Archief in maanden: februari 2008

Synesthesie is een gelig woord (2)

Op het vorige Synesthesie is een gelig woord (klik) kwamen enorm veel reacties. Zóveel dat het niet te doen was om iedereen in het reactieding antwoord te geven. In dit stukje zal ik de vragen die voorbij kwamen, proberen te beantwoorden. Aan iedereen die toen reageerde (ook die mensen op wie ik hier niet reageer): bedankt voor je bijdrage. Het was een opmerkelijke verzameling verschillende ervaringen. Enne… bedankt is donkerblauw met oranje.

“Ik kan nog makkelijker vertellen hoe kaas voor mij smaakt.”

Octavie zegt: Een wonderlijk verschijnsel. Ik wil wel antwoord geven op de vraag wat ‘wij’ dan zien, wij de niet-synestheten. Ik heb het namelijk niet. Ik zie geen kleur bij een woord, seizoen of dag van de week, cijfers of noten, maar wel iets anders. Ik ‘zie’ een gevoel en een plek in een bepaald systeem, en dat systeem is anders dan in chronologie of jaar-, of urentelling. Het is moeilijk uit te leggen. Alsof het woord of de dag van de week in een bepaald deel van mijn hoofd gelokaliseerd is. En je hem daar ook ziet zitten. Er zit dus geen kleur aan maar het zit in een soort netwerk. Maar het is eigenlijk niet uit te leggen dus. Ik denk dat ik nog makkelijker kan vertellen hoe kaas voor mij smaakt.

Zezunja: Volgens mij is dat ook een vorm van synesthesie. Bovendien las ik ergens dat sommige wetenschappers ervan uitgaan dat iedereen wel een kleine vorm van synesthesie heeft. Ik denk dat die eigenschap in onvoorstelbaar veel soorten en maten verkrijgbaar is.

“Zodat poep dus voor jou roze kan zijn. Of niet?”

Oker zegt: Goh, wat interessant. Ik wist wel dat het bestond en herkende een gedeelte van de wiki. Wat ik alleen zo raar vind, is dat de kleur van het woord niets te maken heeft met de associatie met het woord zelf. Zodat poep dus voor jou roze kan zijn. Of niet?
Maar nu komt het, want ben je behalve een synestheet ook een beelddenker? Dit komt namelijk vaak voor met synesthesie en wijkt ook af van het normale. Dan heb je weer stof voor een boeiend logje.

Zezunja: Ja, poep kan roze zijn, maar voor mij is het een wittig woord door al die ronde vormen. De O is wit en de P is deels wit. Magenta is bijvoorbeeld een blauw met geel woord, door de A, de M en de N. Daar komt geen magenta aan te pas.
En ja, ik heb een fotografisch geheugen. Bij woordjesoverhoringen haalde ik vaak een 9,8, omdat ik de woordjes gewoon voor mijn geestesoog kon aflezen vanaf de pagina waarop ik ze gezien had. En als ik iets kwijt ben, moet ik mijn ogen sluiten en plaatjes van het huis ‘kijken’. Rondlopen heeft namelijk minder zin dan mijn innerlijke fotoalbum doornemen.

“Het houdt me bezig.”

Octavie zegt: Ik heb nog eens zitten denken. In mijn vorige reactie had ik het over ‘wij, de niet-synestheten’. Maar zoals ik het zie, hoeft natuurlijk niet iedereen het te zien. Sterker nog: misschien ziet iedereen het wel anders, woorden, cijfers, dagen, tonen. En is nu net de synesthesie gediagnosticeerd. Dat kan natuurlijk ook nog. Het houdt me bezig. Dus.

Zezunja: Ik denk inderdaad dat jij ook in meer of mindere mate een synestheet bent. Die ruimtelijke ervaring van plekken en gevoel hoort ook bij de symptomen. Ik heb dat ook met plekken en gevoel. Elk land, elk huis, elke straat, elk orgasme, elke huilbui en elke lachkick heeft een eigen kleur.

“Val ik nu ook in een bepaalde maffe categorie?”

Soes zegt: Ik heb het wel met een jaar. Dat is in mijn geestesoog een ovaal en ik sta als het ware aan de zijlijn. En welke tijd van het jaar het is, bepaalt waar ik sta en daar is het lichter dan bij de andere maanden… Maar het is wel in zwart-grijs-wit. En bij het nieuwe jaar is een soort streepje als grens.
Val ik nu ook in een bepaalde maffe categorie??

Zezunja: Ja, ik denk dat ook een symptoompje is. Als dat alles is, is het maar een lichte vorm, maar het is ontegenzeggelijk een synesthetische eigenschap. Mir schreef op haar weblog over een rond jaar. Kijk voor dat stukje hier.

“Dagen zie ik voor me volgens een vast patroon met kleuren.”

Esther zegt: Ik heb het niet met alles, maar zeker wel bij een heleboel dingen. Dagen zie ik voor me volgens een vast patroon met kleuren bijvoorbeeld.

Zezunja: De dagen van de week zie ik verschillend. Soms in golvende linten, soms in halve cirkels, soms als een lijn van links naar rechts. Elke dag heeft, als-ie afgezonderd staat, een vaste kleur, maar in de context van een specifieke week wil die kleur nog wel eens een beetje afwijken – afhankelijk van mijn bezigheden, mijn stemming, het seizoen en de muziek die ik luister.

“Kibbelpartijen over of donderdag blauw of bruin is.”

Aargh zegt: Leuke dingen zijn dat. Over kleuren hoor je dat erg vaak, hier in huis zijn de kibbelpartijen over of donderdag nou blauw of bruin is niet van de lucht. Maar het zou me niet verbazen als veel hiervan cultuur en taalbepaald is, als het voor een belangrijk deel op associaties berust. Ik merk bijvoorbeeld dat lichte kleuren en woorden met een lichte klank (e of i) wel erg vaak gekoppeld zijn maar er is ook vaak overeenkomst tussen klank van het woord en kleurnaam.

Zezunja: Ja, deels valt het vaak wel te verklaren. Mijn woensdagen waren ’s ochtends wit en ’s middags zwart en het hele weekend was donker (bruin en zwart). Vrije dagen waren dus donker, waarschijnlijk omdat wij thuis geen tl-licht hadden en op school wel. Zo kan ik inderdaad best veel associaties verklaren, maar soms zijn ze wel schijnbaar lukraak.

