Archief in maanden: november 2007

Soms heeft een mens bij het
ochtendgloren zin in een stokje

Goedemorgen saam, dit stokje vond ik bij Eliane. Ik had geen zin om de vragen te vertalen, maar ook geen zin om in het Engels te antwoorden, dus nu is het een mengelmoesje. Nahja, dat is dan maar. U mag het stokje naar believen meenemen, maar u mag het niet terugbrengen wegens apporteervrees mijnerzijds.

What kind of soap is in your bathtub right now?
*stopt vingers in oren* Praat me niet van een bad. Ik wil niets liever.

Do you have any watermelon in your refrigerator?

We hebben de kleinste koelkast denkbaar, dus dat zou gelijk een dieet betekenen. En daar doe ik niet aan, diëten. Nee dus.

What would you change about your living room?
Ik wil nog veel meer kleurtjes aanbrengen, ik zou houten vloeren willen, in plaats van die malle Belgische gewoonte: plavuizen.

Are the dishes in your dishwasher clean or dirty?
Schoon, dankzij mijn lief die sinds kort de geest heeft en ‘m élke avond aanzet.

What is in your fridge?
Kliekjes, room, melk, slagroom, ananassap, prei, eieren, witloof, aardappelsla, augurken, atjar, paté, pesto, tapenade, tabasco, gemalen mierikswortel, diksap, vieze picalilly, jam, melk, chocoladevla en vanillevla, boter, mayonaise, ketchup, cocktailsaus, curryketchup en nog talloze sausjes die we niet lusten en die dus eigenlijk weg kunnen.

White or wheat bread?
Meestal bruin. Wit brood in Nederland is lekkerder dan hier.

What is on top of your refrigerator?
Een magnetron. En daarop staan een fruitmand en een senseoapparaat.

What color or design is on your shower curtain?
Wit.

How many plants are in your home?
Een stuk of tien, maar dan reken ik de kruidenplantjes op de vensterbank in de keuken mee.

Is your bed made right now?
Nee, ik sta echt nét op en om eerlijk te zijn: ik vind het heerlijk als mijn bed is opgemaakt, maar ik kom zelf maar een keer in de vier jaar op het idee. Mijn lief gelukkig vaker.

Comet or Soft Scrub?

Ik mis hier iets.

Is your closet organized?
Jazeker, alle kleren hangen op kleur.

Can you describe your flashlight?

Uhmz, en ik maar denken dat ik goed Engels kan, maar er zal hier toch geen flitslicht bedoeld worden…?

Do you drink out of glass or plastic most of the time at home?

Gheghe, wat een idiote vraag. Glas natuurlijk. Hoewel we wel plastic campingbekers hebben, daar maak ik vaak dressing in.

Do you have iced tea made in a pitcher right now?
Leuk hoor die Amerikaanse vragen.

If you have a garage, is it cluttered?

Geen garage aanwezig, sorry.

Curtains or blinds?
Gordijnen. Rood fluweel.

How many pillows do you sleep with?
Eentje om op te slapen, maar er liggen talloze kussens in de slaapkamer om lekker tv te kunnen kijken.

Do you sleep with any lights on at night?
Nee.

How often do you vacuum?
Dat is mijn grootste geheim. Laten we het hierop houden: als het nodig is.

Standard toothbrush or electric?
Elektrisch.

What color is your toothbrush?
Wit.

Do you have a welcome mat on your front porch?
Had ik maar een front porch, met een schommelstoel die van iepe iepe iepe doet. Ik zou er vermoedelijk geen welcome mat leggen.

What is in your oven right now?
Ik heb twee ovens. Een van de twee heb ik nauwelijks bekeken sinds ik hier woon, dus ik wil het eigenlijk niet weten.

Is there anything under your bed?
Stof en een stekkerbak. Misschien wat verloren sokken. Wie zal het zeggen.

Chore you hate doing the most?
Afwassen.

What retro items are in your home?
Wat kitscherige fotolijstjes en twee enorme fauteuils.

Do you have a separate room that you use as an office?

Ja, wij noemen dat het bureel.

How many mirrors are in your home?
Zes.

What color are your walls?
Allemaal wit, wij hebben niets geschilderd toen we hier kwamen wonen, wegens te veel en te duur.

Do you keep any kind of protection weapons in your home?
No! This is an American tag, scary people, Americans. (Dit was het antwoord van Eliane en het is mij uit het hart gegrepen.)

What does your home smell like right now?
Sigaretten, gok ik.

Favorite candle scent?
Getver!

What kind of pickles (if any) are in your refrigerator right now?
Augurken met dille, augurken zonder dille en Atjar Tjampoer

What color is your favorite Bible?
Wat een ongelooflijk grappige vraag. Ik heb het niet zo op bijbels.

Ever been on your roof?
Nee, niet anders dan door mijn hoofd uit het veluxraam te steken.

Do you own a stereo?
Kunnen vogels vliegen, draagt Sinterklaas een mijter, hebben wij een stereo. Wij kunnen wel een groothandel beginnen.

How many TVs do you have?
Twee. Een beneden en een op de slaapkamer.

How many house phones?
Alleen mobieltjes hier.

Do you have a housekeeper?
O nee, zie ook dit.

What style do you decorate in?
Kleurige kitsch.

Do you like solid colors in furniture or prints?
Beide mooi.

Is there a smoke detector in your home?

Uh, nee, stom hè?

In case of fire, what are the items in your house which you’d grab if you only could make one quick trip?
Ik zou dozen met dagboeken en foto’s door het raam naar buiten smijten en mijn computer onder mijn arm nemen.

De enige Amsterdammer met die reflex

Het ging goed, net als toen. Behalve op het moment dat ik de verkeerde kant op pinkte (dat is het Vlaamse werkwoord voor je richtingaanwijzer aanzetten) en in de war raakte. Ik moest een rotonde op en weer af en dat allemaal in luttele seconden en ik kreeg de pinker maar niet de goede kant uit.

In een reflex deed ik het: ik stak mijn arm uit.

Zijn gedachten niet ook virtueel?

Ik weet niet wat het is. Het suist in mijn hoofd. Drukte. Dromen. Daden. Ik wil, wil, wil. En word geveld door een haperend lijf en dito leden. Ideeën, kritische noten, overpeinzingen, ludieke plannetjes. En angst. Of nee. Geen angst. Bedeesdheid. Als was ik een heusche Belg. Ik word onzeker van mijn eigen zekerheid. De paradox van de Nederbelg.

Ik weet niet wat het is. Duizend woorden, maar geen zin. Geen volzin. Geen goesting. Met alles willen ophouden in de wetenschap dat ik over een uur al mijn woorden terugneem. Dat ik niet ophoud. Zelfs niet voor heel even.

