Archief in maanden: december 2007

De kleutermonologen – 10 situaties die mij dit jaar noopten tot Vlaams spreken

10. In de kroeg. Als ik een biertje, cappuccino met geklopte melk of een tosti bestel, dan moet ik dat gegarandeerd herhalen. Een pintje, een cappuccino met melkschuim of een croque monsieur hebben direct het gewenste effect.

9. Tegen de poezen. Waarom weet ik niet, maar de poezen zijn meneerke en mevrouwke, en gij of gelle. Al mijn zinnen tegen de poezen beginnen met hedde gij, zijde gij, waarde gij en dan volgt daarna vaak nog iets Vlaams als buikske of pollekes.

8. Tijdens het klussen. Ik vraag of er nog vijzen in de stellingkast komen, ik zoek de kleine nagelkes, ik ben steeds het blikske en borstelke kwijt en roer met de tournevis wat white spirit door de verf.

7. Tijdens het lesgeven. Ik demp mijn harde g waar mogelijk, ik sis mijn s wat meer. Ik vervang alle BN’ers in mijn voorbeelden door BV’s. De Telegraaf heet plotseling Het Laatste Nieuws en de grote interviewers hier zijn…, uh… ja, wie zijn dat eigenlijk?

6. In de liefde. Sjoeke klinkt liever dan scheetje of poepje. Ik zie u graag klinkt niet versleten. En voor de gein doe ik ‘m af en toe binnen.

5. Bij de bakker, wanneer ik een boterkoek bestel in plaats van een croissant, wanneer ik heel nonchalant woorden als frangipanneke of mattentaart gebruik, wanneer ik niet probeer te denken aan gevulde koeken en appelflappen.

4. Op feesten en partijen. Het duurde even voor ik doorhad dat niemand gefeliciteerd zegt. Het is proficiat. En het duurde ook even voor ik doorhad dat er op bijzondere dagen wèl drie keer wordt gekust. Maar sinds kort roep ik vol overtuiging tsjing of schol in plaats van proost.

3. In het betalingsverkeer. Bij de kassa begrijpen ze bancontact en proton wel, ‘pinnen’ en ‘chippen’ niet. Ik moet niet reppen van stuivers en tientjes, want dan krijg ik gefronste wenkbrauwen. En vragen om bonnetjes of tasjes schept ook verwarring, dat moeten tickètjes en zakjes zijn.

2. In de auto, tijdens de autorijlessen. Als de instructrice consequent spreekt over autostrade, ambriage, pinker, tarmac en camion, in plaats van snelweg, koppeling, knipperlicht, asfalt en vrachtwagen, dan neem je dat vanzelf over.

1. In mijn hoofd. Het Nederlands verdwijnt langzaam uit mijn hoofd. Ik merk dat ik soms Vlaams denk en droom. Ik moet lang peinzen voor ik in plaats van faar op het woord mistlicht groot licht kom. En soms mijmer ik drie keer het woord ‘gaan’ in één zin. (‘Ik ga maar eens doorgaan gaan.’)

De kleutermonologen – 10 redenen waarom de kleutermonologen niet elke dag verschijnen

10. Omdat ik een veel te optimistisch mensch ben. Ik dacht dat ik er in deze helse tijden wel elke dag één of meer stukjes uit zou persen. Ik zeg: alaaf en no way dus.

9. Omdat ik deez’ week naar Warhol in het Stedelijk ga.

8. Omdat ik uren en uren in de trein zal zitten: Hasselt en A’dam, here I come. (come en Amsterdam rijmen, als je het cheezy uitspreekt – kom ik nu pas achter)

7. Omdat mijn geliefde vrienden een weekendje komen logeren.

6. Omdat ik voor Oud en Nieuw een eightiesquiz aan het maken ben, samen met de Yuri. En ik me dus helemaal onderdompel in Willem Ruis, Five Star en de Iran Contra-affaire.

5. Omdat ik mijn dwarsfluit zojuist heb herontdekt en dat is veel kerstiger dan een weblog.

4. Omdat ik hilarische multiple choicevragen moest bedenken voor wederom een quiz: de traditionele kerstavondquiz op 24 december bij mijn schoonouders.

3. Omdat mijn huis nog schoon moet voordat mijn geliefde vrienden en de eightiesquizers mijn huis weer vies komen maken. Hoe kan ik ooit een huis met zeven kamers gewild hebben? Heer, tell me!

2. Omdat we ook nog lootjes hebben getrokken voor kerstavond en ik me steeds afvraag wanneer dat ook alweer is. Morgen? No way! Ga weg! Dan al?! Fuckerdefuck! Met andere woorden: omdat ik me een spreekwoordelijke slag in de rondte aan het papier-machéën ben.

1. Omdat ik desnoods mijn kleutermonologen het nieuwe jaar in trek. Ik ben immers nog een hele tijd vier jaar oud en ik heb verdomme óók vakantie. Hoor.

De firma Zezunja wenst u wel heel fijne dagen, want zo ben ik ook wel weer. Dat ik me over de kop quiz, daar hoeft u geen last van te hebben. Dus.

De kleutermonologen –
Uw trouwe vriend

Mocht u zich afvragen wie nou eigenlijk uw trouwe vriend is…
(en speciaal voor de Disfunctionele Huismoeder: als altijd: klik op het plaatje voor een volledig beeld – *steekt tong uit*)

De kleutermonologen –
Men vraagt wat ik doe

In het kader van de kleutermonologen mag iedereen verzoekpraatjes aanvragen.
Octavie schreef: “Ik ga nog even nadenken over het verzoeknummer. Misschien iets over je werk? Wat je allemaal doet en schrijft voor Het Eiland Neus.”

