Archief in maanden: juli 2009

Perikel 1: Choco (deel 1)

De inleiding vind je hier.

Dus we vulden logikwissen in. Tientallen. Zo gaat dat bij verhuizingen. Je probeert een schema te maken waarin je 4 camionettes met je levenswerk, evenzoveel vuil en minstens zoveel emoties in goede banen probeert te leiden. Met als grootste risico dat je een lijntje verkeerd trekt en er een datum, locatie, persoon of geldbedrag niet op het juiste moment op de juiste plek is.

De poezen hadden een eigen schema. Er waren namelijk vier factoren die zeer van belang waren: 1. Tijdens een verhuizing is het in geen van beide huizen leuk voor poezen, maar het oude huis was beter, want daar mochten ze nog buiten, dus daar konden ze een rustig plekje zoeken. 2. We moesten de poezen pas verhuizen als al het hulpvolk weg was, onze poezen zijn namelijk nogal eenkennig en weigeren zich in het feestgedruis te storten, zelfs al is dat voor hun eigen bestwil. 3. De dag na onze eendaagse verhuizing zou het voor het eerst in de geschiedenis van Leuven autoloze zondag zijn, dan zouden we de katten dus sowieso moeilijk kunnen ophalen. Het moest dus liefst nog op de dag van onze verhuizing gebeuren. 4. Alle spullen konden het beste al verhuisd zijn om te voorkomen dat de poezen in het nieuwe huis ook in lawaai en lopende mensen terecht zouden komen, terwijl ze daar nog niet buiten mochten en dus moeilijk een rustig plekje zouden vinden.

So far so good. We hadden met een ballpoint een logikwisje ingevuld. Om half zes zaterdagavond moest de camionet al terug zijn. Daarna zou het werkvolk langzaam vertrekken. ’s Avonds zouden wij met drie wasmanden richting oude huis trekken en getweeën met ons eigen ôtootje de poezen verhuizen.

Dus daar stonden we om negen uur ’s avonds met drie wasmanden en honderd rambokes (kabelbinders) in een huis dat tot in al zijn voegen galmde van leegheid. We waren nog heel optimistisch en inmiddels doodmoe van de vier verdiepingen huisraad die we door onze handen hadden laten gaan. We spankerden wat door de tuin, maakten wat zoengeluidjes en zagen toen uit allerlei bomen in de wijde omtrek poezen tevoorschijn komen. Mike kwam als eerste en ging, boem, in het gras liggen. Sjeik kwam luid miauwend iets later en Choco zat op het keukendak te miauwen dat ze na drie jaar nog steeds niet wist hoe ze eraf moest.

So far so good. Mike had zijn buik al in de lucht gegooid, dus daar was sprake van totale overgave.
‘Ik ga Mike nu pakken’, zei Wannes.
‘Is goed’, zei ik.
Hij pakte Mike en aaide hem wat. Hij deed hem, hop, in de wasmand. Ik trok met de kabelbinders zoveel mogelijk lusjes. En voilà , het was gefikst.

En toen begon Mike te loeien. Als een gecastreerde koe. Als een transseksuele wolf. Als een poes die in een wasmand wordt gestopt.
Sjeik en Choco spitsten hun horen.
What the fuck?
En weg waren ze.

We besloten Mike in zijn wasmand bij de voordeur te zetten, in de hoop dat de andere twee zijn geweeklaag niet zouden horen, maar het was ijdele hoop. Het huis was zó leeg dat zijn gemiauw galmde en echode tot ver in de tuin.

Sjeik en Choco lieten zich niet meer zien. Na twintig minuten vonden we het zo zielig voor Mike in zijn wasmand in de gang dat we hem maar vast naar het nieuwe huis hebben gebracht.

En hoewel we totaal kapot waren zijn we daarna toch voor de duizendste keer die dag de ring van Leuven afgereden om te kijken of we de andere twee te pakken konden krijgen. We maakten wederom zoengeluidjes, we rammelden met wat voedsel, we riepen, fleemden, slijmden en gaven het om een uur of half twaalf op. Bekaf.

