huwelijken die stranden doordat de Huishoudweek te veel tijd opslorpt. We horen van Frommels die elke minuut refreshen (u begrijpt: we hebben een astronomische hoeveelheid pageviews) en van huizen waar men aan de meubels plakt, wegens geen tijd voor het huishouden. Doe zo voort!

* Voor het overige zijn er mensen die helemaal los gaan op hun meest gegeerde apparaat. De Huishoudweek inspireert. Dat zien wij graag.

* En ten slotte: ik schreef stukjes. Haha, dat had u niet verwacht hè? Over pronte mannenbillen mijn lievelingsapparaat, over het bijna vergeten apparaat, en over De Neppizza Die Soms Nog Lekkerder Is Dan De Echte Pizza.
Zo.

De Niet Lief Collectie: Huishoudweek -
Zezunja Proudly Presents:
gembersiroop

De week van 22 tot 28 oktober 2007 riep het Niet Lief Collectief uit tot Huishoudweek. Ter gelegenheid van de Huishoudweek schreven alle collectiefleden élke dag een stukje over allerlei wel een wee in het huishouden. Dit stukje verscheen op 24 oktober 2007 op nietlief.com.

Onderwerp: je succesrecept
Geschreven door: Zezunja

Het codewoord is gembersiroop. Met gembersiroop maak je elk slasausje, dipsausje of knoflooksausje net iets lekkerder en je geeft een zoete twist aan bijvoorbeeld Mexicaans of Aziatisch eten.
Het belangrijkste aan gembersiroop is dat het zoet is, maar niet naar suiker smaakt. En ook niet heel sterk naar gember. Hoezee voor gembersiroop.

Hoewel je dus eindeloos veel kunt doen met gembersiroop zal ik één succesreceptje noemen, dat trouwens wegens rauwe eieren niet zo goed is voor zwangere vrouwen, geloof ik. En eigenlijk ook niet voor de rest van de mensheid, geloof ik. Maar dat mag de pret niet drukken.

Ingrediënten:
1 bosje basilicum
1/4 kopje azijn
1 kopje olie
1 halve eetlepel mosterd
1 à  2 eierdooiers
peper
zout
1/8 kopje gembersiroop

En dan:
Flikker de azijn, de mosterd, de eierdooiers, de gembersiroop en de peper en het zout in een wonder boy, een magimix, een blender of een kom voor de staafmixer en mix het tot er een egaal sausig geheel ontstaat.
Giet vervolgens in delen de olie erbij (beetje olie – mixen – beetje olie – mixen – etc).
Pleur aan het einde de basilicum erin en laat die door het sausje heen malen.
Et voilà : een hemeltergend lekker sladressinkje is geboren.

NB. Van de hoeveelheden ben ik niet helemaal helemaal niet zeker. Als het te dun is, kun je er nog een eierdooier in gooien, als het te dik is naar keuze nog wat azijn of olie.

Je kunt gembersiroop bij de meeste supermarkten In Nederland kopen, in België is het lastiger. Meestal hebben ze het spul ook bij Aziatische supermarkten. Pas op: het kan duur zijn. Zoek dan nog even verder. Vier euro voor 30 cl is normaal, zeven niet.

De Huishoudweek op Niet Lief:
een stand van zaken

Dames en heren, wij noemen De Huishoudweek nu al een groot succes. Nu u nog.

Ik zal een en ander even voor u samenvatten.
* Allereerst: ons systeem werkt. We timen de stukjes en ze worden op tijd geplaatst. De male chauvinist pig in mij zegt dan: en dát met vijf vrouwen!

* Gelukkig hebben we een nerd in ons midden. Luna bakte een aangepaste lay-out en hees ons in polkadotjurkjes met kekke schortjes. Een handkus voor Luna.

* We hadden gisteren drie keer zoveel bezoekers als normaal. Ons eigen weblog verlaten en intrek nemen in het Niet Lief Complex heeft dus een merkbaar effect.

*Viva en about:blank linkten naar De Huishoudweek. Quote Polle: “We kunnen binnenkort de 15 minutes of fame van het collectief schrijven.” Zie ook dit.

* Mijn stukje over de taakverdeling in huis staat hier. De stukjes van de anderen staan eronder.

* Vandaag staan er twee keer zoveel stukjes als gisteren. Onder meer over apparaten die ons kunnen bekoren. Dat belooft wat.

* Ook morgen overspoelen we u. Dat wordt smullen.

* U kunt meepraten óf meedoen op uw eigen weblog.

* Oftewel: Release your inner housewewife!

De Niet Lief Collectie: Huishoudweek
Hoe onze tweede Senseo
niet kan voorkomen dat ik
op mijn moeder ga lijken

De week van 22 tot 28 oktober 2007 riep het Niet Lief Collectief uit tot Huishoudweek. Ter gelegenheid van de Huishoudweek schreven alle collectiefleden élke dag een stukje over allerlei wel een wee in het huishouden. Dit stukje verscheen op 23 oktober 2007 op nietlief.com.

Onderwerp: Het meest nutteloze huishoudelijke apparaat.
Geschreven door: Zezunja

Uren hadden ik en mijn zusje met onze tong tussen onze tanden de keuken onveilig gemaakt. Ik was zeven, zij elf. Het was moederdag en we wilden mijn moeder een ontbijt op bed bezorgen. We schaafden kaas en vingertoppen, schrokken van de hitte die stoom afgeeft als je theezet, we probeerden in de oven zelfgemaakte croissants te fabriceren en we poogden de werking van het koffiezetapparaat te doorgronden. Met ware doodsverachting toverden we iets op een dienblad dat eruit zag alsof je het kon eten.

Groot was dan ook mijn verontwaardiging toen mijn moeder na een welgemeende knuffel en een oprecht dankjewel het dienblad al vlug terzijde schoof. “De rest eet ik beneden op, goed?”
“Nee”, zei ik. “Helemaal niet goed.”
Hoe kon ze zo onromantisch zijn? Een ontbijt-op-bed eet je OP BED. Logisch!
Maar ze had een reeks argumenten die ik niet kon weerleggen: dan komen er kruimels in bed, ik moet toch naar de wc, ik moet me aankleden – anders krijg ik het koud, ik ben bang dat er koffie over het bed valt, jullie zijn de zoetjes vergeten, ik zit graag rechtop als ik eet, ik wil gewoon graag aan tafel eten.