Wat ik allemaal doe voor Het Eiland Neus kan ik kort samenvatten: alles. Al moet ik de kont van de koning kussen: ik doe het. In februari bestaat Het Eiland Neus één jaar en hoewel mijn inkomen nog niet is om over naar huis te schrijven, heeft dit jaar toch wat vruchten afgeworpen. Ik heb drie organisaties weten te strikken voor mijn cursussen, de laatste was de SchrijversAcademie in Antwerpen. In het voorjaar staat daar een cursus Columns op het programma van vijf bijeenkomsten en daar ben ik blij mee. Verder doen wij hier ook nog wat vormgeven, wat brainstormen en wat t-shirtjes verkopen.

Voor het overige doet Het Eiland Neus veel onbetaald werk, zoals daar zijn: administratie, acquisitie, onze eigen website bouwen, ons kantoor ordenen en de poezen tevreden houden.

En last but not least: Het Eiland Neus schrijft zich een slag in de rondte. Helaas kan ik niet alles hier citeren, omdat nog niet alles gepubliceerd is, en helaas kan ik ook niet alles met naam en toenaam noemen, omdat niet elke opdrachtgever geassocieerd wil worden met een vuilbekkende Zezunja, maar ik kan wel lukraak wat zinnen overnemen uit een paar willekeurige door bloed, zweet en tranen tot stand gekomen teksten.

* “Boeren, bikini’s en beugelbekkies, dat zou een korte samenvatting van het spel kunnen zijn. Er wordt wat afgeboerd. En hoewel de konijnen nooit echt seksueel geladen zijn, dragen ze toch waar mogelijk een leuk broekje onder hun overbeet. Bovendien is het dus zaak veel rommel te maken, veel vieze geluiden te produceren en veel andere konijntjes tot moes te slaan. Als klap op de vuurpijl hullen de rabbids zich in obscure bloemetjesjurken en luiers met een veiliggheidspeld. Meligheid ten top, maar wel op hoog niveau.”

* “Hoe leg je het onderwerp van je scriptie uit aan je kleine zusje?
Ik heb voor een stabilisatiesysteem van een schip een bedieningspaneel ontworpen, ik heb gekeken waar je het systeem in de machinekamer kunt plaatsen en ik heb getest of de generatoren de belasting aankunnen. Het systeem moet voorkomen dat een schip gaat slingeren.”

* “En zo moet het ook zijn. Mevrouw de professor mag hem uiteraard behoeden voor al te grote uitglijders op het gebied van aardse zaken als uiterlijk voorkomen en lichaamsgeur, maar u moet er toch niet aan denken dat onze verstrooide professor ineens met een Porsche de campus op komt rijden. Nee, de verstrooide professor hoort op de fiets te komen, met een slingerend spatbord. Liefst door de regen. Met een walm van pijptabak om zich heen. En hij hoort een tic te hebben; een eigenaardige eigenschap die hij niet kan bedwingen. Het is immers een verstrooide professor.”

* “De btw-kwestie is een voorbeeld daarvan. Het zou logisch zijn als een psycholoog over een consult geen btw hoeft te heffen, omdat – daar zijn ze weer – artsen dat ook niet hoeven. Maar de Administratie, in dit geval minister van Financiën, verschuilt zich achter het feit dat het beroep nog onder de vrije intellectuele beroepen valt, in tegenstelling tot de meeste andere gezondheidsberoepen. Waarmee de bal bij minster van Volksgezondheid en Sociale zaken ligt, die de psycholoog eerst zou moeten erkennen als gezondheidsberoep. En zo komt een wijziging in de wet maar moeizaam tot stand.”

* “Maar niet alleen de zelfverzekerdheid van de speler kan door zijn of haar personage een boost krijgen, ook sociale vaardigheden kunnen erdoor toenemen. “Door het spel en hun personage leren veel spelers het belang van samenwerken en rekening houden met een ander. Als je in je eentje opereert, word je in veel spelletjes binnen 20 seconden neergeknald”, vertelt Malliet.”

* “De bestuursvoorzitter is van mening dat de doelstellingen van transparantie en kwaliteit ook de inschrijvende bedrijven ten goede komen. ‘Het is eigenlijk heel simpel’, zegt Camps, ‘wanneer het circuit van inkopers geen enkele relatie heeft tot de inhoud van het product, is het logisch dat er op de prijs geselecteerd wordt. Maar voor de uitvoerder wordt het dan wel heel moeilijk om het product en de kwaliteit daarvan inhoudelijk over het voetlicht te brengen.’”

* “Droge vlokken worden gebruikt om als compacte isolatie in wanden, plafonds en vloeren te spuiten. Met gebruik van warmtenevel is het ook mogelijk de vlokken al sproeiend tegen wanden aan te plakken en op die manier verwarmings- en electriciteitsleidingen in te kapselen.”

* “6 – TAKE IT EASY Zorg dat je op tijd vertrekt, dat je niet hard hoeft te fietsen, niet hoeft te hollen. En besef: trams en bussen zijn altijd vol als dat niet goed uitkomt.”