Ik weet niet wat het is. Hobby’s te over, te veel, te fijn. Genoeg tijdverdrijf, maar geen tijd om te verdrijven. Een kwestie van keuzes maken op een besluiteloos moment. En dan maar hopen dat ik voldoende lef heb. En dat ik nog weet waarvoor ik dat nodig had.

Ik weet niet wat het is. Drie websites, met een vierde in aantocht. En een vijfde in mijn hoofd. Een woordendiarree van hebikjoudaar. Ook in mijn hoofd. Geen toets aangeraakt, maar toch al tien stappen verder. Zijn gedachten niet ook virtueel?

Ik weet niet wat het is, maar ik heb u gewoon even niets te melden.

Achtergelaten op straat

Even later stopt er een ratelende Volkswagen Kever en ik word ingeladen. Ik zit op de achterbank van een vreemde auto, met vreemde mensen die mij keer op keer vragen wat er is gebeurd. Waarom ik zo bloed. En waar mijn ouders zijn. Ik huil en roep om mijn papa en mama.

Lees het hele stukje op nietlief.com

Allegaartje (8)

Ik schrijf toch maar weer een allegaartje. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Het 350-experiment is nog niet helemaal ten einde, maar het wordt voortaan wel minder rigide nagestreefd. Ik ben een watje.

Dingen die ik leuk vind om te horen.
1. de vraag die steeds weer opduikt als ik een kaartje koop voor de trein: “Bent u onder de 26?”
2. “Je bent juist veel representatiever met je dreads.”
3. “Ik kwijl graag op uw bloeske.”

Dingen die ik moeilijk vond de afgelopen dagen.
1. precies driehonderdvijftig woorden schrijven, elke dag weer
2. te begrijpen waar alles zat in de teletubbievormgeving van de nieuwste versie van Word
3. om in Splinter Cell Double Agent coop-mode levend langs de laatste gasleidingen te komen

Dingen die ik onlangs fotografeerde.
1. mijzelf in de hoedanigheid van Sam Fisher (klik)
2. kwijl op mijn broek (klik)
3. een flauwe grap (klik)

Dingen die ik me voornam.
1. om het boek dat ik leende bij de bibliotheek en dat niet meer verkrijgbaar is, helemaal in te scannen
2. om alsnog echt blind te leren typen
3. om naar Nieuw-Zeeland gaan

Dingen die onlangs indruk op me maakten.
1. de voorstelling The Butterfly Project van Shusaku Takeuchi in het Haagse gemeentehuis
2. het James Ensorhuis in Oostende
3. de film 4 elements die gisteravond op Nederland 2 werd uitgezonden.

Dingen die mij onlangs aan het denken zetten.
1. mijn banksaldo
2. dat ik in één jaar tijd een echte Macfreak/Windowshater ben geworden
3. de vraag ‘Heb je al een boek gepubliceerd?’ en mijn antwoord: ‘Nee, nog niet.’

Dingen die onbedoeld waanzinnig grappig zijn.
1. Shaniaa, die nog steeds, net als vele anderen, denkt dat de familie Pfaffs (sic!) via maanzand.com bereikbaar is
2. dat we Sam Fischer met zijn ballen op een brandende kaars kunnen laten zitten
3. mijn lief die tijdens het terugkijken van een eigen optreden bloedserieus zegt dat hij ‘een veel te rond hoofd’ heeft

Dingen die ik niet begrijp.
1. dat de resolutie van een document de afmetingen in centimeters in Photoshop soms wel en soms niet beïnvloedt
2. waarom er nog iemand is die gelooft in een oranjeblauwe coalitie, want zelf áls ze eruit komen dan zijn ze elkaars gijzelaars in een nieuwe regering
3. dat in België álle Missen België beroemd worden en in Nederland de Missen Nederland gedoemd zijn tot de vergetelheid

Dingen die ik deze week bereidde.
1. zelfbedachte Thaise biefstuksalade met veel gember en koriander (yummie)
2. zelfbedachte banaan in tomatensaus (dat was smerig)
3. zelfbedachte makreelsalade op een geroosterde boterham (kon beter)

Dingen die ik de afgelopen dagen schreef.
1. “Arme jij. Ik wens je een meervoudige persoonlijkheid, waarvan er eentje lekker uitsuist en de ander hard aan de slag gaat.”
2. “Bovendien vind ik het heel chic dat ik er een mag hebben, ik bewonder je namelijk erg en het straalt toch een beetje op mij af als ik een kaart van jouw hand stuur.”
3. “Ik kan wel weer sorry zeggen omdat het zo laat is, maar ik heb het mezelf al vergeven.”

Dingen die ik mis van Nederland.
1. het gemak waarmee men contacten maakt en verbreekt
2. bootjes, water, zwembaden, slootjes, plasjes, meertjes, grachtjes, kanaaltjes en voldoende zee
3. betaalbare hagelslag en chocoladevlokken

Dingen die ik fijn vind in België.
1. hoe voorzichtig men contacten maakt en verbreekt
2. dat de Panos alom aanwezig is
3. dat iedereen een dialect spreekt

Dingen waarin ik mezelf overtrof
1. dat ik een buschauffeur kennelijk zo charmeerde dat hij talloze dingen deed die niet mochten om mij ter wille te zijn, zoals later vertrekken, omdat ik nog geld moest wisselen en tussen de haltes in de deur opendoen om mij te laten uitstappen
2. dat ik het niet uitkrijste toen mijn vingers in een doodstille zaal tijdens een komedie-optreden tussen een centimetersdikke, loodzware deur kwamen te zitten
3. vrolijk blijven terwijl de omstandigheden koud, guur, donker en nat waren

Zie ook:
Allegaartje (1)
Allegaartje (2)
Allegaartje (3)
Allegaartje (4)
Allegaartje (5)

Allegaartje (6)
Allegaartje (7)

De Niet Lief Collectie:
Achtergelaten op straat

Dit stukje verscheen op 23 november 2007 op nietlief.com. Kaat zwengelde het aan met de volgende inleiding:
“Lieve niet-liefjes,
Dit is een van mijn eerste herinneringen. Ik was een jaar of drieëneenhalf. Het beeld van de sneeuw, het nieuwe huis, mijn zwangere mam en de lieve nieuwe buren, zit als een film van vroeger, schokkerig geprojecteerd op een witte muur, in mijn hoofd.
Mijn vraag voor deze week is dan ook; beschrijf een van de eerste dingen, gebeurtenissen of situaties die je je kunt herinneren.”

Onderwerp: beschrijf een van je eerste herinneringen
Geschreven door: Zezunja

‘Ga je mee achterop mijn fiets?’, vraagt mijn neef. Hij is 13 en we zijn bij hem thuis op een verjaardag.
‘Dat mag ik niet zonder stepjes’, zeg ik. Ik ben 4 en een uiterst gedweeë kleuter.
‘Ah joh, dat ziet niemand’, zegt hij.

