Vandaag is mijn agenda leeg wegens voorziene kater.
Alweer dat Droste-effect
Het cadeautje voor de verjaardag van mijn vriendje, een Wii-Fit-dingesboard, vraagt bij het inloggen of ik niet zal vergeten een cadeautje voor de verjaardag van mijn vriendje te kopen.
(voor het vorige Droste-effect, zie hier)
Mijn leven heeft mij nodig
en daarom heb ik weblogstress
Ik denk dat bijna alle webloggers het wel kennen: weblogstress.
Weblogstress is de stress die je hebt als je geen stukjes schrijft, als om wat voor reden dan ook je bezoekersaantal daalt, of als je ’s nachts in bed bezig bent met wat er aan je weblog moet veranderen.
Vroeger had ik heel overzichtelijke weblogstress. Het was de stress van een kleuter: geen verantwoordelijkheden, alleen maar lol. Je moeder ruimt de rotzooi wel op. Als beginnend weblogger heeft namelijk niemand nog verwachtingen: jijzelf niet, je lezers niet en het internet als opdrachtgever is ook al geen baas die veel van je verwacht.
In de begintijd was eigenlijk alles gemakkelijk. Ik weblogde nog bij punt.nl en omdat ik daar een van de dinosauriërs was, had ik gelijk een handjevol bezoekers. Die bezoekers waren de schrijvers van de andere paar oerweblogs op punt.nl en door een beetje heen en weer te linken, stuurden we onze familieleden over en weer.
Na verloop van tijd bloeide punt.nl op en bood het platform me een enorm voordeel: ik verscheen bij elk stukje in de categoriëen ‘laatste berichten’ en als iemand reageerde in ‘laatste reacties’. Daardoor genereerde ik sowieso bezoekers, zonder dat ik daar zelf iets voor hoefde te doen.
Vraag voor Brusselaars
Deze vraag heeft een kleine aanloop nodig, anders krijg ik niet uitgelegd welke situatie ik niet snap.
Het gaat om opstaan in de tram voor een ouder persoon. Tot nu toe ging dat in mijn leven zo: ik zie een mevrouw of meneer met meer rimpels/grijzer haar/krommer lijf dan gemiddeld de tram instappen en ik bied hem of haar aan om op mijn plaats te gaan zitten. Diegene zegt ‘ja’ ‘of, ‘nee joh, ik moet er toch zo uit’ en dan sta ik al dan niet op. En voilà : een keurig en begrijpelijk sociaal een-tweetje is het gevolg.
In Brussel heb ik het een paar keer als volgt zien gaan: ik zit op een plaatsje aan het gangpad. Er komt iemand binnen waarvan ik nog niet doorheb dat die meer rimpels/grijzer haar/krommer lijf dan gemiddeld heeft. Plots schiet er iemand voor mij langs naar de plaats aan het raam WAAR AL IEMAND ZIT! Zonder dat er gesproken wordt, verwisselen de twee à la minute van positie en de oorsponkelijke zitter wurmt zich voor mijn knieën langs en gaat gedwee ergens anders staan. En de nieuwkomer is dan vaak helemaal niet zo oud!
Nu mijn vraag: hoe weet de raamzitter naast mij in HEMELSNAAM
Immunofortis
Onze Fortis ging fuseren. Het ene kantoor met het andere kantoor. Ze stuurden me een foto van mijn bankteam waar Erik niet meer op stond. Ik was gehecht aan Erik. Hij was de man die ons zonder morren leningen gaf. Nu is-ie weg. Zoals als alles bij Fortis plotsklaps verdwijnt.
Op tv zag ik een reclame voor Immunofortis.
Ik moest meteen aan Erik denken.
Omdat u The King of Kong had moeten zien, ga ik weer stukjes schrijven
Toen ik zag dat gisteren The King of Kong op tv was, de docu waarover ik een tijdje geleden schreef dat-ie super grappig was en dat u ‘m allemaal moet gaan zien, en toen ik me realiseerde dat ik daar dus niet eens een aankondiging van op mijn site had geschreven, toen werd het me ineens glashelder: ik verwaarloos mijn weblog en het weblog verwaarloost u.
Dus toen ik zojuist een zin van Jan Blokker over stupide reclames las (”Wie verzint zulke enigszins gestoorde spotjes? Interessanter is natuurlijk de vraag wie vervolgens de telefoon grijpt en het bijgevoegde 09-nummer draait. Ik denk de wethouders van Asten, Goes en Amstelveen, en iedereen die z’n hele hebben en houwen naar IJsland mailde.”) en ik die zin fantastisch vond, dacht ik: ik ga mijn weblog voor de gein eens even niet meer verwaarlozen.
Bij deze.
De omgeving en Onmin:
echt ver van huis
‘Ze belde mij, ze dacht dat haar vriendin vreemdging.’
‘Ai.’
‘Ja. En nu vreet ze zich op. Ze slaapt niet meer, is helemaal depressief en de sfeer daar in huis is om te snijden.’
‘Heeft ze het al eens aan haar gevraagd?’
‘Ja, maar haar vriendin ontkent.’
‘O.’
‘En ze gelooft ‘t niet.’
‘Hm.’
‘Dus vroeg ze of ik haar vriendin wilde schaduwen.’
‘Haha! Neee!’
‘Jawel, dat vroeg ze.’
‘En ga je dat doen?’
‘Uh… nou… ja… ik denk het wel.’
‘Haha! Neee!’
‘Jawel.’
‘Maar wat ga je dan doen?’
‘Ik ga met een lange regenjas en een hoed sigaretjes roken in een donker hoekje.’
‘Dat meen je niet?!’
‘Jawel.’
‘En dan?’
‘Als ik zie dat ze met iemand ergens naartoe gaat, dan fiets ik erachteraan.’
‘Haha! Echt?!’
‘Ja, zo ga ik het doen.’
‘Tsjonge, het lijkt wel een film.’
En zo geschiedde. Hij vermomde zich als private detective, croste een paar rondjes door Amsterdam en leverde zijn lesbische vriendinnetje het bewijsmateriaal waardoor haar partner bekende.
Het akelige aan dit verhaal is dat het nooit goed kon aflopen. In dit geval zorgde het overspel voor de breuk, maar het schaduwen van je levenspartner is zo’n daad van wantrouwen dat de relatie ook zonder overspel al op sterven na dood is.
Dit hoofdstuk van de reisgids van Onmin heet: De Omgeving. En daarin past slechts een waarschuwing:

