Archief in maanden: maart 2009

Volg vanmiddag Het Schrijflegioen

‘n Dag uit het leven van een synestheet

Normaal plaats ik mijn werkartikelen niet door op mijn weblog, maar omdat ik al drie keer op mijn weblog over synesthesie schreef (1, 2, 3), is dit een mooi vervolg. Dit artikeltje verscheen in APPeL, een tijdschrift voor alumni van de faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen van de KULeuven.

Een dag uit het leven van een synestheet

Maartje Luif

Er gingen jaren voorbij zonder dat ik wist dat ik synestheet was. Voor mij was de lucht blauw, een tomaat rood en de vrijdag lichtgroen. Dus toen ik dat over die vrijdag een keer hardop zei, en de verbaasde blikken zag, wist ik pas dat niet iedereen tijdseenheden, letters, cijfers en muziek in kleur ziet en dat niet iedereen geluiden ook voelt als aanraking.

Daarna duurde het nog heel lang voor ik wist dat er een woord voor was: synesthesie. Door testjes te doen en veel te lezen kwam ik erachter dat ik zeker vijftien van de veertig zintuigcombinaties ervaar en dat die eigenschap tot voor kort onder de categorie afwijkingen viel. Ik ben blij dat de heren neurologen zich na veel onderzoek achter de synestheten hebben geschaard: ze beschouwen het niet langer als een pathologisch gegeven.

Voor niet-synestheten is het nauwelijks voor te stellen wat een synestheet ervaart, daarom besloot ik een dag lang op te schrijven welke synesthetische ervaringen mij bezighielden in het dagelijks leven. Het was een lastig klusje, voor de niet-synestheten vergelijkbaar met je een dag lang bewust zijn van verschijningsvormen van evidente zaken zoals de vorm van een auto of de kleur van gras.

9:10 uur
Ik ben zelfstandig journalist en docent journalistiek, dus ’s ochtends check ik doorgaans eerst mijn agenda. Door mijn synesthesie heb ik jarenlang nauwelijks agenda’s nodig gehad. Als je tijdstippen, dagen, maanden, jaren en seizoenen in kleur en diepte ziet, heb je immers veel meer ezelsbruggen dan alleen het gegeven: dinsdag 27 janauri om 18:00 uur. Ik onthoud dat ik op het oranje punt (dinsdag), vlak voor me in de ruimte (de rest van de week ligt verder in de ruimte) om het blauwzwarte tijdstip (18:00 uur) een afspraak heb.

9:45 uur
Bij het schrijven van mijn stukjes werk ik niet met de spellingchecker, omdat de kleuren die Word gebruikt om woorden te onderstrepen, interfereren met mijn fotismen (de kleuren waarin ik de woorden en letters projecteer). Bovendien heb ik bij veel woorden de mogelijkheid om een woord niet alleen op correct lettergebruik te checken, maar ook op de correcte kleurcombinatie. Het woord ‘woord’ is grotendeels blauw, doordat de w aan het begin blauw is. Als er soord staat, wordt het een veel witgeler woord. Dat zou me opvallen.

11:00 uur
Ik krijg een telefoonnummer van een geïnterviewde door, maar mijn pen stopt er halverwege mee. Het getal eindigt met 6679. Ik onthoud geel, geel, witgeel, oranje. Mijn lief, die ook thuis werkt, zet muziek aan. Ik vraag hem om het af te zetten, want de scherpe tactiele ervaring die de drummer bij mij teweeg brengt leidt me te veel af.

13:30 uur
Bij het bijhouden van mijn boekhouding stuit ik op de vraag hoeveel zes maal vier is. Hierbij is synesthesie een voordeel, want de tafels van vermenigvuldiging zijn niet alleen sommen en opdreunrijtjes, maar ook kleurkaarten die ik als beelddenker kan aflopen. Maar het is in dit geval ook een nadeel, want zowel het antwoord als de opgave is geelgroen (6 = geel, 4 is groen en 2 = geel) waardoor ik bij het geven van het antwoord op deze uiterst simpele som even twijfel tussen de combinatie 2 en 4 en de combinatie 4 en 6.