“Dus het is meer iets wat ik me verbeeld, dan dat ik het echt zie. “

Eline zegt: Oh, ik wist niet dat dat zo heette. En dat het eigenlijk bestond. Ik zie letters als ik ze me voorstel ook altijd in kleuren. Zo is de A altijd geel en de D altijd groen enz. Maar als ik dat testje doe, dan zie ik geen kleuren. Dus het is meer iets wat ik me verbeeld, dan dat ik het echt zie, zeg maar.

Zezunja: ‘Zien’ is ook bij mij eigenlijk niet aan de orde. Het woord ‘geestesoog’ lijkt wel voor deze eigenschap uitgevonden.
Misschien dat jouw synesthesie niet opspeelt als je leest, alleen als je erover nadenkt. Als ik lees zie ik namelijk in principe ook gewoon zwarte letters. Bovendien hangt het er ook van af of ik over het woord nadenk, of over de betekenis van het woord. Wanneer ik sec de letters naast elkaar zie (het woordbeeld) zie ik een andere kleur dan wanneer ik het woord interpreteer. Het begrip heeft een gevoel en gevoelens hebben ook kleuren, dus die voegen nog iets aan die letters toe.

“Dat snap ik dus niet: hoe je in woorden kunt denken.”

Nova zegt: Bij mij duurde het heel lang om te ontdekken dat niet iedereen in beelden denkt. Dat snap ik dus niet: hoe je in woorden kunt denken.

Zezunja: Ik zie de woorden soms in de beelden langstrekken. Dus de woorden worden dan ook weer beelden. Maar kleur en plaatjes nemen veel ruimte in per gedachte.

“Hoe verschijnen die kleuren dan?”

Nina zegt: Poehee, als het echt zo is dat maar heel weinig mensen dit hebben, dan heb je er eigenlijk wel al best veel in je lezerspubliek, of niet? Ik had er werkelijk nog nooit van gehoord, en kan me er ook heel weinig bij voorstellen. Vind het echt een maf idee, wel heel fascinerend trouwens. Hoe verschijnen die kleuren dan? Als je bijvoorbeeld aan het cijfer ‘4′ denkt, verschijnt er dan een soort van appelgroen scherm voor je geestesoog, of denk je alleen maar aan de kleur appelgroen? Maw: is het iets visueels of meer iets cognitiefs?
Wat ik me dan ook afvraag: krijg je die kleuren alleen als je echt aan een woord denkt of komen ze permanent in al je gedachtenstromen voorbij? Als je dan bijvoorbeeld een soort van interne monoloog hebt van elkaar in hoog tempo opvolgende gedachten en zinnen, zie je daarbij dan ook woord voor woord een soort van kleuren-lichtshow voorbij komen? Hebben voorzetsels enzo ook een kleur? Loopt het kleuren zien synchroon aan het denken of volgt het erop?
Ik geloof dat ik me er echt helemaal niets bij voor kan stellen…

Zezunja: Ik vind ook dat er veel synestheten op mijn weblog rondhangen. ;)
Als ik de tijd krijg om over het cijfer vier na te denken, verschijnt het cijfer vier appelgroen ‘in mijn hoofd’. Als het cijfer vier in een zin gebruikt wordt, is de zin, de omstandigheid en mijn stemming even bepalend voor de kleur waarin ik de zin zie. Als ik de leider ben in ‘Noem een getal onder de tien’ en het getal is twee, dan zal ik de twee in een gele verschijning onthouden. De twee is dan geïsoleerd en belangrijk, dus dan zie ik ‘m heel helder voor me. Ik zie een kleurenlichtshow voorbij komen, maar dat heeft meestal meer met interpretaties van woorden te maken en dan bepaalt mijn gevoel welke kleur er langskomt, Zo zijn ruzies vaak blauw met zwart en zilver en is geluksgevoel en geborgenheid oranje met rood en geel. Heel cliché eigenlijk. Voorzetsels hebben als woord een kleur (uiteraard weer geïsoleerd), en soms mogen ze de zin overschreeuwen, als ze veel nadruk hebben, als ik ze lees en de typografie me daartoe dwingt. Het kleuren zien loopt synchroon met het denken aan een woordbeeld, een getal, een dag of een muzieknoot, maar de kleur van gelijktijdige gevoelens of muziek op de achtergrond of andere sensaties kunnen overstemmen.

Yuri wil ook synesthesie.

Yuri zegt: Ik wil ook synesthesie!

Zezunja: Zo moet-ie, wat mij betreft: Ik wil ook synesthesie!

“Eerst was de woensdag geel, toen blauw en toen groen.”

Marina zegt: Ja dat blijft interessant, die synesthesie. Ik heb het ook. Met een zekere flexibiliteit: in mijn vroege jeugd was de woensdag geel (’s middags vrij op de lagere school’) totdat ik naar de middelbare school ging. Toen werd-ie blauw. In het eindexamenjaar had ik de laatste twee uur op woensdag vrij en toen werd-ie groen.
Dat is-ie nog steeds. Heeft misschien ook met het woord groen te maken dat lijkt op woen(sdag).

Zezunja: Ja, mijn jaar en de seizoenen zijn ingedeeld in drie maal vier maanden onder elkaar. April staat nooit naast mei en augustus nooit naast september. Het jaar begint linksboven bij januari en eindigt rechtsonder bij december. Volgens mij heeft dat iets te maken met de indeling van verjaardagkalender die op de wc hing toen ik heel klein was. Die was zo ingedeeld. De seizoenen staan ook in die verhouding tot elkaar.

“Synaesthetically challenged, dat ben ik dan.”

Kameleon zegt: zezunja, als je zo fascinerend vertelt over je synaesthetische ervaringen, voel ik me behoorlijk blind. letterlijk, als iemand die blind is geboren en tegen wie iemand vertelt over al het visueel moois dat de wereld te bieden heeft.
het meest jalours ben ik op je gave om de afstand tussen tonen te zien. potverdorie, ik moet het telkens uitrekenen of maar stom gissen wat de afstand is.
synaesthetically challenged, dat ben ik dan.

Zezunja: Maar als ik afstanden hoor, weet ik de eerste toon nog niet en dan heb je weinig aan je zicht op afstanden. Pas al ik de beginnoot weet, heb ik iets aan de kleur van de afstand.

“Als de letters de verkeerde kleur hebben, is dat dan heel irritant?”

