Er zijn dingen waarvan ik vroeger dacht dat iedereen ze kon. Bijvoorbeeld een gootje in je tong maken, je knieschijf naast je been duwen en cijfers in kleur zien. En omdat ik geen enkele reden had om aan te nemen dat anderen dat niet hadden, kwam het niet bij me op om het te vragen. Van het gootje in je tong leerde ik bij biologie dat het genetisch bepaald is, en dat er dus mensen zijn die dat pertinent niet kunnen. Mijn knieschijf naast mijn been duwen, bleek iets waardoor ik maanden in het gips belandde, dus dat was ook niet alledaags. Maar die cijfers in kleur: niemand die mij ooit vertelde dat slechts een deel van de mensheid dat heeft.
Het was een jaar of tien geleden dat ik het woord synesthesie voor het eerst hoorde (klik op de link voor uitleg). Waar of hoe ik ermee in aanraking kwam, weet ik niet meer, maar wat ik me wel herinner, is dat mijn mond openviel van verbazing. Omdat ik vroeger een nogal filosofisch aangelegde kleuter was, verkeerde ik in de veronderstelling dat ik al die ‘zie jij wat ik zie?’-
probleemstellingen wel zo’n beetje had geslecht. Ik was er na lang nadenken achtergekomen