17:00 uur
Ik zing een nummer in voor mijn bandje. Het nummer is moeilijk, maar ik weet wel precies op welke noot ik moet inzetten. Niet omdat ik weet hoe de noot heet, maar omdat ik weet dat ik op het bruine punt van de octaaf die op gezichtshoogte zweeft, moet beginnen.

21:00 uur
Wat mijn lief zoal met mij doet, wil niemand weten. Maar het effect is een orgasme dat een felgele diagonaal door de kamer trekt. Ik stel vast: het was een kleurrijke dag vandaag.

[In een kader bij het stukje:]
Wat we wél weten
over synesthesie

Synesthesie is een neurologisch fenomeen waarbij zintuigen op onvrijwillige wijze samenwerken. En daarmee hebben we gelijk de enige stelling gehad waarover geen controverse heerst. Alle andere theorieën zijn tegenwoordig óf onderwerp van debat, óf niet bewezen.
De meest voorkomende vormen van synesthesie zijn het zogenaamde kleurhoren en cijfers, letters, woorden en tijdseenheden in kleur en ruimte projecteren. Verder lijkt vast te staan dat veel meer vrouwen dan mannen synestheet zijn en dat erfelijkheid een rol speelt.
Er wordt relatief weinig kwalitatief onderzoek naar synesthesie gedaan. Dat heeft meerdere oorzaken, maar de belangrijkste is dat het moeilijk is om onderzoek te doen met grote groepen synestheten, omdat maar weinig mensen zich bewust zijn van hun synesthesie. Bovendien zijn er ook maar weinig synsestheten, want hoewel er getallen rondzoemen die variëren van 1 op 200 tot 1 op 23, is het onwaarschijnlijk dat meer dan 5 procent van de mensen synestheet is.

En wat heb ik daarmee te maken?

Het ergste aan dat hele verhaal over die ‘burgerlijke stand = onbepaald’ (1, 2) is natuurlijk het bureaucratische aspect, het gevoel dat je buiten alle wetten valt en dat niemand naar je luistert. Het gevoel van onmacht dat je krijgt als iemand zegt: ‘Ik kan het niet helpen, ik maak de regels niet.’ Of: ‘Als we voor iedereen een uitzondering moeten maken, dan kunnen we wel aan de gang blijven.’ Dat gevoel is natuurlijk het meest moedeloosmakend.
Maar bijna even erg, hoewel van een ander kaliber, zijn de bizarre ambtenarenzinnetjes van de dames die ons te woord staan.

Ik: “Dus wij kunnen dit vandaag niet meer regelen?”
Ambtenaar: “Nee, maar gelukkig heb ik al een goede daad gedaan vandaag. Ik heb een vluchteling een definitieve verblijfsstatus gegeven.”

Ik: “Maar als ik die trouwakte al ooit had, dan heb ik die nu zeker niet meer. Ik ben al bijna vijf jaar gescheiden!”
Ambtenaar: “Ja, dat is vreemd hè? Ik heb mijn trouwakte ook niet. Die van mij ligt in de hel… bij mijn EX!”

Ik: “Maar het is toch bizar dat jullie zeggen dat ik alleen maar een handtekening hoef te zetten en dat ik vervolgens twee maanden bezig word gehouden?”
Ambtenaar: “U vindt twee maanden lang? Dat is helemaal niet lang! En u mag blij zijn dat u alleen maar op en neer hoeft naar Amsterdam. De meeste mensen moeten hiervoor naar Ghana.”