Op dat moment nam ik mij voor veel romantischer dan mijn moeder te worden. Ik zou als in een Grolschreclame knipperen naar de duiven in de ochtendzon, ontspannen knabbelend op een stukje croissant, met een zachtroze decolleté in mijn stoere nachtoverhemd, op één arm leunend en met een Prodentglimlach mijn koffie naar mijn mond brengend.

Tot ik in de vorm van seriële monogamie een carrière opbouwde in ontbijtjes op bed. En wat bleek: ik was totaal ongeschikt. Ik vond het super leuk, tot de jus d’orange tussen de lakens lag. Ik vond het super lief, tot ik merkte dat een dienblad op je schoot rechthouden een ware gymnastiekoefening is. Ik vond het super tof, tot ik vaststelde dat anderhalf uur bewegingloos zitten niet met elke kater mogelijk is. Dat was het moment dat ik op mijn moeder ging lijken.

Maar ik heb me er nog niet helemaal bij neergelegd. Toen ik hier kwam wonen, hadden we twee Senseoapparaten over. Eentje stalde ik op de slaapkamer. “Dan kunnen we ’s ochtends gelijk koffie zetten als we wakker worden”, zei ik tegen Yuri en ik keek hem verliefderig aan. Ik zette klontjes neer, kopjes, lepeltjes, melkkuipjes, alles erop en eraan. Het was een amechtige poging romantischer te zijn dan mijn moeder.

Schattig hoor, maar tot op heden vormt zich een dikke stoflaag op de suikerklontjes. Omdat we ’s ochtends altijd moeten plassen. Beneden. En de poezen knuffelen. Beneden. En de kachel aanzetten. Beneden. En de krant halen. Beneden. Daarom is onze tweede Senseo het minst gebruikte apparaat in huize Yuri en Zezunja.

De Huishoudweek:
van 22 tot 28 oktober bij Niet Lief

Dames en heren,

U mag zich de hele week hier vervoegen: nietlief.com, want we gaan het huishouden laten slabakken door de hele week over het huishouden te schrijven. Met talloze stukjes per dag die er allemaal voor gaan zorgen dat er helemaal niets gebeurt in de Niet Liefhuizen. Onze mannen gaan in arren moede zelf maar wat doen in het huishouden, omdat wij dag in dag uit tot uw dienst zijn met tips, trucs, prijsvragen, ‘mama helpt’ en diepzinnige beschouwingen over de voordelen van kaboutertjes in huis.
Dat dus! Een week lang! Met soms wel tien stukjes per dag! En een mooie bannerd die nog komt!

Gaat dat zien!

De Niet Lief Collectie:
Huishoudweek – De Grote Drie

De week van 22 tot 28 oktober 2007 riep het Niet Lief Collectief uit tot Huishoudweek. Ter gelegenheid van de Huishoudweek schreven alle collectiefleden élke dag een stukje over allerlei wel een wee in het huishouden. Dit stukje verscheen op 22 oktober 2007 op nietlief.com.

Onderwerp: huishoudtaakverdeling
Geschreven door: Zezunja

Yuri“, zeg ik. “Ga eens zitten.”
Dus hij gaat zitten.
“We moeten eens praten”, zeg ik. “Over wat jij doet in het huishouden, en wat ik doe.”
Yuri slikt.

Er zijn drie onderwerpen die in een relatie steevast leiden tot ongemakkelijke situaties. Voor het gemak noem ik ze De Grote Drie. Geld, seks en het huishouden. Voor alledrie geldt: het kan helemaal vanzelf gaan, maar zodra je erover gaat praten, komt het aan op een robbertje eieren lopen.

“Hoe verdelen wij de taken?”, vraag ik.
Yuri laat z’n hoofd hangen.
“Ik ben nog niet goed wakker, zulle. Kom seffens nog maar es terug.”
“Maar het is zo’n leuk onderwerp!”, kir ik. “En ik moet het weten voor de Huishoudweek.”
Yuri leest de krant.

Bij ons thuis gaat het vanzelf, totdat we erover gaan praten. Dat geldt voor geld, dat geldt voor seks en dat geldt voor het huishouden. Wij praten namelijk vaak en veel, en vooral aan het ontbijt. Zonder blikken of blozen handelen we Afghaanse kindertjes af, lossen we Al Gore op en definiëren we het bestaansrecht van het bestaansrecht. En onbesuisd als we zijn, nemen we dan in het voorbijgaan De Grote Drie even mee. Met de slaap nog in onze ogen, ochtendhumeur op de loer. Living on the edge.

“Wij verdelen niet echt hè?”, zeg ik na een kwartiertje geduldig wachten tot Yuri de slaap uit zijn ogen heeft gewreven.
“Nee”, zegt Yuri. “Wij verdelen niet.”
“Wij doen evenveel hè?”
“Ja”, zegt Yuri. “Wij doen evenveel.”
“Jij bent misschien wat grondiger dan ik, maar ik doe vaker ‘iets kleins’.”
“Maar neuh”, zegt Yuri.
“Welles”, zeg ik.
We buigen ons hoofd.

Voor de Grote Drie geldt: je kunt niet anders dan er zo nu en dan heel even over praten – je moet wel: niks gaat áltijd vanzelf – maar daarmee doorbreek je gegarandeerd de magie van de relatie. Het weten dat de ander jou verzorgt als het nodig is. Het erop vertrouwen dat hij jou zal verwennen als de nood hoog is. Het voelen dat zwijgen genoeg is om te krijgen wat je wilt. De magie van hocuspocussamenwerken.

“Okee, misschien hebt ge wel gelijk”, zegt Yuri.
“Ja hè?”, zeg ik.
“Ja”, zegt Yuri. “Maar ik was wel vaker af dan gij.”
“Maar ik doe vaker de was.”
“Ik zet altijd het vuilnis buiten.”
“Ik ruim vaker de huiskamer op.”
“En ik stofzuig vaker het plafond.”
“Maar je hoeft je niet aangevallen te voelen hoor.”
“Nee, gij ook niet.”
“Okee.”
“Okee.”

Ik hou van De Grote Drie. Als alles vanzelf gaat op het gebied van huishouden, geld en seks dan ben ik intens gelukig. Als hij invalt als ik uitgeput ben, en als ik voor hem waarneem als het eropaan komt, dan klopt het. Dan is het zoals ik het wil.

