Archief in kronkels: Zezunja's Niet Lief Collectie

We schreven tot het op was…

Meisjes op tinternet. Een bonte verzameling. Vrouwen soms. Een passie. Een paar geheimen. Duizend mailtjes en één stukje per week. We schreven van elkaar af, tegen elkaar op, langs elkaar heen en met elkaar mee. Het liep langzaam en snel. Moeizaam, maar goed en wel. En we schreven. En we schreeuwden. En we leefden. En we deelden. Tot het op was.

Ik heb genoten van mijn deelname aan het Niet Lief Collectief. Lieve Esther, Kaat, Luna, Octavie en Polle: dank je wel.

Voor iedereen die mijn stukjes voor het Niet Lief Collectief wil nalezen: ik heb een aparte categorie gemaakt waarin ik de Niet Lief-stukjes heb herplaatst. Zie alle stukjes hieronder en De Niet Lief Collectie in de zijbalk.

In order of appearance:
Zezunja als Zomergast
Zezunja’s Zeven Zonden
Mijn Schrijfstijl
Het jongetje, de logikwis en de gemorste melk
O-kut-o-kut-o-kut-o-shit-o-shit-o-shit
De Ondraaglijke Lichtheid Van Vandaag
De Grote Overschreeuw
Waar is de strijkplank als je ‘m nodig hebt?
Beroemdheid, gemeten met een stopwatch
Niet Mike, niet Choco, maar Sjeik El Moko
180°
Huishoudweek – De Grote Drie
Huishoudweek – Hoe onze tweede Senseo niet kan voorkomen dat ik op mijn moeder ga lijken
Huishoudweek – Zezunja Proudly Presents: gembersiroop
Huishoudweek – Mijn post- post- post- post- post-puberteit
Huishoudweek – Kolentijdfotostrip
Huishoudweek – Gevraagd: het handboek ‘Een werkster voor Dummies’
Ich bin ein Pijper (und blasiert und ein Namedropper)
Van babyvet tot Japans vouwen
Zezunja’s Soundtrack
Achtergelaten op straat
Note to self: wijsheid komt met de jaren
Ik ben…
Jullie zijn met te veel en jullie zijn te dom
De meet ‘n greet met Maarten en Micha
Een dag vol discipline
Een koeienvlaai is ook een spiegel

De Niet Lief Collectie:
Een koeienvlaai is ook een spiegel

Dit stukje verscheen op 1 februari 2007 op nietlief.com. Kaat zwengelde het aan met de volgende inleiding:
“Hoe zit dat bij jullie? Klopt de beschrijving van je sterrenbeeld met dat wat je van jezelf vindt? Geloven jullie er in of denken jullie dat het onzin is? Ik ben benieuwd.”


Onderwerp: Wat vind je van je horoscoop? En geloof je erin?
Geschreven door: Zezunja

Over astrologie kan ik alleen maar zeggen: haha. Of beter: hahahahaha. Altijd geinig, maar er ernstig over schrijven: haha.

Wat niet wegneemt dat ik vaak wel in ben voor een lolletje. Ik kom zelf niet op het idee om de fun van het leven daarin te zoeken, dus horoscopen lezen doe ik zelden. Maar als ik er per ongeluk op een stuit dan ga ik wel even voor een Haha-erlebnis.

Bij het schrijven van dit stukje heb ik gewoon ‘Waterman’ en ‘karakter’ gegoogeld, en voilà : 20.000 pagina’s die mijn karakter duiden. Halleluja.

Volgens die 20.000 pagina’s ben ik alles wel en alles niet. Zo zou ik onzelfzuchtig en broederlijk zijn, maar ook asociaal en individualistisch. Ik ben volgens de heren en dames astrologen sympathiek, maar ook koel. Ik zou humanistisch zijn, maar ook tiranniek. Ik las zelfs ergens dat er grote kans is dat ik homoseksueel ben (en dat werd dan in één adem genoemd met pervers, zedeloos en ontrouw – om maar even aan te geven waar deze astroloog de homoseksueel positioneert).

Hoe dan ook, even googelen en je bent er gelijk achter wat een horoscoop is: grote bullshit. Maar ook een flinke koeienvlaai kan een spiegel zijn. Ik bedoel: als-ie goed glimt en er is voldoende licht, dan kun je erboven gaan hangen en je zelf terugzien. Try this at home, zou ik zeggen.

Dus daar gaan we, en vergeef me de taal: astrologen kunnen bijna zonder uitzondering geen fatsoenlijke zin op papier krijgen. Ook heb ik niet aan bronvermelding gedaan; een doelbewust gebrek aan respect zullen we maar zeggen.

Over de Watermanvrouw: Op een zekere dag verliest ze echter haar belangstelling voor een vriend, of haar beroep wordt onbelangrijk voor haar; dan laat ze ook zonder enige waarschuwing vriend en beroep achter zich en kan zelf niet verklaren waarom. Het is nu eenmaal hun bestemming een levensfase plotseling af te breken en een nieuwe te beginnen.

Haha, dit is wáár. Ik hoef er zelfs helemaal niets aan toe te voegen. Vraag maar aan mijn exen en werkgevers. En neem van mij aan: daar maak je geen vrienden mee. Het enige wat ik niet doe, is bij het dichttrekken van de deur roepen ‘dat dit nu eenmaal mijn bestemming is’. Bestemmingen horen bij trams en bussen, niet bij het leven, wat mij betreft.

En meer over de Watermanvrouw: Ze presteren het om in een kanten nachthemd boodschappen te gaan doen, of met een wijde broek en gymnastiekschoenen in de schouwburg te verschijnen.

Haha, dit is óók waar. Wat een lol. De avondwinkeleigenaar kan bevestigen dat ik sloffen heb die lijken op het hoofddeksel van een jarige smurf. In mijn kast hangt een kanten nachthemd van Dior dat al regelmatig het daglicht heeft gezien en ik weiger in oncomfortabele kleding te lopen, met als gevolg dat men mij tussen het hooggehakt publiek kan treffen op mijn good ol’ All Stars.

Op een andere site (over de Watermannen én -vrouwen): De Waterman hecht geen belang aan rangorde. Voor hem is iedereen gelijk. Hij is net zo vriendelijk tegen de poetsvrouw als tegen de algemeen directeur. En iets verder in die tekst: Dit teken heeft het moelijk met gezag, zodat de Waterman vaak kiest voor een zelfstandig beroep.

Haha, me dunkt: als de eerste zin klopt, is de tweede een automatisch gevolg. Je kunt de poetsvrouw niet op gelijke hoogte met de directeur scharen als je vervolgens enorm ontzag hebt voor autoriteiten. En als journalist is ontzag voor autoriteiten geen handige eigenschap. Bovendien ben ik volgens vrijwel alle Watermanhoroscopen koppig en onconventioneel. Die eigenschappen gaan ook niet samen met een heilig geloof in his master’s voice, kan ik je vertellen.

Welnu, ik kan nog uren doorgaan, ik bedoel: 20.000 pagina’s! Als ik zou willen, kan ik nog weken spiegelen. Maar het leven is niet alleen maar leuk, zei de grote filosoof mijn moeder.

Dus nog even van dik hout zaagt men planken: Ik heb grote vrijheidsdrang, ben creatief, vindingrijk en hulpvaardig. Ik heb mijn eigen mening en ben daar moeilijk vanaf te brengen. Ik ben uitgesproken objectief, heb een goed opmerkingsvermogen, ben een beetje excentriek en hou er ongewone ideeën op na. Bovendien ben ik geschikt om een pedagogisch beroep uit te oefenen.

Haha, u begrijpt: dat klopt weer als een bus.

Maar voordat we met z’n allen gaan denken dat astrologie een wetenschap is. Ik ben ook een slechte moeder (hoezo pedagogisch beroep?), mijn spruiten kunnen weinig moederliefde verwachten, ik denk rechtlijnig en vind seks totaal onbelangrijk.

Ik zal er verder niet over uitweiden, en bij dat laatste geen getallen noemen, maar een welgemeend ‘haha’ is op zijn plaats. Sjeik vindt mij namelijk een heel goede moeder, zegt-ie.

En dat poezen kunnen praten is even grote onzin als de gemiddelde horoscoop.

De Niet Lief Collectie:
Een dag vol discipline

Dit stukje verscheen op 19 januari 2008 op nietlief.com. Esther zwengelde het aan met de volgende inleiding:
“Nietliefjes, ik ben heel benieuwd hoe een gemiddelde dag uit jullie leven eruit ziet. Bevallen je dagen je goed, of zou je het anders willen?”

Onderwerp: Een dag uit je leven.
Geschreven door: Zezunja

Discipline is een waan. Een louterende waan, dat wel, maar ontegenzeggelijk een waan. Een op verzinsels gebaseerde gehoorzaamheid die ons houvast geeft, maar die in zichzelf niks anders behelst dan het naleven van een aan de fantasie ontsproten stelsel van afspraken.

Dat mijn deadline op 28 februari ligt heeft iemand op een moment verzonnen en vervolgens lopen allerlei mensen als hamsters in een rad zichzelf op te jagen, omdat er een deadline is op 28 februari. Terwijl, als de persoon die de deadline verzon dyscalculie had gehad de zaken er misschien heel anders voorstonden. Of als de dochter van die persoon op 28 februari jarig zou zijn, wie weet wat er dan gebeurd was.

