Archief in maanden: juli 2008

Mijn eigen provider probeert mij op slinkse wijze binnen te halen als klant

‘Met Zezunja.’
‘Met die-en-die van Base, ik heb een mooie aanbieding voor u, heeft u tijd voor wat vragen?’
‘Ik heb al Base, dus ik vrees dat er aan mij weinig te winnen valt.’
‘Maar ik heb een mooie aanbieding.’
(NB Base is een telefoonprovider in België – hij spreekt met Nederlandse tongval, ik ook, maar we doen beiden alsof het heel normaal is dat wij een Belgisch toneelstukje opvoeren met zijn tweeën)
‘Nou, vooruit dan maar, vertel eens…’
‘Als u nu het Base bladieblamooienaamabonnement neemt, kunt u voor 24 euro per maand zus en zus en zo doen.’
‘Maar ik heb nu een abonnement van zes euro! Haha! Heb je niks beters?’
‘Nou, uhm, hoeveel betaalt u nu aan gesprekskosten?’
‘Iets van zestig euro per maand, maar dat is omdat ik veel naar Nederland bel…’
‘Ah, dan heb ik het dit-en-dit-en-dat-turbo-abonnement en dan betaalt u maar 21 cent voor bellen naar Nederland.’
‘Maar volgens mij is dat bij mijn huidige abonnement minder…’
‘Ik kan u een folder opsturen.’
‘Is dat wel vrijblijvend?’
‘Ja, het kan alleen goedkoper worden, niet duurder.’
‘Maar ik bedoel vrijblijvend in de zin van: dat ik nergens aan vast zit als ik nu iets laat opsturen..’
‘…’ (stilte)
‘Is die folder gewoon informatie of ben ik dan ook gelijk ergens toe verplicht?’
‘Nou, uhm, u krijgt er ook een contract bij.’
‘Maar als ik dat niet teken, is er niets veranderd, toch?’
‘Ja, als ik het opstuur, is er een contractuele verplichting van twee jaar.’
‘Dus als u het ópstuurt, hebben we eigenlijk al een contract?’
‘Ja, precies.’
‘Het is dus geen folder?’
‘Nou ja, een folder mét een contract.’
‘Haha. Wat brutaal zeg.’
‘…’ (stilte)
‘Met andere woorden: dan wil ik geen folder.’

Zijdelings

  • “Koeienstront is ook natuur.”
  • “Het is lastig om niet bij jou te bijven, als jij wel bij mij blijft.”
  • ”Wil je praten? Of wil je gewoon even nagelbijten met publiek?”
  • “Ik vind jou zo piesvol.”
  • “Een stukje champignon doet er in zijn eentje net zo lang over als met zijn tweetjes.”
  • “Maar het zijn geen belletjetrekkers.”
  • “Toch jammer dat ik geen punnikpaddestoel meer heb.”
  • “Ik kan dat broodje zalm nog opeten, maar ik ben al een beetje overbevist.”
  • “Onze poes lijkt op een bh.”
  • “Lieve god, laat alsjeblieft een clou uit de hemel vallen! Amen.”
  • “Al jouw huisgenoten kwijlen.”
  • “Ik deed mijn best om Michael J. Fox te lijken, compleet met All Stars en basebaljekkie.”
  • “Ik ben vergeten hoe Memento ging…”
  • “Mijn hart liep als een schoothondje.”
  • “Je moet even geen vieze woorden roepen, ik moet even telefonisch interviewen.”
  • “Zijn accent past helemaal niet bij zijn espressomachine.”
  • “Als ik verkouden ben, heb jij een piebel.”
  • “Ik voel dat ik al stuiterbal.”
  • “Wat is het internet toch kut georganiseerd.”
  • “ik vind Al Gore en Bill Gates beiden een beetje amfibisch.”
  • “Lief, het leven is mooi en dat moet je ook laten zien in je wenkbrauwen.”
  • “De wereld zou er heel anders uitzien als asfalt lichtblauw was, of roze.”
  • “Ik voorzie dat Mike weer de hele dag bijna van de bank gaat vallen.”
  • “De Belgen moeten ons niet, maar ze willen wel met ons trouwen.”
  • “Ik vind dat huisdieren geen scheten zouden mogen laten.”
  • “Ik vind wel dat jij het woord smegma opmerkelijk vaak gebruikt.”
  • “Mijn leven en ik overstijgen elkaar.”
  • “De spleet is niet bevattelijk.”
  • “We moeten de dagen van de week kwijt zijn.”
  • “Zie je, jongens zijn soms ook maar gewoon meisjes!”

Voor wat ik eerder zijdelings zei, zie hier en hier.

De Eenzame Planeet van Onmin: Eten & Drinken

Voor VPRO’s Café De Liefde schetst Zezunja een reisgids in tien delen over het eeuwenoude vestingstadje Onmin en schetst het mistige dal waar de liefde op de helling staat. Ze duidt de cultuur, de taal en de mensen in het universum van ruzie, rotzakken en jij-bakken.