Madelief zegt: Wat ik dan weer wil weten: hoe is dat dan als je bijvoorbeeld Yuri’s reactie leest, want wat als hij de letters de verkeerde kleur heeft gegeven – is dat dan heel irritant?

Zezunja: Het leest wel veel gemakkelijker in mijn eigen kleuren. Maar die zijn ook écht wat rustiger, dus dat zegt niet zoveel. Als je mij het getal negen in het groen voorhoudt, dan zal ik het wel minder gemakkelijk onthouden dan wanneer je dat getal in rood/oranje voorhoudt.

“Zo zie ik bijvoorbeeld geen verschil tussen 27 en 72.”

Marjanne zegt: Voor wie zich wil voorstellen hoe het werkt met cijfers en letters: kijk naar een tekst – in zwarte letters – op papier en stel je voor dat alle letters in een kleur zijn gedrukt. “tekst” is dan (voor mij): lichtblauwe t, zwarte e, donkerblauwe k, donkergrijze s, lichtblauwe t.
Sommige letters zijn zo dominant dat ze het hele woord overschreeuwen.
Het heeft allerlei voor- en nadelen. Zo zie ik bijvoorbeeld geen verschil tussen 27 en 72, aangezien de kleuren van de cijfers dicht tegen elkaar aanzitten (zacht oranje bruin en okerbruin), dit getal is meer een vlek. Aan de andere kant kan ik makkelijk een naam uit mijn geheugen opdiepen omdat ik gewoon zoek naar de kleur waar het mee begint.

Zezunja: Het is voor mij inderdaad bijna zoals jij het zegt. Hoewel ik tekst eerst zwart zie en pas als ik de tekst niet interpreteer en het woordbeeld tot me neem, krijgen de letters kleur. Letters overschreeuwen gauw het woord, zeker als er meer van zijn, daarom is is synesthesie een gelig woord. De E is oranje en de S is zwart met wit. En 27 en 72 zijn bijna hetzelfde, maar voor mij is het verschil zoiets als een omgedraaide vlag, en geel (2) links of rechts maakt toch wel wat verschil. Voor mij is het handig met tikfouten corrigeren. Een woordbeeld heeft een kleurstelling als een soort vlag en het valt op als er ineens verkeerde kleuren in een vlag staan.

Zit je net over singles te emmeren

…gaat Buddy Miles dood.

En dan weet je weer hoe ontoereikend zo’n singletopvijftig is. Ik gok dat deze nummers nooit op single zijn verschenen. Ze zouden er beiden in moeten. Kuttopvijftig.

Who Knows – Band of Gypsys (Jimi Hendrix, Buddy Miles, Billy Cox)

Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.

Them Changes – Buddy Miles

Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.

50 op 45 toeren

Dwarzand begon erover naar aanleiding van de aankondiging van het verdwijnen van de cd-single volgend jaar. Hij zei: ik heb mijn vijftig beste singles opgeschreven en nu moeten jullie die branden op een ceedeetje (Dwarzand weet dat wij thuis – dankzij Yuri – in het bezit zijn van zo’n dertigduizend mp3’s en bijna duizend cd’s – met overlap, dat wel).

Ik zei gelijk: o vijftig, da’s veel te weinig, dat zou ik nooit kunnen. Maar toch begon ik er zondag aan. En wat bleek: vijftig is nog best veel als vrijwel ál je lievelingsliedjes NOOIT op single zijn uitgebracht.

Toch kwam ik tot een lijst. Het is nog maar een tijdelijke, bovendien staan er nog illegale nummers op (nummers die niet in die uitvoering op single zijn verschenen). Maar we hebben nog even tot de single verdwijnt, dus mijn lijst mag ook nog wat tijd vreten.

Bizarre ontwikkelingen genoeg trouwens, want The Beatles staan er helemaal niet in, omdat mijn lievelingsliedje For No One nooit een single was en Don’t Let Me Down een B-kant. Ook staan Joan Armatrading en Throwing Muses er niet in, omdat mijn lievelingsliedjes van hullie ook geen singles waren.

De volgorde is alfabetisch op nummer, om zo te zorgen dat je op het ceedeetje de ceedeetjes niet twee keer achter elkaar dezelfde band krijgt (hoewel dat bij Muse en Prince niet helemaal goed uitkwam).

Waarom ik de lijst hier plaats? Geen idee. Er is niet echt discussie mogelijk, want sommige nummers koos ik op sentiment en de rest is echt goed. Maar commentaar is altijd leuk. En suggesties ook.

A Forest – The Cure
A Little Less Conversation – Junkie XL
Baby’s Got Sauce – G. Love And Special Sauce
Before My Head Explodes – Caesar
Believe – K’s Choice
Bright Side of the Road – Van Morrison
Can’t Get You Out Of My Head – Kylie Minogue
Cannonball – The Breeders
Chop Suey – System Of A Down
Come On – The Rolling Stones
Dirty Mind – Prince
Girls And Boys – Prince
Glory Box – Portishead
Go With The Flow – Queens Of The Stone Age
Gold Lion – The Yeah Yeah Yeahs
Golden Brown – Stranglers
Hey Joe – Jimi Hendrix
Hollywood – Madonna
I Could Never Take The Place Of Your Man – Prince
Killing In The Name – Rage Against The Machine
Kiss – Prince
La Tribut De Dana – Manau
Little Sister – Queens Of The Stone Age
Lose Yourself – Eminem
Love Rears It’s Ugly Head – Living Colour
Me Gustas Tu – Manu Chao
Ne Me Quitte Pas – Jacques Brel
No One Knows – Queens Of The Stone Age
Nothing Really Ends – dEUS
One – Metallica
Purple Rain – Prince
Push It – Salt ‘n Peppa
Smells Like Teen Spirit – Nirvana
Song 2 – Blur
Stan – Eminem (ft. Dido)
Street Spirit (Fade Out) – Radiohead
Sunburn – Muse
Super Massive Black Hole – Muse
Sweet Dreams – Eurythmics
Tainted Love – Soft Cell
Time Is Running Out – Muse
Troy – Sinead O’Connor
Via – dEUS
Violet – Hole
Waking Up – Elastica
Wanna Make it Witchu – Mark Lanegan
Where Is My Mind – Pixies
Won’t Cry – Krezip
You Are My Sister – Antony And The Johnsons (ft. Boy George)

Het zou leuk zijn als jullie ook vijftig singles kiezen. Enige eis is dat het nummer ooit op single uitkwam. B-kanten mogen niet. Hulpmiddel als je er te veel hebt: sentiment. Nummers die ooit enorme indruk maakten. Zo vermijd je ook dat je alleen de nummers van de laatste tien jaar erin krijgt.

