Archief in maanden: juni 2009

De tien geboden voor een perfecte relatie

Ik schreef eerder De 10 geboden voor een onenightstand waardoor de bezoekers van het stukje op de VPRO-site vonden dat ik cynisch was. Ik wilde het tegendeel bewijzen, ik heb immers de beste relatie die je kunt bedenken. Bij deze.

1. Gij zult in perfectie geloven
In de perfectie ligt verankerd dat je er ten volste in gelooft. Een moment kan nooit perfect zijn als je daarna ginnegapt dat perfectie ‘toch niet bestaat’. Perfectie veronderstelt een gedegen portie naïviteit. En zo komt het dat ik, als gescheiden vrouw die meer dan eens dacht dat ze de liefde van haar leven had gevonden, er ook nu weer heilig van overtuigd ben dat ik de liefde van mijn leven heb gevonden.

2. Gij zult iets te doen hebben
Een vriend zei eens tegen mij: “Maar ze doet niks. Ze doet gewoon helemaal niks!” Ziedaar het recept voor een fijn fundament: doe iets.
Een andere vriend zei eens tegen mij: “Die vrouw had niks te vertellen, alleen dat ze een relatie wilde. Daar kreeg ik de kriebels van!” En ik kon me dat voorstellen. Het idee. Dat je een relatie hebt met iemand die alleen maar met jou bezig is. Die niet ook nog een weblog bijhoudt, reclames inspreekt of trostomaten teelt, maar die enkel en alleen bezig is met wij, met ons en met hoe laat ben je thuis vanavond. Terwijl het zo simpel is: doe iets.

3. Gij zult op tijd beseffen dat het niks wordt

Zelf moest ik hier door schade en schande achter komen. Ik klampte mij ooit vast aan een klassieke knipperlichtrelatie en ik kan niet anders zeggen: dat vreet energie. Achteraf gezien heeft het ook nog eens nooit iets opgeleverd, dat vasthouden aan de illusie van de knipperlichtman als perfecte man. De topdrie van perfecte mannen in mijn leven wordt volledig ingenomen door mannen bij wie ik in het geheel niet moest vechten voor de verstandhouding. Dat zijn stuk voor stuk mannen bij wie ik snel besefte: dit is er eentje die past.

4. Gij zult humor hebben of ontwikkelen
Zonder humor ben je verloren. Ik moest het ooit zonder humor doen, toen ik verstrikt zat in post-pubergedachten. Ik nam het leven bloedserieus en benaderde mijn relatie met evenveel ernst. Elk romantisch hoogtepunt was ‘de dag van mijn leven’, maar elk dieptepunt kon leiden tot dagen durend drama met mezelf als enige toeschouwer. Maar vanaf het moment dat ik in staat was te lachen om onzekerheid, om slechte eigenschappen van de ander en om mijn liefdesleven in het algemeen werd ik ook gelijk een leuker mens. Lach, mensen! Lach!

5. Gij zult iets gemeen hebben met uw partner
Ik en mijn wederhelft hebben veel gemeen. We zijn allebei geboren in 1974 en we zijn beiden 174 centimeter lang – we kunnen elkaars kleren aan. We houden allebei enorm van gembersiroop en Magnums. We zitten graag uren samen naar The Soprano’s te kijken of een te muziekquiz doen. We willen beiden het liefst slapen met het raam open en vinden allebei dat de poezen soms best een uurtje in de slaapkamer mogen. We hopen alle twee dat we ooit onze zelfdiscipline op een hoger plan krijgen, maar kunnen ook gezamenlijk vergoelijken, wegwuiven en ontspannen. Ik zeg het u: deel iets. Het werkt echt!

6. Gij zult een gezamenlijk doel hebben
Een doel klinkt natuurlijk heel groot en ronkend, maar zelfs kleine doeltjes volstaan. Tot doel hebben dat je samen een reisdagboekje volschrijft, of dat je vaker naar een rommelmarkt zult gaan. Baby’s zijn ook een optie. Of samen oud worden. Ik stelde ooit aan mijn vriendje voor om samen een bandje te beginnen. Hij keek alsof ik zojuist een verhaal over groene spetterpoep had verteld. Toen hij later nog geen eetafspraak met mij in zijn agenda wilde zetten, wist ik het: deze zal het wel niet zijn.