Heel soms is er een punt van aandacht. Dat beschouw ik dan als raften, als belletjetrek, als adrenalinewaardig vertier, als een zondags tijdverdrijf. Ei voor ei loop ik naar hem. Ei voor ei loopt hij naar mij. Een handreiking als in de Sixtijnse Kapel: doodeng, maar kicken als het lukt.

“Vroeger maakte ik mij de wildste voorstelingen van samenwonen. Dat ge alles moet afspreken, regelen, verdelen en organiseren. Maar bij u en bij ons gaat dat vanzelf”, zegt Yuri.
En dat is het moment dat ik voel dat we het ook nog wel even over geld en seks kunnen hebben.

Ik ben een chauffeur

Het is misschien handig als u eerst even o-kut-o-kut-o-kut-o-shit-o-shit-o-shit leest. Dan bent u weer helemaal bij.

En dan dit:
Ratelend, vlammend, met een allejezus hoge snelheid kwam het binnen. Stoel goed, polsen op het stuur, knieën iets gebogen, spiegelen met lucht en grond, ‘pinken’ naar rechts: knop naarboven, ‘pinken’ naar links: knop naar beneden, riem niet in je nek, hoofdsteun goed, ambriage links, rem midden, gas rechts, laatste twee met dezelfde voet, hopladiejee, starten maar.

En toen reed ik dus. Voor het eerst. In Hasselt. Op een industrieterrein. Bochtje hier, rondje daar, derde afslag op de rotonde, niet afsnijden, goed opletten. Per ongeluk rechts, loopt dood, dus keren. Eerste les. Gelijk al keren. Vooruit, geen gas, ambriage in, achteruit, stuur draaien, op laten komen, doorrollen, stuur terug, ambriage in, eerste versnelling, op laten komen, gas geven, ambriage los. Gedaan. Eitje.

En weer een bochtje, weer een straatje. Een andere knurft op hetzelfde terrein. Ook een loser in zijn eerste les. Zwaaizwaai. Schakel. Gas. Rem. Gas. Gas. Gas. Gas.

‘Ga hier maar rechts.’
‘MAAR HIER ZIJN ALLEMAAL AUTO’S!’
‘Ja.’
‘*Gloek*’

Blik in de spiegel. Achteruit = geen optie, want een auto.
Pinken naar rechts, in zijn 1, ambriage op laten komen, bijgassen, ambriage in, naar z’n 2, bijgassen, ambriage in, naar 3, ambriage los, bochtje, echte weg, veel verkeer, een fietser, twee fietsers, midden op de weg, met een bocht, en nog een, en nog een, en nog een. Ik rij!

Dus ik rij en schakel alsof het niets is. Z’n 4 is een makkie. Terug ook. Ik sjees langs Alken en de Haspengouwse fruitbomen, ik trek door bebouwde kommen en langs zeventigwegen, ik ga links, rechts en dan weer links. Ik haal fietsers in, pink dat het een lieve lust is en neem deel aan het verkeer. Ik rij. Ik rij echt. Ik rij verdomme echt!

Ik ben gewoon hartstikke een chauffeur. Want ik zette ze thuis af. En niemand was bang geweest.

Maar buurman, wat doet u nu?

‘Daar staat ne gast in zijne blote flikker.’
Yuri wijst naar het raam.
Aan de overkant, op zo’n acht meter van ons, staat een man voor een open raam piemelnaakt een dansje te doen.
Het is verwarrend als huizen gemeubileerd verhuurd worden. De meubels en de gordijnen veranderen niet, de mensen die door het tableau lopen wel. Nu is het dus een rozig lang eind met een rozig lang eind dat er woont.
En dat er een dansje doet.

Ik loop naar de keuken, neem afstand. Vanaf de keukentafel zie ik het raam van de piemelende buurman uitgekaderd als een beeldbuis.
‘Hij doet het nog steeds’, roep ik naar voren, naar Yuri.
Yuri zit met zijn rug naar het raam en kijkt om.
‘Die heeft zeker een vijs los’, constateert hij.
Beiden richten we ons weer op ons scherm. Ik aan de keukentafel. Hij met zijn rug naar het raam.

Ik kan me moeilijk concentreren. In mijn ooghoek zie ik een heuse choreografie, met lassogezwaai en diepe buigingen. Als ik opkijk wordt het dansje steevast iets uitbundiger, dus kijk ik niet meer op van mijn laptop. Ik doe alsof ik werk, mijn hoofd gebogen, mijn handen op het klavier.

‘Hij doet het nog steeds’, piep ik een kwartiertje later vanonder mijn gebogen hoofd.
Yuri hoort niks. Hij zit met een koptelefoon op in een hoekje van de kamer, nog immer met zijn rug naar het raam.
‘Piep, piep, piep’, piep ik nog, maar niemand die het hoort.
De overbuurpiemel staat inmiddels met zijn knieën tegen de vensterbank voor het open raam. Als Evita. De handen ten hemel, de straat aan zijn voeten. Bloempot voor zijn pik.

Hij houdt me in de gaten, zoveel is inmiddels duidelijk. Als ik naar het raam kijk, maakt hij een obsceen gebaartje extra – als ik doe alsof ik werk, lijkt hij zich voor te bereiden op het moment dat ik weer kijk.

Dan hou ik het niet langer uit en roep ik Yuri heel luid.
‘HIJ DOET HET NOG STEEDS!’, krijs ik richting bureel.
Yuri zet zijn koptelefoon af en staat op. ‘Is ‘t echt?’
Maar zodra Yuri voor het raam verschijnt, kruipt de man achter een gordijn.
‘Hij maakt zelfs een soort neukbewegingen en hij staat de hele tijd te kijken of ik nog opkijk. Als dit vaker gebeurt, ga ik de politie bellen hoor. Getver, waarom woont die man nou recht tegenover ons?’

Yuri blijft kijken, maar voor het open raam blijft het leeg.
‘Het lijkt me nie slim om gelijk de flikken erbij te halen. Ge wilt nie dat zo ne vetzak in uw brievenbus komt zeiken. Als het doorgaat, ga ik zelf wel iets zeggen.’
‘Hmz’, zeg ik, doordrongen van het gebrek aan redelijkheid dat de piemelzwaaier aan de dag legt.

