Ik wou dat het vandaag regende
- zaterdag 28 februari 2009
- superpersoonlijk
- 8 reacties
- reageren?
Dan hoefde ik er niet per se iets van te maken.
Dan hoefde ik er niet per se iets van te maken.
Één van de mooiste programma’s van de afgelopen weken is Classic Albums op Canvas, voor zover ik weet een BBC-productie (ik heb een vrije ochtend dus ik doe even geen research).
En hoewel u al drie fantastische uitzendingen heeft gemist, raad ik u aan de komende weken elke donderdagavond om half twaalf op Canvas af te stemmen (België 2 voor de ouderwetse zielen onder ons).
Het idee van het programma is heel simpel: je neemt een lp die men nu een klassieker noemt, je zet de toenmalige producers achter de knoppen van de oorspronkelijke opnamesporen en je laat ze alle nummers van top tot teen uitkleden. Gedurende het uitkleden van de nummers (“Luister, die toetsen zijn van Brian Jones, de Rolling Stone kwam even aanwippen tijdens de opnamen van Jimi Hendrix’s Electric Ladyland, maar zijn partij hebben we helemaal weggelaten.”) krijg je van allemaal insiders anekdotes over de opnameperiode, over het humeur van de muzikanten (“Jimi was not amused toen hij zag dat op de proefpersing de titel ‘Electric Landlady’ stond”) en over de tijdgeest waarin die plaat werd gemaakt (de Britse uitvoering van Electric Ladyland, die met de blote vrouwen op de hoes, was een marketingtruc waar Jimi zelf he-le-maal niet blij mee was).
Ik heb waanzinnig genoten van de uitzendingen over de plaat van The Doors en over de Jimi Hendrix-klassieker, maar dat kan ook iets te maken hebben met mijn eigen ontwikkeling van goede smaak. Toen ik twaalf was en nog vooral naar Madonna en Wham! luisterde, kreeg ik van de vriend van mijn zus twee cassettebandjes die me voor de rest van mijn leven op het juiste spoor zetten. Op elk bandje stonden twee platen: The Doors van The Doors, Electric Ladyland van Jimi Hendrix, een verzamelelpee van Billie Holiday en een Best of van Bill Withers.
De platen die bij Canvas nog aan bod komen zijn John Lennon (Plastic Ono Band), The Who (Who’s Next), Lou Reed (Transformer), Pink Floyd (The Dark Side of the Moon), Bob Marley (Catch a Fire), Frank Zappa (Apostrophe & Over-nite sensation), Fleetwood Mac (Rumours), The Sex Pistols (Never Mind the Bollocks), Paul Simon (Graceland), Iron Maiden (The Number of the Beast), U2 (The Joshua Tree) en Nirvana (Nevermind).
Die stonden lang niet allemaal op mijn eerste cassettebandjes, maar vóór mijn achttiende had ik de meeste wel ‘overgenomen’, zoals een lp op een bandje zetten toen heette.
Let op: donderdag 5 maart is er geen uitzending van Classic Albums, maar vanaf 12 maart kunt u de donderdag wekelijks wonderschoon afsluiten.

Maar als ik eraan deed, zou ik dit willen.
Een schermpje van voren en een camera van achteren en je hebt een damn spooky outfit.
Met dank aan Geekologie.

Vanaf vandaag weer wekelijks op VPRO’s Café De Liefde: De Liefde vs. Zezunja.
Je zou mij een sloerie kunnen noemen, of een hardnekkige aanhanger van seriële monogamie, of de relationale equivalent van een jobhopper. Maar je mag me ook gewoon Zezunja noemen.
Productvergelijkingen zijn aan de orde van de dag. Een nieuwe vaatwasser nodig? Hop, eerst even naar de site van de Consumentenbond om erachter te komen dat die ene wel een spaarstand heeft, maar niet goed werkt met 3-in-1-tabletten, en dat die andere voor het luttele bedrag van 40 euro drie jaar extra garantie biedt.
Maar zodra we het meest ingrijpende product van ons leven in huis halen, de relatie, dan krijgt ‘productvergelijking’ plots een bittere bijsmaak. Terwijl de prijs-kwaliteitverhouding zelden meer van levensbelang is.