Zo is het ook met mijn doorsnee dag. Mijn dag bestaat uit een aan de fantasie ontsproten stelsel van afspraken met mezelf. Ik heb door de jaren heen een beeld ontwikkeld van de werkdag van een zelfstandig ondernemer en sinds enige tijd voer ik dat toneelstukje met mezelf op. Het script is nog onderhevig aan wijzigingen – we zijn als het ware nog in de try-out-periode – maar zo hier en daar heeft het scenario al wat vaste vormen.

Ik sta bijvoorbeeld altijd vroeg op. Ik zou kunnen werken van twaalf tot acht, ons avondeten staat immers zelden eerder op tafel, en ik zou ook kunnen werken van vier tot middernacht, niemand die er erg in heeft, niets dat mij in de weg ligt. Maar in mijn toneelstuk begint de dag om zeven uur – en als ik te laat naar bed ga, om acht uur. Ik prijs mijn discipline, omdat dat bijna altijd lukt – ik prijs mijzelf voor het strikt naleven van mijn wanen.

In mijn wereld van zelfopgelegde afspraken mag ik tot half tien lummelen. Sommige mensen zullen dat veel vinden, maar ik gedij daar goed bij. Ik heb veel kopjes koffie met geklopte melk, veel aandacht van het poezenvolk en veel lieve woorden van mijn metgezel nodig, alvorens de dag met een kickstart kan beginnen.

Die kickstart vindt dus doorgaans plaats om half tien. Dan begin ik te stomen en verlaten witte wolkjes langs de bovenkant mijn hoofd. Als door een wonder komen er dan ineens facturen, stukjes, interviewafspraken, cursusopzetjes en promotietekstjes uit mijn iMac rollen en uiteraard vind ik mijzelf dan de meest gedisciplineerde persoon op aarde. Ongeëvenaard.

Toen Yuri nog buiten de deur werkte, kwam hij ’s middags altijd thuis lunchen. Dat was destijds een uur van nooit geziene discipline (dat rijmt). In dat uur vertroetelde ik hem met broodjes tonijnsla en omhelzingen. Om klokslag twee uur keerde de rust in huis weer terug. Die schijnwerkelijkheid van lunchdiscipline is nu vervangen voor de schijnwerkelijkheid van werkdiscipline. Ik vind mezelf een krak als ik me om half vier realiseer dat ik nog niets gegeten heb, zó geconcentreerd kan ik bezig zijn. Alles is relatief, maar discipline is het relatiefst.

Mijn doel is om ongeveer acht uur per dag te werken, dus als ik om half tien ben begonnen, moet ik werken tot half zes, tenzij ik geluncht heb, dan moet ik langer door. Welnu, daar botsen mijn waanbeelden op elkaar, want mijn beeld van de zelfstandig ondernemer mag er dan een zijn van ‘9-to-5′, en bikkelen tot je groen ziet en genoeg verdient, mijn persoonlijke wereldbeeld is een praktische. Als ik groen zie, komt er alleen nog maar drek uit mijn handen, dan blijven de witte wolkjes uit en kan zelfs een welwillende iMac daar niets meer aan veranderen. Mijn dag eindigt dus als het werk dat ik aflever klote wordt. En dat kan ook om half vijf zijn.

Meestal stel ik dan vast dat ik weer zeer gedisciplineerd was, waarmee ik niet meer wil zeggen dan dat ik het heilige geloof in mijn eigen verzinsels tot het einde heb weten vol te houden. Ik vind dat doorgaans een staande ovatie waard, een beter toneelstuk zag ik zelden. Vervolgens duik ik de foyer in en laaf ik mij aan een avond afterpartyen met daarin veel lief, veel lol en veel bankhangen. Totdat het elf uur is en ik weer denk aan de voorstelling van de volgende dag. Dan toon ik discipline en duik ik braaf in bed. Om mijzelf de volgende dag om zeven uur weer op onnavolgbare wijze te gehoorzamen.

De Niet Lief Collectie:
De meet ‘n greet met Maarten en Micha

Dit stukje verscheen op 2 januari 2008 op nietlief.com. Kaat zwengelde het aan met de volgende inleiding:
“Lieve NietLiefjes,
Als ik een iemand graag had willen ontmoeten dan was het Mahatma Gandhi. Omdat ik het een van de meest bewonderenswaardige mensen vind die op deze aarde heeft rondgelopen.
Wie zouden of hadden jullie graag willen ontmoeten?”

Opdracht: Wie zouden of hadden jullie graag willen ontmoeten?
Geschreven door: Zezunja

Er zijn talloze mensen met wie ik wil eens een biertje zou willen drinken (Martin Bril, Joris Luyendijk, Bernard Dewulf). Veel mensen die ik zou willen interviewen (Arnon Grunberg, John Zorn, Josh Homme). En veel doden die ik terug zou willen roepen (Herman De Coninck, Andy Warhol, Roald Dahl). Maar tegelijkertijd ben ik niet zo van het ontmoeten. Mijn werk zou de perfecte route naar al die meet ‘n greets kunnen zijn en toch heb ik nooit moeite gedaan om mij te specialiseren in celebrityjournalistiek. En als de doden niet dood waren, zou ik vermoedelijk net zo weinig moeite doen om ze te ontmoeten als nu bij de levenden. Zonde van hun wederopstanding, dunkt me.

Maar hoewel ik niet geloof in enig afterlife, zijn er twee doden voor wie ik wél moeite zou doen om ze onder het genot van een goed glas bier en een bakje nacho’s eens flink aan de tand te voelen. Micha en Maarten.
Micha en Maarten zijn twee vrienden die allebei op mysterieuze wijze verdwenen. De één in 1993, de ander in 2004. En juist door die verdwijning valt er een hoop te bespreken.

Want drie maanden lang was Maarten kwijt. Mijn lieve collega, mijn vroegere buurjongen, de kok door wie ik van de koude naar de warme kant mocht verhuizen. Hij was 19 en nog nooit ergens anders dan in Benidorm geweest, dus bloedzenuwachtig toen hij in de zomer van 1993 met wat vrienden naar een Grieks eiland vertrok. Voor het eerst vliegen, voor het eerst zo ver en voor het eerst draaide de keuken verder zonder hem.

Twee weken zouden we voor hem invallen. Twee weken verdeelden we alle diensten over slechts drie koks en twee weken ginnegapten we over wat de bleue Maarten allemaal zou overkomen op dat hete Griekse eiland.
Maar twee weken werden drie weken. Maarten zat niet op het vliegtuig terug en niemand wist waarom niet. Op de terugweg waren zijn vrienden hem kwijtgeraakt en ze hadden geen flauw idee waar ze hem moesten zoeken.

Drie weken werden een maand, en later twee maanden. Toen werd hij gevonden door de Griekse politie. In het water in de haven van Athene. Zijn moeder moest zijn half vergane lichaam identificeren. We hebben hem in Amsterdam begraven op de Nieuwe Oosterbegraafplaats. De aula was te vol voor woorden, er klonk glamrock en Doe Maar en niemand van de aanwezigen wist wat er in de tussenliggende weken met Maarten was gebeurd.

Elf jaar later kreeg ik een vergelijkbaar bericht. Het was tussen Kerst en Oud en Nieuw en de wereld was in rep en roer over een tsunami. Ik kreeg een telefoontje: Micha was vermist. Micha, mijn vriend van de jaren negentig, de schaakmeester met wie ik Jaap Fischerliedjes zong, met wie ik tot vermoeiens toe over mislukte relaties sprak en met wie ik me wentelde in de nodige Weltschmerz. Micha was verdwenen in Thailand, maar het had NIETS met de tsunami te maken. Lekker dan. Probeer op zo’n moment maar eens hulp te krijgen. Van de politie. Van de ambassade. Van de ministeries. Wat zegt u? Een vermiste? U mag achteraan in de rij van duizenden vermisten.

Uiteindelijk is een vriend van Micha richting Thailand vertrokken om zelf te zoeken. Hij reisde zijn spoor na, kreeg het vermoeden dat Micha is verdronken, kwam uiteindelijk geen steek verder en keerde met lege handen terug. Zijn ouders verklaarden Micha enkele maanden later dood. We herdachten hem met zeker honderd man.

Ja, met Micha en Maarten zou ik zielsgraag op een barkruk eens een flinke boom willen opzetten.

De Niet Lief Collectie:
Jullie zijn met te veel en jullie zijn te dom

Dit stukje verscheen op 18 december 2007 op nietlief.com. Ik zwengelde het zelf aan. Zie het tekstje onderaan.

Aan iedereen die ooit op Geert Wilders, Rita Verdonk, Jean-Marie Dedecker, Vlaams Belang of good ol’ Pim Fortuyn stemde.

Het is jullie schuld. Dat ten eerste. Niet alles is jullie schuld, maar toch wel een boel.
Zo is het jullie schuld dat mijn wereldbeeld naar de klote is. Dat de warme deken van empathie en solidariteit een warme deken van herinnering is. Uit de tijd dat men massaal posters met geknakte kernbommen voor de ramen hing. Ik was nog een kleuter. Daarna kwamen jullie.