* “Liefhebbers van standje 69, pi of de geboortedatum van hun geliefde kunnen per direct een .nl-domeinnaam laten reserveren met daarin alleen getallen. De officiële instantie, Stichting Internet Domeinregistratie Nederland (SIDN), registreert pas in januari 2008 deze zogenaamde numerieke domeinnamen, maar internethost Mijndomein.nl biedt nu al de mogelijkheid om zo’n webadres te reserveren.”

* “Ook Luyendijk zelf werd gemanipuleerd. Bladzijde na bladzijde vertelt hij over de bronnen die hij sprak – terroristen, ministers, woordvoerders, nabestaanden, ooggetuigen, vredesactivisten – en bladzijde na bladzijde neemt de ontgoocheling toe: iedereen wordt betaald. Mensen die worden geïnterviewd als onschuldige slachtoffers blijken ingehuurd, de geheime dienst is alom tegenwoordig en iedereen praat wel een geldschieter naar de mond. Als de camera’s draaien worden we allemaal voor het lapje gehouden, inclusief de journalist.”

De kleutermonologen – Krevtiu!

De kleutermonologen – Andere webloggers

Ik heb al vaak iets willen schrijven over andere webloggers, maar meestal durfde ik het niet. Ik raak snel geïntimideerd door grote getallen en mijn mening is te scherp om er vriendjes aan over te houden.

Maar nu dan toch: ik ga schrijven over andere webloggers.

Ten eerste de verzuchting dat er ongelooflijk weinig goed geschreven weblogs zijn. En erger: er komen steeds meer weblogs, maar in tegenstelling tot wat ik ooit zei (‘Er zullen steeds meer pareltjes komen’): er komen maar heel weinig echt mooie weblogs bij. Shame on you, jullie webloggers!

Een verklaring voor het feit dat er meer weblogs komen, maar dat het aantal mooi geschreven weblogs niet in verhouding staat tot de toename, is het feit dat sommige mensen er gewoon mee stoppen. Ja, en dat mag dus niet hè! Goddomme, wat moet er van de wereld worden als Bart van der Griendt er gewoon mee ophoudt, als Charlotte nooit meer schrijft, als er op Bijzinnen nooit meer iets verschijnt? Nou?

Verder heb je natuurlijk nog de webloggers die er nog wel zijn, maar die er eigenlijk al niet meer zijn. Zie verder het kijkcijferkanon Merel Roze, of haar collegaschrijver vandenb. Beiden van de harde kern, beiden arrogant in al hun gewoonheid, maar beiden nauwelijks nog iets te bieden op het wereldwijde web. Jammer, maar helaas.

En kijk, dat schiet dus niet op hè. Verhuizen naar België leek de oplossing. Ik vertoef nu in de twilightzone van het virtuele Hazeldonk. Ik mag meeliften op zowel Nederlandse als Belgische webloghypes, ik mag me laven aan mooie dingen uit twee landen. Maar het mag niet baten, want in Nederland is het schrijfniveau dan misschien belabberd, in Vlaanderen is het schrijfniveau op weblogs – in tegenstelling tot wat men tien-voor-taal-en-groot-dictee-gewijs zou verwachten – zo mogelijk nog beroerder. Alleen al de lijst met genomineerden voor de Site van het Jaar van Clickx. Mijn hemel, wat een vreugdeloos zooitje.

In Vlaanderen valt vooral veel eer te behalen met ‘ons kent ons’. Veel toppers in de lijst zijn webloggers die borrel na borrel afstruinen en op wat voor manier dan ook vriendjes maken, de schrijfstijl of onderwerpkeuze is totaal ondergeschikt. Het zou gemakkelijk zijn om nu iets over corruptie te zeggen, maar daar wil ik eigenlijk niet naartoe. Wel kan ik vaststellen dat talent absoluut minder prioriteit krijgt dan vriendjespolitiek. En dat leest niet lekker.

Maar om niet al te somber over te komen: er zijn er wel een paar hoor, Vlaamse webloggers die prachtig schrijven. Neem Good Ol’ Tante Annie, of Lilith van Tales from the crib. Of de schrijfsters van niets.dan.vuur en Flora Fleempaard. Stuk voor stuk dames die ik met liefde een pen laat vasthouden.

Vlaamse mannen zegt u? Kuch ende stotter. Een nedervlaam misschien, m’neer Victoria. En mijn eigenste vriendje natuurlijk. En verder… uh… Eddie From Ohio komt in de buurt. Mag ik misschien vaststellen dat het geen vetpot is?

Goed, nu weer even kakken in mijn eigen nest. De Nederlanders. Ik zal het zo hebben over wat ik wél mooi vind, maar ik wil nog even dalen in de populariteitspoll door te zeggen dat ik het vooral een hoop stront vind, wat ik zoal op weblogs lees. Nederlandse mannen die mooi kunnen schrijven? Pluk de nacht, meneer Jaeggi en Frommel. En dan zijn we er wel zo’n beetje. Waar zijn die gevatte mannen met een zwierig handschrift?

Op wie kunnen we dan nog bouwen hede ten dage? Nou de ludieke dagboekbloggers, zoals ik ze maar noem: I van I+R, Cockie en Eliane. En de dames met een jaloersmakende stijl zoals Het Meisje Dat Op Dinsdag Het Bier Schenkt, Octavie, Nynke en Jacq. En verder prijs ik mijn collectiefgenoten, omdat ze consequent doorschrijven en elke dag beter worden. Maar weet je? Daar vult een mens zijn rss-reader niet mee.