Als het om producten gaat, ben ik niet zo’n doordacht type. Ik koop dat waar ik gretig van word, dat waar mijn oog op valt en dat wat mijn ongeduldige inborst dezelfde dag nog mee naar huis kan nemen.
Maar in relaties ben ik een lastige klant. Ik eis alle aanbiedingen die mij vooraf beloofd zijn, ik probeer na aankoop nog kleurtjes te veranderen en als het even kan dwing ik de leverancier om zijn leveringsvoorwaarden te wijzigen. Als het product mij dan nog niet bevalt, dan breng ik het terug.
Ik ben geen klager, dat zeker niet. Ik ben van het kaliber: als het niet lekker was, zal ik wel het verkeerde besteld hebben. Maar dat betekent niet dat ik blijf zitten met een aankoop waar ik geen lol aan beleef. Het gaat immers niet om een nieuw dopje voor mijn ventiel, maar om de invulling van mijn dagelijks leven.
Ik ben een sloerie met hart en ziel. Ik geloof heilig in seriële monogamie, omdat je vaak pas weet wat je wilt als je weet wat er te koop is. Ruim vijftien jaar maakte mijn innerlijke Cupido schemaatjes met plussen en minnen, waardoor ik nu ben verzekerd van een product waarvan ik de inruiltermijn met liefde laat verstrijken.
180 lodderige oogjes moeten we inspuiten
180 keer die klauwen in bedwang houden
180 keer die angst in dat lijf
180 keer die verontwaardigde blik achteraf
30 pilletjes moeten we tegen het strottenhoofd mikken
30 keer bekbreken
30 keer die klauwen in bedwang houden
30 keer proberen te misleiden
30 keer over het strottenhoofd wrijven
210 keer is genoeg voor katten om je door te hebben
210 keer is genoeg om feilloos al het pilgruis uit het eten te filteren
210 keer is genoeg om te weten dat je de pil in je mondhoek kan bewaren
210 keer is genoeg om te leren hoe je je kaken zo op elkaar houdt dat er van kordaat bekbreken geen sprake kan zijn
210 keer is genoeg om je ogen dicht te houden als er zalf in moet
210 is hopelijk genoeg om beter te worden
3 katten die elkaar hebben aangestoken met een virus, zorgen ervoor dat wij de komende 10 dagen 210 stressmomenten hebben van het kaliber: ik weet echt niet meer hoe we dit voor elkaar gaan krijgen
We hadden twintig smurfenpostzegels met trommels, dansjes, wijsneuzerige smurfen, gapende smurfen, geile smurfinnen en macabere Gargamels.
De brieven die de deur uit moesten waren afwijzingen voor sollicitaties en medeleven bij overlijden.
Ik zeg: tijd voor een frankeermachine.
Ze heten bij ons thuis ‘de bultjes van Lodol de Podol’.
Lodol de Podol is de beste vriend van mijn Weederhelft en hij komt regelmatig chillen aan de keukentafel op de berg.
Tijdens zo’n chillsessie bracht hij het onderwerp ineens ter sprake. ‘Die kleine bultjes op je bovenarm, die stukjes die als je eraan krabt elders in je lichaam een steekje of wat gekriebel voortbrengen.’
Wij keken hem aan en streken eens over onze bovenarmen. Verrek ja, die bultjes, met inderdaad: lijntjes naar andere plekjes. Onzichtbare stroomdraden, waardoor een nagel op je bovenarm leidt tot wat vrolijk geprikkel op je scheenbeen of grote teen.
‘Heeft iedereen dat dan?’, vroeg ik. We wreven gedrieën nog eens over onze bovenarmen en stelden vast: in dit gezelschap was er bij 100 procent van de mensen sprake van de bultjes van Lodol de Podol.
Hoe zit dat bij u? Heeft u ook bultjes van Lodol de Podol?
In elke cursus zit wel een knikkende cursist. Een knikkende cursist is een cursist die als de docent praat steeds begripvol knikt. Ik vermoed dat de knikkende cursist niet alleen knikt in lessituaties, maar ook in gesprekken en – wie zal het zeggen – tegen de tv.
De knikkende cursist maakt mijn leven dragelijk. De knikkende cursist knikt me door elke stameling, helpt me op gang als ik de draad kwijt ben en geeft me het gevoel dat ik te volgen ben.