Met een kloppend hart loop ik mee naar beneden, naar zijn fiets. Terwijl ik erop klauter, kijk naar boven, drie hoog, of niemand me ziet. We rijden de Valeriusstraat uit, ik heb mijn benen zo wijd ik kan. Niet eerder zat ik achterop een fiets zonder voetstepjes. Mijn liezen krijgen kramp van de brede bagagedrager. Mijn benen trillen. Eigenlijk hou ik het niet meer.

We rijden in de Van Breestraat. Ik verlies mijn krachten en voel een snijdende pijn in mijn enkel. De fiets wordt geblokkeerd en mijn neef kan ‘m met moeite rechthouden. Mijn voet is tussen de spaken gekomen. We staan stil en ik laat me van de fiets vallen. Er is pijn, pijn, pijn, veel bloed en een bot dat ontveld is.

Mijn neefje besluit hulp te gaan halen, zonder mij. Hij laat me liggen waar ik lig en fietst staand weg. Ik kijk hem na en huil.

Even later stopt er een ratelende Volkswagen Kever en ik word ingeladen. Ik zit op de achterbank van een vreemde auto, met vreemde mensen die mij keer op keer vragen wat er is gebeurd. Waarom ik zo bloed. En waar mijn ouders zijn. Ik huil en roep om mijn papa en mama.

Ineens zie ik door de achterruit mijn vader fietsen. Ik krijs het uit en roep heel hard papa. De mensen in de auto stoppen niet. Tot ik heel duidelijk roep: ‘Daar fietst papa.’ Dan pas onderscheidt het zich van het gejammer waarmee ik daarvoor om mijn ouders schreeuwde.

De vreemde mensen brengen mij naar een oom die mij met een auto naar de VU vervoert. Samen met mijn moeder zit ik tot half twaalf ’s avonds op de Eerste Hulp. Niet eerder mocht ik zo laat opblijven.

Het was een kwestie van
even helemaal niet alert zijn

Eerst was er nog niks aan de hand. Okee, het miezerde, het was donker, de Vrijdagmarkt in Gent was een windgat en ik struinde in mijn dooie uppie wat rond, op zoek naar een café waar roken en lezen geoorloofd waren. Maar ik voelde me goed. Mijn afspraak in Antwerpen was vlotjes verlopen, mijn tas zat vol met boeken, en ik had mijzelf een warme kop thee in het vooruitzicht gesteld.

Lukraak koos ik een café. Er stond een bord buiten met de woorden André Bier en er hing een oranje plakkaat op de ramen: Hollandse ’snert’ 5 euro. Geinig. De ober klonk Nederlands, ik bestelde een thee. Een blik van verstandhouding.

Ik nestelde me in een hoekje met een boekje en ik kwam langzaam op kamertemperatuur. Om me heen hing de muur vol met foto’s van André Hazes, foto’s van zijn standbeeld – op steenworp afstand van drie plekken waar ik heb gewoond, een poster met de aankondiging van Kevin Kenzo, een André Hazes-imitator die begin december komt optreden en een menukaart met daarop in grote letters … uh… Hollands café.

Aha. Goed, okee, ik was dus in een Hollands café. Ik besloot me daar maar even overheen te zetten. Ik moest nog zeker een uur wachten, het was er warm en een uurtje Zij gelooft in mij zou ik wel overleven. Bovendien had ik best zin in snert. En in dampende thee, de lantaarns van de Vrijdagmarkt door de ramen, mijn lief in aantocht.

En toen was het daar ineens. Verdomme. Plotseling bolden er tranen op in mijn ogen. Een kwestie van even helemaal niet alert zijn. Waarschijnlijk had ik het te gelde kunnen maken. Ik denk dat ik een drankje van het huis had gekregen als ik naar de bar was gegaan en zichtbaar mijn tranen had laten lopen bij Dré, maar er zijn grenzen en ík ging pertinent niet in een Hollands café in Gent zitten janken bij het horen van Geef mij nu je angst. No way.

Maar wegslikken deed pijn. Mijn keel kneep samen van verzet. Ik probeerde mijn boek te lezen, de woorden te interpreteren. Het ging niet. Mijn slapen begonnen te kloppen. Mijn keel blokkeerde. Slikken was onmogelijk. Ik snikte. Dré snikte. Het was onvermijdelijk. Ik en Dré: heimwee in een Gents café. Het moest niet gekker worden.

Voor de liefhebbers is hier het snikontlokkende liedje.

Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.

Als het een nachtmerrie was geweest

Eigenlijk was het een soort nachtmerrie. Dat ik plots met tien cursisten in een heel klein hokje zit opgesloten. Met tien computers met allemaal een ander besturingssysteem, allemaal verschillende soorten opslagdevices, met allemaal verschillende gebreken. En dan één computer met Windows 98, zonder internet, zonder memorystickherkenner, zonder cd-brander, waarop alle gemaakte stukjes moeten samenkomen. En dat ik dat dan moet regelen.

Het zou een nachtmerrie zijn die ik op verjaardagen zou navertellen. Hoe ik met een soort logikwis in mijn hoofd, met aanvinken en wegstrepen, probeerde te achterhalen hoe ik alles van A naar B zou krijgen. Ondertussen de koelbloedige docent uithangend, in een amechtige poging niet te laten blijken dat logikwissen niet mijn favoriete tijdverdrijf zijn.

Op die verjaardag zou men smalend roepen. ‘Windows 98? Dat meen je niet!’. ‘Alleen een diskettedrive? Geen cd-writer?’ ‘Wel een USB-poort, maar geen contact met nieuwerwetse dingen als memorysticks?’ ‘Wat een nachtmerrie!’. En ik zou dat beamen. Een nachtmerrie.

Het zou een nachtmerrie zijn die ik niet licht zou vergeten. Dagen later zou ik nog wakkerliggen van de franstalige Windows, de cd-drive die niet kan schrijven en de knagende geluiden als A: niet gevonden wordt. Ik zou niet in slaap komen uit angst voor weer een droom over de vraag of er misschien floppy’s in het pand zijn.
‘Floppy’s!?!?’
‘Ja, diskettes.’

Het zou een nachtmerrie zijn die ongeloofwaardig zou worden. Want de printer zou er ook ineens mee ophouden, en de reserveprinter zou niet willen communiceren met de enige computer met een werkende diskettedrive. Het zou allemaal zo ongeloofwaardig worden dat ik à­n mijn droom zou weten dat ik droomde.