Bil, blote kont en Ivo Victoria

O, en toen was het dus pardoes gisteren op de radio. Ik kan u niet meer waarschuwen, vergeef me. Ik kan wel het mp3′tje plaatsen.
Dit is wat An Olaerts er in een mailtje over zei: ooh wat praat gij lekker vol hollands.
Dit is wat ik ervan denk: ik klink als Barry White, ik heb het woord ‘bil’, ‘blote kont’ en ‘Ivo Victoria‘ gebruikt: is er allemaal uitgeknipt, en ik heb gelogen op de radio, want ik wil helemaal niet beroemd worden.
Kortom: 1. gelukkig luisteren maar weinig mensen ’s avonds naar de radio, 2. het zijn fatsoensrakkers bij StuBru, 3. zoveel uh zeggen is absoluut niet cool, 4. is ‘lekker vol Hollands’ een compliment? en 5. waar is mijn man gebleven? (die laatste is een goede kwisvraag – wie het goed heeft wint eeuwige roem en een kus van de kwismaster)

Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.


Update: hier staat een berichtje met het item én een foto van de blogger en de sneltijper on tour.

Update: de workshop begint pas om 13:15, dus de berichten verschijnen pas vanaf 13:45 uur op http://schrijflegioen.wordpress.com. Excuses!

Het Schrijflegioen rukt op

Jawel, zaterdag is het zover! Dan rukt de frontlinie van het Schrijflegioen op naar het STUK in Leuven. Van 10:30 tot 12:30 publiceren ruim vijftig Schrijfdagdeelnemers meer dan honderd stukjes over schrijven, lezen en gelezen worden. Onze sneltyper Wannes slaat bij elk stukje drie keer tegen zijn pet en tikt het tekstje vervolgens razendsnel in op het geannexeerde internetdomein dat u alhier kunt vinden.

Doe mee, lees mee, schrijf mee: val aan!
U kunt zich nog aansluiten bij Het Schrijflegioen door u in te schrijven voor de Schrijfdag bij Creatief Schrijven. De Schrijfdag biedt nog veel meer dan alleen powerbloggen met de Maanzand/Zezunja-connection. U kunt u ook op sleeptouw laten nemen door An Olaerts, in het sijberse beter bekend als Tante Annie. U kunt aan de lippen hangen van Ivo Victoria, of aan die van Geertrui Daem en Annelies Verbeke. En u kunt schrijven. Een dag lang schrijven.

Maar u hoeft uw huis natuurlijk niet uit te komen. Vanuit uw luie stoel kunt u alle wijze woorden van het Schrijflegioen tot u nemen. Ga zaterdag rond een uur of elf naar schrijflegioen.wordpress.com en zie daar live de schrijfsels verschijnen. Of kijk aan het eind van de dag wat het resultaat is van onze strijdlust.

Vanmiddag gaan de sneltyper en ik the word spreaden bij het cultuurprogramma Mekka van Studio Brussel. Later deze week komt dat op de radio. Ik hou u op de hoogte.

Update: de workshop begint pas om 13:15, dus de berichten verschijnen pas vanaf 13:45 uur. Excuses!

Onbedoeld illustratief

Koos van Zomeren vertelt over hoe de tijd steeds sneller verandert. Hoe zijn grootvader op zijn negentigste vond dat de wereld zo was veranderd, hoe hij dat op zijn vijfenvijftigste vond en hoe zijn kinderen dat op hun dertigste al vinden.
In een volgend shot steekt hij een sigaar op.
In de trein.

Sam heeft ne grote

Eergisteren hees iemand een spandoek op met daarop Tom = homo. Terwijl ik langsliep hoorde ik de ophijser zeggen: “Zou hij gaan wenen, als hij het ziet?”
Toen moest ik aan Sam denken, die in dezelfde straat al veel langer onderwerp van gesprek is. En ik vroeg me af of Sam ooit geweend heeft. Ik denk van niet.

Overpeinzing in meer dan 140 tekens

Toen iamzero over Twitter schreef, schreef hij over mij:
“Tijdens mijn eigen obligate rondje langs virtuele kennissen raakte ik hevig onder de indruk van het profiel van @zezunja. Zelf maar dertien mensen volgen en dan door twintig gevolgd worden terwijl je, en daar zou de rest van de wereld een voorbeeld aan mogen nemen, zelf niks te melden hebt. Respect.”

