Archief in maanden: januari 2010

To reflect or not to reflect

Het is het reflecteren.
Gisteren las ik een dagboek uit 1991 en daarna een uit 1988: toen reflecteerde ik me al rot. Ik zocht naar boeken, tijdschriften, videoclips uit die tijd, maar ik vond een voortdurende bespiegeling van mezelf ten opzichte van alle mensen die ik op een dag tegenkwam.
Het hoort bij mij, dat reflecteren. Eerst kijk ik, voel ik en registreer ik, maar er komt altijd een moment dat ik er een analyse op loslaat. Dat ik ga reflecteren. En in het ergste geval hou ik er een mening op na.
Een weblog is niets anders dan een voor het publiek gestileerde reflectie van de auteur op het leven of ‘de dingen’. Daarom past het mij ook zo goed, een weblog.
Maar daarom word ik er ook zo gek van. Ik heb mezelf verplicht door te gaan met dat reflecteren zolang het weblog bestaat.
In het echte leven moet mijn reflectie soms een halt worden toegeroepen. Vraag maar aan m’n vriendje. Die zou er wat voor over hebben als ik het leven eens een dagje niét op de sofa zou leggen.
En ik zelf ook. Ik zou er ook veel voor over hebben om een dagje niet te reflecteren. De afgelopen zes jaar heb ik me ongans gereflecteerd. Ik verbrandde mijn schepen achter me en dat diende verwerkt te worden. Ik zette een eigen schrijfpraktijk op. Ik stortte me in de armen van het Vlaamse leven. En ik had daar argumenten voor nodig. Dat het heus wel goed was, dat loslaten van je vrienden, je familie, je werk, je geboorteplaats, je lievelingsstad, je vertrouwde omgeving.
Dus ik reflecteerde. Ik reflecteerde tot ik het niet langer aan kon zien.

En nu ben ik het zat. Dat reflecteren. Waar ik in 1988 nog heel nauwgezet elk tongzoenvriendje kapotreflecteerde, sta ik mezelf toe de wereld voortaan met een gezapige glimlach te overzien zonder te reflecteren. In november 2009 bestond dit weblog zes jaar. In november 2010 zal het nog steeds bestaan. Maar met één groot verschil: ik hoef niet meer zo nodig.

Kan iemand me even bijpraten over het algemeen belang?

Het is 1994, School voor Journalistiek, Ravellaan, Utrecht. Ik sta in een lokaal en moet iemand bellen voor een interview.
‘Goedemiddag, ik ben Maartje Luif, mag ik u wat vragen stellen over dit en dat en zus en zo’
Dat mag.
Ik vraag veel, noteer ijverig, ik bedank en ik hang op.
Achter mij staat een docent.
‘Heb je helemaal niet gezegd dat je journalist was?’
‘Nee, het was niet nodig, die man wilde zo ook wel praten.’
‘Één ding’, zegt hij, ‘we strijden altijd met open vizier. Dus we vertellen altijd dat we journalist zijn en voor welk medium we werken.’
Okee’, zeg ik.

Het is 1997, ik zit in het derde jaar van de School voor Journalistiek. Ik wil een verhaal schrijven over relatiebureaus, en een over het misbruik van stichtingen als rechtspersoon, en een verhaal over de toevoer van hasj naar coffeeshops. ‘Ga undercover! Bij allemaal. Als je dat niet doet ben je geen knip voor je neus waard.’ Een andere docent, een andere visie. Ik deed het niet.

Het is 1998. De hoofdredacteur van het vakblad zegt: ‘We doen het undercover.’
‘Kan dat wel?’ vraag ik.
‘Als je het niet kunt uitdiepen zonder undercover te gaan en het dient een algemeen belang, dan valt het te verdedigen.’
En dat is zo, dus we doen het.
De artikelenreeks is een succes en niemand valt ons erop aan, behalve de organisaties waarover we undercover berichten.