7. Gij zult niet al te onzeker zijn
Mijn motto is: “Als alles in de soep loopt is het vroeg genoeg om me zorgen te maken.” In een relatie is dit een waarheid als een koe. Hoe vaak wordt een relatie niet verziekt door de vraag: hou je wel genoeg van mij, vind je mij nog wel leuk, blijven we wel bij elkaar? Laat dat los! Als iemand je niet leuk meer vindt, merk je dat snel genoeg. Je bent toch niet gek?
Ik moet bekennen dat ik zelf niet zo goed ben ik het navolgen van dit gebod. Gelukkig heb ik een man die zoveel bevestiging geeft dat het potsierlijk en schaamteloos koket is om er nog om te vragen. Wat niet wegneemt dat ik het toch nog af en toe doe. Niemand heeft hem ooit beloofd dat ik perfect zou zijn, niet?

8. Gij zult het gras bij de buren langs de kleurkaart houden ALVORENS aan een relatie te beginnen
Het aardige van het gras bij de buren, is dat het anders is. Dat is natuurlijk aanlokkelijk, avontuurlijk en de moeite van het grazen waard. Maar dat behelst ook dat zij die houden van avontuurlijk en anders misschien eerst even moeten uitrazen voordat ze allerlei beloften maken die ze niet na kunnen komen. Zoals je honden flink moet laten uitrennen alvorens ze in staat zijn als een brave loebas naast het haardvuur te gaan liggen, zo moeten avonturiers zich geen illusies maken: zorg dat je het avontuur ten volle benut vóórdat je neerploft in een relatie met valse beloften. Ik kan het weten.

9. Gij zult beseffen dat ge zelf niet de maat der dingen zijt
Een relatie vergt altijd iets dat lijkt op opoffering. Al is het maar omdat er iemand aan je dekbed trekt, of omdat er iemand op de plee zit als jij heel nodig moet. Maar ook op het gebied van smaak, opvattingen en gedrag valt in een relatie vaak veel te slikken. Compromissen sluiten is de enige optie voor mensen die geen zin hebben in een eeuwigdurende burgeroorlog over de plek waar de afstandsbediening hoort te liggen of de hoeveelheid tijd die je met je vrienden doorbrengt. Berusting, dat is het hele eieren eten.

10. Gij zult goed zoeken
Voor de perfecte relatie heb je de perfecte man of vrouw nodig. Die man of vrouw komt niet door het plafond in de stoel tegenover je gevallen, die persoon moet je gaan zoeken. Ga de deur uit, spreek mensen aan, schrijf, dans, lach en bewonder. Ik veroverde mijn geliefde door een anonieme brief aan hem te schrijven. Als ik dat niet had gedaan, was ik hem misgelopen. Relaties krijg je door er te zijn, door iets te doen. Ga die wachtkamer uit en maak vuur. Laat die vonken knetteren.

Zezunjalezers draaien alle kanten op

Wat een verrassing. Ik ben niet vreemd. Helemaal niet zelfs. Ik ben zo gemiddeld als wat. Maar u ook, u bent ook zo gemiddeld als wat.
De vraag of u rug- of buikdraait, is namelijk grofweg geëindigd in een gelijkstand voor alle opties.
Er waren 37 respondenten die ik elk bij een categorie heb ingedeeld: buikdraaien, rugdraaien of beide.
Hier zijn de cijfers:
Buikdraaien: 13 mensen
Rugdraaien: 13 mensen
Beide: 11 mensen

Kortom: wat u ook doet, u bent niet vreemd. Toch is dat voor velen moeilijk voor te stellen. Veel mensen schreven iets bij hun antwoord als ‘natuurlijk’ of ‘hoe anders?’. En de redenen waarom op een andere manier draaien onplezierig of zelfs levensgevaarlijk zou zijn, waren ook niet van de lucht.