Het probleem is dat ik vanaf de keukentafel één langgerekt zicht heb op het roze gevaarte in de verte. Als ik voor me uitkijk, gaat het wel, dan zijn slechts de laptop, de gootsteen en de afwasmasjien in beeld, maar als ik oogcontact met Yuri wil maken, moet ik de malloot belonen met een hoofddraai die hem doet steigeren. Ik probeer mijn relatie met Yuri te bekoelen omwille van de man in het raam.

Het draait eropuit dat ik spierpijn krijg, omdat ik mijn hoofd niet mag draaien. Mijn nek verkrampt en mijn ogen prikken. Een mens kan niet urenlang door zijn ooghoeken turen, daar zijn die spieren niet voor gemaakt.

Ik besluit op te staan. Het is mooi geweest. Dit is verdomme mijn huis en als ik door mijn kamers wil lopen, dan doe ik dat. Zelfs als dat ertoe leidt dat een roze bonk vlees aan de overkant spontaan in een vogeldans ontbrandt. Shit happens.

Welnu, shit certainly happens. Ik sta op, loop richting Yuri, kantel diens koptelefoon en hyperventileer: ‘HIJ – STAAT – ZICH – AF – TE TREKKEN!’
‘Serieus?’ Yuri kijkt langs mij naar de buurman. Die heeft in al zijn extase niet door dat Yuri weer in de picture is en blijft fanatiek sjorren.
Yuri zegt: ‘Wah!’, pakt kordaat zijn sleutels en loopt naar buiten. De man vlucht achter een gordijn en Yuri roept: ‘Kunde gij misschien uw gordijnen dichtdoen?’
Zonder tevoorschijn te komen, sluit de man het gordijn.

Mijn hele benedenverdieping geeft uitzicht op dat raam. Langzaam dringt het tot me door: van dat vale, witte gordijn gaat erg veel afhangen de komende tijd.

Zeer Vrij naar Michel Fugain
en Christiane Mouron

Luister naar Christiane Mouron – Le chemin de papier:

Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.

Lees dit:

Ik scherpte mijn punt. Tekende een huis, mijn huis. Gumde het uit. Veegde de gumfriemels weg. Wilde een droomhuis. Mijn droomhuis.
Het papier als hart. Mijn hart. Een hart zonder vlekken. Zonder gumfriemels. Met een huis. Een weg. Ernaartoe.
Ik tekende een weg. Mijn weg naar huis. Gebroken wit. Lichtjes groen. Een roze zee. Maar zonder mij.
Ik was niet thuis. Weg. Uitgegumd.
Een nieuw papier.
Ik zat erin. Geluk. Gescherpt. En wel. Eruit.
Nu is er blauw waarin ik zwem. Rood waarin ik vrij. Geel waarin ik baad. Een huis waarin ik leef.
Met een weg. Ernaartoe.

Ik schreef dit stukje op 15 oktber 2007.
De tekst van het liedje heb ik niet kunnen vinden.

Zeer Vrij Naar Hole

Luister eerst Hole – Violet:

Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.

Lees dan dit:

Ik ben blij. Ze maken de lucht tegenwoordig van amethist. And all the stars look like little fish. Met verstuikte enkel. Handen kwijt. Enkel kwijt. Go on! Take everything! Ik ben nog slechts een romp. Maar o zo blij. Blij met waar ik ben. En met wie. Might last a day, well mine is forever. Lieten de spoorwegen me vrijdag gewoon voor de tweede keer in den lande vastzitten. Twee uur vertraging. En warm dat het was. Welja. Go on. Take everything. Everything. Het is moeilijk schreeuwen in je hoofd. Maar toch blij hè? Dat heb je wel eens. Ik tenminste. Ik denk na. Hoe wordt een mens dan écht relaxt? You should learn how to say no. O ja. Okee. Doen we. Het zijn fijne dagen. One above and one below. Het werd tijd. En ik wil nog, nog. Zo zeggen ze dat hier. I want it again. Zoiets bedoelen ze dan. En al die dagen dat liedje. Het liedje dat ik tien jaar geleden grijs draaide. In de Govert Flinckstraat. I told you from the start just how this would end. Je krijgt het niet meer uit je hoofd. En als je zo blij bent als ik, schreeuw je het uit. Dagenlang. Omdat het niet meer uit je kop gaat. Nooit meer. Go on, take everything, take everything I want you to.

Dit stukje verscheen eerder hier.
Ik schreef dit stukje op 27 juni 2005.
Voor de hele tekst van Violet: kijk hier.

Zeer Vrij Naar Michelle Shocked

Luister eerst Michelle Shocked – Anchorage:

Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.

Lees dan dit:

Hee meid,

Alles gaat goed hier. We gingen laatst een stukje rijden en maakten deze foto. Lopend met de neus in de wind, rug recht, richting het licht, de zon. We kregen het er warm van.
‘t Huis is zo goed als gekocht. Het koopcontract wordt maandag gesloten. Een dak boven mijn hoofd, iets van mij. Meid, ik ben er zo blij mee.
Het concert gisteren was mooi. Het samenzijn ook. Ja, het samenzijn ook.
Meid, ik heb veel aan je gedacht, maar ik heb nergens meer tijd voor. Voor niks en niemand. Sorry, meid.
Eergisteren meldde mijn directeur dat ik definitief niet meer op de boventalligenlijst sta. Hij kwam me daarvoor speciaal uit de klas halen. En ik werd nog bedankt. Voor weer iets anders. Ook door de directeur. Er staan twee flessen wijn op me te wachten.
Ja meid, alles goed hier. Beter dan eerst. Een warm hart en een horizon om naartoe te lopen. Wat is er veel veranderd. Niets blijft bij het oude en dat is maar goed ook, meid. Dat is maar goed ook.
Geef jouw lief een kus. Mijn meneer groet je. Hij is lief.
Meid, hou je taai.
Tot schrijfs.
En liefs.

Zezunja

Dit stukje verscheen eerder hier.
Ik schreef het op 1 oktober 2004.
Voor de tekst van Anchorage: klik hier.