Dus lieve lezers: open mij de ogen en zeg dat het allemaal zo erg niet is. Dat er best mooie weblogs bijkomen en dat niet alle goeien ermee stoppen. En geef mij pliespliesplies de url van die parels. Ik heb ze hard nodig.

En u dacht dat dit een controversieel stukje was? Dan heeft u dit nog niet gelezen. Voor het overige: u mag als altijd meepraten, maar deze keer ga ik voor de gein ook naar u luisteren. Dus grijp uw kans en laat mij schrijven, laat me door het stof gaan of wijs me op mijn onvolkomenheden. (Onvolkomenheden? Wie? Ik?)

Soms… ben ik een fascist

“Het is jullie schuld dat ik een extremist ben geworden. Een fascist. Dat ik bang ben voor ‘de meeste stemmen gelden’. Dat ik weet dat ik het nooit zal winnen van het Studio 100/RTL4/Het Laatste Nieuws/Story en Privé-publiek. Dat de VPRO, GroenLinks en de omzet van een mooie dichtbundel altijd klein zullen blijven.
En dat ik jullie daardoor allemaal dood wens.”

Lees de rest van mijn hatemail op nietlief.com.

De kleutermonologen – Het webloggevoel

Waar moet ik beginnen als ik over vier jaar webloggen wil webloggen. Het weblog? De veranderingen? Het publiek? De weblogwereld? De techniek? Het concept? Webloggen en vriendjes/werk/familie/hobby’s?

Ik ben een vrouw, dus ik begin bij het gevoel.

Eerst is er het gevoel van ‘eng’. Internet is nog een beetje eng, openbaarheid is nog een beetje eng, reacties zijn nog een beetje eng. De toekomst is nog een beetje eng. Schrijven en gelezen worden is al met al doodeng.

Daarna komt de verslaving, de grond onder mijn voeten wordt steviger. Het fundament van ruchtbaarheid, regelmaat en reacties stuwt me op in mijn exhibitionisme. De wereld bestaat uit een doos met een lichtje erin waarop mijn eigen woorden langstrekken.

Plotseling duikt daar voor het eerst de verplichting op. Ik wil behagen en behaagd worden, elke dag opnieuw, nooit een dagje niet. Bang dat mijn statistiekentellers onverbiddelijk zijn, evenals mijn reageurs en mijn blogrollvriendjes.

Tijd voor een moment van contemplatie. Het moet leuk blijven. Voor mij. Het moet leuk blijven. Voor de lezers. Het moet leuker worden. Dan het is. Veel leuker. Plaatjes, muziekjes, een eigen lay-out, een goede foto.

Dan komt de fase van weblogger onder de webloggers. Hoe val ik bij anderen. Wie linkt mij wel, wie linkt mij niet. Hoe ver schop ik het bij de Dutch Bloggies. Waarom lezen ze mij niet. Wie zijn mijn vrienden en waarom.

Ongemerkt maakt de verslaving plaats voor sleur. Een weblogvriendje gezocht, mezelf populair gemaakt, zeshonderd bezoekers per dag, tien reacties per stukje, soms veertig. En alles is gewoontjes. Zo gewoontjes als maar kan.

Volwassenheid is in aantocht. Van een prefab-site naar mijn eigen domeintje. Een tricky stap, want de aanwas van lezers is minder groot op een eilandje in de grote oceaan dan op een schiereiland in de Schelde. Maar ik doe het, want ik ben een krak. Kan mij het bommen…

En dan de status quo. Al vier jaar oud, door de wol geverfd met sleur en verslaving, populair geweest en verguisd op straffe van tweehonderd bezoekers minder, overal vriendjes, overal lezers, maar ook overal niet. Een woordenstroom die nooit op lijkt te houden.

Ik ben heel benieuwd wat de volgende fase zal zijn.

Heeft u nog vragen over mij, over het webloggen of over dit stukje: feel free, het reactiedinges is open. Voor alles over de kleutermonologen kunt u hier kijken.

De Niet Lief Collectie:
Jullie zijn met te veel en jullie zijn te dom

Dit stukje verscheen op 18 december 2007 op nietlief.com. Ik zwengelde het zelf aan. Zie het tekstje onderaan.

Aan iedereen die ooit op Geert Wilders, Rita Verdonk, Jean-Marie Dedecker, Vlaams Belang of good ol’ Pim Fortuyn stemde.

Het is jullie schuld. Dat ten eerste. Niet alles is jullie schuld, maar toch wel een boel.
Zo is het jullie schuld dat mijn wereldbeeld naar de klote is. Dat de warme deken van empathie en solidariteit een warme deken van herinnering is. Uit de tijd dat men massaal posters met geknakte kernbommen voor de ramen hing. Ik was nog een kleuter. Daarna kwamen jullie.

Het begon in de luwte. Met Janmaat, die men toen nog wilde opblazen. Met Karel Dillen met zijn grote brillen. Zonderlinge types, Koot en Bie-achtig. Nauwelijks bedreigend, geen sex-appeal. De Telegraaf was wel al de grootste krant, de Tros de grootste omroep, maar jullie publieke opinie kwam vaak niet verder dan de toog van Bolle Jan. Godzijdank.

Nu is alles anders. Jullie zijn uit de luwte gekropen om langs de weg te gaan staan bij het overlijden van Fortuyn en sindsdien zijn jullie als het ware op straat blijven hangen, met een paar miljoen man.

