Archief in maanden: juni 2010

Ze willen godverdomme mijn boek uitgeven!

Het begon in november vorig jaar met een simpele, vermoedelijk uit opperste verveling geboren twittercampagne van @aliefka voor mij.
‘Volg @zezunja, volg @zezunja, volg @zezunja‘, schreef ze.
‘Schrijf jij ook een bestseller, net als Aliefka?’ vroeg ene @jeltenieuwhuis me, terwijl hij mij gedwee ging volgen.
‘Ik heb al meer dan 4000 tweets geschreven, dan is een bestseller een eitje’, bralde ik.
‘Maar serieus’, schreef hij en hij dm’de* me zijn e-mailadres.
Waarna ik toch maar even naar zijn bio ging kijken.

Redacteur uitgeverij L.J. Veen stond er in zijn bio. Amstel Uitgevers in zijn e-mailadres.
Okee, dacht ik, ik heb nu als een aap staan kraaien tegen iemand die mij deze vraag serieus stelde.
Schrijf jij ook een bestseller?
Mwah, ik schrijf 4000 tweets.
Juist.

Maar aangezien ik bij die miljoen Nederlanders hoor die graag ‘ooit’ een ‘boek’ zou willen ‘uitgeven’* leek het me stom om het erbij te laten. Edoch, ik durf het geluk zelden te geloven, dus vroeg ik – als een gewiekste vrouw die versierd wordt door de man van haar leven, maar zich niet in de luren wil laten leggen door een Casanova die in elke haven een ander liefje heeft: ‘Vraag je dat aan al je tweeps?’*
Uiteraard was een ferm ‘nee’ voldoende. Zo zijn wij, de gewiekste vrouw en ik.

Goed, dus ik was in de wolken: joepiejoepiejoepie, ik heb een ‘belangrijk’ contact en dat ik ga ik bij deze eventjes warm houden. Maar daar popte nog even een ieniemienie probleempje op: ik had nog nooit een letter proza geschreven. Gedichtjes: ja, journalistiek: in overvloed, columns: een paar handen vol, maar proza: echt – nog – nooit.
Ik schreef terug. Dat ik dolgraag een bestseller wilde schrijven, maar dat ik alleen maar soep in de aanbieding had. Soep in mijn hoofd, soep in mijn portfolio, soep in mijn plannen.
Gelukkig hield hij van soep.

Daar zit je dan met je koude soep en je warme contact. Nog geen letter op papier en er als rechtgeaarde gewiekste vrouw niet helemaal gerust op dat de man in kwestie zijn heil niet toch nog elders zou gaan zoeken. Er restte mij niets anders dan een bestseller te schrijven.
Gelukkig had ik wel een idee. Een idee dat Jelte ’spannend, slim en veelzeggend’ vond.
We spraken een deadline af. Voor een eerste aanzet.

Ik schoof de gordijnen dicht, dwong mezelf een waxinelichtje uit te schrijven. En nog een. En nog een.
En toen mailde ik een eerste deel. Zenuwachtig. Bang dat hij het ‘uit zou maken’.

Maar dat deed hij niet. Hij mailde.
‘Het komt niet vaak voor dat ik na lezing van zo’n eerste stuk tekst zo enthousiast ben als nu.’
Toen viel ik van mijn stoel.

Dat was het startschot om eindeloos veel waxinelichtjes ‘op’ te schrijven, vol te houden, alle onzekerheid in de ogen te kijken en door te zetten.
Het ging goed. Het ging beter. Alweer een kilometer.
De plot kwam niet rond, maar het verhaal werd ‘ronder’. Ik stuurde deel 2 en Jelte bleef blij. Het was goed, maar gewoon goed was niet goed genoeg, zei hij. En natuurlijk had hij gelijk.

Een fijne hypotheek op mijn schouders. Goed moest briljant worden.
Dat werd een leuke aprilmaand, waarin ik de raarste dingen deed, zoals van een stuk of honderd scènes opschrijven wie erin voor kwamen en waarom. En alle stront-, snot- en plasscènes tellen. Vraag me niet waarom (ik heb daar overigens wel een theorie over, maar dat is iets voor een ander stukje), het was vrijwel allemaal zinloos, maar ik had het nodig om van een goed boek een briljant boek te maken.