Tante Annie duwt mij aan

Goddank, ik kreeg een stokje. Na een etherstilte van bijna twee weken moest ik echt even aangeduwd worden. En als door god gegeven: daar was reddende engel Tante Annie. Ik zeg: een standbeeld.

Tante Annie had een nogal vaag stokje in de aanbieding: namelijk ‘plaats een jeugdfoto van jezelf’. Pardon? En dan? Wat dan met die foto? Nou, niets dus.

Welaan, hier is-ie. Een van de weinige foto’s zonder mijn metgezel: de snottebel. En een van de weinige foto’s waarop ik niet lief en plofferig sta, maar dwars en plofferig. Uitzonderingen die de regel bevestigen, daar doe ik het voor.

Qua doorgooien: ik heb apporteervrees (bang dat men het stokje braaf komt terugbrengen). Maar ik wil wel wat suggesties doen. Zou Lilith ons willen verblijden met zo’n blik in denoudedoosch? Of Esther? Of Polle misschien? Pfoei, van namen noemen krijg ik al rode vlekken in mijn nek.
Hoe dan ook, ik ben weer aangeduwd.

Het rimpeleffect van één propje

Soms is alles in mijn hoofd te groot. Dan ruim ik helemaal niets meer op, omdat eigenlijk álles geschilderd moet worden. Ik doe geen kleine boodschappen, omdat we eigenlijk heel veel in één keer nodig hebben. Niemand krijgt nog antwoord op zijn e-mail, omdat er nog 63 e-mails op een reply wachten. En er verschijnt geen stukje op mijn weblog, omdat eigenlijk de hele lay-out, het hele concept, het hele idee op de schop moet.

Het is een genetisch defect, denk ik. Dat ik in theorie dondersgoed weet dat ik niet moet stapelen, maar in de praktijk steevast periodes heb dat ik nog geen kopje afwas, omdat dan in mijn hoofd ook gelijk de hele keuken verbouwd moet worden.

Het erge is dat zo’n stemming alomvattend is, dus het komt niet netjes één voor één – dat ik eerst vind dat het huis een flinke lik verf nodig heeft en daarna vind dat ik nodig een ander kapsel moet – maar het komt allemaal, huppakee, inééns. De keuken moet verbouwd, de tuin moet anders ingedeeld, mijn website moet helemaal omgegooid, mijn levensstijl is aan vernieuwing toe, mijn werkwijze moet rigoureus anders en mijn dagindeling deugt niet. En dan maar afwachten hoe lang het duurt.

Deze keer duurt het lang en dat is bereriskant, want dan krijg je de figuur dat je niet één keer denkt aan het aanmaken van drie nieuwe websites en het verplaatsen van alle meubels in het bureel, maar dagen achtereen, meerdere keren per dag. Zittend op de plee: Zal ik een stukje schrijven? Nee, want dan moet ik de hele lay-out veranderen. Hangend op de bank: Zal ik die kadertjes eindelijk eens ophangen? Nee, want er moet eerst iets met die muur gebeuren. Tandenpoetsend: Zal ik dat keukenkastje eens uitmesten? Nee, want dan moeten ze allemaal opgeruimd worden en ik wil ook nog iets leuks doen met de buitenkant. Ik ben echt in staat om een propje papier te laten liggen, omdat weggooien impliceert dat ik mijn archief eindelijk eens ga ordenen.

Vermoeiend? Waanzinnig. Resultaat? Nul. Oplossing? Geen idee. Elk weldenkend mens zegt nu natuurlijk: gooi dat propje vooral wél weg. Maar mensen van het kaliber Zezunja zullen begrijpen dat het zo gemakkelijk niet gaat. Elke onbeduidende kleinigheid leidt tot een bespiegeling van hoe alles anders moet. Om een voorbeeld te geven: ik haal de lakens niet van het logeerbed, omdat de logeerkamer in zijn geheel danig opgeruimd moet worden. En zo ontbeert dit huishouden een prachtig dekbedovertrek, omdat ik bijzaken niet van hoofdzaken kan onderscheiden.

Ik wist me de afgelopen dagen te beheersen. Alleen de was, die liep wat uit de hand. Één wasje draaien kon niet. Nee, zeg, wat denk je. Het werden er vijftien.

Maar verder gaat het goed met mij. Tijd en financiën laten het niet toe alles anders te doen, mijn obsessie wordt daardoor beperkt. Okee, okee, de propjes worden tijdelijk niet opgeruimd, dat zou te veel gevraagd zijn. Maar ik ben nog niet aangetroffen met stucplaat en verfkwast om het huis onder handen te nemen en ik heb evenmin de CSS van mijn website overhoop gehaald.

En hoe hard ik ook heb geprobeerd geen stukje te schrijven over dat ik geen stukje schrijf: daar komt het wel op neer. Ik zal mijzelf karaktergewijs eens tarten en mijzelf verbieden websites te veranderen, nieuwe websites aan te maken, mijn dreads af te knippen of de keukenmuur te schilderen. Dat zal me leren!

Met als gevolg dat het hier misschien soms wat stiller is, omdat de heliumstemmetjes in mijn hoofd voortaan in een loop raken:
- Zal ik een stukje schrijven?
Nee, want eigenlijk moet mijn hele website anders.
- Daar komt niets van in.
Maar eigenlijk moet mijn hele website anders.
- Daar komt niets van in.
Maar eigenlijk moet mijn hele website anders.
- Daar komt niets van in, etc.

Laatste kans

Schrijf u nu in voor de cursus Columns Schrijven op de SchrijversAcademie in Antwerpen en u weet zich vijf zaterdagmiddagen verzekerd van mijn educatieve gezelschap. De cursus begint over anderhalve week en er zijn nog plaatsen beschikbaar. Wees er snel bij. Inschrijven kan door een mailtje naar de SA te sturen en het inschrijfgeld over te maken.

Klik hier voor meer informatie.