‘EN NU LOOPT HIJ WEG!!! Terwijl hij volgens mij donders goed beseft wat hij mij AANDOET!! Waarom loopt die klootzak altijd gelijk weg?! Om mij te straffen? Om zichzelf een goed gevoel te geven? Het gevoel dat hij een hele peer is? Ik snap niet waarom hij roept dat hij van mij houdt. Terwijl hij er vervolgens alles aan doet om mij weg te jagen. Ik haat hem soms ECHT!!!’

Aan het handschrift kan ik zien dat ik niet alleen kwaad ben, maar ook dronken. Zo dronken dat ik niet onderdoe voor de eerste de beste huisarts. Het is een wonder dat ik het nog kan lezen en het is de vraag waarom ik het in mijn dagboek schreef. Om mezelf gelijk te geven? In de hoop dat hij, het lijdend voorwerp, het las? Dan had ik misschien wat duidelijker moeten schrijven. Of was het gewoon therapeutisch? Om mijn woede kwijt te raken?

Als dronken vrouw ben ik onnavolgbaar. Ik heb een vurige dronk, die wanneer de sterren gunstig staan, leidt tot geanimeerde gesprekken, uitwisseling van diepe zielenroerselen en de hoogstnoodzakelijke big smile. Maar o wee als er sprake is van een slecht gesternte. Dan ga ik discussiëren tot ik erbij neerval. Dan bestel ik nog een cognac, en nog een en nog een. En dan heeft hij het gedaan. Alles. Hij. De Grote Schuldige Die Zich Wat Meer In Mij Moet Verplaatsen. Of Hij die gewoon ongelijk heeft, tot hij mij gelijk geeft.

Drank in Onmin: je moet ertegen kunnen. En er zit een gemeen kantje aan, want drank verandert gedurende een relatie danig van gedaante. In het begin, als Onmin nog Bemin is, dan helpt het je de relatie op poten te zetten. Misschien had je nooit met hem gezoend zonder die halve fles wijn, en misschien hadden jullie nooit zoveel over jezelf verteld als er niet een paar glaasjes aan te pas waren gekomen. Maar dan maakt de roze wolk plaats voor de blinde waas van de kwade dronk of het dagelijkse glas te veel (‘Zou je dat nou wel doen?’). En dan is er geen redden meer aan.

Na de Wittebroodsweken zou er eigenlijk op elke fles drank moeten staan: ‘Warning: contains flammable liquid’. Want dan blijkt bier ineens veel voedingsstoffen te bevatten die rechtstreeks opgenomen worden in het de Vurige Verbitterde Hart. Waar het aan het begin van de relatie fijn is dat een mens wat opener wordt van een beetje alcoholica, kan tegen de tijd dat een relatie rijp is voor onontkoombare averij, dat ene glas het verschil maken tussen een redelijk gesprek en een hoop stampij.

Ik besprenkel mezelf zo nu en dan. Niet vaak, maar altijd met de vuistregel: één ei is geen ei en dat geldt ook voor glaasjes cognac. En daarmee is mijn vriend gedwongen eens in de zoveel tijd de hemel af te turen. Hand boven zijn hoofd, wenkbrauwen gefronst, iets murmelend als ‘hoe staan de sterren vandaag in het Eenzame Universum van Zezunja?’ En dan houdt hij zijn hart vast.

O ja

* Als de mensen die een neuscorrectie zoeken, leren dat er geen spatie moet tussen ‘neus’ en ‘correctie’, hoeven ze niet via Google door te klikken naar Het Eiland Neus alwaar wij veel corrigeren, maar geen neuzen.

* Is het normaal in België om ontdopte rauwe eieren eerst in een kommetje te gooien, alvorens ze te bakken?

* Ik ben soms stiekem blij dat ik slechts schulden heb bij Fortis en geen spaargeld of aandelen.

* Mijn lief is de kalmheid zelve, maar toen hij dacht dat ik langs die stilstaande auto ragde, deed hij ineens heel Belgisch hysterisch (Belgisch hysterisch is eigenlijk nog best kalm). Het was slechts de spiegel, en dat vond ik stiekem jammer, want die hummer was zo breed, dat-ie het verdiende dat er een kneus langs zou raggen.

* Dat kastje (zie het schimmige woord ‘productie’ onderaan) is nog niet af. Foto laat dus op zich wachten.

* Ik schaamde me toen ik per ongeluk had opgeschreven dat ik onlangs ‘de Britse versie van The Office’ had gezien en dat-ie tegenviel. ‘Nu denkt iedereen dat ik zo’n halvegare ben die dweept met de Amerikaanse versie’, piepte ik tegen mijn lief. Ik heb het in het stukje gewijzigd, maar de meeste bezoekers waren al geweest, het kwaad was al geschied. Dus even voor de goede orde: in 2005 zag ik de Britse versie en die vond ik fantastisch. Twee weken geleden zag ik een stukje van de Amerikaanse versie en daarover schreef ik dus: ‘…en hoewel die tegenviel, viel-ie toch mee.’ Goed, dan is dat rechtgezet.