Uiteindelijk, na twee dagen, zou ik dan met hangende pootjes bij de cursisten moeten melden dat er geen mogelijkheid is hun stukjes naar één punt te brengen. En zoals het een goede nachtmerrie betaamt zou ik moeten toegeven dat logikwissen niet mijn favoriete tijdverdrijf zijn. En in de ultieme nachtmerrie hoor ik dan ergens in het piepkleine lokaal zo’n tuimelende Word-paperclip met oogjes heel hard lachen. Met zo’n echo als in Thriller van Michael Jackson.

Één treinreis, één
plaat en mijn walkman

“De beweging van de trein, het ritme van de muziek, het moment van mijn leven – ik en ik alleen – het gevoel dat alles samenvalt en je buik een seintje geeft aan je hoofd: hee joh! het klopt! alles klopt! besef!”

Bij Frommel, kunt u alles lezen over mijn klassieker op het gebied van muziek. Klik – dus – door.

Update: Nu, na twee jaar, heb ik het stukje ook hier gezet.

DAYDREAM NATION DE FAVORIETE PLAAT VAN ZEZUNJA

Limbo van de Throwing Muses. De plaat viel op vruchtbaar terrein. Als er één moment is waarop elke plaat mijn persoonlijke klassieker had kunnen worden, was het dát moment. Het moment dat ik mezelf leerde kennen.

Why don’t you wake with your – Weight on me – Arms around – My favorite sound (Mr. Bones)

Ik had mijzelf voordien nauwelijks recht in de ogen gekeken en leefde op de uitlopers van een goede jeugd. Mijn eigen fundamenten waren onzichtbaar. Verstopt in zand, klei en grondwater. Nimmer blootgelegd. Nooit gecheckt op verzakking, houtrot en palenpest.

Don’t look in the mirror – Or he’ll look back at you (Ruthies knocking)

Tot ik in die trein stapte en me realiseerde dat ik aan mezelf én de leeuwen overgeleverd was. Ik zou een week lang de onderste steen bovenhalen in een extreem-rechtse stad met overdadig veel honkbalknuppels, kale koppen en machinegeweren. Zielsalleen zou ik daar mijn journalistieke plicht volbrengen. Niemand zou mij begrijpen, mijn taal spreken en me beschermen. Zielsalleen was zelden zo’n toepasselijk woord.

I’m headed for the trees over there – If that’s not a destination I don’t care (Freeloader)

Maar ik doe de plaat te kort als ik alle credits aan het moment zou geven.

De trein zette zich in gang en ik hoorde Buzz, het eerste nummer op de plaat. Buzz is een trein. Geen nummer komt meer in aanmerking voor het predicaat ‘trein’ dan Buzz. Langaam optrekken, en dan met grote snelheid beheerst doorrollen. Tsjoeketsjoek. Rails, bielzen en een voorbij schietend landschap. Dat is een trein. Dat is Buzz.

Don’t worry the bees – The buzz sounds sweet to me (Buzz)

De beweging van de trein, het ritme van de muziek, het moment van mijn leven – ik en ik alleen – het gevoel dat alles samenvalt en je buik een seintje geeft aan je hoofd: hee joh! het klopt! alles klopt! besef!

Cool place – I’m amazed – You rock me into space – You put cake – Down my throat – And in my face (Tar Kissers)

En dan rolt-ie door. Die plaat. En de trein. Hij rolt door tot het een klassieker is. Een plaat die je niet in fragmenten mag luisteren. Een plaat die ik hier dus in zijn geheel zou plaatsen. Als het zou kunnen. Een plaat die ik nu geweld aandoe, omdat ik maar vier nummers en een filmpje mag kiezen. Waardoor je de organische volgorde nooit meekrijgt. Terwijl die volgorde maakte dat ik opgepompt werd, bijgeschoold, gestuwd, gekraakt. Mijn fundamenten werden bielzen, stevig en betrouwbaar. Mijn zelfvertrouwen ging sky high. Ik zou ze een poepie laten ruiken, de fascisten. En dat deed ik. Met dank aan één treinreis, één plaat en mijn walkman.

I’m so hazy – You talking crazy – Just puts me to sleep – Sing to me – Put me to sleep – Sing to me – Sing me to sleep (Tango)

Kristin en Tanya maakten me sterk als een trein. Zo sterk als ik wil zijn.

Nederlanders maken prutjes
en flikkeren de groente erin

Goed, dus we praten anders. Ik en de Belgen. Zij praten zacht, ik hard. Zij maken korte klinkers, ik lange met een verborgen w of i erachter. Zij zeggen ‘wenen’, ik zeg ‘huilen’. Als zij ons nadoen, spreken ze Rotterdams of Hans Teeuwens. Als ik hun nadoe, is het Antwerps of West-Vlaams. Zij zeggen nooit ‘nou’, ik nooit ‘ne’. We praten anders. Ik en de Belgen.

Als ik ergens binnenkom, val ik meteen op. Mijn harde g, lange oo, mijn luide stem. ‘Hee, ‘n Hollander.’ Maar zoals ik al eerder schreef: het Nederlanderschap is niet het beste visitekaartje. Het kan lonen om eerst een paar keer vriendelijk te glimlachen en dán pas mijn mond open te doen. Hopen dat de eerste indruk al heeft postgevat, alvorens ik mijn Noordse aard toon. Dan ben ik in het beste geval een Nederlander die meevalt.

Uiteindelijk moet ik natuurlijk altijd met de billen bloot, verbergen is onmogelijk. Maar doen alsof ik een goed geassimileerde Nederbelg ben, die evenzeer walgt van Brasschaat en net zo min gesteld is op die Schreeuwnederlanders die de Antwerpse winkelstraten bevolken, wil nog wel eens helpen. If you can’t beat them, join them. Zoiets.

En zo zigzag ik met argusogen over het hindernisparcours waar de Nederbelg toe is veroordeeld. Ik ontwijk woorden die mij verraden als noorderling en probeer aan te voelen waarmee ik mij buiten de groep plaats. Ik weet dat ik me met elke ‘je’ of ‘jou’ bekendmaak en ik ben voorbereid op een vorsende blik als ik bij de slager spreek van ‘een ons’ of ‘een pond’.

Maar onlangs werd ik toch nog onverwacht ontmaskerd. ‘Gooi me er anders op de Naamsepoort maar uit’, zei ik tegen een cursist met wie ik mee mocht rijden. Voor mij een heel normale zin. Zij keek geschrokken. En toen sprak ze de briljante woorden: ‘Jullie Nederlanders ‘gooien’ en ’smijten’ zoveel.’

Vol afschuw vertelde ze over een kookforum waarop de Nederlanders spraken over ‘prutjes maken’ en de groente ‘erin flikkeren’. Ik kuchte eens, want ik ben erg van het jassen en het flikkeren. Daarna glimlachte ik schaapachtig en probeerde ik zo zachtaardig mogelijk te kijken. Vervolgens hing ik een gele post-it in mijn taalcentrum met: ‘Voortaan minder gooi- en smijtwerk!’. Ik kom er wel.