Zeer Vrij Naar – inleiding

Er is een nieuwe categorie geboren. De categorie ‘Zeer vrij naar’, waarin ik stukjes plaats die geïnspireerd zijn door liedjes, boeken, gedichten en andere hartekreten. Op mijn vorige weblog plaatste ik al eens een paar stukjes die ik rechtstreeks verbond aan een liedje. De lezer moest het liedje luisteren om het stukje tot zijn recht te laten komen. Omdat ik nu weer zo’n stukje leunend op een deuntje op de plank heb, besloot ik deze categorie in het leven te roepen. En omdat ik alle Zeer Vrij Naars op één plek wilde hebben plaats ik de vorige stukjes voor een tweede keer.

Lijkt me duidelijk

Ik: “Kijk, m’n tante is op tv. Ze is de tante van Pietje Bell. Dus eigenlijk is Pietje Bell mijn broertje.”

Reclame voor mij, mijn lief en mijn tas

Het was in de nieuwe bibliotheek in Amsterdam (die ik erg tof vind). Het gaat over romans en Reve. Maar eigenlijk gaat het over romance en rève (romantiek in een droom).

Kijk hier.

U kunt de tas ook kopen. En wel HIER.

Naaldhakken, riemen en vuisten

“We gebruikten naaldhakken en riemen om elkaar te vloeren, we sloten elkaar op en stalen elkaars spulletjes. We gebruikten onze ouders om elkaar te straffen. We gebruikten onze vuisten om elkaar te haten.”

Lees hier hoeveel je kunt houden van iemand die je ooit met de grond gelijk maakte. Of lees de hele cyclus hier.

De Niet Lief Collectie: 180°

Dit stukje verscheen op 11 oktober 2007 op nietlief.com. Octavie zwengelde het aan met de volgende inleiding:
“Lieve niet-liefjes. Hebben jullie een zus of broer? Hebben jullie een speciale band met hem of haar of eigenlijk helemaal niet? Lijken jullie op elkaar? En als jullie enigskind zijn, vinden jullie dat jammer of heb je nooit iets gemist? Lieve lezers. Heeft u een bijzonder verhaal over uw broer of zuster of juist over het feit dat u enigskind bent? Ik lees het graag.”

Onderwerp: Zussen en broers
Geschreven door: Zezunja

Zwart-Wit

Eerst was ik haar zusje. Vier jaar ouder was ze, en in staat om mij, toen ik drie was, in haar poppenwagen te proppen om me vervolgens met geknelde heupjes voort te duwen. Samen spelen deden we niet veel. Soms patienceten we samen. Zij haar spel, ik het mijne. Closer dan dat werd het niet.

Zij was outgoing en bijdehand. Ik was ietwat verlegen en altijd bang. In de trein liep zij kilometers aandacht te vangen van medepassagiers. Ik bleef liever onder moeder’s paraplu. Hangend aan rok en been. Stinkend jaloers op mijn wereldse grote zus.

Ik keek tegen haar op. Aandacht wilde ik, stilte kreeg ik. Ze kon mij goed doodzwijgen, ze kon mij goed na-apen, vooral als ik huilde, ze kon mij goed in elkaar slaan. Ze kon mij goed negeren.

We puberden vlak na elkaar en deels tegelijk. We waren explosief, sterk en gemeen. Daarin deden we niet voor elkaar onder. We haalden alles uit de kast om te winnen. Wat we wilden winnen, is me nog immer niet duidelijk, maar verliezen was geen optie. We gebruikten naaldhakken en riemen om elkaar te vloeren, we sloten elkaar op en stalen elkaars spulletjes. We gebruikten onze ouders om elkaar te straffen. We gebruikten onze vuisten om elkaar te haten.

In een slechte relatie moet je scheiden, dus dat deed ik. Op mijn vijftiende liep ik weg, om op mijn achttiende pas weer terug te komen. Zij was toen weg.

Wit-Zwart

Toen werd zij mijn zusje. We trokken naar elkaar toe en konden elkaar veel beter verdragen. Maar de rollen waren omgedraaid. Waar ik haar altijd benijdde, omdat ze simpelweg ouder was en daardoor iets meer van de wereld begreep dan ik, leek het erop dat ik nu degene was die de wereld beter was gaan begrijpen.

Ik was outgoing en bijdehand, zij verlegen en misschien wel bang. Ik stoomde door in het leven, wilde er alles uithalen wat erin zat. Zij bleef zitten waar ze zat, verroerde zich niet, hield haar adem in. Gelukkig stikte ze niet.

Men schatte haar vanaf dat moment steevast jonger, soms precies vier jaar. ‘Is dat jouw zusje?’ ‘Is ze ouder???’. Dat kwam ook door haar gestalte. Mijn zus is hyperslank. Ik ben ook slank, maar steviger. En een centimeter of zes groter.

We deden veel meer samen, maar dat bestond vooral uit samenzijn. Alsof we nog steeds samen patienceten, maar nu zonder kaarten. We delen weinig interesses. Ik praat, lees en schrijf. Alles met de grove slag. Zij zwijgt, tekent en priegelt. Alles met een voorzichtigheid een edelsmid eigen. Want dat werd ze. Edelsmid.

We houden van elkaar. Ontegenzeggelijk. Maar we lijken niet op elkaar. Verre van.
We zijn close, ondanks de afstand. Soms prop ik haar in mijn denkbeeldige kinderwagen, haar heupjes gekneld. Dan verzorg ik haar, steun ik haar en wil ik dat ze de wereld begrijpt. 180 graden is een halve cirkel. Samen vormen wij een hele.

Muziekstokjestukje

Een jaar geleden zag ik dit stokjestukje op de LastFM-pagina van Semtex. Ik schreef toen dat ik begreep dat hij met PJ Harvey naar bed zou willen. Semtex probeerde mij daarop het stokje aan te smeren, maar om wat voor reden dan ook nam ik het stokje niet aan. Nu heb ik ‘m alsnog van de LastFM-pagina van Vrouw Polle geplukt. Gewoon omdat ik er zin in had. U weet: mijn apporteervrees zorgt ervoor dat ik stokjes niet doorgeef. Maar u bent vrij om ‘m over te nemen.

1. Naar welk nummer luister je nu?
Geen. Schrijven en muziek luisteren gaan voor mij 9 van de 10 keer niet samen.

2. Welk nummer maakt je verdrietig?
Telkens Weer van Willeke Alberti.

3. Wat is het irritantste nummer ter wereld?
De Macarena en de Lambada en aanverwanten.

4. Favoriete band?
Wisselend, maar nu is dat Eagles Of Death Metal, Queens Of The Stone Age, Elastica en Pixies.

5. Je laatste muzikale ontdekking?
Sigur Ros (ja, ik ben heul traag).

6. Mooiste vrouwelijke stem?
Oei, moeilijk. Mag ik er meer noemen? Billie Holliday, Eva Cassidy, Dulce Pontes, Joan Armatrading, Aretha Franklin en Peggy Lee.

