Archief in maanden: september 2008

In de ideale wereld

We zaten met een jointje en een kopje thee de wereld te verbeteren. Inmiddels waren we er al uit dat een verlicht despoot en een reële ruilhandel de enige oplossing is, want met bloedige revoluties de armen een plek geven in de huidige maatschappij leek ons niet echt haalbaar. We hebben dus wereldwijde indoctrinatie door een leuk, goed, slim mens nodig. We wisten alleen nog niet wie van ons drieën dat moest zijn.

Toen we naar huis fietsten, stond er een verfomfaaide man op de brug bij het Tropenmuseum. Hij wees op een papiertje en vroeg of-ie could ask us something.
‘Yes’, zei ik en ik stapte af.
‘I am looking for a place to sleep, I’ve been to HVO, to the Stoelenproject, to the Salvation Army and I’ve been all the way to the Bijlmer, but it’s all full, or it costs eight euro’s, or I’m too old, or I’ve been there already three times this week… Where should I go?’

Als je net hebt bedacht hoe de ideale wereld er moet uitzien, is dit een heuse strikvraag. Mijn het-is-koud-en-ik-moet-over-vijf-uur-alweer-opstaan-instinct raakte verstrikt in mijn in-de-ideale-wereld-is-men-solidair-instinct.
En dan sla ik dus door. Want het eerste wat ik tegen hem zei, was dat ik zelf niet meer in Amsterdam woon, dus dat-ie niet bij mij kon logeren. En omdat-ie daar uiteraard helemaal niets aan had, was dat een volkomen overbodige opmerking en moest ik dus koortsachtig nadenken hoe ik hem alsnog mijn hulp kon bieden.

Ik had nog muntjes.
‘Don’t you have some coins for me?’, zei hij, al gedachtenlezend.
We leegden onze portemonnee en kwamen tot een euro of zes.
‘Thank you very much’, zei hij, waarna hij ons nog zo lang aan de praat hield dat mijn het-is-koud-en-ik-moet-over-vijf-uur-alweer-opstaan-instinct zo getergd raakte dat ik ineens botweg zei: ‘We gotta go.’

Nog geen honderd meter verder kwam een pafferig uitziende dertiger het fietspad oplopen met een mini-jerrycan in de hand. ‘Mag ik u iets vragen’, zei hij.
‘Je kunt ons alleen nog de weg vragen, want ik heb al mijn geld honderd meter eerder aan iemand anders gegeven’, zei ik.
Hij deed alsof hij zowat moest huilen en hij vertelde een verhaal over benzine, snelweg, kilometers lopen en nog wat van die klassiekers.
‘Maar luister’, zei ik, ‘wij hebben echt – helemaal – geen – geld – meer.’
Op zijn gezicht verscheen een vervaarlijke grimas, wat voor mij aanleiding was mijn in-de-ideale-wereld-is-men-solidair-instinct voorlopig uit te schakelen.

Terwijl we wegfietsten, voelde ik me schuldig. Tegelijkertijd wist ik niet of ik hem wel wat gegeven zou hebben als ik nog wel geld had gehad.
Een verlicht despoot zou dat geweten hebben.

Maak mij een lucky bastard

‘Papa, zegt dat hij ff zal bidden tot de heilige Antonius.’
‘Maar Antonius is toch voor als je iets kwijt bent?’
(geroep beyond telefoon) ‘Ze zegt dat Antonius toch is voor als je iets kwijt bent… Ah, hij zegt dat hij dan de heilige Christoffel wel zal nemen.’
‘Maar ik betwijfel of het werkt, als je maar een beetje lukraak wat heiligen gaat aanroepen.’
‘Ja, en misschien werkt het ook niet als je niet gelovig bent.’
‘Ook dat nog.’

Bent u wel gelovig of heeft u wel een feilloos gevoel voor welke heilige op welk moment aangeroepen dient te worden? Over iets minder dan drie uurtjes (9:15) heb ik dat hard nodig, want ik ga rij-examen doen. Bijgeloof met duimen en konijnenbotten mag ook.

Update: Helaas! Eerst even verwerken, dan een weekend naar Amsterdam en dan misschien een relaas. Wel bedankt voor al uw scherven en andere dingen die geluk brengen. Ik ben maar nét gezakt, dus het heeft vast een beetje geholpen. Volgende keer weer?