Het begon in de luwte. Met Janmaat, die men toen nog wilde opblazen. Met Karel Dillen met zijn grote brillen. Zonderlinge types, Koot en Bie-achtig. Nauwelijks bedreigend, geen sex-appeal. De Telegraaf was wel al de grootste krant, de Tros de grootste omroep, maar jullie publieke opinie kwam vaak niet verder dan de toog van Bolle Jan. Godzijdank.

Nu is alles anders. Jullie zijn uit de luwte gekropen om langs de weg te gaan staan bij het overlijden van Fortuyn en sindsdien zijn jullie als het ware op straat blijven hangen, met een paar miljoen man.

Jullie staan daar op Marokkanen te spugen, bange Almeerders en nietsontziende grootverdieners zij aan zij. Jullie bivakkeren massaal in stemhokjes en jullie geloven heilig in partijen met namen als Partij voor de Vrijheid (Wilders), Trots op Nederland (Verdonk) en Partij voor het Gezond Verstand (Dedecker). Geef toe: dat is verwijtbaar. Bij het horen van dergelijke niet-van-een-Schlager-te-onderscheiden namen, weet je bij voorbaat zeker dat punt 1 op de agenda van de ministerraad zal zijn: ‘Kunnen jullie door een waterkraan?’.

Zover zijn we dus nu in Nederland en België en daarmee is het jullie schuld dat ik tegen de democratie ben. In een goede democratie hebben jullie recht op jullie coup. De meerderheid telt en als de meerderheid bestaat uit intellectueel verloederde xenofoben dan mag dat. Het is dus jullie schuld dat ik nu tegen een goede democratie ben. En dat is erg. Echt. Heel. Erg.

Het liefst zou ik hebben dat jullie niet mochten stemmen. Jullie zijn met te veel en jullie zijn te dom. Verkiezingen leiden tegenwoordig steevast tot jullie overwinning en dat zijn jullie mijns inziens niet waard met jullie ikke-ikke-ikke-en-de-rest-kan-stikke-mentaliteit.

Maar het is nog erger. Het liefst zou ik hebben dat jullie je niet mochten voortplanten, want het grote probleem is dat jullie met zovéél zijn. Als jullie nou klein en zielig bleven, zoals de SGP, dan vond ik jullie een aanwinst voor de democratie. Ik gun alle soorten freaks een platform. Maar twee zetels is wel het maximum, dertig vind ik way over the top. Dan houdt het voor mij op.

Het is jullie schuld dat ik een extremist ben geworden. Een fascist. Dat ik bang ben voor ‘de meeste stemmen gelden’. Dat ik weet dat ik het nooit zal winnen van het Studio 100/RTL4/Het Laatste Nieuws/Story en Privé-publiek. Dat de VPRO, GroenLinks en de omzet van een mooie dichtbundel altijd klein zullen blijven.
En dat ik jullie daardoor allemaal dood wens.

Sterf.

Zezunja

Disclaimer: Dit is geenszins een doodsbedreiging, een dreigbrief of een poging tot aanzetten tot haat. Dit is een column, een vingeroefening, een stijlmiddel. Ik wens niemand persoonlijk dood, laat dat duidelijk zijn. Maatregelen als het afnemen van het recht op stemmen of voortplanten zijn uiteraard te fascistisch om ook maar één moment serieus te nemen.

Lieve Niet Liefjes,
Hoewel ik van nature bijna hippie-achtig gemoedelijk ben, ik maak niet veel ruzie met mensen, vind ik het soms heerlijk om een hatemail te schrijven. Gevoelens van haat, woede en verontwaardiging leiden vaak tot prachtige stukjes proza, doordesemd van overdrijving, understatement en bloemrijk taalgebruik. I love hatemails.
Mijn opdracht voor jullie is dus deze keer: laat je gaan, schrijf een hatemail in je eigen stijl. Hou je vooral niet in.

De Niet Lief Collectie:
Ik ben…

Dit stukje verscheen op 13 december 2007 op nietlief.com. Esther zwengelde het aan met de volgende inleiding:
“Mijn vraag aan jullie, nietliefjes, is deze: wat zijn/waren jullie eetgewoontes en wat zeggen die over jullie?”

Onderwerp: je eetgewoontes en wat die over jou zeggen
Geschreven door: Zezunja

‘Maartje heeft een bek als een paardje’, zei men op de kleuterschool. En hoewel ik natuurlijk Zezunja heet en geen Maartje, zegt het toch wel iets over mij. Namelijk dat ik letterlijk en figuurlijk een grote mond heb, waar een hoop in kan verdwijnen. Had ik al gezegd dat een dirty mind een joy forever is?
Hoe dan ook: wie ik ben zegt alles over wat er in die mond verdwijnt.

Om te beginnen ben ik een konijn.
Van paard naar konijn, qua tanden niet zo’n grote stap. Mijn motto is: hoe groener hoe beter. Fuck alle nitraat en nitriet-verhalen. Waar anderen zich in een restaurant tegoed doen aan een smeuïge Vitello Tonato, bestel ik steevast een bord rucola met Parmezaanse kaas. Doe mij knabbelbare rauwe groente en ik ben happy as hell.

Ik ben verslavingsgevoelig.
In voedsel heb ik twee verslavingen. Ze zijn niet zo erg als mijn rookverslaving, maar na een week geheelonthouden, krijg ik in beide zoveel zin dat ik er net als voor sigaretten alles voor doe om eraan te komen. En hoewel ze niet zo slecht zijn als sigaretten, heb ik het wel voor elkaar om verslaafd te zijn aan behoorlijk slechte dingen, te weten cola en mayonaise. Voor cola geldt dat ik regelmatig probeer af te kicken, maar omdat ik verder heel weinig suiker eet, krijg ik soms toch een onbedwingbare behoefte aan suiker. Voor mij staat dat gelijk aan cola.
En aangezien ik verder weinig vet eet, zie ik maar door de vingers dat ik minimaal twee potten mayo per maand leegbunker.

Ik ben ziek.
Ik ben ziek. Het voert te ver om uit te leggen wat ik heb, maar het komt erop neer dat niemand weet waar mijn ziekte door komt. Tsja, en dan hou je je dus vast aan die paar vermoedens die er zijn. Een daarvan is dat de hormonen in fabrieksvlees veel invloed hebben op de ziekte en logischerwijs eet ik dus vrijwel alleen maar hormoonvrijvlees van een bioslager.
Een andere vorm van ziek zijn is de misselijkheid die ik voelde toen ik We feed the world en andere ontluisterende films en reportages over de voedinsgindustrie zag. Sindsdien eet ik zo bio als mogelijk. Tot en met chips aan toe.

Ik ben straatarm.
Soms veeg ik de vloer aan met mijn biowens. Met tien euro kan ik veertig keer zo veel kopen in de Delhaize, de Carrefour of de Colruyt dan bij de biowinkel. En dan gaat kwantiteit voor kwaliteit en moraal, in het belang van de grote survival. Mijn streven bij de supermarkt is dan om alleen maar dingen te kopen met een 0 voor de komma. Ik vind het superkicken om 40 euro af te rekenen en vervolgens met zes enorme boodschappentassen op huis aan te gaan.

Ik ben dol op jointjes.
Mijn lievelingsgenotsmiddel is hasj. Een groot nadeel daarvan is dat vreetkicks op de loer liggen. En hoewel ik gezegend ben met een redelijk tenger figuur, kun je aan mij precies zien wanneer ik weer eens voorraadje jointjes tot mijn beschikking had. Dat scheelt zeker drie kilo, die natuurlijk nooit in mijn tieten gaan zitten.
God straft overigens meteen want, damn, wat voel ik me slecht na een zak chips, een pak koekjes, drie wortelen met veel te veel cocktailsaus, een bak vanillevla met banaan en een pot Ben en Jerry’s New York Super Fudge Chunk. De dag dat in België coffeeshops zijn toegestaan is het gedaan met mijn figuur.

De Niet Lief Collectie:
Note to self: wijsheid komt met de jaren

Dit stukje verscheen op 1 december 2007 op nietlief.com. Esther zwengelde het aan met de volgende inleiding:
“Lieve nietliefjes, hierboven beschrijf ik wat ik doe als ik boos ben. Hoe zijn jullie als je boos, kwaad of in alle staten bent?”

Onderwerp: Wat doe je als je boos bent?
Geschreven door: Zezunja

Dus ik voelde me onbegrepen. Alleen in mijn kleuterhoofd. Ik liet me vallen op bed en huilde. En huilde. En huilde. Toen mijn tranen op waren vocht ik voor nieuwe tranen. Toen dat niet lukte, deed ik alleen nog het geluid na.
Note to self: Niemand komt. Het levert niet méér aandacht op. Doen alsof je huilt is moeilijk. Mijn ouders zijn niet gek. Niet meer doen.

Dus ik wilde mijn zin. En kreeg ‘m niet. Stampend liep ik de trap op. Mijn moeder uitmakend voor kutwijf. Smijtend met deuren, schoenen en stoelen.
Note to self: Moeder geschokt. Niet het gewenste resultaat, want nog steeds niet mijn zin. Misschien à­éts te kinderachtig als je al dertien bent. Niet meer doen.