En ik dacht: o fuck, ja, Twitter. Daar zit ik ook nog op. Op een onbewaakt ogenblik in 2007 heb ik zo’n account aangemaakt en sindsdien heb ik af en toe in een vlaag van nieuwsgierigheid eens rondgesurfd, mede uit angst om iets te missen. En elke keer kwam ik tot de conclusie dat ik het niet helemaal snapte. Dat ik niet begreep hoe mensen dat durfden, zo’n stroom van futiele mededelingen produceren. Als ik op mijn weblog iets futiels plaats, moet ik daar eerst een megadrempel voor over en sus ik mijzelf altijd in slaap met ‘het is een weblog, er moet toch iéts op’. Maar bij Twitter kun je moeilijk volhouden dat er iets op moet. Misschien zie ik dat verkeerd, maar deze zienswijze heeft tot gevolg dat ik die drempel maar niet overkom.

Iets anders dat ik niet snap, is het reageren op andere, volkomen onbekende mensen. Bij een weblog reageer ik ook op onbekende mensen, maar ook dan moet ik vaak een drempel over. Soms durf ik niet, dan vraag ik me af of pak ‘m beet Arnon Grunberg zit te wachten op mijn reactie, soms vraag ik me af of het de moeite waard is om te reageren. En vaak zijn er gewoon te veel vreemde mensen op wie je eventueel zou kunnen reageren.
Vaak reageer ik dus alleen bij wildvreemden als ik het gevoel heb dat ik écht iets te melden heb. Meestal zijn dat reacties op stukjes waarin ook de auteur zijn best doet om iets weloverwogens of doordachts te doen.
Op de één of andere manier kan ik me niet voorstellen dat ik naar aanleiding van 140 tekens echt iets belangrijks te melden heb. Natuurlijk heb ik meningen te over, en zo nu en dan best een goede oneliner in mijn pen, maar het kiezen waar je wel en waar je niet op reageert en wat je wel en wat je niet twittert, zou voor mij een onmogelijke zaak worden. Omdat in 140 tekens de nuance vaak ontbreekt, kun je met gemak voor of tegen, betrokken of hilarisch zijn, en dus lukraak iets roepen. Maar wat heeft het voor zin?

Door het stukje van iamzero herinnerde ik me mijn eigen account. Het vergeten account dat al twee jaar ligt te verstoffen. En verrek ja, iamzero had gelijk, ik heb wonderlijk veel followers voor iemand die nog nooit iets op Twitter heeft gepubliceerd.

Nu lijd ik dus aan twittertwijfel. Ik doe het al goed zonder iets te doen. Is dat geen geval van ‘adel verplicht’? Is het geen gemiste kans als ik niet aan het Twitteren sla? Zal ik misschien toch gewoon eens gaan doen alsof ik iets te melden heb? Ik kom er maar niet uit.

Nu ben ik definitief bijgelovig

Het is ingewikkeld, want kafkaësk. Maar simpel gezegd komt het hierop neer: ik heb in Nederland destijds voor een flitsscheiding gekozen. Dat betekent dat je je huwelijk laat omzetten in een geregistreerd partnerschap en dat je dát vervolgens laat ontbinden. Die manier van scheiden was destijds goedkoper, sneller en minder omslachtig, omdat je niet naar de rechtbank hoeft.

Om mijn Weederhelft meewerkende echtgenoot te kunnen maken, moesten wij ons op de een of andere manier aan elkaar verbinden. We besloten dat te doen met een wettelijk samenwooncontract. Maar ‘geen van beiden mag gehuwd zijn of gebonden door een andere wettelijke samenwoning‘. Kortom, ik moest bewijzen dat ik niet al ergens een lekkere vent had zitten.