Iemand moet het kind
op de spits drijven

De Eenzame Planeet van Onmin: Zeden en gewoonten

De routebeschrijving naar Onmin luidt: men neme een kind, óf als gespreksonderwerp óf in het eggie, en men kijke elkaar eens diep in de bewalde ogen. Vervolgens wacht u een paar minuutjes en voilá, daar aan de horizon doemt Onmin op. Het soort kind bepaalt of u de landelijke route neemt of er over de snelweg naartoe scheurt.

Mogelijke kinderen:
De nog-niet-bestaande kinderen

Het kind dat de een wel wil, maar de ander niet
Dit kind leidt regelrecht naar Onmin. Het kind wordt een drukmiddel, een afknapper, een luis in de pels van de toekomst, een voortdurend gespreksonderwerp, en een clusterbom onder de lieve vrede. Een snellere weg naar Onmin is er niet.

Het kind dat gewenst is, maar steeds maar niet wil ontstaan
Dit kind brengt u langs weidse vergezichten, waarin u samen met uw partner droomt over wandelwagens en babykamers. Maar u zult onderweg steeds vaker ziekenhuizen moeten bezoeken, en aan het einde van deze route gaat de weg loodrecht naar beneden, waar in het dal Onmin op uw wacht. In dat dal moet u zich melden bij Meneer Machteloosheid en Mevrouw Zinloos Verwijt.

Het kind dat beide partners willen, maar niet op hetzelfde moment
Dit kind leidt op vele manieren naar de buitenwijken van Onmin. Om in het centrum te komen moet iemand het kind op de spits drijven door bijvoorbeeld te zeggen: ‘Maar als je van me houdt, accepteer je het dat ik met de pil ben gestopt.’ Doorgaans leidt die weg direct naar Onmin.

De al wel bestaande kinderen

Het kind dat u dag en nacht uit uw slaap houdt
Dit kind is de toeristenbus van Onmin. U kunt met behulp van dit kind overal op- en afstappen. Bij kleine bezienswaardigheden als partner snurkt/partner lacht op het verkeerde moment/partner ziet niet dat u moe bent. Of bij grote publiekstrekkers als partner is niet perfect/relatie is niet perfect/leven is niet perfect. Met dit kind kunt alles van Onmin op uw gemak bekijken.

Het kind dat een eenduidige opvoeding vereist

Dit kind, het kind dat als je niet oppast een ettertje of een krengetje wordt, kan papa en mama tegen elkaar uitspelen, kan conflicten veroorzaken over opvoedmethoden en schuldigen. Dit kind gidst u als een ware Chucky richting Onmin.

Het kind uit een vorige relatie
Dit kind leidt niet rechtstreeks naar Onmin, maar voor pelgrims kan deze route heel geschikt zijn. De paden op de lanen in en kijken hoe lang de stieflieven het volhouden, hoe lang het kind het volhoudt, kijken of de ex infiltreert in het nieuwe gezin en kijken of je Onmin bereikt of dat je net op tijd tot bezinning komt.

Er zijn natuurlijk nog andere wegen die naar Rome leiden, en dus andere kinderen die naar Onmin leiden. Denk aan ‘Het kind dat er wel is, maar dat door geen van beiden gewenst is’ of ‘Het kind als obsessie’, of ‘Het kind dat ingezet wordt als relatielapmiddel’, maar dat zijn kinderen waar niet zo gemakkelijk aan te komen valt. Met bovenstaande kinderen moet het lukken om de paspoortcontrole in de Staat van Onmin te bereiken.


Zezunja schrijft voor VPRO’s Café De Liefde een reisgids in tien delen over het eeuwenoude vestingstadje Onmin en schetst het mistige dal waar de liefde op de helling staat. Ze duidt de cultuur, de taal en de mensen in het universum van ruzie, rotzakken en jij-bakken.
Alle hoofdstukken in de Eenzame Planeet van Onmin
1. overnachtingen
2. bezienswaardigheden
3. eten & drinken
4. officiële papieren
5. wisselkoers

6. historie
7. taal (volgt nog)
8. zeden en gewoonten
9. kinderplezier
10. omgeving

Doe mij maar Viagra

Ik zal geen namen noemen, want daar hebben ze alleen maar belang bij, maar ik krijg dus elke dag spam van een begraafplaatsenaanbieder. Mijn doorgaans zeer moeilijk om de tuin te leiden spamfilter heeft er de handen aan vol. En ik vind het uitermate ongezellig.