Dus er werd mij onrecht aangedaan. Een machteloos gevoel. Ik slikte de brok in mijn keel weg. Voor twee seconden. Daarna zat-ie er weer. Het was onrechtvaardig en dat is niet eerlijk. Een traan biggelde over mijn wang en ik trok me terug.
Note to self: Stel je niet zo kwetsbaar op. Onrecht verdient mijn tranen niet. Onrecht verdient een vuist op tafel. Niet huilen, Zez. Niet meer doen.

Dus ik was uitzinnig van woede om helemaal niets. Ik schopte een gat in de holle kastdeur en een gat in de holle badkamerdeur. Ik smeet een andere deur zo hard dicht dat de kapstok met keilbouten en al uit de muur donderde. Ik sloeg mijn zus een blauw oog.
Note to self: Je hebt alleen jezelf ermee. Of je zus. Wil je jezelf zien als een agressieveling? En heb je zin om nog jaren tegen dat gat aan te kijken? Heb je zin om de uitgelubberde gaten van de keilbouten te moeten vullen in de hoop dat er ooit weer een kapstok kan hangen? Nee? Niet meer doen.

Dus ik wilde dat hij van me hield. Stond voor zijn deur. Belde aan, ondanks zijn verzoek om dat niet te doen. Belde op, ondanks zijn verzoek dat niet te doen. Schold ‘m uit door de brievenbus, ondanks… nou ja, you get the point.
Note to self: Stalkers zijn enge mensen. Ze zijn ook strafbaar. Niet meer doen.

Dus ik vond mijzelf heel wijs. Ik had gelijk. En hij niet. Hoe kon hij zo dom zijn. Nuffig haalde ik mijn schouders op. Ik zweeg. Negeerde. Zette mijn arrogantste blik op. Bracht hem daarmee tot waanzin.
Note to self: Hij verdient een kans. Hij verdient het serieus genomen te worden. Hij verdient meer dan mijn arrogantie. Niet meer doen.

Dus ik voel me boos. Het is nu. Ik verhef mijn stem. Leg het uit. Kwaad, maar eerlijk. Geef hem de kans boos te zijn. Even weg te lopen. Terug te komen. Als het moet loop ik zelf ook weg. Om weer terug te komen. Ik schreeuw, ik praat. En ik doe aan goedmaakseks.
Note to self: Lijkt allemaal te kloppen. Doe zo voort.

De Niet Lief Collectie:
Achtergelaten op straat

Dit stukje verscheen op 23 november 2007 op nietlief.com. Kaat zwengelde het aan met de volgende inleiding:
“Lieve niet-liefjes,
Dit is een van mijn eerste herinneringen. Ik was een jaar of drieëneenhalf. Het beeld van de sneeuw, het nieuwe huis, mijn zwangere mam en de lieve nieuwe buren, zit als een film van vroeger, schokkerig geprojecteerd op een witte muur, in mijn hoofd.
Mijn vraag voor deze week is dan ook; beschrijf een van de eerste dingen, gebeurtenissen of situaties die je je kunt herinneren.”

Onderwerp: beschrijf een van je eerste herinneringen
Geschreven door: Zezunja

‘Ga je mee achterop mijn fiets?’, vraagt mijn neef. Hij is 13 en we zijn bij hem thuis op een verjaardag.
‘Dat mag ik niet zonder stepjes’, zeg ik. Ik ben 4 en een uiterst gedweeë kleuter.
‘Ah joh, dat ziet niemand’, zegt hij.

Met een kloppend hart loop ik mee naar beneden, naar zijn fiets. Terwijl ik erop klauter, kijk naar boven, drie hoog, of niemand me ziet. We rijden de Valeriusstraat uit, ik heb mijn benen zo wijd ik kan. Niet eerder zat ik achterop een fiets zonder voetstepjes. Mijn liezen krijgen kramp van de brede bagagedrager. Mijn benen trillen. Eigenlijk hou ik het niet meer.

We rijden in de Van Breestraat. Ik verlies mijn krachten en voel een snijdende pijn in mijn enkel. De fiets wordt geblokkeerd en mijn neef kan ‘m met moeite rechthouden. Mijn voet is tussen de spaken gekomen. We staan stil en ik laat me van de fiets vallen. Er is pijn, pijn, pijn, veel bloed en een bot dat ontveld is.

Mijn neefje besluit hulp te gaan halen, zonder mij. Hij laat me liggen waar ik lig en fietst staand weg. Ik kijk hem na en huil.

Even later stopt er een ratelende Volkswagen Kever en ik word ingeladen. Ik zit op de achterbank van een vreemde auto, met vreemde mensen die mij keer op keer vragen wat er is gebeurd. Waarom ik zo bloed. En waar mijn ouders zijn. Ik huil en roep om mijn papa en mama.

Ineens zie ik door de achterruit mijn vader fietsen. Ik krijs het uit en roep heel hard papa. De mensen in de auto stoppen niet. Tot ik heel duidelijk roep: ‘Daar fietst papa.’ Dan pas onderscheidt het zich van het gejammer waarmee ik daarvoor om mijn ouders schreeuwde.

De vreemde mensen brengen mij naar een oom die mij met een auto naar de VU vervoert. Samen met mijn moeder zit ik tot half twaalf ’s avonds op de Eerste Hulp. Niet eerder mocht ik zo laat opblijven.

De Niet Lief Collectie:
Zezunja’s Soundtrack

Dit stukje verscheen op 15 november 2007 op nietlief.com. Luna zwengelde het aan met de volgende inleiding:
Opdracht: Kies 5 van de volgende platen: eerst gekochte plaat, tranentrekker, playbackplaat, eerste liefdesplaat, opfokplaat, emotioneelste plaat, dansplaat, Feel Good plaat, discoplaat, schoonmaakplaat, geilste plaat, de beste Nederlandse of sterfplaat en beschrijf waarom je ze hebt gekozen.

Door: Zezunja
NB In alle stukjes over dit onderwerp zitten de linkjes naar You Tube verstopt onder de kopjes.

Eerst gekochte gekregen popplaat: ‘Mon Amour’, BZN
‘Ik wil een idool’, zei ik op een dag. Ik was toen zes en Kinderen voor Kinderen was niet stoer meer. Ik toog naar mijn nichtje voor advies, die had immers al een idool: Anita Meyer, en ze was acht maanden ouder, dus zij zou het wel weten. BZN zei ze. En zo geschiedde. Van mijn oma, voor de gelegenheid vermomd als Sinterklaas, kreeg ik de lp BZN Greatest Hits (van radio en tv reclame!) (sic!). Picture this: een Zezunja van zes die elke zondagochtend met een koptelefoon op, tong tussen haar tanden, probeert de Franse teksten hardop van de hoes mee te lezen. Met dat beeld in mijn hoofd vergeef ik het mijzelf meteen.

Tranentrekker: ‘Velha Chica’, Dulce Pontes & Waldemar Bastos
De wereld was eenzaam en alleen. Het huurhuis te duur en te donker. Mijn financiële en fysieke situatie allerminst gezond. Verliefd, verloofd, getrouwd, maar vooral gescheiden. En toen was daar ineens Dulce Pontes’ O Primeiro Canto, een plaat die heel mijn hart in een keer vulde. Alle leegte spoot er als waterdruppels uit. Plons.

Geilste plaat: ‘I like the way you move’, Body Rockers
Gedaver op de binnenplaats van het fabrieksterrein. De feestroes van een geslaagde theatervoorstelling op een zinderende zomeravond. Yuri daar, ik hier. De bas zet in. There’s so many things I like about you. We kijken elkaar aan. I just don’t know where to begin. We kijken. Steeds dichterbij. I like the way you look at me with those beautiful eyes. De puntjes van onze neuzen raken elkaar. I like the way you stare so much. We nemen elkaar in de armen. I like the way you like to touch. We zoenen traag. But most of all… We laten los. Yeah… We blijven kijken. Most of all… We glimmen op afstand. I like the way you move. We dansen.

Emotioneelste plaat: ‘Overlap’, Ani DiFranco
Het was precies zoals Ani schreef. Helemaal. Een grote liefde. Een onmogelijke liefde. We hadden het fijn. Ik zong: I build each one of my days out of hope – and I give that hope your name – and I don’t know you that well – but it don’t take much to tell – either you don’t have the balls – or you don’t feel the same. En Ani had gelijk. Maar wat heeft een mens aan gelijk?

Emotioneelsteplaybacktranentrekdoordekamerdansfeelgood&sad plaat: ‘Where is my mind’, Pixies
Ik ga ervan springen, huilen, gieren, brullen. Ik ga ervan dansen, wiegen, vliegen, deinen. Ik ga ervan wenen, blozen, kirren, zingen. Ik ga ervan zweven, leven, zwieren en zwaaien. Ik ga ervan zuchten, zweten, aaien en zoenen. Je zou kunnen zeggen dat het me iets doet, dit nummer.

De Niet Lief Collectie:
Van babyvet tot Japans vouwen

Dit stukje verscheen op 6 november 2007 op nietlief.com. Ik zwengelde het zelf aan.

Lieve NietLiefjes,
De rituelen voorafgaande aan een eerste date zijn tijdrovend, gestuurd door bijgeloof en ingegeven door een ongezond soort zelfbewustzijn. Mijn opdracht voor deze week is: beschrijf de gewoonten, rituelen en oppeppers die horen bij jouw voorbereiding op een spannende avond of nacht.
Ik zal van wal steken.