Dat ‘bewijs van ongehuwd zijn’ moest ik in Amsterdam halen, met stempels van de rechtbank om de echtheid te garanderen. Op dat document staat:
burgerlijke stand: gescheiden geregistreerd partner
En daar verslikte de Leuvense gemeente-ambtenaar zich in. Hoe dat afliep kunt u hier lezen.

De ambtenarij verwachtte van mij nog tal van documenten, allemaal geldig verklaard door de rechtbank, allemaal om te bewijzen dat ik ooit getrouwd was, maar nu de handen vrij heb.

Ik schakelde middels een machtiging (‘Bij deze machtig ik…’) mijn vader in, die vervolgens eindeloos heen en weer reed van Diemen naar Buitenveldert, omdat er toch wel erg veel incompetente ambtenaren bestaan en hij met ongeldige documenten naar de rechtbank was gestuurd. Maar aangezien mijn vader een fitte vent is, kwam het allemaal goed.

We namen onderweg nog een klein risicootje.
‘Zal ik het aangetekend versturen?’
‘Hm, nee, het zal zo ook wel aankomen toch?’
‘Ja, dat denk ik ook.’
En jawel, het lukte. De post liet zich van z’n beste kant zien en ik zat gebeiteld: alle documenten die je kunt krijgen (mits je betaalt) én alle bijbehorende stempels. Meer bewijs is er op Nederlands grondgebied niet te vinden.

Dus togen wij vol goede moed, wederom op vrijdag de 13e, naar het Leuvense stadskantoor.
We wachtten, en wachtten, en wachtten, en toen we aan de beurt waren, diende er van alles gecheckt te worden en moesten we weer wachten, en wachten, en wachten.
Mijn Weederheldt zag dat de ambtenaar die ons hielp, terugkwam en zei: ‘Ze kijkt bedrukt’. ‘Ssst’, zei ik. ‘Dat zegt niks. We blijven optimistisch, hoor.’ Maar toen ze in mijn gezichtsveld opdook, moest ik toegeven: ze keek ongelooflijk bedrukt.

‘Ik heb slecht nieuws’, zei ze. ‘Wij kennen dat niet in België. Een geregistreerd partnerschap. Dus wij kunnen uw burgerlijke stand niet veranderen. Die blijft onbepaald.’
‘Maar de papieren kloppen toch?’, zei ik.
‘Ja’, zei ze.
‘En als ik niet getrouwd ben, moet ik toch zo’n samenwooncontract kunnen afsluiten?’
‘Ja’, zei ze.
‘Wat is dan het probleem?!’, vroeg ik, terwijl ik uit alle macht probeerde me te beheersen.
‘Voor ons bent u niet ongehuwd, uw burgerlijke stand is onbepaald, dus dat kan alles zijn.’
‘Maar ik heb hier formulieren, waaruit blijkt dat ik ongehuwd ben.’
‘Voor ons is dat geen bewijs, omdat wij de termen niet kennen.’
‘Maar die formulieren heb ik op jullie verzoek laten maken, ze kosten tientallen euro’s. En nu zijn die waardeloos?’
‘Ja, eigenlijk wel.’
‘Maar er bestaan geen andere bewijzen. Dit is mijn huwelijksakte, de akte van partnerschap en de akte van ontbinding. Meer is er niet.’
‘Dat kan.’
‘Dus mijn burgerlijke stand kan hiermee niet bepaald worden.’
‘Nee.’
‘…’

En toen ging het snel: ik begon een potje te janken, we vroegen het telefoonnummer van haar baas en stonden vijf minuten later buiten. Leeg, vol van deceptie en verschrikkelijk kwaad. Thuisgekomen googelde ik vijf minuten op mijn probleem en binnen een mum van tijd had ik verschillende vonnissen over een vergelijkbare zaak op mijn beeldscherm. Waarop ik besloot dat deze ambtenaren extreem incapabel zijn, want als ik als über-leek de jurisprudentie in een flits op mijn scherm tover, dan mag je verwachten dat ambtenaren van de burgerlijke stand daar ook toe in staat zijn.

