ARCHIEF:

april 2009

Christophe en de roes van het roze ruitjespapier

Christophe en de roes van het roze ruitjespapier

Vandaag op VPRO’s Café De Liefde:

Hij heette Christophe en zijn grote neus was zo verbrand dat je de vellen kon openplooien. Ik was twaalf, hij was dertien en we liepen elkaar tegen het lijf op een winderig Frans strand. Het was de tijd dat mijn ouders nog dachten dat ik contact legde omwille van zijn voorraad schepjes en emmertjes, terwijl ik al zachtjes ‘je ‘t aime’ fluisterde.

Christophe en ik hadden een ijzeren regelmaat in onze relatie. Na de lunch waren we beiden te vinden bij de strandopgang aan de zuidkant van het eiland. Onze ouders gingen daar zonkloppen, onze broers en zussen gingen daar watertrappelen en wij gingen daar lost in translation tegenover elkaar zitten en glimlachen.

Dat aankijken was moeilijk. Dan moest ik aan mijn vader denken die mij al dagen pestte met Christophe en zijn grote neus. En dan moest ik me beheersen, om niet de velletjes van zijn neus te peuteren.

Christophe schreef briefjes die ik niet begreep op roze ruitjespapier. In het begin was ik daarmee nog wel eens naar mijn vader gestapt. ‘Wat staat hier?’ Maar na verloop van tijd had ik door dat ik de plaaggeest in mijn vader daarmee enorm aanwakkerde. Dus zei ik alleen nog

Lees meer…

De roetsjbaan is still going strong

Ik ben het even helemaal kwijt. Ik moest u nog van alles vertellen, maar er kwam van alles tussendoor.

Dingen die er tussendoor kwamen.
1. Dat stoppen met roken
Men-o-men, dat stoppen met roken, wat kwam dat er tussendoor. Met als hoogtepunt een feestdag waarop we misschien twee uur feest hebben gevierd en voor de rest hebben gewacht, gewacht, gewacht en gewacht. Wachten en stoppen met roken is, let op mijn woorden: een HEUL slechte combi.

2. Visite, visite, een huis vol visite
Men kwam over uit Amsterdam en men stortte zich op het Tiger Woodsgolfspel op de Wii, met als gevolg een weekend waarin alles draaide om birdies, bogeys en chip-ins. Maandag had ik spierpijn en een mooie gedeelde tweede plaats. Doe mij een toernooi van ‘t een of ander en ik ben tevreden.

3. De NMBS
Natuurlijk kwam de NMBS er ook weer tussendoor. Deze keer was het bijna net zo wonderlijk als de vorige keer. Misschien nog wel wonderlijker. Zo waren we in de buurt van station Schaarbeek toen de trein tot stilstand kwam, en toch mochten we er niet uit. En toen kwam het wonderlijkste. De conducteur riep om: “Is er een treinbestuurder aanwezig in de trein?” Waarmee ik gelijk iets te doen

Lees meer…

For president (2)

Dat schreef ik ooit over hem. En meer.
Lees hier de rest.

Of ze niet uit het raam wilden spugen

Ze waren allemaal harstikke twaalf. En dertien. En veertien. Ze waren zo erg twaalf dat de propjes door het lokaal vlogen, dat ik dingen moest roepen als ‘niet zo kieperen met die stoel, anders val je’ en dat er mensen naarboven kwamen om te vragen of ze alsjeblieft niet uit het raam wilden spugen. Zo twaalf waren ze.

En ik was dat niet gewend. Ik ben gewend dat ik vrouwen van 65 moet leren hoe ze hun leven op papier krijgen, ik ben gewend dat ik mannen van 45 moet vertellen dat onbegrijpelijk niet altijd mooi is, ik ben gewend dat ik meisjes van 23 op het hart moet drukken dat het helemaal niet jammer is dat ze bestaan. Maar ik ben niet gewend om een tijdschrift te maken met mensen die het liefst gewoon nog willen tekenen.