Het eerste tijdperk is De Puberangst.

De tijd van: Waar zit mijn babyvet? Kan ik dat weghalen? En: Waar heeft mijn vader zijn scheermes gelaten? Het is de tijd dat ik zelf nog geen scheermesjes heb, maar wel weet dat ik mijn benen moet scheren. Het is de tijd dat ik het oogpotlood van mijn zus leen, waardoor ik een ontstoken oog krijg, want oogpotloden uitwisselen is taboe. De tijd dat ik oorbellen van een vriendinnetje leen, waardoor ik ontstoken gaatjes krijg, want oorbellen uitwisselen is eveneens taboe. De tijd dat ik me afvraag of mijn borsten wel groot genoeg zijn.

Het tweede tijdperk is De Vrijgezelliteit.

Gewiekst ben ik. Altijd voorbereid op elke denkbare ontwikkeling die een nacht te bieden heeft. Logeergerei in de binnenzak van mijn motorjack, het juiste ondergoed aan en wolkjes parfum op verborgen plaatsen. Niet weten waar ik tegen het ochtendgloren zal zijn, maar stiekem hopen dat het niet thuis is. Thuis waar het op de avond zelf zindert als in de kleedkamer van een theater, met dozen schmink en een spektakel in het vooruitzicht, maar waar ’s nachts bij thuiskomst de feestroes is teruggebracht tot een spoor van kleren op de vloer die zijn gesneuveld in het ik-heb-niks-om-aan-te-trekken-proces.

Het derde tijdperk is La Nonchalance.

‘Ik ben niet op zoek’. Steeds maar weer zeggen dat ik niet op zoek ben. Dat het vanzelf moet komen. En dat het komt als het komt. En anders niet. Maar intussen voorafgaand aan elk feestje een motiefje scheren, m’n tong poetsen, een bh aantrekken die geen al te grote teleurstelling veroorzaakt als-ie eenmaal uit moet. De leugen moet zo dicht mogelijk bij de waarheid blijven. ‘Ik ben niet op zoek.’

Het vierde tijdperk is Het Poldermodel.

Het grote nadeel van een onenightstand is mijns inziens dat je onvoorbereid een engel in bed moet zijn. Terwijl ik in een relatie babbelenderwijs eindeloos veel encyclopedische kennis over de voorkeur van mijn verloofde opdoe. Door onbewust dagelijks te polderen weet ik precies welke combinatie van stoer en charmant het meest aan hem besteed is. Wat ik al bijeen polderde: een hoodie, wilde haren, een pijpjesonderbroek, de rockabillycoupe.

Het vijfde tijdperk is Het Origamitijdperk.

Dan ken ik mezelf dus nèt hè. Dus ik wéét dat ik de rest van mijn leven blauwgelakte teennagels wil en dat baggy trousers ook heel sexy kunnen zijn, en dan komt daar ineens een rà­mpel tevoorschijn. Onder mijn oog. En in mijn voorhoofd. En in de hoekjes van m’n oog. En verdomme! In mijn frons! Dat is het moment dat ik alle zeilen moet bijzetten om mezelf opnieuw te leren kennen. Het moment van de goede voornemens: 1. niet meer mijn wenkbrauw optrekken, want dat is als een steen in een vijver: één wenkbrauw leidt tot een golfbeweging op mijn voorhoofd. 2. altijd checken of er geen make-up is achtergebleven in die richel onder mijn oog, want dat is meestal wel het geval. En 3: ik moet me erbij neerleggen dat er een periode van plooien en vouwen volgt, een periode van waakzaamheid en origami.

Het is al laat.

De Niet Lief Collectie: Ich bin ein Pijper
(und blasiert und ein Namedropper)

Dit stukje verscheen op 29 oktober 2007 op nietlief.com. Ik zwengelde het zelf aan (zie cursieve tekst aan het einde).

Dé Amsterdammer bestaat niet, beweer ik (vrij naar Màxima). Ik werd geboren als Watergraafsmeerder, werd daarna een Pijper (yeah!), daarna een Oud-Wester (niet te verwarren met een Zuid-Wester) en vervolgens werd ik een Rivierenbuurter. Daarna ben ik nog even een reserve-Amsterdammer geweest, te weten een Diemenaar. En vervolgens werd ik weer wat me het beste past: een Pijper.

Maar hoewel deze buurten dorpen op zich zijn, en hoewel er dientengevolge niet zoiets bestaat als dé Amsterdammer, is er een alom tegenwoordige overeenkomst tussen Amsterdammers: ze zijn blasé als de pest. Ze worden niet warm of koud van een BN’er meer of minder op straat, ze ervaren sex, drugs ‘n rock ‘n’ roll als part of the furniture en ze kijken niet meer op van wat glitter & glamour.

Blasé. ‘Zo verwend zijn dat je niet meer geniet’, zegt mijn woordenboek. En dat klopt. Doordat de vader van een van mijn beste vriendinnetjes in 1982 meedeed aan het songfestival, zat ik al jong op de knie van André van Duin. Omdat mijn tante aan de weg timmert als beroepstypetje, schonk ik als bijverdienste de glazen vol voor De Lullo’s. Omdat ik werkte in één van de stamcafé’s van Herman Brood, vulde ik dagelijks bakjes voor zijn hond. Omdat ik op een van de scholen van Amsterdam zat waar kunstenaars hun kroost graag naartoe sturen, waren de namen Mulisch, Vinkenoog en Carmiggelt niet alleen namen op de boekenlijst, maar ook op de leerlingenlijst. Op een dag zeg je geen bier meer, maar zeg je gaap.

Ik weet nog goed dat ik met een vriendinnetje uit Hoofddorp Henny Vrienten in de stad zag lopen. Zij reageerde zoals ik reageerde toen ik mijn allereerste BN’er in het wild zag: de zanger van The Shorts in de parkeergarage van de RAI. Ik verstijfde en kon geen woord meer uitbrengen. Zij op dat moment ook. Maar ik was 7 ten tijde van de verstijving, zij was inmiddels al 14.

En nog steeds maak ik regelmatig mee dat mensen zich heel raar gedragen als er een bekende kop langsloopt. De weldenkende vrienden van mijn Lief stamelden ‘Dat was Renske de Greef!!! Die schrijft voor De Morgen!!!’, toen ik op Lowlands ’s ochtends een meisje de weg wees. Bij mij viel er wel een muntje, van o ja, maar verder had ik daar geen sensatie bij.

Toen ik begin deze eeuw onbedoeld oud en nieuw vierde met Hans Teeuwen, Thomas van Luyn, Theo van Gogh en Jan Mulder kuchte ik nog wel even. Maar dat bevestigde alleen maar dat er toch minstens vier BN’ers tegelijk in de ruimte moeten zijn, wil het me opvallen.

Ik wil maar zeggen: Ich bin ein Pijper und ich bin blasiert wie die Pest.

En o ja, er is nog een overeenkomst tussen alle Amsterdammers. Hoe blasé ze ook zijn, men beoefent massaal onze lokale sport: namedropping.

Lieve Niet Liefjes. Mijn omgeving heeft me terdege beïnvloed. Ik kan ‘Ik voel me zo verdomd alleen’ met juiste dikke L zingen, ik ben blasé, ik ben streetwise door mijn wereldstad. Ik ben een Amsterdammer. Hoe zit het met jullie? Welke invloed had je geboorteplaats? Spreken jullie met accent, zijn jullie beïnvloed door de mensen in je omgeving, het landschap, de ligging, je bakermat? Erzà¤hl mich.

De Niet Lief Collectie: Huishoudweek
Gevraagd: het handboek
‘Een werkster voor Dummies’

De week van 22 tot 28 oktober 2007 riep het Niet Lief Collectief uit tot Huishoudweek. Ter gelegenheid van de Huishoudweek schreven alle collectiefleden élke dag een stukje over allerlei wel een wee in het huishouden. Dit stukje verscheen op 27 oktober 2007 op nietlief.com.

Opdracht: Werkster of niet?
Geschreven door: Zezunja

Ik wil dolgraag een werkster, maar ik heb eerst een handboek nodig dat me antwoord geeft op de volgende vragen:

1. Hoe zorg ik dat ik niet alles zelf al schoonmaak, zodat ‘het een beetje netjes is voor de werkster’?

Ik kan niet delegeren en ik ben opgevoed met het fenomeen ‘we gaan nu het hele huis grondig opruimen, want de werkster komt’. Tel deze twee factoren bij elkaar op en je komt uit op een werkster die alleen nog kopjes koffie hoeft te consumeren.

2. Stel dat ik er eentje heb, hoe geef ik die dan opdrachten?

Hoezeer het ook de bedoeling is van een werkster dat ze mijn opdrachten uitvoert, het zou mij toch bezwaren. Ik zou waarschijnlijk maar één ding per ochtend durven vragen en dat zou dan iets worden als: “Mocht je vandaag of over drie weken een keertje tijd hebben, kun je dan misschien eens kijken of je eventueel kans ziet om misschien de bovenverdieping te dweilen. Het hoeft niet hoor.”
Dat schiet niet op, gok ik.

3. Hoe voorkom ik dat ik medelijden met de werkster krijg? (zie ook 1)

Omdat ik schoonmaken zelf heel vervelend vind, zou ik denken dat de schoonmaakster dat ook zo ervaart. Ik zou gaan compenseren door haar veel te veel te betalen of haar bijna niks te laten doen.