7. Beste mannelijke stem?
Nat King Cole, Stevie Ray Vaughan.

8. Genre waar je het meest naar luistert?
Rock-achtige dingen.

9. Wat luister je als je actief bezig bent?
Rage Against The Machine, de cd Under A Blood Red Sky van U2, System Of A Down, Queens Of The Stone Age.

10. Waar luister je naar als je rustig wilt worden?
Bach, Hà¤ndel, Philip Glass.

11. Wat was het laatste concert waar je naar toe ging?
The Cinematic Orchestra in de Ancienne Belgique (AB) in Brussel.

12. Naar welke band luister je het meest op dit moment?
Eagles of Death Metal.

13. Meest verafschuwde band?
Alle Limp Bizkit-klonen.

14. Welke muziek zet je aan het denken?
Frank Zappa.

15. Mooiste videoclip?
Radiohead – Street Spirit.

16. Clip met het hoogste babe watch gehalte?
Robert Palmer – Addicted to Love
en deze van Omaha Bitch

17. Welke muziek draai je in de slaapkamer?
Betty Blue – 37°2 le matin.

18. Speel je een muziekinstrument?
Ja, blokfluit, dwarsfluit, djembé, gitaar en chicken shake. Niet allemaal even goed overigens.

19. Speel je in een band?
Niet meer én nog niet.

20. Ooit een muzikant gedate?
Ja, een stuk of tien.

21. Beste girlband?
Is Throwing Muses een girlband? Want die komen zéker in aanmerking. Sugababes.

22. Klassieke muziek?
Ja, Bach, Hà¤ndel en heel oude muziek van Allegri, Monteverdi etc.

23. Country?
O zeker! Van Dolly Parton tot de soundtrack van O Brother Where Art Thou (wat men folk noemt, maar ik vind het countryish).

24. Death metal?
Wel van de gitaren en de dubbele bass drum, iets minder van het gegrunt.

25. Ooit een big band live gezien?
Ja, maar vraag me niet waar en wanneer. Hoewel vraag 11 misschien het antwoord geeft.

26. Ben je een groupie?
Nee, hoewel vraag 20 anders doet vermoeden.

27. Met welke musicerende beroemdheid zou je het bed willen delen?
Taylor Hawkins, de tweede drummer van de Foo Fighters. Hij maakte mij stapelverliefd tijdens het concert van de Foo Fighters in Paradiso in 1997. Maar dan dus wel met de Taylor van tien jaar geledor. Ik heb sowieso een lichte seksuele voorkeur voor drummers, hoewel ik vooral een bassistendater ben geweest.

28. Slechtste concert ooit gezien?
The Black Crowes in Ahoy. Door Ahoy. Dus eigenlijk komt alles wat ik ooit in Ahoy zag in aanmerking voor bluh.

29. Grappigste moment tijdens een concert ooit?
Eerst dacht ik dat ik me niets grappigs kon herinneren. Maar het moment dat ik in 1998 met een memorecorder het concert van Portishead in Paradiso opnam, daarna twintig adressen kreeg toegestopt van mensen die een kopietje wilden en er vervolgens thuis achterkwam dat er meer ‘Dwarzand en Zezunja recenseren de billen van het meisje voor hen’ dan Beth Gibbons op stond: dat was tamelijk hilarisch. Die mensen wachten nog steeds op hun kopietje.

30. Wel eens verdrietig geweest tijdens een concert?
Toen ik 13 was en naar Whitney Houston ging (niet lachen!) en haar moeder mee kwam zingen, dat ontroerde me mateloos.

31. Beste Nederlandse band?
La Pat, niet echt een band, maar wel Nederlands. La Pat is verantwoordelijk voor de mooiste platenhoes uit mijn verzameling (klik op ‘t linkje onder La Pat).

32. Als je een instrument zou zijn, welk dan?
Mijn lief zegt dat ik een elektrische luit ben, ik zeg een elektrische gitaar wegens een allemansvriend en toch veelzijdig (*kuch*).

33. Luister je naar de radio?
Alleen tijdens de lunch, Studio Brussel.

34. Welk nummer beschrijft je stemming op dit moment het best?
Eerste Helmersstraat – Acda en de Munnik (lees die tekst!).

35. Welk nummer beschrijft je leven het best?
As time goes by – in de versie van Peggy Lee.

36. Heb je een favoriete soundtrack?
Meerdere.
De meeste soundtracks van Philip Glass
De meeste soundtracks van Michael Nyman
Betty Blue – 37°2 le matin van Gabriël Yared
O Brother Where Art Thou van diverse artiesten
Requiem for a Dream – Clint Mansell and The Kronos Quartet
Het meeste van John Barry (o.a James Bond en Enigma)
En hoewel lijdend aan overexposure: Yann Tiersens soundtracks van Amélie en van Goodbye Lenin!

37. Draag je t-shirts met bands erop?
Soms, als ze mooi zijn. Het eerste t-shirt dat ik kocht was van Jimi Hendrix. Dat kocht ik in 1988 en dat draag ik nog steeds om te schilderen. Het knalpaarse t-shirt dat ik kocht tijdens een concert van Maceo Parker had ik aan tijdens mijn allereerste date met Yuri. Er stond op Got funk? Nou, dat had-ie.

38. Nummer dat je niet uit je hoofd kunt krijgen als je het gehoord hebt?
Daar in dat kleine café aan de haven – Vader Abraham (ik hoef het niet eens te horen, door de titel nu op te schrijven, heb ik het alweer in mijn hoofd).

39. Zing je onder de douche?
Ja, heel luid.

40. Zo ja, wat?
Meestal sinterklaasliedjes met mijn huisgenoten als hoofdpersoon.

41. Hoe belangrijk is muziek in een relatie?
Redelijk belangrijk, maar ik ben een alleseter, dus ik kan met allerlei verschillende smaakjes leven.