Het is 2003 en als docent krijg ik tijdens redactievergaderingen op de School voor Journalistiek regelmatig te maken met studenten die undercover willen gaan. Bij relatiebureaus, bij studentenverenigingen, bij overheidsorganisaties, noem maar op. Steeds opnieuw moet ik beoordelen: is het algemeen belang hiermee gediend? Is het de smet op het blazoen van de transparante journalistiek waard? Wat zijn de grenzen van het algemeen belang? Als een groep studenten een te kleine groep is om het algemeen belang te definiëren, welke groep moet ik dan wel voor ogen houden? Vaak zeg ik nee. Soms zeg ik ja.

Het is 2010 en op Villamedia lees ik dat de commentaarschrijver van NRC van mening is dat in het geval van de undercoveractie van HP/De Tijd bij de PVV ‘van een dergelijk belang geen sprake is’. Jan Dijkgraaf van HP/De Tijd is het daar niet mee eens en roept iets over journalistieke plicht die boven burgerplicht gaat.
Maatschappelijk belang, journalistieke plicht. Het gaat over tafel alsof het niks is. En aan elk argument hangt de schijn van gelijk.

Het is 2065 en wetenschappers zoeken nog steeds met onderzeeërs naar de grenzen van het algemeen belang. Er zijn veel doden gevallen. De journalistieke plicht is afgeschaft. Alleen vrijwilligers kunnen zich nog melden. Dat zijn mensen die er zelf voor kiezen en die zich dus niet kunnen beroepen op ‘dwang van het algemeen belang’.
Ik ben 91 en ik kan me met moeite herinneren dat ik ooit terechtgewezen werd omdat ik iemand opbelde zonder te vertellen dat ik journalist was.

Had ik geweten dat de wereld weldra groter zou worden…

Vroeger ging ik bovenaan de trap zitten als mijn ouders bezoek hadden. Zij waanden mij in bed en ik zat dingen af te luisteren die ik niet begreep om maar niks te missen van het feest dat het leven voor me in petto had.
Met mijn knieën tot aan mijn kin in mijn Pink Panter-pyjama gevouwen, wachtte ik tot ik mijn ogen niet langer open kon houden. Pas als ik bijna in slaap viel met mijn hoofd tegen de leuning, pas als mijn voeten zo koud waren dat geen knuffelbeest daar nog verandering in kon brengen, pas als het bezoek bijna wegging en ik gesnapt dreigde te worden, klom ik stilletjes terug in mijn hoogslaper.
Overdag was alles anders. Dan wilde ik het liefst zo gauw mogelijk weer tv kijken als mijn ouders gasten hadden. Meeluisteren in het donker in je roze Pink Panter-pyjamaatje, terwijl je je tenen vergelijkt met de verfdruipers op de muur, is iets heel anders dan meeluisteren terwijl je bij het gezelschap aan tafel zit. Dat laatste vereist aanpassing (Niet zo klooien met die kurkentrekker!), geduld (Even wachten, jij mag zo iets zeggen.) en sociaal gedrag (En hoe gaat het met jou op school?).
Bovenaan de trap schikte de wereld zich naar mijn principes. Daar klonken de moeilijke woorden en de grote emoties van mijn ouders en hun vrienden als mijn voorbode, de wereld die me te wachten stond als ik zelf de beschikking had over grote woorden en grote emoties. Een wereld die zich nu nog beperkte tot mijn tenen, maar die weldra groter zou worden.
In het daglicht brachten grote woorden en grote emoties me linea recta naar de afstandsbediening, kijken of Bella de Beer van Ron Brandsteder op tv was.
In het begin van mijn internettijdperk (1998- 2006), was ik een fervent reageur. Ik schoof bij elk gezelschap aan, liet me verleiden tot ontmoetingen, reageerde dat het een lieve lust was en bewoog me soepeltjes in de omgeving van aanpassing, geduld en sociaal gedrag.
De laatste jaren probeer ik op internet de bovenste trede van de trap uit. Kijkend naar mijn tenen beluister ik de gesprekken van mensen die het gezellig hebben met elkaar, mensen die ik soms niet begrijp, mensen die misschien wel het leven leven dat ik ooit zal leven, mensen die veelal niet merken dat ik ze beluister.
Toen ik acht was en bovenaan de trap zat om maar niets te missen van het feestje dat het leven voor me in petto had, wist ik nog niet wat netwerken was. Ik wist niet wat lurken was. Ik wist niet dat ik later achter mijn iMac zou zitten en ook weer naar spreekwoordelijke verfdruipers zou staren.
Als ik toen had geweten dat de bovenste trede later zo moeilijk te vinden zou zijn, had ik ‘m nooit verlaten. Dan was ik blijven zitten tot m’n billen koud waren van het zeil. Als ik had geweten dat mijn succes nu zou afhangen van mijn vermogen tot netwerken en mijn wil om te ontlurken, dan was ik met mijn kin op mijn knieën en mijn hoofd tegen de leuning in een diepe slaap gevallen. Als ik had geweten dat ik nu een sociale druk voel om de trap af te gaan, aan tafel te gaan zitten en de kurkentrekker te laten liggen, dan had ik dromend van Bella de Beer besloten dat ik later zou trouwen met de bovenste trede van de trap.