4. Hoe voorkom ik dat ik kopjes koffie met haar moet drinken?

Het is een trauma uit mijn jeugd. De kopjes koffie met de werkster om elf uur. Ik vond dat saai (lees: mijn moeder had dan totaal geen aandacht voor mij). En elke week een gesprek met de werkster is als elke dag een aflevering van The Bold and The Beautiful: er gebeurt geen fuck. Ik word daar danig contactgestoord van.

5. Hoe kan ik een werkster vertrouwen?

Ik ben misschien een aansteller en een neuroot, maar ik zou mij altijd afvragen of ik geld en andere waardevolle spullen in mijn huis kon laten liggen. En aangezien ik het liefst altijd de deur uit zou gaan (zie 4), zou ik me dat toch echt moeten afvragen.

6. Hoe krijg ik mijn lief zover?

Mijn lief vindt een werkster een idioot idee. Hij vindt schoonmaken leuk. Hij zou niet willen dat iemand anders dat deed. Hoewel hij ook vindt dat het vaker zou moeten gebeuren. Maar toch is het een idioot idee. Volgens hem.

7. Hoe vind ik er eentje?

Bovenstaande in ogenschouw genomen, heb ik dus iemand nodig die mij elke keer op het hart drukt dat ik nog veel meer rotzooi voor haar mag laten liggen. Een werkster die zelf bedenkt wat ik wil dat ze doet, eentje die zelf koffie maakt en die mij duidelijk maakt dat ze dat helemaal niet erg vindt. Integendeel, dat ze veel liever alleen koffiedrinkt. Eentje die een onuitwisbare indruk op mijn lief maakt, zonder daarmee in mijn vaarwater te zitten.

Eigenlijk ben ik dus op zoek naar een doofstomme, helderziende, autistische, celibatair levende heilige met het lijf van Juliette Lewis.
U begrijpt dat een handboek onontbeerlijk is.

De Niet Lief Collectie:
Huishoudweek – Kolentijdfotostrip

De week van 22 tot 28 oktober 2007 riep het Niet Lief Collectief uit tot Huishoudweek. Ter gelegenheid van de Huishoudweek schreven alle collectiefleden élke dag een stukje over allerlei wel een wee in het huishouden. Dit stukje verscheen op 26 oktober 2007 op nietlief.com.

Klik op de fotootjes.



Naar mijn winkel lopen kost ongeveer 7 minuten. Ik het doe 1 tot 3 keer per week.



Mijn winkel ligt van mijn huis af gezien diagonaal aan de andere kant van het Groot Begijnhof in Leuven. Dwars over het Begijnhof is dus de snelste weg ernaartoe. Het is een route met veel Japanners met fotocamera’s.



‘Mijn winkel’ is de biowinkel. Naast de biowinkel zit een bioslager. Ik eet sinds een jaar alleen nog maar biologisch. Om gezondheidsredenen, uit principiele overwegingen en omdat veel biodingen beter smaken.



Als ik straatarm ben, eet ik soms nog van de Delhaize. Dat vind ik dan vaak vies. Voor de Delhaize moet ik de ring over. Dat is andere koek dan het Groot Begijnhof. Ik ga dus liever niet naar de Delhaize.



Ik doe graag veel boodschappen in een keer. Omdat dat zo praktisch voelt. Bij biospullen kan dat eigenlijk niet zo goed. Het is duur en bederft snel.



Wij hebben sinds een jaar ook een groente- en fruitpakket van de biowinkel. Dat is best feestelijk, omdat je dan niet zelf hoeft te bedenken wat je gaat eten. Bovendien eet ik daardoor groente die ik anders nooit zou eten, zoals romanesco, selderknol en pompoenbloemen.



Het is nu kolentijd, dus eten we kolen. Zo gaat dat met zo’n groentepakket. Maar ik zag ook alweer witloof. Dat vindt mijn lief niet leuk. De witlooftijd duurt tot ver in volgend voorjaar. Bear with him.



Het groentepakket kost 8,50 per week. Ik geef tussen 35 en 120 euro per week uit aan boodschappen. Ik heb altijd het gevoel dat ik me inhoud. Dat vind ik dan heel gedisciplineerd van mezelf.



Op de terugweg loop ik niet altijd over het Groot Begijnhof. Dat komt door mijn opoekarretje. De kipsalade krijgt gegarandeerd wandelende nieren van de Begijnhofkasseitjes. Dat wil ik die arme kip besparen. Zo bio ben ik.



Soms vind ik boodschappen doen leuk, bevredigend en rustgevend. Soms vind ik het stresserend, tijdrovend en geldverslindend.

Lieve Nietliefjes, de opdracht voor jullie is: neem ons mee in jouw boodschappenrijk. Hoe, wat, waar, wanneer, waarom, hoeveel, met wie. Kom op met die feiten, die leuke anekdotes, die fijne adresjes. Foto’s hoeven niet, die had ik er toevallig *kuch* bij.

De Niet Lief Collectie: Huishoudweek -
Mijn post- post- post- post- post-puberteit

De week van 22 tot 28 oktober 2007 riep het Niet Lief Collectief uit tot Huishoudweek. Ter gelegenheid van de Huishoudweek schreven alle collectiefleden élke dag een stukje over allerlei wel een wee in het huishouden. Dit stukje verscheen op 25 oktober 2007 op nietlief.com.

Onderwerp: tips van (o)ma
Geschreven door: Zezunja

Mijn moeder zei altijd: ‘Niet kruimelen, er is net gestofzuigd.’ Sindsdien loop ik steevast als er net gestofzuigd is met een boterham met hagelslag door het huis.
Ze zei altijd: ‘Geen poezen op bed, dan krijg je haren tussen de lakens.’ Het eerste wat ik doe als ik besluit naar bed te gaan, is de meest knuffelige poes van de avond onder mijn arm nemen om samen onder de dekens te ploffen.
‘Je moet de dweil wel uitspoelen en te drogen hangen, als je ‘m hebt gebruikt’, zei ze. Bij mij verdwijnt de dweil doorgaans onuitgespoeld in een hoekje van de tuin.
‘Leeg je zakken, voordat je je kleren in de wasmand gooit.’ Ik prop mijn kleren zonder blikken of blozen in gemengde weefsels op veertig graden en zie regelmatig voor het raampje een aansteker, een euromunt, twee haarelastiekjes en een verpulverde strippenkaart langskomen.
Ze zei: ‘Ruim je spullen op als je klaar bent.’ Jammer voor mijn moeder, maar ik ben meer van de familie Waar ‘t Valt Daar Legt ‘t.
‘Was elke avond af, zet je bord op het aanrecht, hang je jas op de kapstok, veeg je voeten, kam je haren, recht je schouders en zeg u u u u …’ Uh, nou ja, you get the point.

Ik ben dolblij dat mijn moeder altijd een werkster had en mij zodoende niet heel veel zuig- en schrobtechniek heeft bijgebracht, want als ik nog meer adviezen van haar in de wind had moeten slaan, dan was de ranzigheid hier niet te overzien geweest.

De Niet Lief Collectie: Huishoudweek -
Zezunja Proudly Presents:
gembersiroop

De week van 22 tot 28 oktober 2007 riep het Niet Lief Collectief uit tot Huishoudweek. Ter gelegenheid van de Huishoudweek schreven alle collectiefleden élke dag een stukje over allerlei wel een wee in het huishouden. Dit stukje verscheen op 24 oktober 2007 op nietlief.com.

Onderwerp: je succesrecept
Geschreven door: Zezunja

Het codewoord is gembersiroop. Met gembersiroop maak je elk slasausje, dipsausje of knoflooksausje net iets lekkerder en je geeft een zoete twist aan bijvoorbeeld Mexicaans of Aziatisch eten.
Het belangrijkste aan gembersiroop is dat het zoet is, maar niet naar suiker smaakt. En ook niet heel sterk naar gember. Hoezee voor gembersiroop.

Hoewel je dus eindeloos veel kunt doen met gembersiroop zal ik één succesreceptje noemen, dat trouwens wegens rauwe eieren niet zo goed is voor zwangere vrouwen, geloof ik. En eigenlijk ook niet voor de rest van de mensheid, geloof ik. Maar dat mag de pret niet drukken.

Ingrediënten:
1 bosje basilicum
1/4 kopje azijn
1 kopje olie
1 halve eetlepel mosterd
1 à  2 eierdooiers
peper
zout
1/8 kopje gembersiroop

En dan:
Flikker de azijn, de mosterd, de eierdooiers, de gembersiroop en de peper en het zout in een wonder boy, een magimix, een blender of een kom voor de staafmixer en mix het tot er een egaal sausig geheel ontstaat.
Giet vervolgens in delen de olie erbij (beetje olie – mixen – beetje olie – mixen – etc).
Pleur aan het einde de basilicum erin en laat die door het sausje heen malen.
Et voilà : een hemeltergend lekker sladressinkje is geboren.

NB. Van de hoeveelheden ben ik niet helemaal helemaal niet zeker. Als het te dun is, kun je er nog een eierdooier in gooien, als het te dik is naar keuze nog wat azijn of olie.