‘Ik wil een idool’, zei ik op een dag

Dat ik dol ben op Eagles of Death Metal en filmmuziek, wist u al door het ellenlange stukje dat ik vorige maand aan de hand van tientallen muziekvragen schreef. Op een zondag in de nabije toekomst zult u via frommel.blogspot.com ook te weten komen wat mijn persoonlijke klassieker op muziekgebied is en vandaag schotel ik u een soundtrack van mijn leven voor op nietlief.com, met tranentrekkers, geile liedjes en een schaamtevolle eerste plaat.

Te veel muziek bestaat niet. Toch?

Mensen die neerzijgen, ondergedompeld in een betere wereld

Gisteren kreeg ik een brief die bespoten was. Met aardbeiengeur. Van de Fortis. Ik geloofde het eerst niet. Rook aan de envelop: niks. Aan de brief: wah! Aardbeien. àœberartificiële aardbeien.

Vroeger droomde ik ervan om brieven met geurtjes te krijgen. In mijn wereld van suikergoed was een brief met een geurtje versturen en weten dat je geliefde zijn neus tegen de brief zou drukken een daad van opperste romantiek. Helaas was ik pas acht en was de enige die haar neus tegen mijn brieven drukte mijn oma. Brieven met geurtjes horen bij de pre-kalverfase.

Maar hoewel ik tegenwoordig een weekendje Parijs prefereer boven fabrieksluchtjes in een envelopje, werkt mijn Pavlov-geheugen nog als een tierelier. Dus toen ik de brief van Fortis opendeed, maakte mijn hart een sprongetje. ‘t Was een reflex. Ik kon het niet helpen. Ik was blij met een brief met een vies geurtje.

In een ijssalonwalm las ik dat Fortis mede-eigenaar is van ABN AMRO en dat men klaar is ‘voor een geweldige, nieuwe uitdaging’. En dat Fortis ”gewoon’ blijft wat ze altijd was: de bank waar de klant centraal staat’. En dat Fortis er samen met ABN AMRO ‘iets heel moois’ van wil maken.

Ja, en dan denk ik dus what the fuck?! Men stuurt een massamailing van omgehakte bomen, met daarin een lading holle frasen waar je u tegen zegt, die allemaal bespoten zijn door een onderbetaalde Chinees zonder gasmasker met een grote aardbei op zijn rug. En daar moet ik blij mee zijn?

Ik vraag me dan gelijk af hoeveel mensen er gerustgesteld raken van zo’n brief. Of er mensen zijn bij wie de buikspieren zich direct ontspannen bij het lezen van zinnen als ‘We gaan de nieuwe organisatie op zo’n manier vormgeven dat u daar als klant optimaal profijt van heeft’. Of er mensen zijn die na een zin als ‘We willen u het beste uit twee ‘bankwerelden’ bieden.’ zeggen: ‘Riet, doe mij maar een pilsje, alles komt goed’. Of er mensen zijn die de vermaledijde aardbeiengeur ruiken en vervolgens gelukzalig neerzijgen, ondergedompeld in een betere wereld. Dat vraag ik me af.

En dan denk ik aan mijn hart en hoe dat per ongeluk tóch een sprongetje maakte. En dan vrees ik het ergste.

De Niet Lief Collectie:
Zezunja’s Soundtrack

Dit stukje verscheen op 15 november 2007 op nietlief.com. Luna zwengelde het aan met de volgende inleiding:
Opdracht: Kies 5 van de volgende platen: eerst gekochte plaat, tranentrekker, playbackplaat, eerste liefdesplaat, opfokplaat, emotioneelste plaat, dansplaat, Feel Good plaat, discoplaat, schoonmaakplaat, geilste plaat, de beste Nederlandse of sterfplaat en beschrijf waarom je ze hebt gekozen.

Door: Zezunja
NB In alle stukjes over dit onderwerp zitten de linkjes naar You Tube verstopt onder de kopjes.

Eerst gekochte gekregen popplaat: ‘Mon Amour’, BZN
‘Ik wil een idool’, zei ik op een dag. Ik was toen zes en Kinderen voor Kinderen was niet stoer meer. Ik toog naar mijn nichtje voor advies, die had immers al een idool: Anita Meyer, en ze was acht maanden ouder, dus zij zou het wel weten. BZN zei ze. En zo geschiedde. Van mijn oma, voor de gelegenheid vermomd als Sinterklaas, kreeg ik de lp BZN Greatest Hits (van radio en tv reclame!) (sic!). Picture this: een Zezunja van zes die elke zondagochtend met een koptelefoon op, tong tussen haar tanden, probeert de Franse teksten hardop van de hoes mee te lezen. Met dat beeld in mijn hoofd vergeef ik het mijzelf meteen.

Tranentrekker: ‘Velha Chica’, Dulce Pontes & Waldemar Bastos
De wereld was eenzaam en alleen. Het huurhuis te duur en te donker. Mijn financiële en fysieke situatie allerminst gezond. Verliefd, verloofd, getrouwd, maar vooral gescheiden. En toen was daar ineens Dulce Pontes’ O Primeiro Canto, een plaat die heel mijn hart in een keer vulde. Alle leegte spoot er als waterdruppels uit. Plons.

Geilste plaat: ‘I like the way you move’, Body Rockers
Gedaver op de binnenplaats van het fabrieksterrein. De feestroes van een geslaagde theatervoorstelling op een zinderende zomeravond. Yuri daar, ik hier. De bas zet in. There’s so many things I like about you. We kijken elkaar aan. I just don’t know where to begin. We kijken. Steeds dichterbij. I like the way you look at me with those beautiful eyes. De puntjes van onze neuzen raken elkaar. I like the way you stare so much. We nemen elkaar in de armen. I like the way you like to touch. We zoenen traag. But most of all… We laten los. Yeah… We blijven kijken. Most of all… We glimmen op afstand. I like the way you move. We dansen.

Emotioneelste plaat: ‘Overlap’, Ani DiFranco
Het was precies zoals Ani schreef. Helemaal. Een grote liefde. Een onmogelijke liefde. We hadden het fijn. Ik zong: I build each one of my days out of hope – and I give that hope your name – and I don’t know you that well – but it don’t take much to tell – either you don’t have the balls – or you don’t feel the same. En Ani had gelijk. Maar wat heeft een mens aan gelijk?

