Perikel 1: Choco (3)
- maandag 31 augustus 2009
- drie keer krabben
- 14 reacties
- reageren?
Voor de inleiding, deel 1 en deel 2 kun je hier terecht.
De tweede nacht in ons nieuwe huis verstreek en wederom had ik sluimerende buikpijn. Mike en Sjeik deden het goed in hun nieuwe omgeving. Eerst waren ze schuimbekkend op hun buik over de grond gekropen. Allebei. Bellenblazend van angst, maar retenieuwsgierig. Later ontdekten ze dat houten vloeren in het hele huis gelijk staat aan het kattenparadijs. Dus vonden we ze na verloop van tijd languit in deuropeningen, op de wc, op de trap en onder ons bed.
Maar Choco… Als ik aan haar dacht kromp ik ineen. Het allerbangste poesje dat ik ooit had gehad, was, nu al twee nachten moederziel alleen geweest, in een leeg huis dat galmt als ze met haar nageltjes over de tegels trippelt. Choco, die eigenlijk alleen maar rustig kon worden als wij bij haar in de buurt waren.
Maandag moest ik werken, maar Wannes zou het oude huis schoonmaken, dus er was die dag veel kans op een goede vangst.
‘Bel je me meteen als er nieuws is?’, vroeg ik toen ik voor dag en dauw naar Gent vertrok. Hij beloofde dat.
Ik hoorde niets.
’s Ochtends niets, ’s middags niets, op de terugweg niets.
Ik belde zelf.
‘Nog niks’, zei Wannes.
‘Hebben jullie haar al wel gezien?’
‘Nee, ze heeft zich nog niet vertoond.’
‘Ook niet op het dakje van de buren?’
‘Nee, ook niet op het dakje van de buren.’
De moed zakte me in de schoenen. Van deze dag moesten we het hebben. Wannes van negen tot vijf aanwezig. Zijn vertrouwde stem, zijn aanwezigheid in de tuin.
Maar tegelijkertijd werd ook het huis geschrobd, gestofzuigd en van een geheel nieuw geurtje voorzien. En alles klonk vier keer zo hard, omdat het huis leeg was. Misschien was het wel logisch dat ze zich schuil hield.
’s Avonds togen Wannes en ik voor de derde keer rond de schemering naar het oude huis. Het was schoon, de ramen waren gelapt, de vloeren gedweild. Voor Choco was er weinig dat nog veilig zou ruiken, behalve het slaapdekentje en het eten dat we hadden achtergelaten.
Maar Choco was er niet. En ze kwam ook niet. Zelfs niet op het dak van de buren met haar middelvinger omhoog. Na ruim een uur rondhangen in een huis waar we niks meer te zoeken hadden, vertrokken we somber naar het nieuwe adres. Na vijf pogingen waren radeloos. We hadden nog twee dagen voordat we de sleutel van het oude huis moesten teruggeven en Choco liet zich niet meer zien.
Dinsdag gingen we wederom ’s ochtends vroeg naar het oude huis. Het oude huis had inmiddels een waas van negativiteit. We konden het alleen nog maar als een heel erg kutklotetyfushuis zien.
Het was tijdens de verhuizing al warm geweest, maar nu, drie dagen later was het echt verzengend heet. We stonden wat op het gras in de zon. Geen Choco. We zaten wat op de grond in de koele keuken. Geen Choco. We schroefden nog wat lampjes van de muur. Geen Choco. We reden nog eens naar de stort en toen we terugkwamen was er nog steeds geen Choco. We emmerden, lummelden en wachtten wat. Maar na een halve dag was er in de wijde omtrek geen Choco te bekennen.
We besloten de zon uit te gaan en eens te kijken hoe het met de andere twee katten gesteld was. Het was de vraag of Choco met haar zwarte vacht midden op zo’n hete dag tevoorschijn zou komen, dus we zetten al onze kaarten maar weer in op de schemering.
De dag was klote. Gelukkig had de huiseigenaar gebeld om te zeggen dat ze pas een dag later kon afspreken om de sleuteloverdracht te doen, dus we hadden nog een dag respijt. Maar omdat we Choco sinds zondagavond helemaal niet meer hadden gezien, was het niet helemaal duidelijk wat de strategie voor die extra dag moest worden.
Tijdens het eten konden we het niet laten talloze doemscenario’s de revue te laten passeren, variërend van posters in de buurt verspreiden (‘Maar waar in al die 80 dozen is de printer?’), tot stiekem een sleutel houden en nog wekenlang elke avond terugkomen voor Choco (‘Bizar plan!’) en het numero uno doemscenario: met slechts twee poezen verdergaan (‘Pfff’ ‘Ja, pffff.’).
Toen we voor poging 7 teruggingen, hadden we een plan de campagne. We hadden bedacht dat we een zo normaal mogelijke situatie moesten creëren, waarin onze gesprekken niet om háár zouden draaien maar gewoon ‘gewoon’ zouden zijn. En als ze zich eenmaal liet zien (vingers gekruist) dan zouden we nog zeker een half uur aaien, spelen en koesteren. Want als Choco ons eenmaal vertrouwt, vertrouwt ze ons helemaal. Dat wisten we zeker. Het had dus vooral tijd nodig, gokten we.
(Sorry: wordt opnieuw vervolgd)