Allegaartje (11)

Dingen waar ik moe van ben.
1. van het moe zijn
2. van mijn verjaardag
3. van alle tandartsbehandelingen

Dingen die ik deze week bakte.
1. een butterscotchtaart
2. een chocoladecake
3. een zogenaamde ‘hoge’ appeltaart

Dingen die anderen schreven waar ik mezelf in herkende.
1. iemand die schreef over vrouwen die meer van hun poezen houden dan van hun vriendje, gelukkig heeft mijn vriendje dat ook, dat-ie meer van de poezen houdt dan van mij (als degene die dat schreef dit leest, please zeg iets, dan link ik, ik heb me rot gezocht, maar weet niet meer wie het was)
2. Tante Annie die schreef dat ze door de lente zin kreeg om een matrasbeschermer te kopen, ik stond ook met zo’n ding in mijn hand vorige week (for the record, zoiets heet een molton, Tante!)
3. Adriaan Jaeggi die Martin Brils bloesjesode miste op bloesjesdag

Dingen waar ik me schuldig over voel.
1. dat ik hier niks zinnigs meer ga schrijven tot zondag – en dat dit een veel te kort allegaartje gaat zijn
2. dat de liefste en zorgzaamste man op aarde wel lief en zorgzaam moet zijn, omdat ik geen flikker uitvoer sinds ik zo moe ben
3. dat ik vandaag welgeteld een half uur heb gewerkt

Dingen die ik voor mijn verjaardag kreeg.
1. een fiets die ik nog moet uitzoeken
2. het eerste seizoen van Deadwood
3. een smoothiereceptenboekje, een dichtbundel van Bart Moeyaert, een etentje in een Portugees restaurant, een boekje over literatuur, een verrassingsfeestje, een fles whiskey, een boek dat we al hadden, twee romantische kaderkes, een boel bloemen, kaarten, smskes, mails, reacties op mijn weblog en telefoontjes

Dingen die ik vorig jaar rond deze tijd schreef.
1. een stukje over een eyeopener in een docu over Jan Vrijman – een goed voornemen
2. een stukje over de Wildebras, de Engelsman en de Goede Vriend – een romantische komedie
3. een stukje over hoe het is ná het nieuwe begin – een hoopgevend stel woorden

Dingen waar ik heel blij om ben.
1. Yuri die de halve finale van een cabaretfestival heeft gehaald
2. Yuri die op onze ‘ontmoetingsdag’ voor het eerst gaat optreden in mijn stad
3. Yuri

Voor Allegaartje 1 t/m 10, kunt u hier terecht, onder het bovenste stukje.
En omdat ik er donderdag niet zal zijn, wil ik u net als vorig jaar graag doorsturen naar een stukje over het belangrijkste mailtje in mijn leven – Vandaag vieren we de dag van de blije bukster

Tot zondag.

De controlfreak en de verrassing –
en hoe dat altijd een beetje wringt

‘Vrijdagavond, de dag na je verjaardag, moet je vrijhouden.’
‘Waarom?’, vraag ik.
‘Dat zeg ik niet, dat is een verrassing.’
‘Oh, spannend’, zeg ik.
(De controlfreak in mij zet zich schrap. Verrassing. Witte vlek. Overgave. Brrr.)

‘Je moet er mooi uitzien, vrijdagavond.’
‘Mooi? Wat is mooi? Mooi is afhankelijk van waar we naartoe gaan.’ Ik kijk hem indringend aan.
‘Maar liefje, jij ziet er altijd mooi uit. Maak je geen zorgen.’
(De controlfreak in mij maakt zich wél zorgen. Daarvoor is het een controlfreak. Mooi is tijdens een etentje anders dan tijdens een dropping. En als mijn controlfreak buitenspel staat, wint comfort het altijd van mooi. Een ijskoud concert van John Zorn in minirok of een flinke avondwandeling met speurtocht op enkellaarsjes van 11 centimeter hoog: dat risico neemt de controlfreak in mij niet meer. In mijn lange onderbroek en op mijn gymschoenen win ik de oorlog.)

‘We worden om negen uur opgehaald vrijdag.’
‘Opgehaald?’, vraag ik.
‘Ja, opgehaald.’
‘Okee’, zeg ik.
(Okee? Okee? Helemaal niet okee, denkt de controlfreak in mij. Opgehaald? Door wie? Zijn het leuke mensen? Moet ik er zenuwachtig van worden? Voor de zekerheid wordt de controlfreak in mij er maar zenuwachtig van. Je weet nooit.)

‘Ga maar wél met de ex-buurvrouw naar het boekfestijn.’
‘Maar wij zouden vrijdag samen mijn verjaardag vieren’, werp ik tegen.
‘Ja, maar ik kan verrassingsgewijs wel wat voorbereidingstijd gebruiken.’
‘O… Okee’, stamel ik.
(De controlfreak in mij voelt nattigheid. Hier klopt iets niet. Voorbereiden voor iets waarvoor we worden opgehaald? Zouden we dan toch niet worden opgehaald? Een feestje misschien? Thuis? Of buiten de deur? Met wie dan?)

‘Moet ik hoge hakken aan?’, vraag ik.
Hij ziet mijn vieze gezicht. ‘Nee, dat hoeft niet. Het mag ook casual mooi zijn.’
Ik probeer zijn blik te doorgronden.
(Dus toch geen feestje, denkt de controlfreak in mij. Als hij mij richting platte schoenen probeert te praten, dan zullen we wel iets heel actiefs gaan doen. In het donker, met kou en regen. De controlfreak in mij huivert.)

‘Yuri heeft een verjaardagsverrassing voor mij’, zeg ik.
‘Wanneer? Gisteren? Op uw verjaardag?’, vraagt ex-buurvrouw.
‘Nee, nee, vanavond.’
‘Da’s keileuk!’
(De controlfreak in mij legt haar reactie onder de loep: authentiek. Dus geen feestje, want ex-buurvrouw weet van niks. Zou het een voorstelling zijn? In Brussel? En dat we daarom door iemand worden opgepikt? Iemand met een auto?)

‘Het is al kwart over negen’, zeg ik.
‘Ik bel wel even.’ Hij loopt naar de gang.
‘En?’, vraag ik als hij terugkomt.
‘Alles komt goed, alles komt goed.’ Hij lacht.
(De controlfreak in mij analyseert: de meeste concerten zijn al begonnen, theatervoorstellingen ook, de film…, ah, de film begint nog laat. De controlfreak in mij neigt naar een triomfantelijke lach.)