Soms heb je een groep zonder knikkende cursist en dan slaat de onzekerheid toe. Snappen ze me wel? Ben ik verstaanbaar? Ga ik niet veel te snel? En dan bid ik dat één van de cursisten vliegensvlug verandert in een knikkende cursist.
Soms heb je cursussen met meerdere knikkende cursisten, een olieveld met jaknikkers. Dat is fijn want dat spoort me aan, zweept me op en stelt me tegelijkertijd gerust.
Maar het moet niet te gek worden. Dat je iets vertelt en dat acht van de tien mensen een uur lang zitten te knikken. Het is ongeloofwaardig, maar het gebeurt.
Ik vraag me af wat er in het hoofd van de knikkende cursist omgaat. Zelf knik ik ook wel eens in het kader van ‘yup, gesnopen’, maar gedurende een half uur theoretische uitleg blijven knikken: daar kan ik niet zo goed inkomen. Is een les voor de knikkende cursist hetzelfde als wanneer je iemand op straat de weg vraagt? Dat je zonder iemand in de rede te vallen, wil laten weten dat je nog mee bent? Of denkt de knikkende cursist dat ik een persoonlijk woordje tot hem/haar richt wanneer ik tijdens het lesgeven iedereen steeds 2 seconden aankijk? Wat vaart er in de knikkende cursist?
Ik weet niet of de knikkende cursist zelf weet dat hij of zij bij de Bende van de Knikkende Cursisten hoort, dus het is maar de vraag of iemand mij ooit het antwoord kan geven.
Want als je weet dat je een knikkende cursist bent, en dus mijn vraag kan beantwoorden, ben je dan nog steeds een knikkende cursist? Of stop je er dan meteen mee? Dat zou ik namelijk doen.
En als je niet weet dat je een knikkende cursist bent, kun je dan ooit weten waarom je knikt?
Misschien moet ik niet willen weten wat er in de knikkende cursist vaart, maar ze gewoon prijzen. Hopen dat geen van de knikkende cursisten in den lande ooit te weten komt dat ze knikkende cursisten zijn. En dat ze doorknikken. Totdat ik die bevestiging niet meer nodig heb.
Toen ik het deed, wist ik al dat het niet slim was. Op de dag dat opa en oma hun veertigjarig huwelijk vieren aan de kleinkinderen allerlei vieze liedjes leren. Maar ach, je verzint wat als tante.
En zo kwam het dat we al filerijdend in opgebroken Amsterdam met zijn vieren van Constantinopel zaten te zingen. Tot ik me realiseerde dat er bij kinderen geen sprake is van een aan- en uitknop en je dus alleen maar kunt hopen dat ze niet tijdens de speeches plots ‘daar lopen de jongens in hun blote ga je mee naar Frankrijk’ zullen brullen.
‘Sorry’, zei ik schuldbewust tegen mijn zus.
‘Geeft niet’, zei ze.
‘Dat hoop ik maar’, zuchtte ik, me inbeeldend dat de hele jubileumdag van mijn ouders voorzien zou zijn van de Cont-Tita-Neushoorntjes-soundtrack.
‘Ze weten niet eens welke woorden je zou kunnen invullen’, ging mijn zus verder.
‘Dat meen je niet!’, zei ik, ‘Ze zijn zeven en negen!’
‘Nee, ik denk echt dat ze er nog niet veel van snappen’, zei ze, terwijl ze aanschoof in een stoplichtfile en de kinderen op de achterbank nog maar eens zongen van Tita Tovenaar die met zijn Penicilline speelt.
Ik zweeg even en ging na of ik de vieze woorden uit Neushoorntjes, Tita Tovenaar en Penicilline had gehaald toen ik acht was. Ik wist bijna zeker van wel.
‘Neuken’, zei ik. ‘Dat zullen die klasgenootjes toch wel eens roepen…’
‘Mwah’, zei mijn zus, ‘Ik denk het echt niet hoor. Het is een Vrije School. In Haarlem. Veel van die lieve kinderen…’
Ik zweeg nog eens en besloot dat ik mijn zus in de waan zou laten. Als zij denkt dat haar kinderen het woord neuken niet kennen, dan vind dat eigenlijk wel schattig.
Achter mij zette het kroost voor de 32e keer Constantinopel in.