Dus liet ik ze tekenen. Een horoscoop. ‘Wat is dat? Een hoo… uh… rooscoop?’ ‘Uhm, dat heeft te maken met je sterrenbeeld en dat je aan de hand daarvan kan voorspellen wat er gaat gebeuren.’ Een jongetje ging meteen aan de slag. Tong tussen zijn tanden, kleurpotloden voor zijn neus..

En hoewel hij veertien was, was hij nog hartstikke twaalf. En z’n tekeningen waren dat

Lees meer…

Waarom ik een week lang met m&m’s ontbeet

Waarom ik een week lang met m&m’s ontbeet

Voor de gein een stukje op herhaling. Gewoon omdat ik er belandde via de Zijdelings hiernaast -> en ik dacht: waarom niet?
Dit stukje verscheen op 8 januari 2006 op zezunja.punt.nl.

Ik ben in een hopladiejee-stemming. Kijk, een tropische vakantie is leuk, maar je twee weken lang helemaal rot kwissen met schoonfamilie en ander vers bloed is ook niet mis. Qua schoonfamilie val ik namelijk met mijn neus in de boter en dat geldt ook voor dat verse bloed. Hè gets, het wordt een beetje een smurrie met al die metaforen van bloed en boter. Ik wilde eigenlijk gewoon zeggen: kwisjes zijn leuk, mijn schoonfamilie ook en winnen ook.

De olympische gedachte is mij vreemd. Ik speel om te winnen. Altijd. Nooit niet.
Wat dat betreft kon ik deze vakantie mijn hart ophalen. Met tassen vol trofeeën kwam ik thuis. En ook nog met een klein beetje eeuwige roem. Hopladiejee hopladiejo.

Eigenlijk begon het al met de boom van Jessie van Appelblauwzeegroen (klik). Zij schreef een prijsvraag uit en ik gokte goed. De boom was 38,9 centimeter, inclusief pot. Ik zei 39.
Tot mijn grote vreugde ontving ik vorige week een Appelblauwzeegroen-kerstpakket met allerlei merkwaardige dinsigheidjes. Een soldaatje voor mijn soldaatjesverzameling, een Zeke-(klik)-look-a-like met zuidwester, Mariah

Lees meer…

Geen stukje over een bizarre treinreis

In Nederland kon ik bizarre treinreizen beschrijven aan de hand van mededelingen van de NS door de luidsprekers. Die waren een mooie leidraad voor een stukje over onrecht en de NS. In België is dat lastiger. De NMBS blinkt uit in het doen van geen mededelingen. Ooit had de trein van Brussel naar Amsterdam volgens het bord 25 minuten vertraging. Na 40 minuten veranderde er niets aan die mededeling. Na een uur verdween de trein naar Amsterdam van het bord en verscheen de volgende erop. De trein werd geannuleerd, maar niemand die de moeite nam dat om te roepen.
Gisteren zat ik in een trein die bijna twee uur stilstond. De omroepster liet pas na ruim twintig minuten van zich horen. Vervolgens kwam ze met een heel on-NMBS-achtige mededeling, want heel direct en concreet: “Deze trein mag pas doorrijden als een andere ons gepasseerd is, want tussen Mechelen en Leuven hebben we maar één spoor.” Kijk, zo mag ik het graag horen.
Maar toen de tegenligger eenmaal gepasseerd was, bleven we nog eindeloos stilstaan. Na een half uur zei ze: “De trein mag pas door als een andere ons gepasseerd is.” Pardon? Alweer?
Uiteindelijk duurde de reis van Mechelen naar Leuven in plaats

Lees meer…

Als de muts slecht zit, dumpt men link

Wegens slecht geluimd en niet goed gemutst gewoon even een linkje naar een stukje dat ik afgelopen week schreef over De Schrijfdag van vorige week. Voor het stadsblog Leven in Leuven.