Hoe dan ook: vrijdag de dertiende bewees wederom dat er redenen te over zijn om bijgelovig te worden. En janken in een Belgisch stadhuis heeft zin, bleek toen gisteren het afdelingshoofd van de burgerlijke stand op eigen initiatief stamelend opbelde om te melden dat het waarschijnlijk wel kan en dat we nog maar eens moeten langskomen.

Wij proberen er de humor van in te zien en gaan voor een volgende poging op 1 april.

Living on the edge

In De Pers stond dit:
“Organisaties als de NS, de ANWB of grote ziekenhuizen als het AMC melden op vrijdag de 13e niet meer problemen of ongevallen dan op andere dagen. Wel trouwen er ook in Nederland minder mensen dan op andere vrijdagen.

Maar wij gaan dit morgen gewoon weer proberen.

Mijn meesterwerk vreet arbeidsuren

Wederom wat gemijmer op VPRO’s Café De Liefde in De Liefde vs. Zezunja.

Toen mijn vakgenoten werkten aan hun carrière, werkte ik aan de liefde. Zij klommen op, likten zich in en deden hun best op school en kantoor. Ik nam verkering, maakte het uit, nam nog eens verkering, maakte het weer uit, trouwde en maakte het maar weer eens uit.

Mijn carrière kwam op het tweede plan. Ik werkte wel, maar ging niet skyhigh, hoewel dat in mijn beroep gebruikelijk is. Ik had er gewoon geen tijd voor. Indruk maken op potentiële prinsen op het witte paard vergt namelijk eindeloos veel tijd. Zo duurt een liefdesbrief doorgaans ruim een uur, een verleidelijke foto mailen kost in het beste geval een half uur en bedenken met welke romantische actie je de man in kwestie het hof zult maken, kost dagelijks zeker vijf keer tien minuten. Het uitvoeren van die romantische acties laat ik dan even buiten beschouwing. De keer dat ik besloot een videoclip te maken, spande de kroon: drie volle dagen was ik daarmee kwijt.

Verder moet je natuurlijk bedenken wat je aan moet. Slecht zittende topjes aan- en uittrekken, neemt dagelijks ongeveer drie kwartier in beslag. En emmeren tegen vrienden en familie over hoe vreselijk verliefd je bent en dat je niet meer kunt eten: minimaal een half uur per dagdeel. Kortom, toen anderen aan hun carrière werkten, werkte ik aan de liefde.

En dan heb ik het nog niet eens over liefdesverdriet gehad. Dát is pas tijdrovend. Op bed liggen en met je hoofd in een kussen jezelf in een depressie dreinen, vraagt úren van je tijd. Daarnaast slorpt het overwegen of je zult bellen (of toch maar niet) elk kwartier een paar minuten op. En zorgen dat niemand ziet dat je hebt gehuild, kost ook zeeën van tijd. Voordat je met de aambeienzalf de Senseo-pads onder je ogen hebt getemd, ben je met gemak een half uur verder.

Nu hoor ik u denken: en wat brengt dat nou op? Dat ‘werken aan de liefde’? Welnu: een geheid fundament. Toen anderen ploeterden voor een betere plaats in het colofon, een grotere lease-auto of de zekerheid dat ze over veertig jaar 50 euro per maand meer te besteden zullen hebben, vroeg ik mij af met wie ik in zo’n lease-auto naar Parijs zou rijden en met wie ik zo oud zou willen worden dat ik in aanmerking kom voor die 50 euro extra. En niet te vergeten: hoe ik kon voorkomen dat ik maar half-gelukkig die gezegende leeftijd zou bereiken.

Soms vraag ik me af waar het mis is gegaan. Als ik zie dat mijn beroepsgenoten de wereld bestormen, als ik zie hoe ver ze zijn gekomen, als ik zie hoeveel ze verdienen. Maar dan kijk ik naast me, dan zie ik mijn Weederhelft, en dan moet ik er niet aan denken dat ik als career girl dit loon naar werken had gemist. Zo zorgvuldig geselecteerd, zeker 10 fte per jaar aan arbeidsuren aan besteed en als meesterwerk daarom zo goed gelukt.