‘Ga je mee naar Frankrijk, Frankrijk is zo leuk, daar wordt er ’s avonds heel wat afge… uh… …NIJLPAARDJES vangen, in het hoge riet…’
Ik besloot mijn zus gelijk te geven: ze wisten het niet. En ik toog met een gerust hart naar het feest van mijn ouders. Als het bij Nijlpaardjes zou blijven, was er niets aan de hand.
In een edel deel knijpen en dan zeggen: ‘Sorry ’bout that.’
Van de Gemeente Den Haag kreeg ik als Nederlander in het buitenland een brief dat ik dit voorjaar voor het Europees Parlement mag stemmen per brief, mag stemmen via een gemachtigde en mag stemmen door een dagtripje naar mijn geboortegrond te maken.
Van de Gemeente Leuven kreeg ik een brief dat ik als Europeaan op Europees grondgebied ook mag stemmen in de gemeente waar ik woon: Leuven. Maar dat ik dan wel gelijk onder de stemplicht val. En dat het ondertekenen van de brief gelijk betekent dat ik niet niet mag stemmen.
En hoe graag ik ook eens gewoon in België naar het stembureau zou gaan, ik had geen zin in dat ‘moeten’ en die dwang. Ziedaar mijn bezwaar tegen de stemplicht in een notendop: het ontneemt je elke stemlust.
Vandaag is het de dag van De Blije Bukster en gisteren was het vrijdag de 13e.
Het zag er ’s ochtends nog rooskleurig uit. Ik had het bewijs van ongehuwd zijn klaarliggen, inclusief apostilles (stempels) die ik afgelopen maandag zelf bij de Rechtbank op de Parnassusweg had gehaald. We hadden deze keer een nummertje dat binnen een uur voorbijkwam en het labyrinth waren we ook al in één keer doorgekomen. Het leek allemaal mee te zitten.
Tot de dame vroeg wat de status ‘gescheiden geregistreerd partner’ eigenlijk betekent. Ik hoopte dat dat moment niet zou komen, want ik weet dat mijn flitsscheiding niet overal wordt erkend (Duitsland). En hoewel die scheiding hier in België wel wordt erkend, vermoedde ik wel dat er een zeer ingewikkelde conversatie zou kunnen volgen.
Dus ik begon rustig uit te leggen dat ik getrouwd was, dat ik daarna mijn huwelijk heb laten omzetten naar een geregistreerd partnerschap en vervolgens dat partnerschap heb laten ontbinden.
‘Ah’, zei de dame. ‘Dan heb je een bewijs nodig van de datum van je huwelijk en van de datum van de ontbinding van het partnerschap. Daarvoor hoef je geen apostilles te hebben. Slechts documenten met een datum.’ En of we wel wisten dat het vandaag vrijdag de dertiende was. Het leek even alsof er hoorntjes uit haar hoofd groeiden.
En hoewel ik zeer van de Vereniging voor Beheersing in Sociaal Verkeer ben, kon ik het toch niet laten om de mevrouw giftig in te wrijven dat we, doeme toch, twee keer hadden gebeld en al een keer persoonlijk aan die balie hadden gestaan en dat niemand de moeite had genomen ons te vertellen dat we naast een bewijs van ongehuwd zijn ook documenten van huwelijk en scheiding nodig hadden. Tja, zei de dame, dan hadden we niet de juiste vraag gesteld…
Waarop ik begon te argumenteren als een tierelier. Dat zij misschien wel degenen waren die niet de juiste vragen hadden gesteld, want dat ik elke keer alle logische gegevens had overhandigd: wettelijke samenwoning Belg met niet-Belg in België, en dat het dan misschien aan hén is om mij te waarschuwen voor haken en ogen. In plaats van altijd maar te zeggen: ‘Nee, 60 euro en een identiteitsbewijs volstaan.’
Daar kwamen die hoorntjes weer. ‘Zestig euro? Dat is volkomen uit de lucht gegrepen, hoe komt u daarbij?’ De dame achter de balie keek me aan alsof ik haar zojuist voorspiegelde dat twee plus twee zes was. Ik wees naar een tafeltje vier balies verder. ‘Van de meneer die daar zat en die ons vertelde over het bewijs van ongehuwd zijn. En alle mensen aan de telefoon repten ook over die 60 euro.’