Emotioneelsteplaybacktranentrekdoordekamerdansfeelgood&sad plaat: ‘Where is my mind’, Pixies
Ik ga ervan springen, huilen, gieren, brullen. Ik ga ervan dansen, wiegen, vliegen, deinen. Ik ga ervan wenen, blozen, kirren, zingen. Ik ga ervan zweven, leven, zwieren en zwaaien. Ik ga ervan zuchten, zweten, aaien en zoenen. Je zou kunnen zeggen dat het me iets doet, dit nummer.

Maar wat bleek:
de quasi-kunstenaar was niet zo leuk

Netwerken, ik ben er niet goed in. Het moet vanzelf gaan. Als ik vanzelf mijn familie wil bezoeken, dan doe ik dat. Als ik een opdracht wil, dan moet men mij als vanzelf een opdracht gunnen. Altijd. Gewoon. Vanzelf.

Maar soms werkt ‘t niet zo en dan moet ik naar buiten – brrr. Naar bijeenkomsten waar ik anders nooit kom, met mensen die ik anders nooit zou ontmoeten. Neem de zogenaamde netwerkbrunch, laatst. Daar ging ik als import-Belg: klaar voor het grote integreren. Met slaap in de ogen – brunchen is niet zo mijn ding – maar niettemin openminded als een oude hippie. Schoorvoetend in het zonlicht, een glas champagne, een glimlach, een hand. Maar verder bleven we eenzaam en alleen. Het ging niet vanzelf.

Tot de quasi-kunstenaar bij ons kwam staan. Eindelijk. Dat ging vanzelf. Ik slaakte een zucht en liet me nog maar eens bijschenken. Maar wat bleek: de quasi-kunstenaar was niet zo leuk. Tsja, en dan zit ik dus al onwrikbaar op het verkeerde spoor. Ik had me namelijk al helemaal verzoend met het idee dat het deze keer vanzelf ging – ook al was hij nogal arrogant. En dat ik dus moest pakken wat ik pakken kon – ook al was hij niet zo sympathiek. En dat ik hier de stam van een fiks boomdiagram te pakken had – ook al was hij niet echt attent. Een kunstenaar die mij een netwerk van jewelste zou opleveren – ook al kwamen we niet verder dan wat kroegtalk. Dus ik was vermakelijk, glimlachte schalks, peuterde een e-mailadres los, nodigde mijzelf uit als zangeres, sloeg ‘m joviaal op de schouders en deed alsof ik ‘m al jaren kende.

Thuisgekomen raakte mijn meervoudige persoonlijkheid totaal in de knoop. Ik mocht niet klagen, want deze vreselijke jongen was vanzelf naar mij toegekomen en ik kon als vanzelf aan zijn vreselijke netwerk worden toegevoegd. Dus wat was nou het probleem?

Waarop ik hem een mailtje stuurde met de mededeling dat ik momenteel niet op zoek was naar een muziekgroepje, maar dat ik wel alvast een mailtje stuurde zodat hij later zou weten wie ik was, mocht ik hem ooit nodig hebben in mijn netwerk. Gek genoeg heeft hij nooit gereageerd.

Vanaf vandaag beperk ik mij tot stukjes om en nabij de 350 woorden. Lijstjes, lappen tekst, linkdumps en luie lulstukjes zullen nog slechts uitzonderingen zijn die de regel bevestigen. In de beperking toont zich de meester. We zullen zien.

Dreadlock Holiday
of: Spoorboekje van een impulsieve daad

7:00 uur
Ik slaapwandel door het huis, mijn wederhelft dommelt uit. Er is nog geen dreiging van een impulsieve daad, daarvoor ben ik te moe. De wereld bestaat uit koffie, lichtjes en wat gemompel tegen de poezen.

9:00 uur
De stilte wint ‘t nog steeds van de storm. Ik ga aan het werk, als altijd rond deze tijd. Het huis, de poezen, mijn wederhelft: men wordt langzaam wakker. De dag gaat in slow motion uit de startblokken.

11:00 uur
We drinken koffie aan de keukentafel. We denken wat hardop. Een pingpongspel. Werk – Wereldpolitiek – Wij – En dan: ‘Ik wil mijn dreads terug’ – Ineens. Ik leg het uit. Ruim een jaar zonder. Geprobeerd te wennen. Niet gelukt. Mijn silhouet. Gemis. Identiteit.
‘We zullen sparen’, zegt hij. Voor een kapper.

13:00
Sparen duurt te lang. Mijn inborst is de ongeduldigste uit het assortiment. Ik werk door. Om de minuut afgeleid. Denk na. Over hoe. En wat. Waar. Wanneer. Waarom. Bij wie. Jaren ervaring. Ik weet het niet.

15:00
Ik noem het een dag. Het werk blijft liggen. Ik sta op. En ijsbeer. Sparen. Duurt te lang. Nu doen. Is te duur. Zelf doen. Is… Ja. En internet is mijn vriend, wederom. Veel tips. Weinig wat ik nog niet weet. Zelfvertrouwen.

17:00
‘First you start sectioning’. Acht vierkantjes. Dertig. En meer. Plukje haar. Staartje. Elastiekje. Plukje haar. Staartje. Elastiekje. Een rooster op mijn hoofd. Twee uur later krijg ik hulp. Met mijn nek. In de buurt van tachtig. Samen zijn we impulsief.

19:00
En dan moet het nog beginnen. Mijn hoofd bestaat uit tientallen staartjes. Fase 1. De geboorte van een duffels lammellengordijn. De avond is nog lang. Ik ga zelf verder. Mijn armen doen al zeer. De elastiekjes zijn klein. Mijn vingers pijlsnel beurs.

21:00
Tegenkammen. Backcombing. Touperen. ‘Use a metal comb’. Waarom, vraag ik me af. Ik pak een plastic kam. Drie tanden breken. Op de eerste dreadlock. Ik pak een ‘metal comb’. Boven mijn macht werken. Ik haat het. Tientallen staartjes. Ik haat het. Ten diepste.

23:00 uur
Mijn armen hebben elk een akkefietje. Met de zwaartekracht. De helft nog niet in zicht. ‘t Gaat langzaam. En traag. En helemaal niet snel. Geduld voor de schone zaak. Spierpijn. Het lukt. En daarmee wordt het mooi.

01:00
Acht uur gewriemel. Met kammen. Elastiekjes. Haarvet. Mijn spiegelbeeld. Het is nog lang niet af. Sloddervos. Polletje Piekhaar. De bovenste plank. Ik geef het op. Vandaag is voorbij.

(36 uur later, na een reis als Polletje Piekhaar naar Amsterdam)

20:00
Spierpijn in m’n billen. Dat had ik niet verwacht van werken boven mijn macht. Het kruipt in je kont. Ik ga geduldig verder. Breng model aan. Ronddraaien. Haarvet. Ronddraaien. Vastmaken. Afknippen. En opnieuw. Telkens opnieuw. Nog tachtig.