* Michael Boogerd zei tijdens een van zijn commentaren bij de rit op de Alpe d’Heuz dat ‘dinge tegen dinge aangereden was’. Daar werd ik heel jolig van.

* Ik vind Café De Liefde per ongeluk een heel goed tv-programma. Daar heb ik geluk aan, want als het kut was, had ik mooi wel mijn naam eraan verbonden. Maar het is niet kut, het blijkt zelfs heel interessant. Allemaal kijken dus, die laatste twee afleveringen (woensdag rond kwart voor elf op Nederland 2). Voor al mijn columns over zoenen en onmin kunt u hier klikken. Voor de eerste vier uitzendingen hier.

* De opruiming gaat goed en gestaag. We hebben nu een hippiekamer met geile wijven aan de muur en een studio met piano, vier gitaren, de laptop, garageband en duizendeneen malle, kleine instrumentjes van chickenshake tot mondharp en van neusfluit tot pologo. Wij willen beiden die kamer annexeren.

* Er komt zo iemand in onze hippiekamer met geile wijven logeren. Het is een hetero-vrouw. Dikke pech.

Maar o wee als er sprake
is van een slecht gesternte

Zezunja schrijft een reisgids in tien delen over het eeuwenoude vestingstadje Onmin en schetst het mistige dal waar de liefde op de helling staat. Ze duidt de cultuur, de taal en de mensen in het universum van ruzie, rotzakken en jij-bakken.

Deze week: Eten & drinken in Onmin.
“…Als dronken vrouw ben ik onnavolgbaar. Ik heb een vurige dronk, die wanneer de sterren gunstig staan, leidt tot geanimeerde gesprekken, uitwisseling van diepe zielenroerselen en de hoogstnoodzakelijke big smile. Maar o wee als er sprake is van een slecht gesternte. Dan ga ik discussiëren tot ik erbij neerval. Dan bestel ik nog een cognac, en nog een en nog een. En dan heeft hij het gedaan. Alles. Hij. De Grote Schuldige Die Zich Wat Meer In Mij Moet Verplaatsen. Of Hij die gewoon ongelijk heeft, tot hij mij gelijk geeft…”

Lees het hele stukje op VPRO’s Café De Liefde

Spijt zonder zere voeten



Klik op de foto voor iets grotere plaatjes

‘Liefje? Lig je op de bank? Half te slapen? Ja, het is al laat. Maarrem, je moet toch je schoenen effe aandoen en hier naartoe komen… Waar ik sta? In de Maria Theresiastraat, vlakbij het station. Er liggen hier stapels tijdschriften over een lengte van zes meter met Libelles uit de jaren zestig. Neem je fiets mee, en het oubommakarretje. En snelbinders of zo. Ja, ik blijf hier wachten. Kom maar gauw.’

Dus daar sta ik, in het lamplicht, half elf op een drukke dinsdagavond, met een buit die ik moet beschermen. Een buit die ik met geen mogelijkheid kan verbergen, een buit die vermoedelijk niet alleen mij interesseert, tenzij ik weet te voorkomen dat iemand anders de stapels ziet.

Ik probeer de tijdschriften zo te leggen dat er zo min mogelijk ultiem coole sixtiesvrouwen recht in de straatlantaarn blikken, maar het probleem is dat alles aan zo’n zestigerjarentijdschrift mooi is: de advertenties op de achterkant met in wicked blauw-oranje geklede, voluptueuze dames die een fonduepan aanprijzen, de gescheurde pagina’s met aanbevelingen voor de opvoeding van brutale kinderen, de getekende advertorials over het gebruik van wasmachines zónder wringer, de kerstnummers die druipen van old-fashioned onschuld en uiteraard de omslagen. Alles is zo ultiem cool dat ik onmogelijk kan voorkomen dat liefhebbers van heinde en verre zullen zien dat daar een gigantische stapel ultiem coole tijdschriften zomaar voor het grijpen ligt.

De enige mogelijkheid die ik kan bedenken, is mijn fiets zó op de stoep zetten dat iedereen moet oversteken om verder te kunnen. Dus ik stal mijn fiets overdwars op de stoep en doe alsof ik druk bezig ben met een spaak of een kogellager. Mijn plannetje werkt en ik voel me als Mike die altijd maar bezig is zijn eten te verbergen.

Na een kwartiertje komt mijn lief met rugzak, bommakar en touwtjes in de aanslag. Hij neemt de stapel in ogenschouw.
‘Amaai’, zegt-ie.

We beginnen de mooiste stapels in het karretje te laden en wat blijkt: onder elke stapel duikt een nieuwe schat op. Dacht ik eerst nog dat het alleen Libelles uit de sixties waren, al inpakkend zie ik Momo’s uit de seventies, talloze exemplaren van Het Rijk der Vrouw uit de jaren vijftig en een paar Waalse modebladen van decennia geleden. Uiteindelijk lopen we naar huis met honderden tijdschriften uit de periode 1948 tot 1990. Met de fiets aan de hand, een boordevol karretje, een rugzak én pijn in ons hart omdat we er nog duizenden moeten achterlaten.