‘Dat kan niet, dat is onmogelijk’, zei ze. ‘Waar zat hij? Daar? Ik ga het hem vragen, ik weet zeker dat het niet kan.’ Ze beende weg, vastberaden om ons als een stelletje leugenaars aan de schandpaal te nagelen.
Toen ze terugkwam, was ze al wat minder vastberaden. ‘Wij kunnen hier niet altijd gelijk alle vragen stellen’, zei ze. ‘Soms ligt dat te gevoelig, bij weduwen en zo.’ Ik dacht terug aan tien minuten eerder toen ze tegen mij galmde ‘ZO – DUS U BENT – GESCHEIDEN?’ en toen ik voelde dat de dertig wachtenden massaal tegen mijn rug zaten te fronsen. Nee, dacht ik, sommige dingen kun je hier inderdaad niet gelijk vragen. In Amsterdam mocht je keurig in een hokje met een ambtenaar, in Leuven hebben ze net de kans gekregen om in hun spiksplinternieuwe stadhuis een modern lokaal te maken voor dit soort zaken, maar nog steeds kun je als wachtende van minimaal drie vluchtelingen het hele verhaal horen.
We keken de dame diep in de ogen en zeiden: ‘Okee, wij gaan nu terug naar huis voor de documenten met datum van huwelijk en ontbinding, weet u dan zeker dat dat het é-ni-ge is dat we nog nodig hebben?’ We bogen samen ver over het bureautje om de ernst van de vraag te laten doordringen.
‘Dat is het enige’, zei de dame. ‘Kijk, ik schrijf het hier op voor mijn collega’s.’ Ze pakte een geel Post-itje. ‘Dan weten die ook wat u nog nodig heeft.’
Toen we weggingen zei ze nog: ‘Gelukkig heb ik al een goede daad gedaan vandaag. Ik heb een vluchteling een definitieve verblijfsstatus gegeven.’
Op de terugweg miezerde het, en we neurieden zachtjes Daar komt de bruid. In gedachten was ik mijn hele administratie aan het doornemen op zoek naar documenten van huwelijk en scheiden. Thuisgekomen vond ik factuurtjes (een flitsscheiding kostte 550 euro), conceptversies van de huwelijkse voorwaarden, een concepttestament en na heel lang zoeken een scheidingsconvenant waarop zowel huwelijk als scheiding met data werden bevestigd door een notarisbureau. Gelukkig, want wij waren inmiddels vastbesloten op vrijdag te dertiende in de wettelijke samenwoon te worden verbonden, wij moesten en zouden het lot naar onze hand zetten.
Op een drafje keerden we terug naar het stadskantoor. We hadden nog een uurtje en als ware opportunisten zaten we op z’n heidens te bidden dat we nog op tijd aan de beurt zouden zijn. En jawel, het lukte. We wreven even over elkaars knie toen we de documenten aan weer een andere ambtenaar overhandigden. Eindelijk zouden we een samenleefcontract sluiten, eindelijk zouden we die cadeautjes en het lekkere eten dat we onszelf in het vooruitzicht hadden gesteld kunnen gaan innen. Eindelijk zou hij meewerkende echtgenoot worden.
‘Wat betekent dat eigenlijk, gescheiden geregistreerd partner?’, vroeg de ambtenaar. Ik kreeg last van een reeks dejavu’s en zuchtte eens diep. ‘Wel, ik ben zojuist al bij uw collega geweest…’ ‘Ja, dat weet ik’, gniffelde ze. Ze had vermoedelijk geamuseerd zitten meeluisteren toen ik uit mijn slof schoot. Ik geef u één woord: privacy. Maar soit, ik probeerde onverstoorbaar door te gaan met mijn verhaal. ‘…en uw collega vertelde mij dat ik alleen nog een bewijs nodig had van de data van huwelijk en ontbinding. Dat heeft ze ook op mijn dossier geschreven.’ De ambtenaar keek eens naar mijn stukken. ‘Ik zal het even navragen’, zei ze, en ze verdween uit het oog.
Intussen luisterden ik en mijn Weederhelft nog wat vluchtelingenverhalen af van mensen met op elk paspoort een andere naam, vluchtelingen uit Libië die naar Burkina Faso wilden reizen en Russische meisjes die werd aangeraden een paar maanden illegaal in België te verblijven, omdat dat quote unquote: ‘gewoon mag’.