22:00
De spiegel toont Tracy Chapman. Lauryn Hill. Hakim. Met wallen. En pijn. In mijn armen. Een beurse bil. Ik kijk docu’s. Van Tony Soprano over Irak, van Zembla over letselschadeadvocaten. Over Michel Siffre en de biologische klok. Een interview met Naomi Klein. Lang leve de tv. Anders is zo’n impulsieve daad niet te doen.

24:00 uur
Mijn vingers voelen bont en blauw. Mijn hoofd ook. Ik denk aan het vrouwtje. Dat gisteren op de bushalte vies naar mij keek. Leuven en dreads. We zullen zien of ik aan pek en veren ontkom. Ze worden wel steeds netter. De nacht nadert. Het einde nog niet.

01:00
Met een band om mijn hoofd zijg ik neder. Het voelt weer als een jaar geleden. Ik leg een vilten kussen op mijn kussen. Zo gaat-ie goed. Zo gaat-ie beter. Alweer een kilometer. Morgen nog een kwart te gaan.

(na een lange nacht wegens doodmoe)

12:00
Met goede moed begin ik. De kam is een slagveld. De ijzeren tandjes zijn allemaal krom. Voor sectioning moest ik hulp. Het dread maken doe ik zelf. Ook van achteren. Helemaal zelf. Boven mijn macht. En achterste voren.

14:00
Het lukt. Het gaat. Vooruit. Het eind. In zicht. Ik kan geen boe of ba meer zeggen. Geen haarvet meer ruiken. Geen elastiek meer zien. Nog even. Nog even. Nog even. Nog even.

(ik pauzeer)

17:00 uur
Nog eentje in mijn nek. En een boven mijn oor. En eentje in het midden. En eentje rechts. En eentje links. En eentje… Ik wil niet meer, ik wil niet meer, ik wil geen dreads meer maken, ik wil niet kammen elke keer, geen elastiek aanraken. Ik ben het helemaal zat.

19:00
Geen boe. Geen ba.

21:00 uur
Ik ben moe. Zo moe dat ik niet meer kan uitdrukken hoe blij ik ben dat ik klaar ben. Hoe blij ik ben dat ik het gedaan heb. Hoe leuk ik het vind. Hoezeer ik me onder dit afdakje thuisvoel. Hoe goed het is om af en toe een impulsieve daad te doen – ook al moet je er drie dagen vakantie voor nemen – een Dreadlock Holiday. Zo moe dat ik niet eens meer een mooie foto kon nemen. Zo moe, maar zo voldaan.

Acquisitie II – een tweedelig drieluik

het zijn dagen
als een boterham
op een bordje
hap eruit

verlaten door
de man
die beet
en zonder iets te zeggen
wegging

naar oorden
om woorden
en honger
verlegen

droog
en hard
van tanden
tot kaken
kraken
en hij
je ziet

de man
die smeerde
met een mes
en het risico
op
te zijn

(zie ook Acquisitie I – een tweedelig drieluik)

Zezunja doet van knutselen

Let op, het is een eitje.

Men neme een fotolijstje ‘dat toch al stuk is’, eentje waarvan het glas al lang geleden sneuvelde en dat men toch maar steeds bewaarde, omdat men er misschien ooit nog iets leuks mee kon doen. Dát fotolijstje neme men en men hale het uit elkaar (pas op voor verdwaalde glassplinters).
Vervolgens neme men een oude pizzadoos. Men schrape – in het beste geval – de uitgedroogde tonijn van het karton of men vege – in het slechtste geval – het nieuwe leven uit de doos.
Dan legge men het achterkantje van het lijstje op de pizzadoos en met een stanleymes volge men de vorm van dat achterkantje. Afhankelijk van de dikte van het lijstje kan men een tweede stuk karton uitsnijden.
Daarna neme men een rol schoolbordplakplastic (verkrijgbaar bij Blokker) en men legge het stuk pizzadooskarton op het plakplastic. Men trekke met een potlood een lijn rond het stuk pizzadoos en men snijde het stuk schoolbordplastic uit.
Voorzichtig plakke men vervolgens het schoolbordplakplastic op het stuk pizzadooskarton. Men wrijve het goed aan.
Tot slot zette men het getransformeerde stuk pizzadooskarton in het nog-net-niet-afgedankte fotolijstje, men jasse een spijker in de muur, men schaffe wat krijtjes aan en voilà : een leitje om boodschappen op te schrijven.

NB Pizzadooskarton kan eigenlijk beter vervangen worden door chic, dik karton zonder ribbels, maar mijn ervaring reikt niet verder dan die pizzadoos.
NB Ik gok op 3x 3x 3x woordwaarde.

Een engel in bed: reclame

Op nietlief.com kunt u deze zin vinden:
“Het grote nadeel van een onenightstand is mijns inziens dat je onvoorbereid een engel in bed moet zijn.”
Lees hiero verder.

De Niet Lief Collectie:
Van babyvet tot Japans vouwen

Dit stukje verscheen op 6 november 2007 op nietlief.com. Ik zwengelde het zelf aan.

Lieve NietLiefjes,
De rituelen voorafgaande aan een eerste date zijn tijdrovend, gestuurd door bijgeloof en ingegeven door een ongezond soort zelfbewustzijn. Mijn opdracht voor deze week is: beschrijf de gewoonten, rituelen en oppeppers die horen bij jouw voorbereiding op een spannende avond of nacht.
Ik zal van wal steken.

Het eerste tijdperk is De Puberangst.

De tijd van: Waar zit mijn babyvet? Kan ik dat weghalen? En: Waar heeft mijn vader zijn scheermes gelaten? Het is de tijd dat ik zelf nog geen scheermesjes heb, maar wel weet dat ik mijn benen moet scheren. Het is de tijd dat ik het oogpotlood van mijn zus leen, waardoor ik een ontstoken oog krijg, want oogpotloden uitwisselen is taboe. De tijd dat ik oorbellen van een vriendinnetje leen, waardoor ik ontstoken gaatjes krijg, want oorbellen uitwisselen is eveneens taboe. De tijd dat ik me afvraag of mijn borsten wel groot genoeg zijn.

Het tweede tijdperk is De Vrijgezelliteit.

Gewiekst ben ik. Altijd voorbereid op elke denkbare ontwikkeling die een nacht te bieden heeft. Logeergerei in de binnenzak van mijn motorjack, het juiste ondergoed aan en wolkjes parfum op verborgen plaatsen. Niet weten waar ik tegen het ochtendgloren zal zijn, maar stiekem hopen dat het niet thuis is. Thuis waar het op de avond zelf zindert als in de kleedkamer van een theater, met dozen schmink en een spektakel in het vooruitzicht, maar waar ’s nachts bij thuiskomst de feestroes is teruggebracht tot een spoor van kleren op de vloer die zijn gesneuveld in het ik-heb-niks-om-aan-te-trekken-proces.