Je kunt gembersiroop bij de meeste supermarkten In Nederland kopen, in België is het lastiger. Meestal hebben ze het spul ook bij Aziatische supermarkten. Pas op: het kan duur zijn. Zoek dan nog even verder. Vier euro voor 30 cl is normaal, zeven niet.

De Niet Lief Collectie: Huishoudweek
Hoe onze tweede Senseo
niet kan voorkomen dat ik
op mijn moeder ga lijken

De week van 22 tot 28 oktober 2007 riep het Niet Lief Collectief uit tot Huishoudweek. Ter gelegenheid van de Huishoudweek schreven alle collectiefleden élke dag een stukje over allerlei wel een wee in het huishouden. Dit stukje verscheen op 23 oktober 2007 op nietlief.com.

Onderwerp: Het meest nutteloze huishoudelijke apparaat.
Geschreven door: Zezunja

Uren hadden ik en mijn zusje met onze tong tussen onze tanden de keuken onveilig gemaakt. Ik was zeven, zij elf. Het was moederdag en we wilden mijn moeder een ontbijt op bed bezorgen. We schaafden kaas en vingertoppen, schrokken van de hitte die stoom afgeeft als je theezet, we probeerden in de oven zelfgemaakte croissants te fabriceren en we poogden de werking van het koffiezetapparaat te doorgronden. Met ware doodsverachting toverden we iets op een dienblad dat eruit zag alsof je het kon eten.

Groot was dan ook mijn verontwaardiging toen mijn moeder na een welgemeende knuffel en een oprecht dankjewel het dienblad al vlug terzijde schoof. “De rest eet ik beneden op, goed?”
“Nee”, zei ik. “Helemaal niet goed.”
Hoe kon ze zo onromantisch zijn? Een ontbijt-op-bed eet je OP BED. Logisch!
Maar ze had een reeks argumenten die ik niet kon weerleggen: dan komen er kruimels in bed, ik moet toch naar de wc, ik moet me aankleden – anders krijg ik het koud, ik ben bang dat er koffie over het bed valt, jullie zijn de zoetjes vergeten, ik zit graag rechtop als ik eet, ik wil gewoon graag aan tafel eten.

Op dat moment nam ik mij voor veel romantischer dan mijn moeder te worden. Ik zou als in een Grolschreclame knipperen naar de duiven in de ochtendzon, ontspannen knabbelend op een stukje croissant, met een zachtroze decolleté in mijn stoere nachtoverhemd, op één arm leunend en met een Prodentglimlach mijn koffie naar mijn mond brengend.

Tot ik in de vorm van seriële monogamie een carrière opbouwde in ontbijtjes op bed. En wat bleek: ik was totaal ongeschikt. Ik vond het super leuk, tot de jus d’orange tussen de lakens lag. Ik vond het super lief, tot ik merkte dat een dienblad op je schoot rechthouden een ware gymnastiekoefening is. Ik vond het super tof, tot ik vaststelde dat anderhalf uur bewegingloos zitten niet met elke kater mogelijk is. Dat was het moment dat ik op mijn moeder ging lijken.

Maar ik heb me er nog niet helemaal bij neergelegd. Toen ik hier kwam wonen, hadden we twee Senseoapparaten over. Eentje stalde ik op de slaapkamer. “Dan kunnen we ’s ochtends gelijk koffie zetten als we wakker worden”, zei ik tegen Yuri en ik keek hem verliefderig aan. Ik zette klontjes neer, kopjes, lepeltjes, melkkuipjes, alles erop en eraan. Het was een amechtige poging romantischer te zijn dan mijn moeder.

Schattig hoor, maar tot op heden vormt zich een dikke stoflaag op de suikerklontjes. Omdat we ’s ochtends altijd moeten plassen. Beneden. En de poezen knuffelen. Beneden. En de kachel aanzetten. Beneden. En de krant halen. Beneden. Daarom is onze tweede Senseo het minst gebruikte apparaat in huize Yuri en Zezunja.

De Niet Lief Collectie:
Huishoudweek – De Grote Drie

De week van 22 tot 28 oktober 2007 riep het Niet Lief Collectief uit tot Huishoudweek. Ter gelegenheid van de Huishoudweek schreven alle collectiefleden élke dag een stukje over allerlei wel een wee in het huishouden. Dit stukje verscheen op 22 oktober 2007 op nietlief.com.

Onderwerp: huishoudtaakverdeling
Geschreven door: Zezunja

Yuri“, zeg ik. “Ga eens zitten.”
Dus hij gaat zitten.
“We moeten eens praten”, zeg ik. “Over wat jij doet in het huishouden, en wat ik doe.”
Yuri slikt.

Er zijn drie onderwerpen die in een relatie steevast leiden tot ongemakkelijke situaties. Voor het gemak noem ik ze De Grote Drie. Geld, seks en het huishouden. Voor alledrie geldt: het kan helemaal vanzelf gaan, maar zodra je erover gaat praten, komt het aan op een robbertje eieren lopen.

“Hoe verdelen wij de taken?”, vraag ik.
Yuri laat z’n hoofd hangen.
“Ik ben nog niet goed wakker, zulle. Kom seffens nog maar es terug.”
“Maar het is zo’n leuk onderwerp!”, kir ik. “En ik moet het weten voor de Huishoudweek.”
Yuri leest de krant.

Bij ons thuis gaat het vanzelf, totdat we erover gaan praten. Dat geldt voor geld, dat geldt voor seks en dat geldt voor het huishouden. Wij praten namelijk vaak en veel, en vooral aan het ontbijt. Zonder blikken of blozen handelen we Afghaanse kindertjes af, lossen we Al Gore op en definiëren we het bestaansrecht van het bestaansrecht. En onbesuisd als we zijn, nemen we dan in het voorbijgaan De Grote Drie even mee. Met de slaap nog in onze ogen, ochtendhumeur op de loer. Living on the edge.

“Wij verdelen niet echt hè?”, zeg ik na een kwartiertje geduldig wachten tot Yuri de slaap uit zijn ogen heeft gewreven.
“Nee”, zegt Yuri. “Wij verdelen niet.”
“Wij doen evenveel hè?”
“Ja”, zegt Yuri. “Wij doen evenveel.”
“Jij bent misschien wat grondiger dan ik, maar ik doe vaker ‘iets kleins’.”
“Maar neuh”, zegt Yuri.
“Welles”, zeg ik.
We buigen ons hoofd.

Voor de Grote Drie geldt: je kunt niet anders dan er zo nu en dan heel even over praten – je moet wel: niks gaat áltijd vanzelf – maar daarmee doorbreek je gegarandeerd de magie van de relatie. Het weten dat de ander jou verzorgt als het nodig is. Het erop vertrouwen dat hij jou zal verwennen als de nood hoog is. Het voelen dat zwijgen genoeg is om te krijgen wat je wilt. De magie van hocuspocussamenwerken.

“Okee, misschien hebt ge wel gelijk”, zegt Yuri.
“Ja hè?”, zeg ik.
“Ja”, zegt Yuri. “Maar ik was wel vaker af dan gij.”
“Maar ik doe vaker de was.”
“Ik zet altijd het vuilnis buiten.”
“Ik ruim vaker de huiskamer op.”
“En ik stofzuig vaker het plafond.”
“Maar je hoeft je niet aangevallen te voelen hoor.”
“Nee, gij ook niet.”
“Okee.”
“Okee.”

Ik hou van De Grote Drie. Als alles vanzelf gaat op het gebied van huishouden, geld en seks dan ben ik intens gelukig. Als hij invalt als ik uitgeput ben, en als ik voor hem waarneem als het eropaan komt, dan klopt het. Dan is het zoals ik het wil.

Heel soms is er een punt van aandacht. Dat beschouw ik dan als raften, als belletjetrek, als adrenalinewaardig vertier, als een zondags tijdverdrijf. Ei voor ei loop ik naar hem. Ei voor ei loopt hij naar mij. Een handreiking als in de Sixtijnse Kapel: doodeng, maar kicken als het lukt.

“Vroeger maakte ik mij de wildste voorstelingen van samenwonen. Dat ge alles moet afspreken, regelen, verdelen en organiseren. Maar bij u en bij ons gaat dat vanzelf”, zegt Yuri.
En dat is het moment dat ik voel dat we het ook nog wel even over geld en seks kunnen hebben.

De Niet Lief Collectie: 180°

Dit stukje verscheen op 11 oktober 2007 op nietlief.com. Octavie zwengelde het aan met de volgende inleiding:
“Lieve niet-liefjes. Hebben jullie een zus of broer? Hebben jullie een speciale band met hem of haar of eigenlijk helemaal niet? Lijken jullie op elkaar? En als jullie enigskind zijn, vinden jullie dat jammer of heb je nooit iets gemist? Lieve lezers. Heeft u een bijzonder verhaal over uw broer of zuster of juist over het feit dat u enigskind bent? Ik lees het graag.”

Onderwerp: Zussen en broers
Geschreven door: Zezunja

Zwart-Wit

Eerst was ik haar zusje. Vier jaar ouder was ze, en in staat om mij, toen ik drie was, in haar poppenwagen te proppen om me vervolgens met geknelde heupjes voort te duwen. Samen spelen deden we niet veel. Soms patienceten we samen. Zij haar spel, ik het mijne. Closer dan dat werd het niet.