De deadline voor deel drie naderde met rasse schreden. Ik schreef door, maar vreesde met grote vrezen. Ik had nog niet de plotwending to end all plotwendingen en ik had het idee dat wat ik schreef wel weer behoorlijk goed was, maar ik herinnerde me vaagjes dat dat niet genoeg was.

Ik goot deel drie in pdf, schreef dat ik nog steeds niet wist hoe het moest aflopen, deed mijn ogen dicht en drukte op send.
Daarna dook ik een week onder op Utah Beach aan de Normandische kust.

Toen ik terugkwam lag er een mail.
‘Om dat geloof te onderstrepen, willen we je graag een uitgeefovereenkomst aanbieden. (…) Ik hoor graag van je of we je inderdaad een contractvoorstel kunnen doen.’

Dus nu moet ik even een einde verzinnen.


* Dm is een privébericht op Twitter, dat alleen zender en ontvanger kunnen lezen.
*Zie hier item over die miljoen schrijvers op Nova van vrijdag.
*Tweeps zijn je volgers of de mensen die je volgt op Twitter.

Omdat ik geen kinderen heb

De poezen!
Klik op de plaatjes voor de hele foto.



Klik voor de hele foto.
Een oude rubriek: Zoek de Sjeik (3). Klik hier voor Zoek de Sjeik (1) en hier voor Zoek de Sjeik (2)



De meest vertederende beweging die een poes kan maken.



Groen.



De katten springen dus niet in één keer op die muur.



Licht



Je kunt hem niets weigeren.

Discretie is voor mij heel belangrijk en daarom mail ik wildvreemde mensen met impertinente vragen

Kreeg een vreemde mail en zag vlak daarna dat een vriend van Pietel een vergelijkbare mail had gekregen.

Hallo
Ik ben een tijdje niet meer online geweest vanwege een crash van mijn laptop maar vond op een backup
nog dit emailadres vandaar mijn zeer late reactie.

Ikzelf ben een hele leuke lieve af en toe gekke maar ruimdenkende gehuwde vrouw en zoek een discrete relatie.
Samen een clubje doen of iets anders…het kan echter niet bij mij thuis. Discretie is voor mij heel belangrijk.

Indien dit emailadres onterecht op mijn harde schijf zat dan gelieve dit mailtje als onbestaand te beschouwen, dan zal ik je mailadres ook wissen. en wens ik mij hiervoor reeds te excuseren.

Groetjes

Tania

Ze vroegen of ik mezelf ijdel vond

Drie weken geleden vroeg Fanny Maenhout: wil jij ‘Blogger van de week’ op nieuws.be zijn? Waarop ik dacht: hee airplay, leuk!
Maar airplay voor een halfdood weblog leek me wat te veel eer, dus schreef ik terug dat ik dan eerst weer even mijn weblog wilde aanzwengelen, maar dat mijn geliefde ook een heel mooi weblog heeft en dat ze eerst hem tot Blogger van de week kon bombarderen.
Fanny vond het goed. Ze interviewde eerst nog even mijn Twittermakker San F. Yezerskiy en daarna zoals voorgesteld: mijn geliefde (klik voor het interview).
In de tussentijd moest ik natuurlijk mijn belofte waarmaken: aanzwengelen die hap. En dat viel zwaar. Ik schreef me al hele dagen lamme vingers aan allerlei ander moois en die weblogstukjes vallen er dan dus niet zomaar uit ofzo.
Maar het lukte. Er kwam weer wat leven in de bouwerij.
En gisteren verscheen het interview.

Nu zou ik het natuurlijk weer rustig kunnen laten doodbloeden hier, maar dat ben ik niet van plan. Zeker niet omdat ik met het interview de beste kortestukjesschrijfster van de ondergang redde en zij blijkens haar laatste zin doorhad dat ook ik best eens de pijp aan Maarten zou kunnen geven.
Niet dus.
De frequentie zal wat minder hoog zijn dan vroeger, maar god jongens, wat gaan we hier een plezier hebben.

Wil je het hele interview lezen? klik dan door naar nieuws.be of lees hieronder verder.

Lees meer… »