Achter uw rug om

Mocht u zich afvragen wat ik doe: ik stop stiekem met roken. Stiekem, omdat ik dat hier al een paar keer eerder heb gemeld. Het is slecht voor mijn imago om dat nog eens openlijk te doen.

Ik voelde me goed als waarzegster

Het was iets hormonaals, het duurde bijna een jaar en het was bizar. De stad rook naar caviavoer, het water naar jodium en chloor, de poezen naar zure regen en mijn lief naar hetgeen hij zojuist gegeten had.
De wereld kreeg er een dimensie bij. Ik kon niet alleen horen dat er een bus aankwam, ik rook het ook, vaak zelfs voor het geluid hoorbaar was. Als iemand om de hoek een sigaretje opstak, dan voorspelde mijn neus lang op voorhand: als we de hoek om zijn, staat er iemand met een sigaret. En het was altijd waar.
Maar het was ook vervelend, ik dacht te ruiken dat vrouwen voor me op de roltrap hun maandstonden hadden, het zand van remmende trams en treinen brandde diep in mijn neus en één bruin plekje op een banaan had tot gevolg dat ik de bananen wilde weggooien wegens stankoverlast.
Nu is het voorbij, dat hormonale, en gek genoeg mis ik het. Want okee, de biobak is beter te harden, de schimmel in de muren kruipt niet meer in mijn neus en mijn lief ruikt gewoon weer naar mijn lief. Maar ik begon me wel thuis te voelen bij het idee dat ik iedereen vóór was.

Lees meer…

Waarom ik toch maar ga twitteren

Omdat tinternet een beetje uit elkaar gevallen is. In kleine brokjes, stukjes, kruimels.
Waar ik eerst nog deel uitmaakte van een flink stuk taart, maak ik nu deel uit van een leeg bordje met kepsel. En dat vind ik heel ongezellig. Er zit een grote leegte tussen mij en de rest van de actieve bloggers. Een leegte die veroorzaakt wordt door stervende, stoppende en slome webloggers, die niet, nauwelijks, of nooit meer schrijven.
Een tijd lang dacht ik: dat trekt wel weer aan. Sterven is niet voor de eeuwigheid, stoppen is voor mietjes en sloom zijn we allemaal wel eens. Maar mijn optimistische zelf werd weer eens met de neus op de feiten gedrukt: als pessimist kan alles alleen maar meevallen, als optimist valt het – grmbldegmbl -ál-tijd tegen.
Dus ik moest iets.
En ik vrees dat ‘t twitter moet worden. De rest van de taart is namelijk daarheen vertrokken. En het schaap in mij wil er niet alleen voorstaan. Dus ik trek over die dam, voeg me bij de andere schapen en installeer een twitter-dingski in mijn zijbalk.
Wat niet betekent dat ik mijn wervelende stukje web tussen de massagraven ga verlaten. Morgen gewoon weer een stukje alhier. Over vieze luchtjes en wél rieken.

Lees meer…

En ineens was alles onbelangrijk

En als je dan weer buiten staat, met een a4′tje dat met Wordpad een beetje beschreven is in een standaard lettertype, en waaronder drie handtekeningetjes het grote werk moeten doen, dan vraag je je wel af waarom dat 9 weken, 4 huilbuien, 1 tocht naar Amsterdam, 4 fietstochten van mijn vader, ongeveer 70 euro en tig domme opmerkingen van ambtenaren heeft moeten kosten.
Maar als je dan een paar uur later een hummeltje van nog geen 17 uur oud in je armen mag houden, een hummeltje dat de zo hard bevochten meewerkende echtgenoot in de toekomst peter zal noemen, dan is alles ineens bijzaak.

No joke

We gaan vandaag proberen de bureaucratie eronder te krijgen.
Zie ook Vrijdag de 13e en Nu ben ik definitief bijgelovig.