Om iets te voelen aankomen,
heb je klompen nodig



In de reacties op dit stukje schreef Miss Puntkomma:
“Loop jij nu nog steeds op klompen? Je woont toch al een tijdje in België?”

De foto nam ik eergisteren.

Surrealisme ten top

I
‘Goedemiddag, u spreekt met die en die van dat en dat bedrijf, heeft u tijd voor wat uitleg over een aanbieding?’
‘Dat hangt er heel erg vanaf wat voor een aanbieding dat is.’
‘U bent geselecteerd als een van de tien ondernemers die in aanmerking komen voor onze unieke totaaloplossing. Wij bieden u gratis een advies over een totaaloplossing, omdat u bij onze selectie hoort.’
‘Ha, u weet het wel te brengen. ‘Bij de selectie.’ Woei! Maarrem, een totaaloplossing, wat is dat in hemelsnaam?’
‘Wij zijn van bedrijf dat en dat en zouden u graag een individueel advies geven. Omdat u een van de tien ondernemers bent uit onze selectie, mogen wij met u een afspraak maken om eens bij u langs te komen voor een volledige analyse en een totaaladvies.’
‘Maar een totaaladvies…. een totaaloplossing… wat is dat??’
‘Wij kijken waar u behoefte aan heeft en bieden u vervolgens een totaaloplossing.’
‘Maar meneer! Een totaaloplossing is niks. Waar gaat het over?’
‘Wij zijn van bedrijf dat en dat en zouden u graag een individueel advies geven. Omdat u een van de tien ondernemers bent uit onze selectie, mogen wij met u een afspraak maken om eens bij u langs te komen voor een volledige analyse en een totaaladvies.’
‘Maar. Wat. Is. Een. TOTAALOPLOSSING??’
Een volledige analyse en een totaaladvies.’
‘Maar een analyse waarvan!?!’
‘Het gaat over uw toepassingen op het gebied van websites en…’
‘Maar meneer, wij maken zelf websites, als bedrijf…’
‘O’

II
‘Goedemorgen, met het ziekenfonds.’
‘Goedemorgen, u spreekt met Zezunja, ik heb een vraag over mijn polis. Sinds enige tijd ben ik als zelfstandige verplicht ook voor kleine ingrepen verzekerd, maar ik heb eigenlijk geen idee waarvoor ik dan precies verzekerd ben.’
‘Ja, alle zelfstandigen zijn sinds enige tijd verplicht verzekerd voor kleine ingrepen.’
‘Heeft u iets waarop staat welke kosten ik kan declareren en welke niet?’
‘Maar dat is heel gemakkelijk. U bent voor vrijwel alle artsconsulten verzekerd.’
‘Maar dat was ik al, dus ik wil graag weten wat het verschil is.’
‘Hoeveel betaalt u nu?’
‘Ik moet verplicht 160 euro per kwartaal aan extra sociale lasten overmaken.’
‘Dat klopt, dat zijn die kleine ingrepen.’
‘Maar mijn huisartsconsulten kreeg ik eerst ook al vergoed.’
‘Hoeveel betaalde u toen?’
‘Zestig euro per jaar.’
‘Dan kreeg u toen geen huisartsconsulten vergoed.’
‘Jawel, die heb ik altijd vergoed gekregen.’
‘Dat kan niet.’
‘Maar dat is zo!’
‘…’
‘Heeft u niet een folder waarop staat: met die polis bent u voor dat en dat verzekerd en met die polis bent u voor dat en dat verzekerd?
‘Nee… dat bestaat niet.’
‘Pardon? Er staat toch wel ergens waarvoor ik mijn premie betaal?’
‘Ja voor kleine ingrepen.’
‘Maar ik betaal 580 euro per jaar extra, terwijl ik mijn huisartsen allang vergoed kreeg!’
‘Dat kan niet.’
‘Maar meneer, als ik iets aan u betaal, moet er toch ergens beschreven staan wat ik daarvoor terugkrijg? Welke specialisten, welke hulpmiddelen.’
‘Mmm, nee, niet dat ik weet.’
‘Kan ik daarover naar de sociale verzekeringsbank bellen dan?’
‘Die zullen zoiets zeker niet hebben.’
‘En u heeft nergens een formulier waarop staat wat kleine ingrepen en grote ingrepen zijn?’
‘Nee.’