Dit is het laatste lijstje

19 Dingen die ik had moeten schrijven in 2009, maar die ik niet schreef. En 1 bonusding.

1. In de categorie tsjakaa
Aan het begin van het jaar keek ik Wannes diep in de ogen en zei ik: “Ik wil een auto. En meer geld. En een ander huis.” In mei kochten we met hulp van buitenaf een auto, in juli verhuisden we naar een heel fijn huis en na een najaar op water en brood lijkt het erop dat we eindelijk de meeste schulden kunnen afbetalen. Wannes Daemen is me dankbaar voor mijn doelmatigheid.

2. In de categorie blabla
Aan het begin van het jaar vroeg ik me af of ik mijn slapende Twitteraccount zachtjes wakker zou maken. Nu staat mijn aantal tweets op 3650. Ik heb 496 followers en zelf volg ik er 420. Het Twitteraccount is met oorverdovend gerinkel wakker gemaakt.

3. In de categorie meen je dat echt, een zakje met drollen?
Er stond iemand voor de deur met een zakje met drollen. En dat ik een kattenbak moest nemen, en dat het verschrikkelijk was en dat ze het allemaal in haar tuin deden en dat ze al die drollen in dat zakje had gedaan en moet je eens kijken hoeveel er in dit zakje zitten. En dat de politie wel eens van deur tot deur was gegaan toen ze had geklaagd over kattendrollen en dat ik dat toch niet wilde, de politie aan de deur. En dat ik geluk had dat ze niet bij andere buren was gaan roddelen, maar dat ze gewoon naar mij was gekomen. Nog immer hield ze het zakje drollen dreigend over de drempel.

4. In de categorie freaky
’s Ochtends ben ik vaak doof. Dat komt door een chronische oorontsteking en het irreële verzet om mijn oren uit te laten spuiten. Ik vind het verontrustend hoe fijn ik het vind om een paar uur per dag doof te zijn.

5. In de categorie weblogs zijn dood, leve de weblogs
Ik ontdekte in 2009

http://bloemevanbon.punt.nl/

http://www.aliefka2day.com/

http://www.werktitel.be/

http://brievenaandepfaffs.com

En ik was er blij mee.

6. In de categorie hmz
Toen we in 2006 ons vorige huis betrokken, betaalden we drie maanden huur als waarborg. Dat was toen bij elkaar 1800 euro. Toen we bij vertrek onze borg terugvroegen, beweerde de huisbaas dat we ergens in 2006 twee maanden geen huur hadden betaald. Omdat ik toen nog geen geld op mijn Belgische rekening ontving, haalde ik destijds geld van mijn NL’se rekening en dan stortten we dat op de rekening van de huisbaas. De enige bewijzen daarvan zijn stortingsbewijzen. Die waren we na drie jaar kwijt à raison de 1200 euri.