Toen de ambtenaar terugkwam zei ze: ‘Uw bewijs van ongehuwd zijn is voor drieërlei uitleg vatbaar. 1. u bent gescheiden van uw geregistreerd partner, 2. u bent eerst getrouwd geweest, daarna gescheiden en daarna geregistreerd partner geworden of 3. u bent eerst geregistreerd partner geweest, daarna getrouwd en daarna gescheiden. Wij moeten van de huwelijksakte en van de ver- en ontbinding van het partnerschap een officieel document hebben van de gemeente, mét apostilles. Daarvoor moet u weer naar de rechtbank.’
Ik keek haar ongelovig aan. Er schoot van alles door mijn hoofd. Dat ik dan wel 60 euro uitspaarde door die domme ambtenaren, maar dat elk officieel document ook zo 15 euro kost en ik dus met vier officiële documenten ook op 60 euro uitkom. En dat ik een flitsscheiding deed om de kosten te drukken en niet naar de rechtbank te hoeven. Maar dat ik daardoor nu al twee keer naar de rechtbank moet en nog eens bakken met geld extra kwijt ben aan reiskosten en documenten. En dat ik deze keer niet zou ontploffen, wegens te verbijsterd, dat dacht ik ook nog.
Gelaten pakten we alle papieren weer op: het bewijs van ongehuwd zijn, mijn paspoort en verblijfsvergunning, het scheidingsconvenant en de partnerschapsontbinding. De cadeautjes en het lekkere eten zouden nog even uitblijven. Buiten was het nog harder gaan regenen. En thuis liep ik een zodanig hernia-achtig iets op dat ik al 21 uur met een opgetrokken arm en een scheve nek loop.
Vandaag is het de dag van De Blije bukster, gisteren was het vrijdag de dertiende en over een maand, als ik mijn nek weer recht kan zetten, is het weer vrijdag de 13e. Dan proberen we het gewoon opnieuw.
Er was veel. Wilders en zijn reisverbod naar Groot-Brittannië. En dat de VRT daar nog eens overheen komt met een deontologische commissie, omdat ze ‘voorzichtiger’ willen worden. En hoe eng en bekrompen dat allemaal is.
Het stadskantoor en het labyrinth waardoor je er met geen mogelijkheid in een rechte lijn naar binnen kunt lopen. De mededeling dat je een bewijs van ongehuwd zijn mist, hoewel je daar nog over hebt gebeld – ‘Nee, u hoeft niets anders mee te nemen dan 60 euro en een identiteitsbewijs’. Dat document ligt in Nederland en moet langs de rechtbank.
De tijd om na te kijken gaat verloren met in de stromende regen een sleutel zoeken. Eenzaam in de duistere krochten van Gent. Drie kwartier peuteren en proberen met een verkeerde sleutel die lijkt te passen. Valse hoop. Zeiknat en gefrustreerd zitten ik en mijn cursisten een uur later binnen. De volgende dag vind ik een mail dat ik ‘inderdaad’ geen sleutel van de poort had. Omdat die niet meer op slot kan. Die klemt gewoon. En iemand had mij moeten uitleggen dat je hem eerst omhoog, dan terug en dan vooruit moet duwen.
De mayonaise is op. En het brood. De chips. En de cola. In goed Nederlands zeggen ze dan ‘De koek is op’. Want er liggen alleen nog verkruimelde speculaasjes.
Vandaag gaan we koekjes kopen, daarbij de vuist heffend tegen de VRT, om vervolgens een bewijs van ongehuwd zijn te overhandigen in het labyrinth, onderwijl heel hard Daar komt de bruid zingend.
Vandaag worden wij wettelijk in de samenleef verbonden en bovendien vinken wij daarna ergens aan dat mijn Weederhelft mijn Meewerkende Echtgenoot wordt. Waarna mijn meewerkende echtgenoot voor altijd op mijn netvlies staat als de vrouw van de bakker die, als haar man weer lekker in bed kruipt, de winkel opengooit en op haar gemak bonbonnetjes in doosjes gaat doen.
Waarmee mijn lief ineens een heel nieuwe dimensie krijgt.