Het is een barre tocht. Onze fietsen bezwijken bijna onder het gewicht van al dat moois en ik strooi her en der nog wat tijdschriften over het Leuvense asfalt, omdat de touwtjes van de bundels aan mijn stuur breken. Noodgedwongen laten we die pareltjes liggen voor de eerlijke vinder.

Thuisgekomen wil ik terug, maar ik ben doodop van de eindeloze sleurtocht en een werkdag van bijna vijftien uur. En dan: als je wel teruggaat, moet je dan álles meenemen? Dan zouden we zeker zes ritten moeten doen, met zere voeten, een vol hoofd en de klok die nu al middernacht aangeeft. Ik zucht.

We besluiten niet terug te gaan, maar ’s nachts word ik nog een paar keer wakker met een zwaar gevoel van spijt op mijn schouders. En de volgende dag als het papier bij mij op de berg wordt opgehaald, krijg ik een wee gevoel in mijn maag. De vuilniswagen zal zojuist in de Maria Theresiastraat geweest zijn. Ik wil er niet aan denken.

Maar gisteren dacht ik er weer aan. Toen ik drie uur lang scans maakte van omslagen van Het Rijk der Vrouw van meer dan vijftig jaar geleden – en niet te vergeten van de binnenkant van de covers, met tientallen waanzinnige advertenties, variërend van mentholpilletjes voor rokende vrouwen tot onontvlambare ontvlekkers. En weer kreeg ik een wee gevoel in mijn maag. En de hoop dat meer mensen loodzware bommakarettjes door de straten hebben gesleurd die nacht. Mensen boordevol energie, zonder zere voeten, die nu net als ik beseffen dat ze goud in handen hebben.

(Morgen een foto van een productie met de covers als materiaal)

Blind

Dit filmpje maakte ik bij station Gent Dampoort. Daar heeft ooit iemand het plan opgevat om zo’n mooi blindenpad aan te leggen. Ik heb daar zo mijn bedenkingen bij.

Bedenking 1
Dat pad begint zomaar in The Middle Of Nowhere, en om daar te komen moest ik als ziende ogen in mijn rug hebben niet onder een bus van het busstation te belanden. Als je daar als blinde terecht weet te komen, heb je helemaal geen blindenpad nodig.

Bedenking 2
Het eerste stoplicht is geen stoplicht, waarschijnlijk omdat er alleen maar verkeer van het busstation afkomt. Denk je ‘ns in dat ik een blinde was geweest, dan lag ik nu dus mooi wel onder een brommer én een bus. Je zou van minder bezwijken als blinde.

Bedenking 3
Die knopjes voor het piepgeluid zitten best ver van het blindenpad. En zonder de knopjes gaat er never iets op groen daaro.

Bedenking 4
Als ziende moet je al hollen om twee zebrapaden inééns te lopen, me dunkt dat alleen de heel geduldige blinden zonder brokken aan de overkant komen.

Bedenking 5
Het einde is gewoon sadistisch.

NB
Om al mijn bedenkingen te begrijpen moet je mijn filmpje bekijken.

Goed

De reisduur was Zuid-Frankrijk-waardig, maar de rolkoffertjes schraapten over natte Twentse bodem. Een kamer met een Auping-bed, Comedy Central en mijn lief. Mijn ouders een verdieping lager, zes dagen op vakantie in wat ooit mijn eigen land was: koeien, kou en buienradar.

Een boerderijtje met zijn vieren, later met zijn achten. Veel fietsen, tussen de druppels door naar Duitsland, dwars door de zadelpijn heen. En in bed liggen, naar de tractors luisteren, kijken of de buurman met de Twenste achternaam zijn netwerkje nog steeds open heeft staan, gokken of het droog zal worden. Maar nee.

Te loom om een boek te lezen. Te donker trouwens ook. Mijn overgrootvader werd erbij gehaald. Als het even droog leek, ‘zou het zo toch wel weer gaan regenen’. Poncho’s mee en fietsen maar. De score was mager: een kikker, een konijntje, een eekhoorn, een boel karpers en een minishetlandmuilezelgeval. En de eenzame dronkaard die al zeventig jaar alleen aan de brug woont. Hij had een oranje oog met een blauw randje. Hij vertelde dat het zandpad weldra weer een fietspad zou worden. Dat gaf hoop.

‘Als je mijn foto-album bekijkt, lijkt het alsof wij met de familie altijd maar zitten te eten’, zei ik. Daar had niemand iets tegenin te brengen en dus deden we van restaurants, verjaardagstaarten, boterhammetjes met radijs en ijsjes tussendoor.

Volgens Gerrit Hiemstra viel de week in het water en een heel vreemde meneer op TV Oost was er ook niet gerust op, maar wij hadden het goed. We zagen de Amerikaanse versie van The Office op Comedy Central en hoewel die tegenviel, viel-ie toch mee. We aten de aller- aller- allerlekkerste chocolademousse ever in Hotel De La Poste in Ootmarsum en we waren apetrots nadat we per ongeluk zestig kilometer hadden gefietst toen we even een ommetje wilden maken.

We begroeven met de kleinste filosofen van het gezelschap een vlinder en een hommel en we plaatsten er een half ei bovenop als grafmonument. Voor het eerst in jaren was ik bij de verjaardag van mijn vader, mijn moeder én mijn zus, ik maakte een olifant van een kiezelsteen en ik wist aan het eind van de week niet meer welke dag het was.

De Eenzame Planeet van Onmin: Bezienswaardigheden

Voor VPRO’s Café De Liefde schrijft Zezunja een reisgids in tien delen over het eeuwenoude vestingstadje Onmin en schetst het mistige dal waar de liefde op de helling staat. Ze duidt de cultuur, de taal en de mensen in het universum van ruzie, rotzakken en jij-bakken.


‘Ik ben dit zo zát hè!’
‘Ssst, niet hier!’
‘Het is verdomme áltijd hetzelfde!’
‘Stil nou! Ze kunnen ons horen!’
‘Laat ze het maar horen, je hebt het er zelf naar gemaakt.’
‘Als je nu niet stiller praat, ga ik weg, naar huis. Dan bekijk je het maar.’
‘Doe maar.’
‘Ik schaam me dood!’

Smeuïge buitenruzies zijn ware publiekstrekkers. Begrijp me niet verkeerd, het moet natuurlijk niet té erg worden, straatgeweld is beyond grappig, maar een fijne tragedie met een vleugje sarcasme is de ultieme attractie voor het hele gezin. En dan na afloop samen de toedracht verzinnen (én de thuissituatie én de karakters van de hoofdrolspelers, hun motieven, de uiterste houdbaarheidsdatum van de relatie, und so weiter). Bezienswaardigheden in Onmin: een onvergetelijk dagje uit voor ramptoeristen.

Het aardige van de relatieruzie als schouwspel, is dat er voor de hoofdrolspelers geen ontkomen aan is. Op het eerste gezicht lijkt er een ontsnappingsmogelijkheid, want je hebt namelijk twéé opties: óf je bent degene die in geval van ruzie schaamteloos door het restaurant-met-pianomuziek brult, óf je bent degene die met gebogen hoofd op pedagogische fluistertoon de ander tot bedaren brengt. Als je beiden de tweede mogelijkheid kiest, is er niets aan de hand, zo met twee volwassenen onder elkaar.

Maar dat is verraderlijk, want zelfs als je voor de fluisterversie kiest, zal je mimiek verraden dat er een schouwspel gaande is. Probeer zonder toneelschool je ongenoegen te verbijten en je hebt gegarandeerd het gesprek een tafel verderop op gang geholpen. ‘Niet meteen kijken hoor, maar die twee achter je hebben ruzie. Ze hebben al een half uur niets tegen elkaar gezegd en ze kijken elk chagrijnig een andere kant op.’

En zo is de buitenruzie gedoemd in de houdgreep van het publiek te belanden. Het obstakel kan niet uit de weg worden geruimd, omdat het publiek toekijkt. Maar het publiek blijft toekijken, zolang de kwestie niet uit de weg is geruimd. Dus of je nou brult of sust, het resultaat is hetzelfde: je bent het slachtoffer van aapjes kijken.

We vergapen ons aan leedvermaak met alleen maar slechte karakters. Het publiek, dat stilstaat, stilvalt, meesmult een meesmuilt laat zich van zijn ranzigste SBS-kant zien. Ramptoerisme per strekkende meter, daar zijn we als de kippen bij. De hoofdrol voor De Bruller (heusch niet altijd dramaqueen) die een klein beheersingsprobleempje op te lossen heeft (zo gilde ik ooit ‘vuile klootzak’ uit een hotelraam, terwijl de vuile klootzak in kwestie zich op een vol terras begaf). En als tegenspeler hebben we dan nog De Susser, die zo tussen Bruller en Publiek heel nobel lijkt, maar natuurlijk net zo vaak de aanstichter, de tarter, de oorzaak van het spektakel was.

Kortom: wie van ranzige reality-tv houdt, komt naar Bezienswaardigheden in Onmin, waar mensen Met Een Klein Beheersingsprobleempje een voorzet geven en mensen met een Tergend Karakter het schouwspel nog wat uitrekken. Acts van Brullers en Sussers zijn heel geschikt voor Smullers van het betere Relatiedrama. Kaartjes op de eerste rij zijn meestal binnen een mum van tijd uitverkocht, dus wees er snel bij!

Hoe het met mij gaat

Ik moet nodig ‘ns vertellen hoe het met mij gaat. Dit weblog staat al heel 2008 bol van de aankondigingen en mededelingen, er was niks zotisch meer aan. Het leek wel zo’n wijkkrantje vol met advertenties waartegen zelfs nee-stickers bestaan. Klaar voor een nee-sticker: dan heb je het ver geschopt. *kuch*

Kortom: klaar voor een herstart. En zoals dat gaat bij herstarts, we gaan eerst even een updateje doen.