Jullie staan daar op Marokkanen te spugen, bange Almeerders en nietsontziende grootverdieners zij aan zij. Jullie bivakkeren massaal in stemhokjes en jullie geloven heilig in partijen met namen als Partij voor de Vrijheid (Wilders), Trots op Nederland (Verdonk) en Partij voor het Gezond Verstand (Dedecker). Geef toe: dat is verwijtbaar. Bij het horen van dergelijke niet-van-een-Schlager-te-onderscheiden namen, weet je bij voorbaat zeker dat punt 1 op de agenda van de ministerraad zal zijn: ‘Kunnen jullie door een waterkraan?’.

Zover zijn we dus nu in Nederland en België en daarmee is het jullie schuld dat ik tegen de democratie ben. In een goede democratie hebben jullie recht op jullie coup. De meerderheid telt en als de meerderheid bestaat uit intellectueel verloederde xenofoben dan mag dat. Het is dus jullie schuld dat ik nu tegen een goede democratie ben. En dat is erg. Echt. Heel. Erg.

Het liefst zou ik hebben dat jullie niet mochten stemmen. Jullie zijn met te veel en jullie zijn te dom. Verkiezingen leiden tegenwoordig steevast tot jullie overwinning en dat zijn jullie mijns inziens niet waard met jullie ikke-ikke-ikke-en-de-rest-kan-stikke-mentaliteit.

Maar het is nog erger. Het liefst zou ik hebben dat jullie je niet mochten voortplanten, want het grote probleem is dat jullie met zovéél zijn. Als jullie nou klein en zielig bleven, zoals de SGP, dan vond ik jullie een aanwinst voor de democratie. Ik gun alle soorten freaks een platform. Maar twee zetels is wel het maximum, dertig vind ik way over the top. Dan houdt het voor mij op.

Het is jullie schuld dat ik een extremist ben geworden. Een fascist. Dat ik bang ben voor ‘de meeste stemmen gelden’. Dat ik weet dat ik het nooit zal winnen van het Studio 100/RTL4/Het Laatste Nieuws/Story en Privé-publiek. Dat de VPRO, GroenLinks en de omzet van een mooie dichtbundel altijd klein zullen blijven.
En dat ik jullie daardoor allemaal dood wens.

Sterf.

Zezunja

Disclaimer: Dit is geenszins een doodsbedreiging, een dreigbrief of een poging tot aanzetten tot haat. Dit is een column, een vingeroefening, een stijlmiddel. Ik wens niemand persoonlijk dood, laat dat duidelijk zijn. Maatregelen als het afnemen van het recht op stemmen of voortplanten zijn uiteraard te fascistisch om ook maar één moment serieus te nemen.

Lieve Niet Liefjes,
Hoewel ik van nature bijna hippie-achtig gemoedelijk ben, ik maak niet veel ruzie met mensen, vind ik het soms heerlijk om een hatemail te schrijven. Gevoelens van haat, woede en verontwaardiging leiden vaak tot prachtige stukjes proza, doordesemd van overdrijving, understatement en bloemrijk taalgebruik. I love hatemails.
Mijn opdracht voor jullie is dus deze keer: laat je gaan, schrijf een hatemail in je eigen stijl. Hou je vooral niet in.

De kleutermonologen –
Bijna een grote meid

In navolging van de Vaginamonologen en de Gesluierde Monologen en god weet welke monologen je verder nog allemaal hebt, presenteer ik u, tadatataa: De kleutermonologen. Zezunja’s Zotisch Weblog werd in november ongemerkt vier jaar oud en daarom is een kinderfeestje op z’n plaats. Neem je zwemspullen mee.

De kleutermonologen duren van 17 december tot 31 december. Gedurende twee weken blik ik terug op vier jaar webloggen. Ik zal proberen geen blad voor de mond te nemen, maar ik weet ook: webloggen over webloggen is gevaarlijk. Edoch, ik kom net uit mijn peuterpuberteit en living on the edge is my middle name.

Mocht u nog vragen hebben of verzoeknummers: dat kan nu. Bij hoge uitzondering doe ik voor de gein een keertje aan democratie hiero, dus kom maar op met die inspraak. Vragen? (bijv. Hoe kom jij zo ijdel?) Of verzoekjes? (bijv. deel drie van Naïef en boeklezend) Wilt u weten hoe sommige stukjes zijn afgelopen?(bijv. Hoe is het nu met de moeder van Paul/De Aanlooppoes/Dwarzand?) Of wilt u een klacht indienen (bijv. ik word scheel van dat blauw op dat wit en je hebt geen mailalerts). Gooi alle opmerkingen maar in de reactiedinges.

Hoe waaien dehe wimpels (2)

Vorig jaar schreef ik een venijnig stukje over de Belgen en Sinterklaas, het eindigde met het gegeven dat onze Begijnhofkerk op 11 december nog elk half uur Zie ginds komt de stoomboot klingelde.

Gisteren, vrijdag 14 december, maakten we deze opname.

Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.

En vandaag, zaterdag 15 december, horen wij nog steeds de godganse dag dit deuntje.

…die natuurlijk nooit in
mijn tieten gaan zitten

“En hoewel ik gezegend ben met een redelijk tenger figuur, kun je aan mij precies zien wanneer ik weer eens voorraadje jointjes tot mijn beschikking had. Dat scheelt zeker drie kilo, die natuurlijk nooit in mijn tieten gaan zitten.”

Lees het hele stukje over mijn eetgewoonten op nietlief.com.
En lees ook nog even het stukje hieronder, anders heb ik dat voor niets getikt.