Dingen die ik voel als mijn lief er niet is
1. dat-ie er toch is, wat heel irritant is, want hij antwoordt dan niet als ik ‘m roep
2. spanning en sensatie – tenminste nu – want ik ben morgen jarig en hij moest ‘even naar de stad’
3. irritatie, want ik heb hem het liefst altijd om me heen
Dingen die ik dit weekend ga doen
1. haar en haar voor het eerst ontmoeten
2. naar Maarten van Roozendaal
3. de hele dag lesgeven terwijl ik jarig ben
Dingen die ik niet meer mag doen van mezelf
1. opschrijven waarom ik zo weinig weblog
2. meer dan 6 sigaretten per dag roken (met uitzondering van dit weekend)
3. Lara Croften
Dingen die mij doen denken aan Lara Croft
1. de opdrachten in Wie is de mol?
2. dit filmpje (met dank aan Wenz)
3. mijn agenda – want dat is de reden dat ik het hyperverslavende spel niet meer buiten de vakantie mag spelen
Dingen die een jetlag van twee weken veroorzaken
1. een nacht doorhalen
2. vervolgens niet herstellen, maar steeds later naar bed gaan en steeds later opstaan
3. per ongeluk een middagdutje doen en daardoor ’s avonds nog later naar bed gaan en nog later opstaan
Dingen die ik niet leuk vind aan morgen 35 worden
1. dat ik 35 ouder vind klinken dan 34
2. dat ik altijd een beetje ongemakkelijk word van jarig zijn
3. dat verouderen gepaard gaat met verval – iets dat ik me vroeger niet realiseerde als ik jarig was
Dingen die maakten dat ik me eigenlijk vandaag pas realiseerde dat ik morgen jarig ben
1. de twee weken durende jetlag, waardoor ik geen tijd had om me te verdiepen in de toekomst
2. twee artikelen, een column, drie werftekstjes en twee cursussen die ik de afgelopen dagen in elkaar moest flansen
3. dat ik al sinds oktober met tegenzin van feest naar partij rol, terwijl ik eigenlijk niet zo’n feestneus ben
Dingen waar ik me onlangs voor diende te schamen
1. dat ik niet naar Van vlees en bloed kijk – maar dat komt omdat ze in Vlaanderen geen goede Uitzending Gemist hebben – ik kijk alleen nog tv op momenten dat het mij uitkomt en dat is meestal pas na elf uur ’s avonds
2. dat ik de deadline met 9 dagen overschreed
3. dat ik akkoord ga met extreme censuur op artikelen, omdat de doelgroep mogelijk streng-christelijk is – van ingekleurde decolleté’s tot tekstueel ingrijpen omwille van his master’s voice
Televisieprogramma’s die ik fantastisch vind
1. Eerlijk heerlijk Heertje – ik heb samen met mijn lief anderhalf jaar geleden precies dit concept voor een tijdschrift uitgewerkt – we kijken dus met extra interesse
2. 24 uur met… – en dan vooral die met Maarten van der Weijden en Wende Snijders – omdat ik het gevoel had dat als je die twee door elkaar mixt je ongeveer mijn denktrant krijgt
3. Wie is de mol? - ik denk Anniek, maar misschien is dat alleen omdat ze zulke raadselachtige ogen heeft
Dingen die ik vandaag nog moet doen
1. mooi worden
2. mijn koffertje pakken
3. chocolaatjes kopen om morgen tijdens de cursus uit te delen
Dingen die mijn lief onlangs zei die mij erg vertederden
1. “Ik heb je wakker gemaakt met een dutje” – toen hij in plaats van mij wakker te maken gewoon lekker naast mij in bed was gaan liggen en mee was gaan dutten
2. “kzienaagèresjoeke” – hij schreef dat ook op een briefje dat op een middag plots op mijn toetsenbord lag
3. “ik hou van jou” – hij mag eigenlijk geen Noord-Nederlands van mij praten, maar als-ie het stiekem toch doet dan klinkt dat ‘jou’ zo bizar, dat het godsonmogelijk is om niet te smelten
Dingen die ik graag van u wil weten
1. leest u hier lukraak of via een rss-reader?
2. welk ander weblog leest u graag?
3. zullen we in het voorjaar nog eens een ontlurkingsweek doen?
Voor andere Allegaartjes kunt u hier terecht.