Over buikdraaien
“Buikdraaien is net zoiets als verdrinken.”
“Als ik eens flink wil zuchten dan ga ik via mijn buik.”
“Via mijn buik, dat is zo’n lekker warm en veilig gevoel.”
“Wanneer ik het koud heb, neem ik de buikweg, die is warmer.”
“Buik, zelfs al wordt er dan zeer on-economisch driekwart gedraaid!”
“Als ik over mijn buik omdraai dan betekent dat, dat ik niet kan slapen.”

Over rugdraaien
“Dat is makkelijker, en/want minder hobbelig.”
“Rugdraaien is net zoiets als over de kop gaan: het voelt raar.”
“Denk dat het is omdat ik dan niet met mijn gezicht door het kussen moet tijdens het draaiproces.”
“Wanneer ik het te warm heb, neem ik de rugweg, want dan kom ik lekker veel frisse lakens tegen.”
“Dan kan je ook beter je dekbed in bedwang houden.”

Over het afwisselen van beide
“Ik neem namelijk steeds de kortste weg.”
“Sorry hoor, maar dit hangt er maar helemaal van af aan welke kant van het bed je ligt.”
“Ligt eraan hoe lui ik ben, geloof ik.”
“Ik draai namelijk rondjes.”
“Als je ‘lepeltje lepeltje’ in slaap valt, dan kan de ene alleen via zijn/haar buik draaien en de ander via de rug.”

Hoewel veel mensen die buikdraaien ook buikslapen, lijkt er geen direct verband te zijn. Er zijn ook mensen die buikdraaien en rugslapen, en voor mij geldt: ik slaap alleen op mijn zij en ik draai altijd langs mijn buik. Sommige mensen draaien helemaal niet, dat is ook wonderlijk. En sommige mensen laten het afhangen van hun energiepeil, hun temperatuur of de geometrische verhouding tot bedrand of lief. Razend interessant!

Bedankt voor al jullie reacties.

Sammy 1988-2009


Met geluid!

Sammy, de bejaarde poes van mijn ouders, was al een paar jaar blind, maar hij was nog altijd goed gemutst. Ik schreef al eens over Sammy, toen hij op zijn twintigste blindelings op avontuur ging in de urban jungle van Amsterdam.
Gisteren overleed hij. Vandaag monteerde ik dit filmpje van klein leed en tal van klinkende kopjes.
Een ode aan Sammy.

De muziek ten burele

Omdat ik meer dan de helft van de tijd luister naar wat mijn compagnon, meewerkende echtgenoot, partner c.q. Wannes Maanzand, uh Yuri Daemen opzet, staat voor de gein ook zijn playlist voortaan onderin de zijbalk rechts. Enjoy!

Waarom we het vaker moeten doen

‘Heb je nog geneukt?’, vroeg hij steeds. Of: ‘Heb je ‘m nog ergens in gehangen?’ Hij was geen echte lullo, want het jasje-dasje-aardappelindekeel-element ontbrak. Hij was meer een strandstoot, zo’n life guard uit Baywatch.
We kromden allemaal onze tenen als hij dat zei. Maar we vergaven het hem. We wisten dat hij zelden echt van bil ging en twintigers bij wie ‘het jeukt’, kunnen nu eenmaal bronstig voor de dag komen.
We zaten het uit, die testosterontijd van onze eeuwige vrijgezel. We hadden geduld met hem en we probeerden er niet op te reageren. We hoopten dat het tijdelijk zou zijn. Dat hij op een dag met een andere begroeting zou komen. Iets als ‘Hoe is ‘t ermee?’ of zo.
Die dag brak aan. Zo’n drie maanden na het begin van zijn vaste verkering. De eerste maanden was het alleen maar erger geworden, omdat hij toen in het stadium van drie keer per dag verkeerde. Maar toen zijn relatie op z’n plaats viel en hij het tempo van de begintijd niet langer kon bijhouden, hield hij zich hij steeds vaker in. Over vrouwen zei hij niet langer ‘Zó, die hangen er goed bij’ en de vraag hoe vaak je het deed werd steeds minder een issue.
Aan onze life guard moest ik denken toen ik de uitslag las van het onderzoek dat Café De Liefde liet doen naar onze vrijfrequentie: we doen het minder vaak dan vroeger. En dat terwijl we er volgens mij wel meer over lullen. Zie verder de discussie over de pornoficatie van de samenleving.
En ineens is daar de oplossing voor die eeuwige pornoficatie: als we de overdaad aan seks in de massamedia en in het straatbeeld willen tegengaan, dan is er geen betere manier dan het gewoon wat vaker te doen. Onze Baywatch-boy is het levende bewijs: als je het te weinig doet, lul je er te veel over.