De eerste nacht in ons nieuwe huis had niet de sfeer van een eerste nacht in een nieuw huis.
Het huis was mooi, Mike lag op het nieuwe bed, maar twee poezen in een totaal leeg huis met een totaal lege tuin aan de andere kant van de stad was voldoende om met een glimp van buikpijn te gaan slapen.

(wordt vervolgd)

Perikel 1: Choco (inleiding)

Om het perikel over Choco en de verhuizing begrijpelijk te maken, moet ik eerst Choco wat typeren.
Choco is een zwart vrouwtje met groene kraalogen en een overspannen zenuwstelsel. Bij elk geluid, elke beweging, elke geur zet Choco zich schrap. Ook als dat geluid of die beweging iets is dat dagelijks terugkeert (wij die lopen, de andere poezen die binnenkomen, enzovoort).

We hebben besloten dat Choco een persoonlijkheidsstoornis heeft, maar omdat we er niet voor geleerd hebben, weten we niet precies welke.
Eén van de opties is in elk geval ’stemmen in haar hoofd’. Choco kan soms uren roerloos naar je zitten staren. Met xtc-ogen. Op ‘n meter afstand. Zonder knipperen. Ik denk dan dat er iets is dat op haar inpraat, op fluistertoon, dreigend. Iets dat haar vertelt dat ze haar blik geen moment mag loslaten.
Want ze laat nooit los.


Verder denken we dat ze een trauma heeft opgelopen, omdat ze ooit veel te laat is gesteriliseerd, met als gevolg dat het uitdraaide op een schrijnend late abortus. Aai Choco over haar buik en je weet waar zwarte katten hun imago vandaan hebben.

Tot slot denken we dat Choco een zwaar vertekend zelfbeeld heeft. Enerzijds laat ze zich enorm ringeloren door de twee heren in huis. Als zij hun buikje rond hebben, mag Choco de kruimels komen eten. Anderzijds bijt ze van zich af als beschermde ze een nest met dertien jonge katjes. Sjeik hoeft maar om het hoekje van de deur te kijken als ik haar aai of ze blaast hem al terug het keldergat in.

Ons vorige huis was van binnen ongeschikt voor poezen met een eeuwigdurende machtsstrijd. Onze woonkamer was zo smal dat elke poes die passeerde een guerillaoorlog veroorzaakte. Daardoor sliep Choco nooit. En dat verontrustte ons.

Zodoende zijn we vorig jaar begonnen met het Project Choco. Het Project Choco hield in dat we haar minimaal een half uur per dag in een aparte kamer – zonder andere poezen, zonder vreemde geluiden en zonder onverwachte bewegingen – exclusieve aandacht gaven. Elke avond mocht ze bij ons op de slaapkamer om bij te tanken, te ontspannen en zich geliefd te voelen.
Het hielp. Mijn zus kwam op bezoek en zei: “Choco lijkt wel een… uhm… ‘normale’ poes.”
En dat was zo. Soms leek ze ineens een normale poes. Ze staarde minder, lag steeds vaker eindeloos te slapen op de bank en liet passerende poezen regelmatig ongemoeid. Zo nu en dan was ze zelfs de leukste poes ter wereld. Hulde aan Project Choco.

En toen kwam de verhuizing.

(wordt vervolgd)

Je geeft je bloot door de man die je leuk vindt

Voordat ik mijn perikelen aan jullie presenteer nog even een stukje tussendoor dat ik schreef voor VPRO’s Café De Liefde.

Als je ervanuit gaat dat verliefdheid meer over jezelf zegt dan over de ander, dan is het zinnig om de mannen door wie je ontvlamde eens onder de loep te leggen. Allez-hop, daar gaan we. Ik heb twee bijzondere gevallen uitgekozen.