‘De bel gaat. Doe jij maar open.’
Ik verwacht een auto met draaiende motor, maar er staan vier mensen.
Vier mensen die ik ken, maar die elkaar niet kennen. Moeten die allemaal in één auto?
(De controlfreak in mij snapt er niets meer van, krijgt geen grip op de situatie. Moet zich verloren gewonnen geven. Moet gewoon maar afwachten wat er gaat gebeuren.)

Ik sta in de deuropening en kijk de straat in. Geen auto te bekennen.
‘Hallo allemaal’, zeg ik, terwijl ik mijn verwarring over het ontbreken van een auto probeer te verbergen.
‘Gelukkige verjaardag’, kraait het viertal, terwijl ze hun fiets vastzetten.
Ik wil net vragen of we ‘gelijk weggaan’ als ik me realiseer dat we misschien wel helemaal niet weggaan. Over mijn schouder kijk ik de donkere gang in, in de hoop dat Yuri me komt redden. Geen Yuri te zien.
De vier maken aanstalten om het huis te naderen en plots besef ik dat ik niet moet wachten op hun initiatief.
‘Uh, zal ik jullie maar binnenvragen dan?’
(De controlfreak in mij draait overuren. What the fuck? Een feestje bij ons thuis? Maar het huis is echt helemáál niet opgeruimd! Is de wc wel schoon? Er staan drie fietsen in de gang! Volgens mij ligt er een string van mij op de trap! We hebben geen cola, alleen maar Duvels! Wah! De controlfreak voelt zich vreselijk gepasseerd.)

Yuri haalt allerlei verstopte versnaperingen uit de tuin, en een bak met zelfgemaakte sangria. Men geeft mij cadeautjes, men snapt mijn onhandige small talk, men wenst mij veel geluk. Men blijft tot drie uur ’s nachts en als ik naar bed ga, geef ik Yuri een dikke kus.
(De controlfreak in mij is gevloerd. Ik zeg onhandige dingen, ik zie er anders uit dan in tijden van volledige controle, het huis heeft mijn grondige feestvoorbereiding niet gehad en toch is alles leuk. Hoeveel meer zou een controlfreak nodig hebben om deemoedig het hoofd te buigen en de aftocht te blazen? Nou?)

De snuitcultuur geduid

Weet je waar je nou nooit iemand over hoort? De snuitcultuur. Niemand die ooit even de snuitcultuur voor mij duidt, de geschiedenis, de verschillen van land tot land, de relatie tussen neus en mens en de wetgeving omtrent decibellen.

Me dunkt dat snuiten een taboe is. Maar daarmee zijn we er nog niet, want was het maar zo eenduidig: men neme een taboe, en hup, klaar. Nee, er zijn nogal wat verschillen in snuittaboe tussen mijn Amsterdamse roots en mijn Leuvense nieuwe wereld.

In vergelijking met de Randstedelingen, waar ik heel mijn leven mee te maken heb gehad, gedraagt men zich hier als een kudde olifanten. In elke bijeenkomst, groot of klein, binnen of buiten, stil of rumoerig, klinkt zeker een paar keer wat trompetgeschal. In het Noord-Westen kon ik dagen lesgeven zonder dat iemand een zakdoek tevoorschijn haalde, maar hier hoor je op elk stil moment wel een keer een ferme pèèèp.

De katoenenzakdoekfabrikanten doen goede zaken, vermoed ik. Waar katoenen zakdoeken in mijn grootstedelijke beleving zijn voorbehouden aan double breasted bestuurders van amateurvoetbalclubs, is hier sprake van wijdverbreid zakdoekbezit. Zelfs de meeste hippe twintiger vist hier een frommeltje uit zijn slim jeans, om daarmee een stille treinwagon wakker te schudden.

Maar wakker schudden: ho maar. Niemand die op- of omkijkt als er tijdens een theatervoorstelling geschetter door de zaal klinkt. Behalve ik dan dus. Ik kijk altijd op. Of om. En daarmee plaats ik mezelf buiten de groep. De laatste keer dat ik een katoenen zakdoek bij me droeg, was toen ik klein was en ik met een kleuterstrijkijzer mijn katoenen kleuterzakdoekjes streek.

Ik heb me al vaak afgevraagd of ik een viespeuk ben. En of wij allen, daar in het noorden, niet een viespeuk zijn. Wij schrapers, neusophalers, stiekeme pielers met de mouw van onze jas. Maar ik kom elke keer tot de conclusie dat dat maar een deel van ons verhaal is.

Eigenlijk is het taboe bij ons nog groter. Wij wachten met snuiten tot we in de eenzaamheid van onze auto verkeren, binnen de veilige bescherming van de wc-muren, in bed. Dan snuiten wij Noorderlingen naar hartelust het Wilhelmus. En natuurlijk doen wij dan ook nog wat dingen die je in de openbaarheid nooit zou doen, met gepulk en een neusgat dichthouden en zo. Maar wij wassen daarna altijd onze handen. Tenminste, ik wel.

En dan heb ik het dus nog niet gehad over het verschil in hygiène tussen de wegwerpzakdoek en een aan-elkaar-geplakt katoenen lapje dat de hele dag in je zak mag opdrogen. Ik bedoel, ik ben helemaal voor milieuvriendelijk en zo, maar mijn broekzak hoort ook bij het milieu, vind ik.

De grote vraag blijft dus wie er viezer is. De Belg, die alle omstanders deelgenoot maakt van zijn inwendige huishouding met een kweekje in zijn broekzak. Of de Noorderling, die soms zelf niet doorheeft dat hij schraapt en ophaalt als een gorgelend gootsteenputje, maar die in momenten van stilte de boel netjes ophoudt. Zoals je dat doet met scheten of boeren.

En ik begrijp dus niet dat niemand het daar ooit over heeft. Maar misschien kleeft dat aan taboes. Dat zou zomaar kunnen.

34

Ik ben Zezunja, ik ben vandaag jarig, ik ben 34 jaar en ik weet even helemaal niks om te schrijven, maar ik wil wel graag uw felicitaties in ontvangst nemen en dus plaats ik, heel doorzichtig, een foto waarop ik u aankijk als een hond die al dertig dagen niks te eten heeft gehad.

Lucy en de Marathon Man:
een pasverworven trauma

Lucy heet de lamp van de paradontoloog. Dat staat tussen haar ogen. Ze hangt boven me. We kijken elkaar aan en ik weet dat Lucy me hier niet doorheen gaat slepen.
Ik zoek een ander punt om naar te kijken. De hoek waar het plafond de serremuur raakt. Ik staar.