In de Esta

In de Esta stond een ieniemienie-interviewtje met mij.
Nieuwsgierig? Kijk op de site van Het Eiland Neus.

Wat te doen in geval van groot
verlies en Sammy die omhoog kijkt

En toen zat ik dus met ‘een clou van niks x 2′. Want zowel het verhaal van de hypnotiseur, als het verhaal van Sammy die omhoog kijkt, was een typisch geval van ‘En toen, en toen?’, ‘Nou, toen niks.’

Om te beginnen het verhaal van de hypnotiseur. Ik belde mijn vriendinnetje.
‘En? En? Hoe was het? Je bent toch wel geweest?’
‘Ja, ik ben geweest en het was…uhm… nou… ja, apart.’
‘En heb je je inschrijvingsbewijs?’
‘Nee.’
‘O, da’s shit.’
‘Ja.’

Kijk, dat is een clou van niks. Een open einde, een verhaal dat je laat zitten met een leeg McDonalds-gevoel, zoals bij films als Halloween 7.

Bij Sammy was het van hetzelfde laken een pak. Resumé: lieve, stekeblinde Sammy, een kater van twintig, gaat plots op trot in Amsterdam. Niemand weet of hij ooit nog zal terugkeren. Een spannend gegeven, zo’n oude, terugdeinzende kater tusssen auto’s, uitlaatgassen, belletjes van de tram en grote Duitse herders. Maar van Sammy’s belevenissen op straat weten we nagenoeg niets. We weten alleen dat hij na acht dagen naar het asiel is gebracht, waar mijn ouders hem helemaal verzwakt aantroffen.

Het is heus wel een mooi verhaal hoor, dat van Sammy. Een kat met een onwaarschijnlijke leeftijd trotseert zonder blindenstok tal van obstakels en keert na een week heelhuids terug. Maar als clou is het niks. Het is een clou als in Danielle Steel’s Real Story’s, of als in de ergste films van Meryl Streep.

En toen zat ik dus met twee clou’s van niks. Het spijt me.

We hadden het over het grote verlies

Dit is een vervolg op dit.

‘Wat? Een hypnotiseur? Echt?’ Ik verslik me in mijn koffie.
‘Ja, echt’, zegt ze.
‘Wat heb je dan gezegd? Ik ben m’n inschrijvingsbewijs kwijt, kunt u effe helpen?’ Met moeite houd ik mijn lach in.
‘Niet helemaal’. Ze moet gelukkig zelf ook lachen. ‘Ik heb gezegd: ‘Ik wil me iets herinneren”.
‘Haha’, zeg ik.
‘Haha’, zegt zij.
‘Dus die denkt dat jij langskomt om je te herinneren dat je vroeger bent misbruikt?’ Ik beland in een giechel.
‘Hihi’, zegt ze.
‘Hihi’, hik ik.
‘Maar ik hoop eigenlijk dat ik me voor die tijd nog herinner waar ik het heb gelaten’ zegt ze, en ze houdt op met giechelen. ‘Want zo’n afspraak kost zeventig euro.’

Ik giechel nog even door.

Wordt vervolgd…

Wat te doen in geval van groot verlies

‘Maar de garagehouder’, zegt ze, ‘had mij dus verzekerd dat ik dat inschrijvingsbewijs nóóit kwijt mocht raken, want dan zou mijn auto niéts meer waard zijn. En dan zou ik nooit meer kunnen bewijzen dat het mà­jn auto is…’
‘Aha’, zeg ik, en ik voel ‘m op mijn klompen aankomen, ‘en nu ben je het…’
‘…kwijt, ja!’ In haar stem hoor ik een mengeling van hilariteit en machteloosheid.
‘Oei’, zeg ik en ik begin zonder tijdverlies de reeks met de kun-je-je nog-herinneren-waar-vragen.
‘Kun je je nog herinneren wanneer je het voor het laatst hebt gezien’, vraag ik.
‘Ja, uhm, nou, uhm, nee dus. Ik weet dat ik het goed wilde verbergen, voordat we op vakantie gingen. En dat ik het onder de vloer van mijn klerenkast wilde verstoppen, maar dat ik bang was dat ik me dat niet meer zou herinneren. En dan stopt mijn herinnering.’
‘Dus je weet niet wat je er daarna mee gedaan hebt?’, vraag ik nog maar even voor de zekerheid.
‘Nee, daarna is het helemaal blanco.’ Ze zucht.
Ik weet even niet meer wat ik moet zeggen en denk na over mensen wier huis afbrandt, mensen die waterschade hebben, mensen met inbrekers over de vloer.
‘Maar er moet toch een mogelijkheid zijn om een duplicaat van dat papiertje te krijgen’, begin ik.
‘Nou’, zegt ze, ‘ik heb nog één optie.’
‘En dat is?’, vraag ik.
‘Morgen heb ik een afspraak met een hypnotiseur.’