De jongen die platen stal in de tijd dat Nick Kamen nog werd gehypet
Mijn allereerste echte vriendje leek op een stud uit de destijds mega-populaire groep The Pasadena’s. Met zijn baseballjekkie en Jackie Wilsonkuif was hij het anno 1988 hélemaal voor mij.
Wat zegt dat over mij? Dat ik hield van supergelikte nepsoulgroepjes en dat ik vooral koos voor uiterlijk bij verliefd worden.
Hij was twee jaar ouder en hing vaak rond in de buurt van mijn school. De meisjes om me heen zeiden vol afschuw dat hij zulke dikke lippen had. Ik hield het op jaloezie en ‘verkeerde’ ruim twee maanden met hem. Tot ik hoorde dat hij bij het Rembrandtplein was gesignaleerd. Arm in arm met een ander meisje. Mijn wereld viel in duigen, maar ik besloot hem alles te vergeven. Meteen.
Wat zegt dat over mij? Dat arm in arm lopen voor mij al een daad van vreemdgaan was en dat ik veel ontleende aan mijn verkering met hem. Zelfverzekerdheid vermoedelijk; die ik dus vakkundig weer teniet deed door me als voetveeg aan te bieden.
Ik wilde hem terug. Hij nam zijn telefoon echter niet meer op. En dát terwijl ik hem de langspeelplaten van mijn ouders had uitgeleend. Wel een stuk of 25. Mijn moeder noemde het stelen. Ik noemde het een pauze in onze relatie. Ik schaamde me diep toen ik met haar mee moest om de platen persoonlijk terug te halen. Niet tegenover haar, dat ik háár platen had uitgeleend, maar tegenover hem. Hij zou me wel een trutje vinden.
Het ging niet meer aan.
Wat zegt dat over mij? Dat ik op mijn veertiende liefde zag als een wedstrijd waarin je de best geklede man van het jaar uitkoos, desnoods met dikke lippen, en dat je die wedstrijd pas had gewonnen als je de man koste wat kost vast wist te houden. Ook al was hij een pubergangster die arm in arm liep met andere meisjes.

De F-sider met wie ik vreemd ging
De F-sider was mijn collegakok in een eetcafé. Ik had een relatie die nodig uitgemaakt moest worden en hij had een relatie die hij volgens mij helemaal niet uit wilde maken. Maar dat belemmerde ons niet om te doen wat het gemiddelde Amsterdamse horecapersoneel begin jaren negentig deed als de keuken dicht was: uitgaan, vreemdgaan en een gat in de dag slapen.
Ik was negentien en ik viel doorgaans op muzikanterige types met een softe instelling. Mijn collega was een F-sider met een kale knikker. Hij hield van hardcore hakken, een lijntje coke op zijn tijd en Ajax.
Wat zegt dat over mij? Dat ik op mijn negentiende geen verregaande bezwaren had tegen een scharrel met een jongen die alles deed wat ik niet durfde. En vermoedelijk hield ik mezelf voor dat hij ‘vast nooit vocht’ en dat hij eigenlijk heel anders was dan die andere F-siders. Tegenover mijn ‘officiële’ vriendje vond ik het wel unfair, dus de relatie-die-nodig-uitgemaakt-moest-worden kwam abrupt tot een einde.
De F-sider was lief, hij was een goede kok, hij kon meesterlijk tekenen en hij had een leuk vriendinnetje.
Die niks van ons mocht weten.
Wat zegt dat over mij? Dat ik kennelijk geen morele bezwaren had tegen het flikflooien met andermans partner.
Om het voor voor mezelf te vergoelijken hield ik mezelf voor dat ik verliefd op hem was. En in liefde en oorlog is alles geoorloofd, toch? Dus ik zag het voor me: hij zou het uitmaken met zijn leuke vriendinnetje en ik zou voortaan elke zondag meegaan naar het voetbal, geroutineerd de ploertendoders ontwijkend. Een paar keer per jaar zouden we meereizen met de Champions League. Ik als ‘vrouw van’. Yeah, right.
Wat zegt dat over mij? Dat ik geen flauw benul had van wat de toekomst moest brengen en dat ik dus ook geen idee had van mijn eigen aanpassingsvermogen. Bovendien blijkt hieruit dat ik behoorlijk goed in staat was de blanke pit in al die ruwe bolsters te zien.
Maar op een dag meldde de ruwe bolster dat hij ‘t niet langer aan zichzelf kon verkopen, dat vreemdgaan. En dat hij zou proberen te regelen dat we nog zo min mogelijk samen moesten werken.
Ik kromp ineen, zag op mijn netvlies mijn zo zorgvuldig geromantiseerde bestaan als F-side-vrouw ineen donderen en ik rouwde wekenlang om het verlies van mijn vagebond.
Wat zegt dat over mij? Dat ik mezelf retegoed van alles wijs kan maken, dat ik op zoek ben naar avontuur en dat het maar goed is dat de omstandigheden me soms in de weg zitten. Ik prijs me nog dagelijks gelukkig dat mijn man nooit op weg is naar Beverwijk.