7. In de categorie hup Holland hup
Vorig jaar ben ik hooguit vier keer in NL geweest, een absoluut record. Mijn vrienden kregen massaal kinderen, er werd verhuisd en gevierd, gefeest en gedeeld. Ook stierven er twee van mijn ooms. Ik was er niet bij. Ik kan het niet opbrengen om in twee landen te leven. En hoewel mijn Vlaamse sociale leven in niets lijkt op hoe het in Nederland was, laat ik het NL’se leven toch los. Boem.

8. In de categorie serieverslaving
Mad Men, dat was voor mij de klapper van het jaar. Drie seizoenen gezien en genoten van de overgestileerde beelden, de ultra-gladde acteurs en de mega-mooie fifties/sixtiessfeer. De verhaallijn was niet altijd even sterk, maar de rest maakte dat meer dan goed.
We zagen dit jaar twee seizoenen True Blood. Dat was een lollige serie, beetje oversekst en beetje puberaal, maar sappige scènes, sappig accentje, sappige verhaallijn en behoorlijk sfeerscheppend vermaak.
Ik zag dit jaar alle afleveringen van zeven seizoenen 24 in drie maanden tijd. Ik wil niet weten hoe ziek het daggemiddelde is als je de rekensom maakt. Een paar jaar geleden was ik al ‘n keer aan 24 begonnen, maar toen kon ik er nooit ‘inkomen’, dit jaar was het dan eindelijk zover. Het was veel spannender dan ik had verwacht, maar ‘t werd na verloop van tijd ook erg karikaturaal. Toch een topserie.
Hoewel de ontdekking van Dexter en Big Love al voor 2009 op een lijstje stonden, heb ik ook de seizoenen van dit jaar weer keihard verslonden, evenals van het – een na laatste! – seizoen van Lost. Smaken alle drie naar meer
Zonder ondertiteling misten we te veel jargon in The Wire en The West Wing, dus daar wachten we mee tot we een beetje behoorlijke ondertitels hebben gevonden.
Nu zitten we midden in In Treatment en Californication. Beide veelbelovend.

9. In de categorie niet-betrouwbaar keuringsrapport
Onze twee-weken-voordat-we-’m-kochten-gekeurde-nieuwe-auto heeft ons in een half jaar tijd nieuwe banden, een nieuwe accu, een vollledig nieuwe uitlaat, een nieuwe distributieriem, een nieuw stuk motor (wegens stukgaande distributieriem), een nieuwe rem en een nieuwe snelheidsmeter gekost. Volgende keer weten we waar we op moeten letten. Boer met kiespijn.

10. In de categorie kijk eens aan
De juiste persoon vroeg me op het juiste moment of ik een plan voor een roman had. Aangezien ik dat plan had en deze juiste persoon een serieus te nemen juiste persoon was, besefte ik dat plannen voor romans heel erg 2008 zijn en dat je roman afschrijven het helemaal ging worden in 2009. Zodoende vindt de serieus te nemen persoon binnenkort een eerste hoofdstuk in zijn mail. Een waar ik ook nog eens behoorlijk tevreden over ben. Misschien wil hij er wel serieus te nemen dingen mee doen, zoals uitgeven. Recht zo die gaat!

11. In de categorie huilend, huilend, helemaal alleen
Sinds de zomer heeft Wannes een halftijdse job op het gele kasteel van Koning Kevin. Dat betekent dat ik weer een halve week alleen zit in ons bureel. Ooit had Wannes een voltijdse baan en toen vulde ik moeiteloos mijn dagen met keiharde zelfdiscipline. Daarna stond hij twee jaar aan mijn zijde en voerden we een keihard gezamenlijk regime. Nu ben ik al zeven maanden aan het zoeken naar het juiste ritme. Goddank dat er Twitter is.

12. In de categorie oen
Op mijn Voorlopig Rijbewijs stonden twee data. Die van het behalen van mijn Voorlopig Rijbewijs en die van de dag dat ik zakte voor mijn Definitieve Rijbewijs. Verlengen moest voor de ene datum. Ik schreef de andere datum in mijn agenda. Gevolg: ik moet mijn theorie-examen opnieuw doen.