Werk
Dit hele jaar bestaat uit de bordjes met ‘werk’ in de lucht houden. Zwiep-zwier-zwaai-ende-draai. Het was zwaar, het was lastig, het was veel, het was soms te weinig, het was spannend en het was soms 8 dagen in de week, maar het was de moeite waard. Ik heb donkere dagen moeten doorstaan, maar ervaar nu de superkick van iets tot stand te hebben gebracht. Van nul, nada, niente, tot waar ik nu sta: met een redelijk inkomen, een klein expanderend boomdiagrammetje dat men in de volksmond een netwerk noemt, een stel leuke opdrachtgevers en een prachtig Eiland.
Dat er vraag naar mij is. Naar ons. Het is zoveel beter dan ik durfde te dromen.
Kijk voor meer over de werkbordjes die we in de lucht houden op Het Eiland Neus.

België
Twee jaar en zestien dagen woon ik hier. Volgens mijn moeder gebruik ik al Vlaamse zinsconstructies, en dan ook nog eens die waarvan ik vooraf had gezegd dat ik die nooit zou overnemen, namelijk die met twee keer ‘gaan’ in een zin. Het moet niet gekker worden. Laatst kon ik de woorden aanrecht, wijnrank en koekenpan niet meer bedenken, omdat niemand die ooit nog tegen me zegt. Als ik in Nederland ben, steek ik mijn pinpas in winkels in de bovenkant van het pinapparaat, omdat dat hier bij Bancontact zo werkt. Totaal vergeten hoe dat ook alweer ging met die magneetstrip en dat trekken.
Ik voel me thuis hier, thuiser dan in Nederland. De rust is hier zoveel groter, er is minder wind, er zijn minder hard pratende mensen en er is minder ruimtelijke ordening: allemaal zaken die maken dat ik beter aard.

De Liefde
Mijn meneer en ik zijn een beetje een eng stel. Wij maken weinig ruzie, om niet te zeggen nooit. Wij hebben altijd zin in elkaars aanwezigheid en dat is een geschenk uit de hemel, want we werken op twee meter afstand van elkaar. Mijn meneer en ik zijn een eng stel omdat we 7 dagen per week 24 uur per dag op elkaars lip zitten, waardoor we onbedoeld erg op elkaar gaan lijken. Bovendien hebben we twee eigen talen, de ene is Radar Love, wat in plat Nederlands gewoon Telepathie heet en de andere is een onnavolgbare taal met als belangrijkste element allerlei personages in de derde persoon enkelvoud. Mijn meneer en ik zijn een beetje een eng stel en wij streven ernaar om nog enger te worden.

Vrije tijd
Het probleem met mijn werk is dat ik mensen lesgeef in hun vrije tijd, Met andere woorden: ik werk vaak ’s avonds of in het weekend. Tel daarbij op dat ik geneigd ben van maandag tot vrijdag te werken, omdat een werkweek nou eenmaal van maandag tot vrijdag loopt en je hebt een Zezunja die af en toe verzucht: ‘Ik moet volgende week dinsdag echt weer eens weekend nemen.’
De avonden dat ik geen cursussen geef, probeer ik vrij te houden, maar het grote probleem is dat ik op die avonden vaak maar één ding kan: hangen. Ik zou graag stukjes schrijven, figuurtjes tekenen, liedjes zingen, weblogs updaten, zaadjes planten of fietstochtjes maken, maar ik ben na een hele dag óf sociaal óf creatief zijn (of beide) geneigd tot low life culture: chips eten, bankhangen, tv kijken. Pfff.

Deze Zomer
Deze zomer is tamelijk werkloos, cursussen eindigen in juni en beginnen in september en alle andere afspraken zijn somehow ook buiten de maand juli in mijn agenda beland. Vorige week was ik een weekje met Yuri bij mijn ouders in een mooi oud boerderijtje in Overijssel en de komende drie weken gaan wij van boven naar beneden elke kamer een waardiger bestaan geven. Het klusspul staat klaar, het fototoestel ook, dus dit weblog mag gelijk een bricofeuilleton worden.
Deze zomer is de laatste zomer dat ik te arm ben om naar het buitenland te gaan: mark my words (dit is vooral een poging tot self-fulfilling prophecy). Ik miste het webloggen, dus ik begin er maar weer aan.
Dit was de herstart. Deze zomer wordt er geweblogd.

Degene die in geval van
ruzie schaamteloos door het
restaurant-met-pianomuziek brult

Zezunja schrijft een reisgids in tien delen over het eeuwenoude vestingstadje Onmin en schetst het mistige dal waar de liefde op de helling staat. Ze duidt de cultuur, de taal en de mensen in het universum van ruzie, rotzakken en jij-bakken.

Deze week: Bezienswaardigheden in Onmin.
“…Het aardige van de relatieruzie als schouwspel, is dat er voor de hoofdrolspelers geen ontkomen aan is. Op het eerste gezicht lijkt er een ontsnappingsmogelijkheid, want je hebt namelijk twéé opties: óf je bent degene die in geval van ruzie schaamteloos door het restaurant-met-pianomuziek brult, óf je bent degene die met gebogen hoofd op pedagogische fluistertoon de ander tot bedaren brengt. Als je beiden de tweede mogelijkheid kiest, is er niets aan de hand, zo met twee volwassenen onder elkaar….”