Heeft u ook van die exen die schrijnend veel van u blootleggen?

Welk perikel wilt u?

Voor ik ging verhuizen, dacht ik: “Als we maar goed plannen, komt alles goed.” Haha. Haha.
Deze verhuizing bewees eens te meer dat planning een leuk stukje huisvlijt is, maar dat het niet kan voorkomen dat de hoeders van Murphy’s wet hun poot stijf houden.
En zo kwam het dat ik zes weken lang tal van zinderende belevenissen met mooie spanningsbogen en heusche verhaalstructuren niet kon opschrijven, omdat zaken in de soep zien lopen zoveel tijd kost.

Maar sinds gisteren heb ik weer een bureau. Met een grote computer. En zozeer last van verhuizingsdementie dat ik alles wat in de soep liep/loopt alweer bijna vergeten ben. En dat moet niet, want het zijn verhalen.

(1)
Zo is er het verhaal van Choco die op het dak van de buren zat, dagenlang, met haar middelvinger omhoog. Ze wilde niet meeverhuizen. Zou het ons gelukt zijn? Of zouden we een poes zijn kwijtgeraakt tijdens de verhuizing?

(2)
En er is het spannende verhaal van een distributieriem die het midden op de autostrade begaf. De grote vraag is: overleefden we het? En kwam Wannes ooit nog aan bij zijn optreden?

(3)
Verder is er nog het verhaal van het reçuutje uit 2006 dat ons 1800 euro kon opleveren, als we het nog konden vinden. En dat ons 1200 euro zou kosten als we het niet zouden vinden. Ik verklap nog niks.

(4)
En het verhaal van het bloed in de kattenbak. Maar whodunit? Wie van de drie?

(5)
En het verhaal van de corrupte keurmeester van onze auto. Waardoor ‘t Poloke misschien toch nog iets duurder wordt dan de habbekrats die hij was. Wie schoof de keurmeester wat toe?

(6)
En er was het verhaal van de eerste minuut in ons nieuwe bad en het watervalgeluid dat uit de keuken kwam. Hadden we daar nog energie voor? U kunt nu inzetten.

(7)
Of het verhaal van de haan en Kapitein Eenoog. Waardoor mijn leven in het ergste geval voortaan elke dag om half vijf begint en waardoor mijn katten binnenkort misschien een ooglapje moeten. Staan we aan het begin van een ware war on terror?

(8)
Of het verhaal van de asbestplaat in de tuin. Benieuwd wat de bureaucraten, die al wekenlang allerlei valstrikken voor ons in petto hebben, daarmee doen. Lijkt me een vervolgverhaal.

(9)
En ik moet natuurlijk het verhaal van het vermeende gaslek – dat de helft van de mensheid slechts ruikt – niet vergeten. Dat is een waar perikel dat nog immer niet is opgelost. Vlieg ik binnenkort met huis en al in de lucht?

(10)
Maar er zijn ook tal van mooie verhalen. Zo is er het verhaal van het fantastische bureau met zicht op rijpe druiven en een tuin met stokrozen, pioenrozen en gewone rozen, en het verhaal van de zon die altijd overal is en het verhaal van de houten vloeren en de altijd-warme-voeten. En de mooie blauwe muur, en de rode. En het verhaal van Wannes die in een kasteel gaat werken. En het verhaal van waanzinnige vrienden en familie die ons door onze zoveelste verhuizing hebben gesleept.

Welk perikel wilt u?
Of wilt u gewoon foto’s?

Wegens doos

Ik zit nog in een doos, maar zij schrijft ineens heel veel. En fijn.

http://manonsikkel.wordpress.com