In een flits zie ik een naald, ik hoor een buisje rinkelen en ik sluit mijn ogen. Nu is het een kwestie van ze dicht te houden.
‘Dit geeft even druk se’, zegt hij.
Ik probeer niet te kijken naar de naald die op ‘n centimeter van mijn ogen schuin in mijn kaak staat.
‘Dit kunt u even voelen, mevrouw.’ Hij kiest een andere hoek voor zijn naald. Mijn wimpers trillen van inspanning.

‘Dit voelt u tot in het puntje van uw neus’, zegt hij, terwijl hij mijn lip omhoog trekt.
Ik knijp nog steeds mijn ogen dicht. Voor mijn gevoel zit er nu een naald in het midden van mijn hoofd.
‘Deze zit dicht bij een andere zenuw’, zegt hij. Hij duwt de naald richting kin.
Mijn buikspieren kunnen niet meer en mijn ogen doen pijn van het knijpen.
‘Gaat het nog, mevrouw’, vraagt hij. De naald staat haaks onder mijn tong.

Na de zesde prik kijk ik Lucy aan. Ze blijft stoïcijns, geloken ogen op mij gericht. Niets vertelt mij of het nog lang zal duren.
‘Even wat naar mij draaien mevrouw’, zegt de paradontoloog – in één beweging de naald in mijn gehemelte plantend. Mijn handen klauwen en mijn tenen krommen. Bij naald nummer tien raak ik de tel kwijt. En mijn ogen hun kracht.

Onbedoeld kijk ik naar de naalden. Lucy kijkt mee. In mijn mond is de scheidslijn tussen waarheid en bedrog verwaterd. Zijn de naalden die ik voel een gevolg van de tintelende verdoving? Of voel ik nu toch weer een naald in het diepst van mijn gedachten? Mijn ogen nemen het over van mijn tastzin. Ik zie naalden, ik voel naalden. Mijn tranen trekken zwarte strepen loodrecht opzij.

Het zijn er minstens vijftien. Op vrijdag en op dinsdag. Dertig in totaal. Ik vraag aan Lucy of ze Marathon man heeft gezien. Pas als ze met een armzwaai wordt weggeduwd, knikte ze stilletjes ‘ja’. ‘Ik voel mij Dustin Hofman’, fluister ik. ‘Ik heb een idee voor een remake in de omgekeerde wereld.’

Een typisch geval van de weeromstuit

Ik moet meedoen aan een wedstrijd, ik moet naar de tandarts, ik moet een klein lampje met een grote fitting kopen. Ik moet een persbericht schrijven, ik moet een wanbetaler nabellen, ik moet de witte was weer eens doen. Ik moet naar de huisarts gaan, de slaapkamer opruimen en blauwe nagellak voor mijn tenen kopen. Ik moet mailtjes beantwoorden, ik moet een pasfoto maken, ik moet een aangetekende brief aan Telenet schrijven. Ik moet opdrachten zoeken, ik moet Fortis en Argenta bellen, ik moet mijn Unzio-lidmaatschap beter benutten. Ik moet contacten leggen met nieuwe werkgevers, ik moet meer stukjes op mijn weblog schrijven, ik moet minder verjaardagen vergeten. Ik moet de logeerkamer opruimen, het tuinmeubilair schilderen, het bureau een likje verf geven en het element van mijn semi-akoestische gitaar laten maken. Ik moet stoppen met roken, ik moet een handgeschreven brief aan een oud-collega schrijven, en Neil uit Nieuw-Zeeland nodig mailen. Ik moet weer eens naar Amsterdam, ik moet dat plekje op mijn wang laten onderzoeken, ik moet meer aan sport gaan doen. Ik moet de website afmaken, een betaalconflict oplossen, het nieuws goed volgen. Ik moet de uitslag van een andere wedstrijd bijwonen, ons autodeelcontract regelen en onthouden wie er allemaal een hart onder de riem nodig hebben. Ik moet een cursus ontwikkelen, mijn prijs verhogen, mijn gebit redden van de ondergang. Ik moet nog goedkoper leven, mijn verjaardag vieren en zorgen dat ik mijn zwarte sjaal terugkrijg. Ik moet een live-interview voor publiek voorbereiden, plannen indienen bij verschillende mensen, en groene zakken kopen. Ik moet mijn rijbewijs halen, helemaal blind leren typen en Tirza van Arnon Grunberg uitlezen. Ik moet vaker zingen, een fietsslot kopen en een fictieverhaal met een deadline verzinnen. Ik moet mijn iTunes ordenen, de inloopkast opruimen en zorgen dat ze bij Wisper mijn zalmsla weggooien. Ik moet iemand een column bezorgen, een afspraak maken met mijn schoonzus en meer De Een en De Ander’s tekenen. Ik moet een foto doorsturen van een Ploesiepoesie, het laatste deel van Harry Potter lezen en zorgen dat mijn cursus in Antwerpen volkomt. Ik moet mijn dreadlocks in goede banen leiden, de film Control nog eens zien en een nieuwe internetprovider kiezen. Ik moet sparen voor mijn sociale bijdrage, voor een nieuwe iMac voor mijn compagnon en voor een broodnodige vakantie. Ik moet nieuwe ideeën voor mijn websites verzinnen, mijn familie niet verwaarlozen en op tijd mijn medicijnen toedienen. Ik moet de uitgelopen aardappelen weggooien, het logeerbed afhalen en het gaatje in het luchtbed dichten. Ik moet bijna al mijn contacten beter onderhouden, mijn verkering vieren en doorgaan met 365 days. Ik moet prioriteiten stellen, mijn dwarsfluit schoonmaken en mijn bureau opruimen. Ik moet Little White T-shirt afmixen, de zwangeren in de gaten houden, mijn portfolio vervolmaken. Ik moet de synthesizer onder de knie krijgen, de ramen lappen, de eerste bollen in de grond doen. Ik moet weblogs volgen, attent blijven en onderhandelen over prijzen en onkosten. Ik moet een pepermolen kopen, en insteekhoezen en een nieuwe fiets.
Van de weeromstuit doe ik vandaag helemaal niets.

Ze zeggen dat ik tiranniek ben

“Hoe dan ook, even googelen en je bent er gelijk achter wat een horoscoop is: grote bullshit. Maar ook een flinke koeienvlaai kan een spiegel zijn. Ik bedoel: als-ie goed glimt en er is voldoende licht, dan kun je erboven gaan hangen en je zelf terugzien. Try this at home, zou ik zeggen.