Allegaartje (9)

De enige manier om recht te doen aan alles wat er gebeurt als een mens niet weblogt, is er toch maar weer een allegaartje tegenaan plempen. Bij deze.

Dingen die te lief voor woorden waren.
1. mijn lief die gisteren een massagesalon had ingericht met de perfecte temperatuur en de perfecte muziek.
2. Lilimoen die mij spontaan een kerstboom cadeau gaf, omdat ze wist dat ik daar nu even helemaal geen geld voor heb en omdat ze iets liefs voor mij wilde doen.
3. dat mijn rij-instructrice een uur gaat omrijden om mij vrijdag thuis op te halen

Dingen die ik beter kan dan ik ooit kon bevroeden.
1. reclameteksten schrijven voor jonge meisjes met alle holle frasen vandien
2. de hellingproef
3. witte koolsalade maken die iedereen lekker vindt

Dingen waardoor mijn lief beroemd wordt.
1. dat hij in het boekenboekje van de Knack in de topdrie van beste literaire weblogs genoemd wordt, naast onder meer Wim de Bie
2. dat Peeters en Pichal zijn weblog een ‘heel leuk weblog’ noemden tijdens een gesprek over Nigerian scammers op Radio 1
3. dat hij geïnterviewd werd op ROB-tv over zijn cabaretprogrammaatje

Dingen die veel sneller komen dan verwacht.
1. dat ik alleen nog even mijn theorie-examen moet doen, maar dan dus per aanstaande woensdag een voorlopig rijbewijs heb
2. 2008 (dat rijmt op verwacht)
3. ikzelf, als mijn lief mij… nou ja, dat ga ik u natuurlijk niet aan uw neus hangen

Dingen waardoor ik dacht: wat heb à­k leuk werk.
1. op maandagochtend uit bed komen, een potje Wii’en en daarvoor betaald worden
2. in het gebouw van MTV rondlopen en dat een heel cool gebouw vinden
3. iemand interviewen over een cursus schelpdierenteelt

Dingen waar ik nodig eens naar moet linken.
1. mijn Flickr-pagina dat veel meer een dagboekje is dan Zezunja’s Zotisch Weblog
2. de ViezeWoordenWedstrijd van Octavie waar ik door mijn werkwinterslaap helaas niet tijdig reclame voor heb kunnen maken
3. het waanzinnige gedicht dat Polle voor mij maakte op nietlief.com

Dingen die danig mislukten de afgelopen tijd.
1. mijn interview met de Spanjaard die geen Engels kon
2. wanbetalers zodanig pressen dat ik zelf geen wanbetaler word
3. China in het zilveren level van de eindelijk vrijgespeelde mirror mode in Excite Truck

Dingen die maar blijven cliffhangen.
1. de laatste helft van het laatste seizoen van The Soprano’s
2. de Nederlandse versie van Harry Potter deel 7
3. ik vind 1 en 2 al erg genoeg – I need money really bad om te voorkomen dat ik loslaat en van die cliff afdonder

Dingen die men naar mij schreef.
1. “Ik vind het nog altijd heel mooi dat ge vrijdag de oerbug hebt aangehaald. Ik heb nog vaak moeten denken aan het balletje in het pong-spel dat vlak in de hoek terechtkomt…”
2. “We hebben nog moeten lachen met jouw reactie bij het accidentje: “Oh, wat gebeurt er nu?” of zoiets. En ik heel droogjes: “Nou, er rijdt iemand tegen ons aan.”
3. “Ricky Martin is homo.”

Dingen die ik onlangs met liefde las.
1. een boel boekjes van Midas Dekkers uit de bieb
2. Het zijn net mensen van Joris Luyendijk
3. mijn eigen archief

Dingen die het leven somber maken.
1. decemberdaglicht
2. chronisch geldgebrek
3. dat ik voorlopig geen auto kan kopen, terwijl ik het zó leuk vind om auto te rijden

Dingen die dan alles weer goed maken.
1. de koolmeesjes op de negen vetbolletjes in de tuin
2. dat we nog geen dooie koolmeesjes op de bank hebben gevonden, applaus voor de poezen
3. nog negen dagen en dan mag ik van mezelf vakantie nemen

Zie ook:
Allegaartje (1)
Allegaartje (2)
Allegaartje (3)
Allegaartje (4)
Allegaartje (5)

Allegaartje (6)
Allegaartje (7)
Allegaartje (8)

De Niet Lief Collectie:
Ik ben…

Dit stukje verscheen op 13 december 2007 op nietlief.com. Esther zwengelde het aan met de volgende inleiding:
“Mijn vraag aan jullie, nietliefjes, is deze: wat zijn/waren jullie eetgewoontes en wat zeggen die over jullie?”

Onderwerp: je eetgewoontes en wat die over jou zeggen
Geschreven door: Zezunja

‘Maartje heeft een bek als een paardje’, zei men op de kleuterschool. En hoewel ik natuurlijk Zezunja heet en geen Maartje, zegt het toch wel iets over mij. Namelijk dat ik letterlijk en figuurlijk een grote mond heb, waar een hoop in kan verdwijnen. Had ik al gezegd dat een dirty mind een joy forever is?
Hoe dan ook: wie ik ben zegt alles over wat er in die mond verdwijnt.

Om te beginnen ben ik een konijn.
Van paard naar konijn, qua tanden niet zo’n grote stap. Mijn motto is: hoe groener hoe beter. Fuck alle nitraat en nitriet-verhalen. Waar anderen zich in een restaurant tegoed doen aan een smeuïge Vitello Tonato, bestel ik steevast een bord rucola met Parmezaanse kaas. Doe mij knabbelbare rauwe groente en ik ben happy as hell.