Elke week drie kwartier
lang zúlke filmpjes: yeah

In het kader van pulp-tv rules nog even een aanrader voor de Vlamingen onder ons (Nederlanders kunnen Kanaaltwee niet ontvangen): Topmodel. Dat is drie kwartier lang televisie van het niveau van de filmpjes hieronder. Niet te versmaden!

(trouwens: dit is de allereerste keer ooit dat ik een youtube-filmpje plaats, noem mij ouderwets, noem me web 1.0, noem me wat je wilt) (deze filmpjes staan overigens al tijden in mijn youtubetoptien) (als je het tweede filmpje heb gezien, kun je nog hier klikken, speciaal voor Miss South Carolina gemaakt: hilarisch)

Reclame

“Ik hou vooral van poezen die hinderlijk op je krant, je toetsenbord of je afstandsbediening komen zitten. Hoe meer aandacht ze nodig hebben hoe beter. Ter vergelijking: ik word ook altijd verliefd op kerels die verliefd op mij zijn, omdát ze verliefd op mij zijn. Doe alsof ik belangrijk ben en je hebt me in the pocket.”

Voor het hele stuk, lees verder bij het Niet Lief Collectief.

505

Modebewust zou ik mezelf niet noemen. Ik heb echt geen flauw idee wat in de modebladen staat, ik draag al sinds mijn twaalfde Converse All Star, dus je kunt er donder op zeggen dat ik zo nu en dan niet in de mode ben. En mijn smaak lijkt altijd het dianegatief van wat er in de winkels wordt verkocht. Dus mode? Mwah, nee, geen sjoege.

Sterker, ik heb het vermoeden dat ik altijd verstoppertje speel met de mode. Ik ben altijd te vroeg óf te laat bij de buutplaats. Zo wilde ik in de jaren negentig vleermuismouwen en zoek ik al sinds 2000 naar van die romantische schoentjes met een elegant, fijn, rond puntje en een sierlijk wijd uitlopende hak (maar die komen er weer aan, want ik had die in ‘89 en we zijn nu met de retro zo midden jaren tachtig).

De beste samenvatting is dit: ik wilde begin deze eeuw mooie teenslippers en een paar zo hoog mogelijke touwschoenen. In 2000, 2001, 2002 en 2003 heb ik – winkel in winkel uit – me helemaal stapelgek gezocht naar elegante, spannende slippers en zo sexy mogelijke touwschoenen, maar het viel niet mee, want het waren de klittebandsandaaljaren. Met mijn engelengeduld vond ik ze uiteindelijk op Lesbos, in Porto en in Aix-en-Provence (serieus!). In 2006 was ik ze zat, de tijd van mijn Japanse teenslippers en mijn knalrode hoge touwschoenen was voorbij. En wat kon je in 2006 en 2007 alleen nog maar kopen? Juist ja. U vangt mijn slip.

Schoenen kopen is derhalve altijd een project. Het kost veel geld en als de mode vierkante punten is, wil ik ronde. Niet om dwars te doen, maar omdat ik gewoon weer te laat bij de buutplaats ben.

Jassen zijn een vergelijkbaar project. Jassen zijn net zo duur als schoenen en je moet ze daarom net zo lang dragen, dus het komt aan op kieskeurigheid. En bij jassen ben ik net zo min au point als het op modebeuwstzijn aankomt. Ik heb alle soorten jassen gehad, alleen meestal op het verkeerde moment in het tijdscontinuüm. Al mijn jassen zijn het gevolg van hard speurwerk, terwijl ze drie jaar eerder of twee jaar later in alle winkels hingen. Ik vrees dat ik koppig ben. En onpraktisch.

En zo kwam het dat ik gisteren liep te knarsetanden in de Nieuwstraat in Brussel. Vloekend op de bontkraagjesmode, zoekend naar een halflange jas als een dekbed, met een taille en een bijzondere kleur. Ik vond mijzelf helemaal niet zo veeleisend. Want a. wie wil er nou geen jas als een dekbed? Het is verdorie koud in de winter. En b., een taille, is dat zo veel gevraagd? En c., die bijzondere kleur? Tsjemig, we doen hier alsof ik diamanten beslag verwacht.

Maar no fokking way dus dat mijn jas bestond hè. Er zijn wel jassen als een dekbed, maar dat zijn alleen van die Michelinmannetjesjassen en die weiger ik te kopen, wegens te vormeloos en universeel. Er zijn ook wel jassen met een taille, maar die zien er doorgaans uit alsof ze alleen bedoeld zijn om van de ene limousine in de andere te stappen, kortom: die houden mij niet warm. En een bijzondere kleur? Ja, alleen bij de Pimkie. Een winkel waar ik op zich niks tegen heb, maar waar je met die bijzondere kleur ook altijd in plastic diamantenbeslag iets als ’sports and fun’ moet dulden. En hee, het is dus geen lolletje hè zo’n winterjas.

Dus ik zag het somber in toen ik om vijf uur de Inno (een soort Bijenkorf) binnenstapte, mij een weg banend door de bontkraagjes. In mijn hoofd had ik de prijs al zitten opschroeven. Bij de Inno moet je geen koopjes verwachten en de tijd drong, over een uur gingen de winkels dicht. Bovendien weet ik inmiddels dat mijn dwarsheid in de mode mij geld kost. Dom zijn is duur. In mijn hoofd had ik de prijs al verhoogd naar 150 euro.

En toen zag ik hem. Al struinend van de ene boetiektuin naar de andere (of hoe noem je die hoekjes in een warenhuis). Het was een jas waar je in zou willen duiken. Onze bank met veertien kussens was er niets bij. Hij was groengoud, een bijzondere kleur, en hij had de taille van Marie Antoinette. Een jas waar ik wel drie jaar in wilde wonen. Een jas zonder – haleluja – bontkraagje. Wie had dat ooit gedacht.

Ik hield ‘m voor me. De lengte was goed, hij zou mijn billen warmhouden. De stof glom in het licht als een kever in de zon. En al met al was hij opvallend en toch beschaafd. Precies wat ik wil zijn.

En nu voelt u het al van kilometers aankomen. En als niet: u bent er niet helemaal bij zeker? Goed, ik zal u helpen. Ik las het prijskaartje. Vervolgens moet u de kop van dit stukje even lezen. En dan zijn we voorlopig uitgepraat. O ja, neurie ook nog even: it’s gonna be a cold cold christmas without you. Dank u.

