Vanaf vandaag gaan we het thematisch aanpakken. De vieze woorden van nummer 5 bevielen me, zo samenhangend als ze waren. Daarom vandaag: de keuken.
moor = waterketel
kast = aanrecht
pan = koekenpan
casserole = pan
klopper = garde
frigo = koelkast
microgolfoven = magnetron
verziep = vergiet
keukenhanddoek = theedoek
schotelvod = vaatdoekje
Deze keer een klemtonenlijstje. Ik doe geen officiële notatie, zoals heuze neerlandiki dat zouden doen, maar gewoon iets met accentjes. Hardop lezen is een aanrader, om het verschil te kunnen horen. Als eerste noem ik de Nederlandse uitspraak en als tweede de Vlaamse.
tabà k = tà bak
kameleà²n = kaméleon
dynámo = dynamo (er kan geen accentje op de y – grmbl)
róbot = robà²t
tenà²r = ténor
tsunámi = tsúnami (met een oe dus hè)
kódak = kodà k (is hier niet alleen een merk, maar ook een algemeen woord voor een camera)
cacáo = cácao
kájak = kajà k
Voor Unidentified Flying Flemish 1 t/m 5: klik hier.
Vandaag is het de dag van de vieze Vlaamse woorden.
poep = billen
pipi en kaka = poepen en plassen
poepen = neuken
iemand binnendoen = iemand aan het tongzoenen of in bed krijgen
vogelen = neuken
tetten = tieten
tetteke rus = tieten voelen
poert = scheet
spekken (speken) = spugen
muilen = tongzoenen
foef = kut
foefelen = onzedelijke handelingen
De woorden uit Unidentified Flying Flemish staan voortaan in één overzicht bij elkaar. Zie ook de aparte categorie in de zijbalk.
autostrade = snelweg
smossen = morsen
broodje smos = broodje gezond
schol = proost
boeleke = baby’tje
ik ben mottig = ik ben misselijk
melig = corny/kitcherig
zagen = zeuren
sjieken = kauwgom kauwen
kremmeke = ijsje
mazout = stookolie
boke = boterham
Zie ook de parade van mooie Vlaamse woorden in Unidentified Flying Flemish (1) en Unidentified Flying Flemish (2) en Unidentified Flying Flemish (3)
blèten = huilen
vapeurkes = opvliegers
tiret = rits
fonetisch: pàzjamá = pyjama
dampkap = afzuigkap
om ter… (snelst, grootst, hardst) = om het… (snelst, grootst, hardst/m.a.w. wie het grootst kan/is)
je regels/maandstonden hebben = ongesteld zijn
dagdagelijks = dagelijks
trapladder = ladder
geef er een lap op= zet ‘m op
Zie ook de parade van mooie Vlaamse woorden in Unidentified Flying Flemish (1) en Unidentified Flying Flemish (2)
Even een vraag voor de Vlamingen onder ons:
Waarom zeggen jullie ‘wel niet’?
Achtergrond van deze vraag:
Ik verbaas me enorm over de constructie ‘wel niet’. Vanochtend stond in de krant dat Spielberg Kuifje gaat verfilmen. Daaronder stond een groot tussenkopje: ‘Het is wel niet zeker of de Amerikaanse topregisseur in hoogsteigen persoon de film zal regisseren’.
Gedachten aan de ontbijttafel:
* Volgens mij is het in de zin hierboven een vervanging van het woordje ‘maar’ of ‘echter’ of ‘doch’. Met andere woorden: ‘wel niet’ heeft altijd een verband met iets dat daarvoor gezegd is en is altijd in tegenspraak daarmee (net als bij maar, echter en doch).
* Maar volgens mijn lief is er een nuanceverschil met ‘maar’, ‘echter’ en ‘doch’. Volgens hem is het een verzwakte vorm daarvan.
* Waarop ik mij afvroeg hoe wij Nederlanders het dan ooit zonder die nuance hebben kunnen stellen.
* Bovendien snap ik niet wat de verzwakte vorm van ‘maar’ dan betekent.
* Verder doet het mij denken aan ‘met zonder handen fietsen’ en ‘met zonder jas naar buiten’, wat ik vroeger altijd deed.
* Het lijkt spreektaal, maar dat het in de krant staat (niet als citaat!), zou dat weerspreken. En als het echt een aparte betekenis heeft, is het raar dat er in schrijftaal geen equivalent bestaat.
* In mijn oren klinkt het kinderlijk en fout. Maar wel geestig.
* Tot slot: ik weet zeker dat ik het ook vaak hoor als het absoluut geen verband houdt met iets dat eraan vooraf ging. Gewoon ‘wel niet’ op zichzelf…
Wat denkt u?
Dat zeggen ze hier niet.
Gemiste kans.
de boekskes = de (roddel-)bladen
bons = bonnen/bonnetjes
klappen = praten/babbelen
kletskop = iemand met een kaal hoofd
tettergat = kletskop
zagevent = zeurpiet
en si en la = en zus en zo/ enzovoort
sjoeke (chouke) = koosnaampje (kooltje)
toen viel mijne frang = toen viel het muntje
buitenwipper = uitsmijter/portier
dabben = klauwend graven
Zie ook de parade van mooie Vlaamse woorden in Unidentified Flying Flemish (1)
De eerste parade van fraaie vlaamse woorden. Er volgt uiteraard meer.
knookske – botje
bot – regenlaars
ket – jongere
snit en naad – opleiding tot naaister
haartooi – opleiding tot kapster
groentjes – groente
voormiddag – ochtend
verschietachtig fel – schrikbarend erg
geëten – gegeten
zjat – mok