Het derde tijdperk is La Nonchalance.

‘Ik ben niet op zoek’. Steeds maar weer zeggen dat ik niet op zoek ben. Dat het vanzelf moet komen. En dat het komt als het komt. En anders niet. Maar intussen voorafgaand aan elk feestje een motiefje scheren, m’n tong poetsen, een bh aantrekken die geen al te grote teleurstelling veroorzaakt als-ie eenmaal uit moet. De leugen moet zo dicht mogelijk bij de waarheid blijven. ‘Ik ben niet op zoek.’

Het vierde tijdperk is Het Poldermodel.

Het grote nadeel van een onenightstand is mijns inziens dat je onvoorbereid een engel in bed moet zijn. Terwijl ik in een relatie babbelenderwijs eindeloos veel encyclopedische kennis over de voorkeur van mijn verloofde opdoe. Door onbewust dagelijks te polderen weet ik precies welke combinatie van stoer en charmant het meest aan hem besteed is. Wat ik al bijeen polderde: een hoodie, wilde haren, een pijpjesonderbroek, de rockabillycoupe.

Het vijfde tijdperk is Het Origamitijdperk.

Dan ken ik mezelf dus nèt hè. Dus ik wéét dat ik de rest van mijn leven blauwgelakte teennagels wil en dat baggy trousers ook heel sexy kunnen zijn, en dan komt daar ineens een rà­mpel tevoorschijn. Onder mijn oog. En in mijn voorhoofd. En in de hoekjes van m’n oog. En verdomme! In mijn frons! Dat is het moment dat ik alle zeilen moet bijzetten om mezelf opnieuw te leren kennen. Het moment van de goede voornemens: 1. niet meer mijn wenkbrauw optrekken, want dat is als een steen in een vijver: één wenkbrauw leidt tot een golfbeweging op mijn voorhoofd. 2. altijd checken of er geen make-up is achtergebleven in die richel onder mijn oog, want dat is meestal wel het geval. En 3: ik moet me erbij neerleggen dat er een periode van plooien en vouwen volgt, een periode van waakzaamheid en origami.

Het is al laat.

Iets gelukzaligs

Er zit iets gelukzaligs in deze winter. Het vallen van de duisternis. Als het gaat spoken. In mijn hoofd. En als de maan schijnt. Door de bomen. Dan doe ik van de kerstman. Van Ho! En van voilà .

Er zit iets gelukzaligs in deze winter. Van pianomuziek op de achtergrond. Een volle koelkast. De was die langzaam klotst. Van samen aan zee. Onder twee dekbedden.
Zeggen hoe warm je wang wel niet is.

Allegaartje (7)

Dingen waar ik sinds kort fan van ben.
1. de winkel in de Dampoortstraat in Gent die alleen maar kerstverlichting verkoopt, in alle soorten en maten
2. de verzamelaar Top Dance uit begin jaren negentig, met het nummer French Kiss
3. de schapen van Octavie – ik wil een trui van Trui

Dingen die onlangs tot gegrom leidden
1. dat mijn kortgeleden voor 50 euro gerepareerde fiets nog steeds niet in de eerste versnelling blijft staan
2. dat de sociale verzekeringsbank dit kwartaal ineens 1000 in plaats van 500 euro wil zien, omdat ze mij begin dit jaar een rekening te weinig stuurden om mij te beschermen – dà»h
3. de errormelding ‘Andere Fout’ bij Skype

Dingen die het huis gezellig maken
1. grote, bolle potten chrysanten all over the place
2. verjaardagsslingers die we twee weken lieten hangen
3. de blauwe lichtjes boven de bank uit die winkel in Gent

Dingen die ik niet mag verklappen
1. wat ik mijn lief dit weekend ter ere van zijn reeds verlopen verjaardag aanbied
2. een project waaraan ik werk
3. de antwoorden op de vragen van de eightiesquiz die we op oud en nieuw organiseren

Momenten die vreemd uitpakten
1. het moment dat ik Yuri de prijs van mijn jas vertelde – ruim minder dan dit bedrag – en hij tóch schrok
2. alle momenten dat ik bijna iets over komend weekend verklapte, maar het gesprek net op tijd een andere draai wist te geven
3. het moment dat de overbuurman mij al piemelzwaaiend zijn ware aard liet zien

Dingen die ik onlangs voor het eerst deed
1. samen een film kijken in de trein op een laptop, allebei met een koptelefoon
2. op enorme steps steppen
3. autorijden

Dingen die mijn huisgenoten onlangs voor het eerst deden
1. Sjeik gaat sinds kort in gevecht met mensen op tv
2. Yuri at gisteren zijn eerste pepernoot
3. Mike bleef een middag buiten omdat een ballon – brrrr – in de keuken lag

Dingen die dezer dagen nostalgie veroorzaken
1. de platenspeler die Yuri vorig weekend heeft aangesloten
2. de voorbereidingen voor de eightiesquiz – schoudervullingen en Gorbatsjov
3. dat ik Yuri moest uitleggen dat roggebrood in Nederland in vierkante doosjes verpakt verkrijgbaar is bij de supermarkt en dat het dan niet op brood lijkt

Dingen die me verbazen
1. dat de lezers van een interview over/met mij vonden dat de citaten die aan mij werden toegeschreven heel Noord-Nederlands waren, terwijl ik vond dat ik te Vlaams werd geciteerd
2. hoe lang het stuk plastic was dat Yuri zojuist uit Choco’s kont trok
3. dat Choco de rode stoel uitkiest om op te kotsen sinds een paar minuten verbaast me dat dus niet meer zo, zie punt 2

Dingen die ik onlangs schreef
1. “Ik zou bijna zeggen: happy allerheiligen, maar da’s niet zo gepast geloof ik.”
2. “Er liggen duizendeneen losse eindjes en ik kon ineens helemaal geen prioriteiten meer stellen.”
3. “Groeten aan The Brady Bunch.”

Dingen die ik ooit beloofde te schrijven
1. het derde deel van Naïef en boeklezend, met een hoofdrol voor de latex handschoentjes
2. het tweede deel van Wat weblogwaardig was achter de coulissen
3. een lijst met alle zijdelingsen

Update:
Dingen waar ik nog naar moest linken
1. mijn stukje op nietlief.com, Ich bin ein Pijper (und blaziert und ein Namedropper)
2. het interview met het voltallige Niet Lief Collectief in de nieuwe editie van about:blank
3. De andere Allegaartjes:
Allegaartje (1)
Allegaartje (2)
Allegaartje (3)
Allegaartje (4)
Allegaartje (5)

Allegaartje (6)