Ik ben verslavingsgevoelig.
In voedsel heb ik twee verslavingen. Ze zijn niet zo erg als mijn rookverslaving, maar na een week geheelonthouden, krijg ik in beide zoveel zin dat ik er net als voor sigaretten alles voor doe om eraan te komen. En hoewel ze niet zo slecht zijn als sigaretten, heb ik het wel voor elkaar om verslaafd te zijn aan behoorlijk slechte dingen, te weten cola en mayonaise. Voor cola geldt dat ik regelmatig probeer af te kicken, maar omdat ik verder heel weinig suiker eet, krijg ik soms toch een onbedwingbare behoefte aan suiker. Voor mij staat dat gelijk aan cola.
En aangezien ik verder weinig vet eet, zie ik maar door de vingers dat ik minimaal twee potten mayo per maand leegbunker.

Ik ben ziek.
Ik ben ziek. Het voert te ver om uit te leggen wat ik heb, maar het komt erop neer dat niemand weet waar mijn ziekte door komt. Tsja, en dan hou je je dus vast aan die paar vermoedens die er zijn. Een daarvan is dat de hormonen in fabrieksvlees veel invloed hebben op de ziekte en logischerwijs eet ik dus vrijwel alleen maar hormoonvrijvlees van een bioslager.
Een andere vorm van ziek zijn is de misselijkheid die ik voelde toen ik We feed the world en andere ontluisterende films en reportages over de voedinsgindustrie zag. Sindsdien eet ik zo bio als mogelijk. Tot en met chips aan toe.

Ik ben straatarm.
Soms veeg ik de vloer aan met mijn biowens. Met tien euro kan ik veertig keer zo veel kopen in de Delhaize, de Carrefour of de Colruyt dan bij de biowinkel. En dan gaat kwantiteit voor kwaliteit en moraal, in het belang van de grote survival. Mijn streven bij de supermarkt is dan om alleen maar dingen te kopen met een 0 voor de komma. Ik vind het superkicken om 40 euro af te rekenen en vervolgens met zes enorme boodschappentassen op huis aan te gaan.

Ik ben dol op jointjes.
Mijn lievelingsgenotsmiddel is hasj. Een groot nadeel daarvan is dat vreetkicks op de loer liggen. En hoewel ik gezegend ben met een redelijk tenger figuur, kun je aan mij precies zien wanneer ik weer eens voorraadje jointjes tot mijn beschikking had. Dat scheelt zeker drie kilo, die natuurlijk nooit in mijn tieten gaan zitten.
God straft overigens meteen want, damn, wat voel ik me slecht na een zak chips, een pak koekjes, drie wortelen met veel te veel cocktailsaus, een bak vanillevla met banaan en een pot Ben en Jerry’s New York Super Fudge Chunk. De dag dat in België coffeeshops zijn toegestaan is het gedaan met mijn figuur.

Ik was even aan het werk

Dat werk is toch iets raars. Alleen al het feit dat ik ‘ondernemer’ ben en ook als zodanig wordt aangesproken: om te proesten, zo not me. Onlangs zag ik een compilatietje van toespraken van Pim Fortuyn en Rita Verdonk. Tamelijk hilarisch, omdat je ziet hoe Verdonk op goedkope wijze haar oneliners gecopypaste heeft van de heer Fortuyn. Maar ook ontluisterend, omdat beide poltieke wisecracks het voortdurend over de ondernemers hadden en ik me toch een potje zat te glimmen op de bank! ‘Zelfstandig ondernemers zijn de ruggengraat van de samenleving!’ En jawel hoor, daar ging ik: glimmmmmm! ‘Zij die de economie dragen: de kleine ondernemer.’ En hoppakee, trots! That’s me. Ik had bijna de neiging om op mijzelf te gaan zitten wijzen. ‘Lief, ze hebben het over mij.’ Kennelijk vind ik het dus übercool dat ik ben ingelijfd bij de wereld van de double breasted met gouden knopen en een sigaar. Zo raar is het dus eigenlijk met werk.

En nog iets anders.
Ook raar.
Ik lag laatst op de bank, voeten omhoog, na te denken over ondernemerschap. Dat wordt bij mij al gauw een merkwaardige exercitie, omdat ik enerzijds een heel kinderlijk beeld heb van ondernemerschap: winkeltje spelen. En anderzijds geloof ik dat de enige manier om echt rijk te worden, bestaat uit heel goed winkeltje spelen. Kortom: daarover nadenken leidt tot gedachten over winstmarges, wapenhandel, vakken vullen en voordeelweken. En ik kom altijd tot de conclusie: ik moet personeel. Want er is namelijk een groot verschil tussen mij en de ondernemers waarover ik lees in de bladen. Iedereen verlaagt de prijs en mijn enige doel is: de prijzen verhogen. Dat is raar. En vast niet goed, qua concurrentie en zo.

Maar ik ben erachter hoor – wat benen omhoog al niet vermag. Kijk, je moet dus personeel hebben om je inkomstenverlies op af te wentelen. Want als ik mijn prijzen verlaag, verdien ik minder, en dat is niet de bedoeling. Dus ik vroeg me af, hoe doen al die gasten dat, al die VVD-vriendjes? *kuch* En toen dacht ik: die verlagen de prijzen en gaan zelf meer verdienen. Dat moet toch ergens vandaan komen? Codewoord: personeel. Maar we hebben al drie poezen en dan ook nog personeel? Geen denken aan. Conclusie: ik zal altijd die sukkel blijven die haar prijzen verhoogt. Het is niet anders, maar raar is het wel.