13. In de categorie grote teen in het water
Ik deed dit jaar veel dingen voor het eerst. Offertebesprekingen bij Corelio en de Persgroep, lesgeven bij de Persgroep, lesgeven aan meer dan 250 toekomstige leerkrachten over creatief schrijven, lesgeven aan een klas vol meisjes met niqaab, schrijven voor een project onder supervisie van de bedenkster van Bob de Bouwer en daardoor over de vloer komen bij Universal, lesgeven met twee Franse collega’s en daarom veel Frans lezen en spreken, lesgeven aan mensen die van plan zijn een non-fictieboek te schrijven, een workshop powerwebloggen bedenken en geven, lesgeven in het prachtige poëziecentrum in Gent, lesgeven in de Vooruit in Gent, lesgeven op de heuvel bij Wisper en daar zorgen dat de cursisten niet afgeleid raken door eekhoorntjes, meeschrijven aan een boek en pagina’s lang informatie geven over een plek waar ik nog nooit geweest ben, boos worden op verschillende opdrachtgevers, jurylid zijn in een een Kunstbendewedstrijd voor beginnende schrijvers en uitgenodigd worden om in 2010 betaald een week naar ‘n klooster in Zuid-Frankrijk te gaan.

14. In de categorie machteloosheid sucks
Mike krabt, en bijt. En krabt en bijt. En hij krabt en bijt, en krabt en bijt. We laten hem testen, hij krijgt spuitjes, we stoppen hem steeds weer in dat doosje in de auto naar de dierenarts. Nog steeds krabt en bijt hij. Anti-allergisch voer: nog immer krabben en bijten. Het project ‘Waar is de allerliefste poes van de wereld nu eigenlijk allergisch voor?’ houdt helaas niet op bij 2009.

15. In de categorie meta
Omdat ik geen metablogs meer wil schrijven, schreef ik in 2009 minder. Bloggen over bloggen is een goede manier om de stroom gaande te houden. Ik was het beu, maar bleek ook niks anders te vertellen te hebben. Punt 15 is de buitenste matroesjka.

16. In de categorie Cocooners Anonymous
Een nieuw huis. Voordelen: prachtig licht, eindelijk gaskachels, allerlei mooie planten in de tuin, veel meer kamers dan we kunnen gebruiken, een super romantische slaapkamer, een heel gezellige badkamer met een houten vloer, een apart bureel zodat we werk en privé beter gescheiden houden. Nadelen: veel condens in de zomer, een buurvrouw die niet zo dol is op poezen, bakker/sigaretten/café iets te ver weg, betaald parkeren, weinig privacy in de tuin en een regenput met een putlucht.
De weegschaal valt wel ruim naar de goede kant. Dat dan weer wel.

17. In de categorie liefde voor muziek
Schraalhans was keukenmeester dit jaar. In 2009 had ik het veel te druk om veel naar muziek te luisteren. Als ik niet thuis ben, luister ik vrijwel geen muziek, omdat mijn iPod mij in een klap volkomen autistisch maakt. Eerst muziek luisteren en dan gelijk lesgeven, is voor mij onmogelijk. Thuis, als ik denk of schrijf, luister ik veel instrumentale muziek, veel Bach, Sigur Ros, John Zorn. Die kende ik allemaal ook al voor 2009. Ja, Schraalhans had de wind er goed onder.

18. In de categorie nooit meer
Na 2009 weet ik: vlees uit de Lidl is vaak drie weken over datum als je het koopt. Naar de verkeerde datum kijken als je van plan bent om je rijbewijs op tijd te verlengen, blijft niet zonder gevolgen. ’s Avonds stranden op Brussel-Noord en niet weten of je ooit nog thuis komt, is voorgoed verleden tijd als je een auto hebt. Als je dingen niet zwart op wit kunt bewijzen heb je geen poot om op te staan, dan kun je dus alleen maar kwaad worden.

19. In de categorie oefening baart kunst
Ik stopte voor de tiende keer met roken. Ik begon voor de elfde keer weer. Voor 2010 durf ik geen voorspellingen te doen.

(bonus)

20. In de categorie voornemens voor 2010
Geen lijstjes meer publiceren.