Dus daar gaan we, en vergeef me de taal: astrologen kunnen bijna zonder uitzondering geen fatsoenlijke zin op papier krijgen. Ook heb ik niet aan bronvermelding gedaan; een doelbewust gebrek aan respect zullen we maar zeggen.”

Lees alles over mij en mijn visie op mijn horoscoop hiero op nietlief.com.

De Niet Lief Collectie:
Een koeienvlaai is ook een spiegel

Dit stukje verscheen op 1 februari 2007 op nietlief.com. Kaat zwengelde het aan met de volgende inleiding:
“Hoe zit dat bij jullie? Klopt de beschrijving van je sterrenbeeld met dat wat je van jezelf vindt? Geloven jullie er in of denken jullie dat het onzin is? Ik ben benieuwd.”


Onderwerp: Wat vind je van je horoscoop? En geloof je erin?
Geschreven door: Zezunja

Over astrologie kan ik alleen maar zeggen: haha. Of beter: hahahahaha. Altijd geinig, maar er ernstig over schrijven: haha.

Wat niet wegneemt dat ik vaak wel in ben voor een lolletje. Ik kom zelf niet op het idee om de fun van het leven daarin te zoeken, dus horoscopen lezen doe ik zelden. Maar als ik er per ongeluk op een stuit dan ga ik wel even voor een Haha-erlebnis.

Bij het schrijven van dit stukje heb ik gewoon ‘Waterman’ en ‘karakter’ gegoogeld, en voilà : 20.000 pagina’s die mijn karakter duiden. Halleluja.

Volgens die 20.000 pagina’s ben ik alles wel en alles niet. Zo zou ik onzelfzuchtig en broederlijk zijn, maar ook asociaal en individualistisch. Ik ben volgens de heren en dames astrologen sympathiek, maar ook koel. Ik zou humanistisch zijn, maar ook tiranniek. Ik las zelfs ergens dat er grote kans is dat ik homoseksueel ben (en dat werd dan in één adem genoemd met pervers, zedeloos en ontrouw – om maar even aan te geven waar deze astroloog de homoseksueel positioneert).

Hoe dan ook, even googelen en je bent er gelijk achter wat een horoscoop is: grote bullshit. Maar ook een flinke koeienvlaai kan een spiegel zijn. Ik bedoel: als-ie goed glimt en er is voldoende licht, dan kun je erboven gaan hangen en je zelf terugzien. Try this at home, zou ik zeggen.

Dus daar gaan we, en vergeef me de taal: astrologen kunnen bijna zonder uitzondering geen fatsoenlijke zin op papier krijgen. Ook heb ik niet aan bronvermelding gedaan; een doelbewust gebrek aan respect zullen we maar zeggen.

Over de Watermanvrouw: Op een zekere dag verliest ze echter haar belangstelling voor een vriend, of haar beroep wordt onbelangrijk voor haar; dan laat ze ook zonder enige waarschuwing vriend en beroep achter zich en kan zelf niet verklaren waarom. Het is nu eenmaal hun bestemming een levensfase plotseling af te breken en een nieuwe te beginnen.

Haha, dit is wáár. Ik hoef er zelfs helemaal niets aan toe te voegen. Vraag maar aan mijn exen en werkgevers. En neem van mij aan: daar maak je geen vrienden mee. Het enige wat ik niet doe, is bij het dichttrekken van de deur roepen ‘dat dit nu eenmaal mijn bestemming is’. Bestemmingen horen bij trams en bussen, niet bij het leven, wat mij betreft.

En meer over de Watermanvrouw: Ze presteren het om in een kanten nachthemd boodschappen te gaan doen, of met een wijde broek en gymnastiekschoenen in de schouwburg te verschijnen.

Haha, dit is óók waar. Wat een lol. De avondwinkeleigenaar kan bevestigen dat ik sloffen heb die lijken op het hoofddeksel van een jarige smurf. In mijn kast hangt een kanten nachthemd van Dior dat al regelmatig het daglicht heeft gezien en ik weiger in oncomfortabele kleding te lopen, met als gevolg dat men mij tussen het hooggehakt publiek kan treffen op mijn good ol’ All Stars.

Op een andere site (over de Watermannen én -vrouwen): De Waterman hecht geen belang aan rangorde. Voor hem is iedereen gelijk. Hij is net zo vriendelijk tegen de poetsvrouw als tegen de algemeen directeur. En iets verder in die tekst: Dit teken heeft het moelijk met gezag, zodat de Waterman vaak kiest voor een zelfstandig beroep.

Haha, me dunkt: als de eerste zin klopt, is de tweede een automatisch gevolg. Je kunt de poetsvrouw niet op gelijke hoogte met de directeur scharen als je vervolgens enorm ontzag hebt voor autoriteiten. En als journalist is ontzag voor autoriteiten geen handige eigenschap. Bovendien ben ik volgens vrijwel alle Watermanhoroscopen koppig en onconventioneel. Die eigenschappen gaan ook niet samen met een heilig geloof in his master’s voice, kan ik je vertellen.

Welnu, ik kan nog uren doorgaan, ik bedoel: 20.000 pagina’s! Als ik zou willen, kan ik nog weken spiegelen. Maar het leven is niet alleen maar leuk, zei de grote filosoof mijn moeder.

Dus nog even van dik hout zaagt men planken: Ik heb grote vrijheidsdrang, ben creatief, vindingrijk en hulpvaardig. Ik heb mijn eigen mening en ben daar moeilijk vanaf te brengen. Ik ben uitgesproken objectief, heb een goed opmerkingsvermogen, ben een beetje excentriek en hou er ongewone ideeën op na. Bovendien ben ik geschikt om een pedagogisch beroep uit te oefenen.

Haha, u begrijpt: dat klopt weer als een bus.

Maar voordat we met z’n allen gaan denken dat astrologie een wetenschap is. Ik ben ook een slechte moeder (hoezo pedagogisch beroep?), mijn spruiten kunnen weinig moederliefde verwachten, ik denk rechtlijnig en vind seks totaal onbelangrijk.

Ik zal er verder niet over uitweiden, en bij dat laatste geen getallen noemen, maar een welgemeend ‘haha’ is op zijn plaats. Sjeik vindt mij namelijk een heel goede moeder, zegt-ie.

En dat poezen kunnen praten is even grote onzin als de gemiddelde horoscoop.