Er is nog iets raars. Dat weblog. Dat voelt ineens als werk. Da’s helemaal niet goed natuurlijk, maar het is. De hele dag dansen er lettertjes door mijn kop en op het scherm, en voor die lettertjes word ik betaald. Ik bedenk duizend keer een begin-midden-slot. Ik bedenk kleine stukjes, grote stukjes, saaie stukjes, mooie stukjes en aan het eind van de dag komt er een moment dat de betaalde lettertjes overgaan in onbetaalde lettertjes. Vaak gaat dat goed, dan dansen de lettertjes uitbundiger, omdat ze van mij zijn en niet van de opdrachtgever. Maar soms lukt dat niet, dan voel ik me als een loodgieter die ’s avonds thuis ook nog even in de gootsteenkastjes gaat liggen. Zie verder afgelopen week. Excuses daarvoor. Verder verbind ik daar geen consequenties aan hoor, ik verzin wel weer een manier om de moed erin te houden, maar dat u even weet waarom ik soms zo ontzettend stil ben.

En mocht u zich afvragen wat er nou ook alweer met werk is: er is iets raars met werk. Wat ik u brom.

Boos

“Dus ik was uitzinnig van woede om helemaal niets. Ik schopte een gat in de holle kastdeur en een gat in de holle badkamerdeur. Ik smeet een andere deur zo hard dicht dat de kapstok met keilbouten en al uit de muur donderde. Ik sloeg mijn zus een blauw oog.”

Lees het hele stukje op nietlief.com.

De Niet Lief Collectie:
Note to self: wijsheid komt met de jaren

Dit stukje verscheen op 1 december 2007 op nietlief.com. Esther zwengelde het aan met de volgende inleiding:
“Lieve nietliefjes, hierboven beschrijf ik wat ik doe als ik boos ben. Hoe zijn jullie als je boos, kwaad of in alle staten bent?”

Onderwerp: Wat doe je als je boos bent?
Geschreven door: Zezunja

Dus ik voelde me onbegrepen. Alleen in mijn kleuterhoofd. Ik liet me vallen op bed en huilde. En huilde. En huilde. Toen mijn tranen op waren vocht ik voor nieuwe tranen. Toen dat niet lukte, deed ik alleen nog het geluid na.
Note to self: Niemand komt. Het levert niet méér aandacht op. Doen alsof je huilt is moeilijk. Mijn ouders zijn niet gek. Niet meer doen.

Dus ik wilde mijn zin. En kreeg ‘m niet. Stampend liep ik de trap op. Mijn moeder uitmakend voor kutwijf. Smijtend met deuren, schoenen en stoelen.
Note to self: Moeder geschokt. Niet het gewenste resultaat, want nog steeds niet mijn zin. Misschien à­éts te kinderachtig als je al dertien bent. Niet meer doen.

Dus er werd mij onrecht aangedaan. Een machteloos gevoel. Ik slikte de brok in mijn keel weg. Voor twee seconden. Daarna zat-ie er weer. Het was onrechtvaardig en dat is niet eerlijk. Een traan biggelde over mijn wang en ik trok me terug.
Note to self: Stel je niet zo kwetsbaar op. Onrecht verdient mijn tranen niet. Onrecht verdient een vuist op tafel. Niet huilen, Zez. Niet meer doen.

Dus ik was uitzinnig van woede om helemaal niets. Ik schopte een gat in de holle kastdeur en een gat in de holle badkamerdeur. Ik smeet een andere deur zo hard dicht dat de kapstok met keilbouten en al uit de muur donderde. Ik sloeg mijn zus een blauw oog.
Note to self: Je hebt alleen jezelf ermee. Of je zus. Wil je jezelf zien als een agressieveling? En heb je zin om nog jaren tegen dat gat aan te kijken? Heb je zin om de uitgelubberde gaten van de keilbouten te moeten vullen in de hoop dat er ooit weer een kapstok kan hangen? Nee? Niet meer doen.

Dus ik wilde dat hij van me hield. Stond voor zijn deur. Belde aan, ondanks zijn verzoek om dat niet te doen. Belde op, ondanks zijn verzoek dat niet te doen. Schold ‘m uit door de brievenbus, ondanks… nou ja, you get the point.
Note to self: Stalkers zijn enge mensen. Ze zijn ook strafbaar. Niet meer doen.

Dus ik vond mijzelf heel wijs. Ik had gelijk. En hij niet. Hoe kon hij zo dom zijn. Nuffig haalde ik mijn schouders op. Ik zweeg. Negeerde. Zette mijn arrogantste blik op. Bracht hem daarmee tot waanzin.
Note to self: Hij verdient een kans. Hij verdient het serieus genomen te worden. Hij verdient meer dan mijn arrogantie. Niet meer doen.

Dus ik voel me boos. Het is nu. Ik verhef mijn stem. Leg het uit. Kwaad, maar eerlijk. Geef hem de kans boos te zijn. Even weg te lopen. Terug te komen. Als het moet loop ik zelf ook weg. Om weer terug te komen. Ik schreeuw, ik praat. En ik doe aan goedmaakseks.
Note to self: Lijkt allemaal te kloppen. Doe zo voort.