Lees het hele stukje op VPRO’s Café De Liefde

De Eenzame Planeet van Onmin: Overnachtingen

Voor VPRO’s Café De Liefde schrijft Zezunja een reisgids in tien delen over het eeuwenoude vestingstadje Onmin en schetst het mistige dal waar de liefde op de helling staat. Ze duidt de cultuur, de taal en de mensen in het universum van ruzie, rotzakken en jij-bakken.


‘We moeten het eerst uitpraten, anders kan ik niet slapen.’
‘Maak niet zo’n scène, we praten er morgen wel over.’
‘Maar dan kan ik niet slapen.’
‘Ik ben doodop, ik moet er morgen vroeg uit.’
‘Maar… boehoe… dan lig ik de hele nacht wakker!’
‘Sjezus, zit niet zo te zeiken!’
Overnachtingen in Onmin zijn duister. Woorden vallen harder in het donker en tranen smaken zouter in het maanlicht. Zonder contactlenzen is het leven onzeker, om van de liefde nog maar niet te spreken.

Toch zijn er talloze redenen waarom juist de nacht zich zo goed leent voor een ferme ruzie: de dag laat sporen achter, drank en stress verenigen zich op de valreep in De Grote Emotie – tanden gepoetst, water tegen de kater, je geliefde naast je, de dag achter je en klaar voor de grote droom.

Maar dan: jij zat nog met iets, hij deed te onverschillig, jij zeurde te lang en er speelde nog van alles door je hoofd. Tja, en dan is het gebeurd voor je er erg in hebt, zeker met dat ene glaasje te veel: enter de Eenzame Planeet van Onmin.

En waar het overdag al een hele heisa kan zijn om dat éne plekje te vinden waar je overeenstemming kunt bereiken, ’s nachts is de grote boeman van ik-begrijp-niks-van-jou-en ik-flip-daarvan nog veel prominenter aanwezig. Dan is het een kwestie van kiezen tussen enerzijds het schemerpad van isolatie gevolgd door een dikke snurk en anderzijds de donkere wolken van verdomme-dit-gaan-we-tot-het-bot-uitvechten. Niet zelden volgt dan de voetbalwedstrijd van FC Dramaqueen tegen VV Laat me met rust.

Vooral de dramaqueens doen het goed ’s nachts. Ze lopen te hoop tegen de toegedraaide rug. Ze drammen. Ze willen dat alles wordt uitgepraat – en wel nú – zelfs als er niets uit te praten valt, zoals maandstonden.

Mannen doen het doorgaans minder goed na twaalven. De meesten willen er nog een nachtje over slapen. Morgen, is hun gevleugelde uitspraak, mañana. En als er iets is dat een dramaqueen tergt, dan is het wel uitstel.

En dus gaat zij kauwen. Rug tegen rug. Dwingen en dringen en dan heel hard proberen de wrok te bewaren. Hopen dat ze morgen nog weet wat ze hem kwalijk nam. De volgende dag het kutgevoel plaatsen en kijken of ze hem met terugwerkende kracht kan straffen. Haar zin krijgen bij daglicht, omdat dat in het duister niet lukte.

En hij weet dat. Dus kiest hij eieren voor zijn geld, onderwijl stevig het onderspit delvend. Hij offert zijn schaarse uurtjes nachtrust op aan een robbertje vrouwtjepaaien. Noodgedwongen. Hij moet wel. Want een dramaqueen in het duister is een soort voetballende Duitser: aan het eind wint ze áltijd.

Alle hoofdstukken in de Eenzame Planeet van Onmin
1. overnachtingen
2. bezienswaardigheden
3. eten & drinken
4. officiële papieren
5. wisselkoers
6. historie
7. taal
8. zeden en gewoonten
9. kinderplezier
10. omgeving

Een dramaqueen in het duister is
een soort voetballende Duitser

Zezunja schrijft een reisgids in tien delen over het eeuwenoude vestingstadje Onmin en schetst het mistige dal waar de liefde op de helling staat. Ze duidt de cultuur, de taal en de mensen in het universum van ruzie, rotzakken en jij-bakken.

Deze week: Overnachtingen in Onmin.
“…En waar het overdag al een hele heisa kan zijn om dat éne plekje te vinden waar je overeenstemming kunt bereiken, ’s nachts is de grote boeman van ik-begrijp-niks-van-jou-en ik-flip-daarvan nog veel prominenter aanwezig. Dan is het een kwestie van kiezen tussen enerzijds het schemerpad van isolatie gevolgd door een dikke snurk en anderzijds de donkere wolken van verdomme-dit-gaan-we-tot-het-bot-uitvechten. Niet zelden volgt dan de voetbalwedstrijd van FC Dramaqueen tegen VV Laat me met rust…”

Lees het hele stukje op VPRO’s Café De Liefde

Allegaartje (12)