Filters in disguise

In veel café’s in Portugal staan de dozen met grote vloeitjes en filtertips in het zicht achter de bar. Zonder omhaal en met nietsverhullende namen als JointTips en Smoking. Terwijl joints akelig strafbaar zijn in die hoek van de wereld.
In Nederland, waar joints iets minder taboe zijn, kocht ik een tijdje geleden in een coffeeshop bovenstaand ‘blokje’ filtertips.

Het trimesteriële Loeki-moment

Voor de reclamehaters: zap maar even door. Voor de anderen: ik heb nog allerlei amusante en zinnige cursussen voor u in de aanbieding. Hier een overzichtje.

Tweedaagse cursus Recensies Schrijven bij Wisper in Leuven
begindatum: 4 april 2009
Twee volle dagen werpen we ons op het genre ‘recensie’. De eerste dag maken we kennis met de haken en ogen van het genre en de rechten en plichten van de auteur. Natuurlijk verdiepen we ons dan ook in voorbereiding en schrijfregels. De tweede dag besteden we aan bespreken en herschrijven van de gemaakte recensies. Zin om een kunstwerk in perspectief te zetten? Om te schrijven, te argumenteren en te researchen? Go for it!

Tien weken Eindredactie bij de Miles Academy in Vilvoorde
begindatum: 26 maart 2009
Een zeer praktische cursus Eindredactie voor beroepsschrijvers. Tien avonden buigen we ons over taal, stijl, tekstopbouw en schrijfwetten. Omdat ik de beroepspraktijk van de cursisten als uitgangspunt neem, is elke deelnemer zeker van een grote mate van ‘bruikbaarheid’ van hetgeen er in de cursus voorbij komt.

Twaalf weken Basiscursus Journalistiek bij de Miles Academy in Vilvoorde.
begindatum: 21 april 2009
Twaalf weken, vijf genres, duizenden tips, adviezen, handreikingen en vingeroefeningen. De cursisten worden ondergedompeld in een journalistiek denkraam, gaan eropuit, schrijven verschillende genres en weten na afloop wat journalistieke principes en ijzeren schrijfwetten zijn. Er komen zowel zakelijke, als verstrooiende genres aan bod.

Workshop Powerwebloggen op de Schrijfdag van Creatief Schrijven in Leuven
datum: 28 maart 2009
Kom powerwebloggen, kom bij Het Schrijflegioen! Tijdens de workshop maken we als groep een weblog met schrijftips, schrijfsensaties en schrijfleed. We nemen stap voor stap door hoe je een weblog aanmaakt, onderhoudt en hoe je het juiste publiek bereikt. We zwengelen de brainstormmachine aan en produceren in hoog tempo korte stukjes die onmiddellijk online verschijnen. Je zult zien: in no time hebben we een interessant weblog voor en door schrijvers.

Cursus Columns Schrijven voor de SchrijversAcademie in Antwerpen
begindatum: 9 mei 2009
Omdat de cursussen Columns Schrijven altijd heel snel vol zitten, kan ik alleen maar zeggen: zin? Haast u! Het spreekt voor zich dat de cursus Columns Schrijven draait om het lezen, schrijven en beoordelen van het meest ongrijpbare schrijfgenre: de column.

U kunt zich niet bij mij inschrijven. Voor meer informatie daarover kunt u terecht bij de betreffende organisatie, zie daarvoor de linkjes onder de titels. Dit zijn lang niet alle cursussen waar ik me de komende tijd op zal werpen, mocht u info willen over andere plekken waar u mij kunt treffen (Kunstbende! De Dag van het Nederlands! StampMedia Intakeweek!), kijk dan op de site van Het Eiland Neus.