Wordt vervolgd…

Het tandpastadopje is maar
een hobbeltje van 1 x 1 cm

De Eenzame Planeet van Onmin: Zeden en gewoonten

Het is te gemakkelijk om nu over tandpastadopjes te beginnen, maar op de Eenzame Planeet van Onmin staan tandpastadopjes nu eenmaal model voor alles waarop een mens zijn frustratie kan projecteren.

In het klassieke verhaal spiegelen de tandpastadopjes het gevoel van onvrede het beste, bovendien zijn tandpastadopjes grijpbaar en je hebt ze snel weer onder controle. Je kunt je man misschien moeilijk vertellen dat het leven klote is en dat je hem daar het liefste voor verantwoordelijk zou willen stellen, maar je kunt wel roepen ‘Je hebt het tandpastadopje wéér niet op de tube gedaan, nu is a. de tandpasta uitgedroogd, zit b. de wasbak vol met vieze witte kringen, is c. het dopje kwijt en d. mijn humeur verpest.

Bij mij thuis is de beste reflector het doekje waarmee je de wc schoonmaakt, (‘Heb je het doekje waarmee je de wc hebt schoongemaakt op het aanrecht gelegd?! Getver, nu zittten er allemaal pleebacteriën op het aanrecht) of de wijze waarop de wc-rol is opgehangen (‘Het papier moet aan de muurkant’, ‘Nietes!’, Welles!’). Over het tandpastadopje hebben wij hoegenaamd geen mening, al was het maar omdat we tubes hebben met onscheidbare dopjes.

Maar soms stel ik me voor dat in onze relatiecommunicatie geen tandpastadopjes en pleerollen voorkomen, dat we onze woede en frustratie zonder tussenkomst van reflectieprullaria zouden moeten uiten. Dat we ons niet druk maken over de wijze waarop iemand het stuk kaas heeft opgeborgen, maar dat we altijd gelijk vertellen waar het echt over gaat.

‘Lief, ik had mij het leven heel anders voorgesteld. Ik wilde een relatie met iemand die mij op sleeptouw zou nemen, ik wilde een mooie carrière, ik wilde beroemd worden. En kijk waar ik nu zit. Op een armetierige wc, met de pleerol verkeerd om, en een relatie waarin we beiden uitgeput raken van frustratie over alles wat het net niet is.’

Nee, dan liever wat ge-emmer over een bakje tonijn dat onafgedekt in de koelkast staat (‘Nu smaakt zelfs de witlof naar tonijn!’). Want meestal valt het met dat kloteleven na een nachtje slapen wel weer mee, maar probeer dan nog maar eens te zeggen dat je misschien toch wel blij bent met de ander. Nee, dan het tandpastadopje. Dat is maar een hobbeltje van 1 x 1 cm. Eentje waar je gemakkelijk overheen stapt.


Zezunja schrijft voor VPRO’s Cafe De Liefde een reisgids in tien delen over het eeuwenoude vestingstadje Onmin en schetst het mistige dal waar de liefde op de helling staat. Ze duidt de cultuur, de taal en de mensen in het universum van ruzie, rotzakken en jij-bakken.
Alle hoofdstukken in de Eenzame Planeet van Onmin kunt u op VPRO’s Cafe De Liefde vinden.
1. overnachtingen
2. bezienswaardigheden
3. eten & drinken
4. officiële papieren
5. wisselkoers
6. historie
7. taal (volgt nog)
8. zeden en gewoonten
9. kinderplezier
10. omgeving