Dingen die ik zoveel weken na het EK nog even kwijt moet
1. dat er een man gecrëeerd is, en wel die aan mijn zijde: na vier avonden hoorcolleges over doeltrap, ingooi, opstelling en buitenspel had ik hem zover: hij was hooked – over wonderen van Bern gesproken
2. dat er iets te weinig gele en rode kaarten waren om de man aan mijn zijde het opperste drama van voetbal te leren
3. dat ik hoop dat de man aan mijn zijde niet zozeer van voetbal gaat houden dat we voortaan op zaterdag naar Oud-Heverlee moeten (ook al ligt het stadion op steenworp slash boogscheut afstand: er zijn grenzen aan mijn wens om met een man te leven)

Dingen die ik in de auto nog niet kan
1. in één beweging achteruit inparkeren (klassiek!)
2. de airco bedienen en tegelijkertijd met mijn andere paar ogen een beetje normaal doorrijden
3. mijn mond houden – ik voorzie alles van commentaar óf ik zing met de radio mee

Dingen die ik niet won
1. een conflict met Telenet – maar het kan nog
2. de voetbalpoule – ik bungelde zielig onderaan, dankzij mijn motto: op grote toernooien vallen weinig doelpunten
3. de introkwis van de sixties en die van de seventies – die van de eighties won ik godzijdank wel

Dingen die mij angst inboezemen met het oog op het rij-examen-dat-ik-nog-maar-even-uitstel
1. dat ik dan nog stééds niet in één beweging kan inparkeren
2. dat de examinator mij misschien zal vragen om tijdens het rijden op allerlei knopjes te drukken – zodat ik wel op mijn andere paar ogen móét overschakelen
3. dat ik hardop allerlei malle dingen ga zeggen waarmee ik mezelf zo impopulair maak dat ik ondanks mijn ontzettend goede rijstijl tóch zak

Dingen waar ik ineens deel van uitmaak
1. The Ultimate Soup Group op Flickr van Cryptia
2. facebook én linkedin – na hyves, myspace, flickr, twitter, lastfm en… pfff, ik zie door de netwerksites het bos echt alláng niet meer
3. de groep mensen die de Rail Pass wel eens verkeerd hebben ingevuld – dat is volgens mij een grote groep

Dingen die als een bom insloegen bij de beeldbuiskinderen in huize Zezunja
1. The King of Kong: a fistful of quarters – over haat en nijd in de Arcade Games-subcultuur – echt heel fascinerend en uiterst verbazingwekkend
2. Across the Universe – een Beatles-musical die ons vooraf de wenkbrauwen deed fronzen maar die naderhand op staande ovaties en gestamp kon rekenen – prachtige beelden en een listige manier om zoveel liedjes in de film te verwerken – bovendien zit er Blues Brothers-gewijs een sterrencast in de film verstopt
3. The story of Jo Vally – schlagerzanger met bizar wereld- en zelfbeeld slaat een slaatje uit zijn scheiding door die te laten filmen door VijfTV – ultiem tenenkrommend – en dus helemaal te gek

Dingen die dus echt heel goor waren
1. de opgedroogde kattenkots overal in de tuin, die ik pas ontdekte op de eerste zomerdag-geschikt-voor-blote-voeten-in-het-gras
2. het natte suikerbuisjezakje in disguise dat zijn toevlucht had gezocht in mijn tas en dat in mijn beleving een slak was – er zat verdomme een slak in mijn tas (voor slakkentrauma, zie hier)
3. onze zelfgeteelde radijsjes, omdat we weer eens te laat waren met ze uit de grond te trekken – die bloemetjes zijn zo mooi

Dingen waarover ik me verbaasde
1. dat we The Chemical Brothers of 2 Many DJ’s donderdag op Rock Werchter tot in onze achtertuin konden horen
2. dat we Schapenrock, dat letterlijk in onze achtertuin plaatsvond, juist niet konden horen – maar dat blijkt te kloppen: Schapenrock is kómend weekend pas
3. dat ik na mail-spam, msn-spam en gsm-spam nu ook overvallen word door feedreader-spam

Dingen die populair zijn deze zomer
1. tijdens de lunch een potje frisbeeën
2. een combinatie van basketbal en petanque
3. badminton (shuttelen noemen wij dat) met een poes als ‘lummel’

Dingen die me onlangs overvielen
1. huilbuien bij typisch Nederlandse tv – variërend van de dodenherdenking tot Ter land, Ter zee en In de lucht – heimwee?
2. Sjeik die op het verkeerde moment op de verkeerde plaats in het grasveld lag
3. de slappe lach tijdens America’s Funniest Video’s

Dingen die eigenlijk niet thuishoren in een allegaartje
1. dat ze stierf, mijn nieuw-verworven vriendin
2. dat ik Sjeik met een tennisbal een hersenschudding bezorgde
3. dat er een dokter is waar ik niet zonder mijn man naartoe durf, omdat ik ‘m té handtastelijk vind

Dingen die hernieuwde aandacht vragen
1. dit weblog, mijn hemel, daar moet nodig eens op geweblogd worden
2. mijn rookstoppoging
3. het leven in het algemeen en ikzelf in het bijzonder

Voor alle Allegaartjes kunt u hier terecht.