De Niet Lief Collectie:
Niet Mike, niet Choco, maar Sjeik El Moko

Dit stukje verscheen op 6 oktober 2007 op nietlief.com. Kaat zwengelde het aan met de volgende inleiding:
“Alle zes hebben wij wat met dieren. Op onze persoonlijke logs spelen onze kippen, schapen, katten en honden zelfs regelmatig de hoofdrol in onze verhalen. Donderdag is het dierendag. Daarom een opdracht voor jullie lieve niet-liefjes die geheel in het teken van dieren staat, namelijk schrijf een ode aan je betreffende huidige huisdier(en) of een huisdier dat je ooit gehad hebt.”

Onderwerp: Ode aan je huisdier
Geschreven door: Zezunja

Eerst wilde ik een ode aan grijze cyperse poezen schrijven. Grijze poezen hebben een belangrijke stempel op mijn leven gedrukt. Edoch, de grijze poezen staan niet allemaal digitaal op mijn computer. Sluufje, mijn eerste hartspoes, die altijd mijn handen likte, staat alleen op rood geworden seventiesfoto’s met omgevouwen hoekjes. En Zoë, de poes die ik op mijn zestiende hield in een huis van zestien vierkante meter en die daarom eeuwig een kitten bleef, staat alleen op foto’s die diep in een doos op de rand van vergetelheid hangen. Slechts Mike en Sjeik komen in aanmerking, die heb ik digitaal binnen handbereik. En ja, dan wordt het toch Sjeik.

Want ik ben een liefhebber van aanhankelijke, liefst bijna slaafse huisdieren. Kom bij mij niet aan met ‘poezen zijn zo leuk, want ze gaan zo hun eigen gang’: die poezen komen er bij niet in. En als ze er al zijn, dan onder protest. Zie verder mijn band met Choco en mijn band ooit met Lulu, beide knettergek en nauwelijks aanhankelijk wegens jeugdtrauma’s. Natuurlijk verzorgde ik ze goed en mochten ze elke avond bij mij op therapeutisch halfuurtje komen, maar echt dikke mik werd het nooit.

Ik hou vooral van poezen die hinderlijk op je krant, je toetsenbord of je afstandsbediening komen zitten. Hoe meer aandacht ze nodig hebben hoe beter. Ter vergelijking: ik word ook altijd verliefd op kerels die verliefd op mij zijn, omdát ze verliefd op mij zijn. Doe alsof ik belangrijk ben en je hebt me in the pocket.

Welnu, Sjeik kan dat als de beste en ik vrees dat ik hem zo heb gemodelleerd. Sjeik bleek namelijk iets te jong bij zijn moeder weggehaald en ik heb dat uitgebuit. Omdat ik thuis werk, had ik de kans om 24 uur per dag poezewoezewoes en piezewiezewies tegen hem te zeggen. Ik leerde hem om míj te aaien, als hij geaaid wilde worden. Ik leerde hem om als een mens te zitten, zodat hij tussen mijn knieën en het tafelblad past als ik tik. Ik leerde hem op de wc op mijn schoot te liggen. Ik leerde hem om aan tafel te zitten, zonder mee te eten.

Dag in dag uit gaf ik hem het gevoel dat het hele leven om mij draaide en dat er echt niets anders in de wereld was dan die grote poes die juffrouw Mier nadoet en eten geeft. En dat heeft hij begrepen. Sjeik vindt mij te gek. En dus vind ik hém te gek, zo eenvoudig ben ik wel. En dus is Sjeik de liefste grijze poes die er is.

Sommige mensen vinden dat ik een hond moet nemen, omdat ik dan pas weet wat slaafs is. Maar een hond nemen, dat is net zoiets als zoeken naar foto’s van andere grijze poezen: daar ben ik veel te lui voor. Poezen zijn leuk omdat ze zo hun eigen gang gaan.

Unidentified Flying Flemish (7)

Vanaf vandaag gaan we het thematisch aanpakken. De vieze woorden van nummer 5 bevielen me, zo samenhangend als ze waren. Daarom vandaag: de keuken.

moor = waterketel

kast = aanrecht

pan = koekenpan

casserole = pan

klopper = garde

frigo = koelkast

microgolfoven = magnetron

verziep = vergiet

keukenhanddoek = theedoek

schotelvod = vaatdoekje

‘De Nederlander wil tegenwoordig
een Belg zijn’

Thomas Blondeau roept alle werkloze Belgen op naar Amsterdam te komen. Er is vraag naar Belgen, Amsterdammers vinden Belgen leuk. Ik heb graag dat de Belgen hier blijven, anders was mijn verhuizing wel erg inefficiënt. Maar voor het overige heeft Blondeau een prachtstuk geschreven over hoe een welgeplaatst amaai een mens kan voortstuwen in de vaart der volkeren. Zeer de moeite van het lezen waard op De Brakke Hond Blogt: U bent hip! – Thomas Blondeau.

Het was het lamplicht
op het tafelblad

De afgelopen dagen moest ik schrijven. Veel schrijven. Letters, zinnen, kilometers tekst. Ik had een nieuwe MacBook, het voelde luxe.

Als het ’s ochtends nauwelijks licht werd door de voortrazende regen, koos ik een plekje bij het raam, aan de keukentafel, met een kopje koffie met geschuimde melk. Ik tikte, dacht en staarde. Ik bouwde alinea’s, ideeën, werelden voor de lezer. Ik prees me gelukkig, met de sfeer, de juiste sloffen aan mijn voeten, de poezen naast me op de bank.

Op mijn MacBook zit bewust geen mail, geen rss-reader, geen favorietenlijst. Ik heb wel internet en contact met het hoofdkantoor (lees: mijn iMac), maar meer ook niet. Geen verleidingen. Een computer met rust.

De afgelopen dagen kweekte ik zitvlees. Zitten, denken, staren. Ik leerde tikken op de beperkte toetsen van een laptop. Ik maakte mijn wereld kleiner en de vreugde was enorm. Disicipline, concentratie, doorzettingsvermogen: het kwam als vanzelf. Omdat ik het leuk vond.

Het was Nat King Cole die maar dooremmerde. Het was de regen die met bakken uit de hemel kwam. Het was het negeren van het gewoel op internet. Het was de computer alleen maar scheppend gebruiken. Het was het lamplicht op het tafelblad.
Het was weten dat dit mijn werk is.
Het was blij zijn.