* Kijk vanavond (maandag) naar de eerste aflevering van dit seizoen van Café De Liefde, om 22:50 uur op Nederland 2.
** Dit stukje staat ook als column op VPRO’s Café De Liefde.

Wat ik met Gargamel moest

Ineens wist ik wat ik met Gargamel moest.

De twintig smurfenpostzegels kwamen namelijk moeilijk op. Van de dansende en trommelende smurfen wist ik uiteindelijk wel verlost te raken. De boze Gargamels daarentegen…
En telkens weer waren dát de enige twee postzegels in huis op het moment dat ik droeve, mooie of lieve brieven wilde sturen. En telkens dacht ik: nèh, daar kan ik geen Gargamel opplakken.
Maar toen twee weken geleden zag dat ik mijn stembiljet in een oranje envelop moest stoppen, wist ik ineens wat ik met Gargamel moest. Ik bedoel: fokking vaderlandslievend oranje!

Ik doe weer aan kiekjes

In de zijbalk (en daarmee op mijn Flickr-pagina – flickr.com/zezunja) staan vanaf nu weer kiekjes. Voorlopig alleen voor kattenliefhebbers, want ik heb nog zo’n duizend katten in te halen. Maar kwa kattenkiekjes kunt u uw hart ophalen, dunkt me.

PS Dit is een post geplaatst vanaf Flickr. Eens kijken wat de Flickr-Wordpress-uitwisselingsdienst daarvan brouwt.

‘t Ôtootje



Klik voor een groter ôtootje.

De motor van onze auto heeft slechts 66 x meer vermogen dan de speakers die erin zitten. Dat zegt iets over ‘t ôtootje én iets over de speakers. Het ôtootje, een Volkswagen Polo uit 1995, zit in de allerlaagste categorie trekkracht. Je kunt in de bebouwde kom in zijn 4 rijden, ik bedoel maar. De speakers daarentegen trekken op met 500 per uur. Ik heb al voorgesteld om met onze vierdubbel-cd met Franse rap en de loudness aan door Luik of Charleroi te gaan crossen.
Het ôtootje heeft bijna geen minpunten. Behalve dan dat de ramen in de achterkant niet open kunnen, waardoor je dus nooit je 500 watt-luidsprekers kunt showen zonder de achterklep open te doen. Dat is lastig flaneren in Charleroi.
Een ander nadeel is de kilometerteller. Eens in de paar dagen geeft die er de brui aan. Dan moet je een ros geven tegen het ruitje van het dashboard. Maar het ruitje van het dashboard loopt onderaan schuin naar achteren. Een ferme hengst geven tegen een oppervlakte dat achter het stuurwiel van je afbuigt, is razend ingewikkeld. Zeker als je tegelijkertijd op gevoel (of eventueel op aardstralen) moet proberen vijftig te blijven rijden, omdat je anders een boete aan je broek hebt.
Ons ôtootje moet dus even naar een garagist, zodat die ‘m mores kan leren. Maar daarna is ons ôtootje een perfect ôtootje. Ons ôtootje heeft nog geen tienduizend kilometer per jaar gereden, waardoor we hopen dat-ie misschien nog wel twee keer zou oud kan worden.
Het is een barbie-auto met een stereo-installatie die zich met gemak kan meten met die van ‘n Waalse hangjongere in Charleroi. En toch voel ik me door deze wagen volwassener dan ik me ooit heb gevoeld.

Hij heet Wannes

Yuri Maanzand is gereïncarneerd. Hij heet Wannes. U moet gauw gaan kijken. Het is mooi
http://wannesdaemen.com