Zij was outgoing en bijdehand. Ik was ietwat verlegen en altijd bang. In de trein liep zij kilometers aandacht te vangen van medepassagiers. Ik bleef liever onder moeder’s paraplu. Hangend aan rok en been. Stinkend jaloers op mijn wereldse grote zus.

Ik keek tegen haar op. Aandacht wilde ik, stilte kreeg ik. Ze kon mij goed doodzwijgen, ze kon mij goed na-apen, vooral als ik huilde, ze kon mij goed in elkaar slaan. Ze kon mij goed negeren.

We puberden vlak na elkaar en deels tegelijk. We waren explosief, sterk en gemeen. Daarin deden we niet voor elkaar onder. We haalden alles uit de kast om te winnen. Wat we wilden winnen, is me nog immer niet duidelijk, maar verliezen was geen optie. We gebruikten naaldhakken en riemen om elkaar te vloeren, we sloten elkaar op en stalen elkaars spulletjes. We gebruikten onze ouders om elkaar te straffen. We gebruikten onze vuisten om elkaar te haten.

In een slechte relatie moet je scheiden, dus dat deed ik. Op mijn vijftiende liep ik weg, om op mijn achttiende pas weer terug te komen. Zij was toen weg.

Wit-Zwart

Toen werd zij mijn zusje. We trokken naar elkaar toe en konden elkaar veel beter verdragen. Maar de rollen waren omgedraaid. Waar ik haar altijd benijdde, omdat ze simpelweg ouder was en daardoor iets meer van de wereld begreep dan ik, leek het erop dat ik nu degene was die de wereld beter was gaan begrijpen.

Ik was outgoing en bijdehand, zij verlegen en misschien wel bang. Ik stoomde door in het leven, wilde er alles uithalen wat erin zat. Zij bleef zitten waar ze zat, verroerde zich niet, hield haar adem in. Gelukkig stikte ze niet.

Men schatte haar vanaf dat moment steevast jonger, soms precies vier jaar. ‘Is dat jouw zusje?’ ‘Is ze ouder???’. Dat kwam ook door haar gestalte. Mijn zus is hyperslank. Ik ben ook slank, maar steviger. En een centimeter of zes groter.

We deden veel meer samen, maar dat bestond vooral uit samenzijn. Alsof we nog steeds samen patienceten, maar nu zonder kaarten. We delen weinig interesses. Ik praat, lees en schrijf. Alles met de grove slag. Zij zwijgt, tekent en priegelt. Alles met een voorzichtigheid een edelsmid eigen. Want dat werd ze. Edelsmid.

We houden van elkaar. Ontegenzeggelijk. Maar we lijken niet op elkaar. Verre van.
We zijn close, ondanks de afstand. Soms prop ik haar in mijn denkbeeldige kinderwagen, haar heupjes gekneld. Dan verzorg ik haar, steun ik haar en wil ik dat ze de wereld begrijpt. 180 graden is een halve cirkel. Samen vormen wij een hele.

De Niet Lief Collectie:
Niet Mike, niet Choco, maar Sjeik El Moko

Dit stukje verscheen op 6 oktober 2007 op nietlief.com. Kaat zwengelde het aan met de volgende inleiding:
“Alle zes hebben wij wat met dieren. Op onze persoonlijke logs spelen onze kippen, schapen, katten en honden zelfs regelmatig de hoofdrol in onze verhalen. Donderdag is het dierendag. Daarom een opdracht voor jullie lieve niet-liefjes die geheel in het teken van dieren staat, namelijk schrijf een ode aan je betreffende huidige huisdier(en) of een huisdier dat je ooit gehad hebt.”

Onderwerp: Ode aan je huisdier
Geschreven door: Zezunja

Eerst wilde ik een ode aan grijze cyperse poezen schrijven. Grijze poezen hebben een belangrijke stempel op mijn leven gedrukt. Edoch, de grijze poezen staan niet allemaal digitaal op mijn computer. Sluufje, mijn eerste hartspoes, die altijd mijn handen likte, staat alleen op rood geworden seventiesfoto’s met omgevouwen hoekjes. En Zoë, de poes die ik op mijn zestiende hield in een huis van zestien vierkante meter en die daarom eeuwig een kitten bleef, staat alleen op foto’s die diep in een doos op de rand van vergetelheid hangen. Slechts Mike en Sjeik komen in aanmerking, die heb ik digitaal binnen handbereik. En ja, dan wordt het toch Sjeik.

Want ik ben een liefhebber van aanhankelijke, liefst bijna slaafse huisdieren. Kom bij mij niet aan met ‘poezen zijn zo leuk, want ze gaan zo hun eigen gang’: die poezen komen er bij niet in. En als ze er al zijn, dan onder protest. Zie verder mijn band met Choco en mijn band ooit met Lulu, beide knettergek en nauwelijks aanhankelijk wegens jeugdtrauma’s. Natuurlijk verzorgde ik ze goed en mochten ze elke avond bij mij op therapeutisch halfuurtje komen, maar echt dikke mik werd het nooit.

Ik hou vooral van poezen die hinderlijk op je krant, je toetsenbord of je afstandsbediening komen zitten. Hoe meer aandacht ze nodig hebben hoe beter. Ter vergelijking: ik word ook altijd verliefd op kerels die verliefd op mij zijn, omdát ze verliefd op mij zijn. Doe alsof ik belangrijk ben en je hebt me in the pocket.

Welnu, Sjeik kan dat als de beste en ik vrees dat ik hem zo heb gemodelleerd. Sjeik bleek namelijk iets te jong bij zijn moeder weggehaald en ik heb dat uitgebuit. Omdat ik thuis werk, had ik de kans om 24 uur per dag poezewoezewoes en piezewiezewies tegen hem te zeggen. Ik leerde hem om míj te aaien, als hij geaaid wilde worden. Ik leerde hem om als een mens te zitten, zodat hij tussen mijn knieën en het tafelblad past als ik tik. Ik leerde hem op de wc op mijn schoot te liggen. Ik leerde hem om aan tafel te zitten, zonder mee te eten.

Dag in dag uit gaf ik hem het gevoel dat het hele leven om mij draaide en dat er echt niets anders in de wereld was dan die grote poes die juffrouw Mier nadoet en eten geeft. En dat heeft hij begrepen. Sjeik vindt mij te gek. En dus vind ik hém te gek, zo eenvoudig ben ik wel. En dus is Sjeik de liefste grijze poes die er is.

Sommige mensen vinden dat ik een hond moet nemen, omdat ik dan pas weet wat slaafs is. Maar een hond nemen, dat is net zoiets als zoeken naar foto’s van andere grijze poezen: daar ben ik veel te lui voor. Poezen zijn leuk omdat ze zo hun eigen gang gaan.

De Niet Lief Collectie:
Beroemdheid, gemeten met een stopwatch

Dit stukje verscheen op 20 september 2007 op nietlief.com. Ik zwengelde het zelf aan.

Wij webloggers zijn wereldberoemd. En als meneer Warhol in ‘68 had geweten van het fenomeen webloggen, dan had-ie ons, everyone, vast iets meer dan 15 minuten gegund. Dus voor mijn opdrachtje stel ik voor dat we onze dagelijkse beroemdheid niet meetellen. Geen weblogs, geen journalistiek, geen communicatie- en pr-dingen. Tenzij de anekdotes zo ongebruikelijk zijn dat ze niet meer onder de noemer ‘dagelijks’ vallen.
Lieve niet-lieverds, als jullie de 15 minutes of fame uit jullie leven zouden samenvatten, waar komen jullie dan op uit? Als het erg veel is, mag je uiteraard een selectie maken. Dat doe ik ook.

Onderwerp: 15 minutes of fame
Geschreven door: Zezunja

Als ik wat memorabele minuten bijeen sprokkel, ziet mijn routetijdentabel er zo uit. Zet de stopwatch maar aan; we tellen minuten, seconden en honderdsten van seconden.

00.00.00-00.00.78
Als lid van de Dolly Dotsfanclub mocht ik toen ik een jaar of elf was met een vriendinnetje en haar moeder naar de fanclubdag in de Brabanthallen in Den Bosch. Het eerste deel van het concert werd geplaybackt, zodat het kon worden uitgezonden op tv(!). Daags erna zat ik vol spanning voor de televisie: dit zou mijn doorbraak worden, ik had een grotemensenconcert bezocht en iedereen zou dat kunnen zien. Toen de camera zwenkte naar de plek waar ik ongeveer stond, verscheen er een zwart Madonnahandschoentje met halve vingers in beeld en ik wist het zeker: dat was ik. Het idee dat in 1985 vrijwel niemand niet zo’n handschoentje droeg, kwam niet bij me op. Ik was op tv geweest en daarmee uit.

00.00.78-04.00.00
Mijn boezemvriend en gitarist Dwarzand en ik schreven in 1993 onbegrijpelijke gedichten voor Nederlandstalige bloemlezingen die samengesteld werden door een Nepalees die geen Nederlands sprak. Omdat we de gedichten in samenspraak maakten, kozen we een pseudoniem dat een anagram was van ons beider voornamen: Tjeerd Manara. Al onze gedichten bestonden uit niet-bestaande woorden die weer anagrammen waren van ons beider voor- én achternamen. Het mooiste gedicht was Arm Faublich met zinnen als Laterhand Laterhuid Builenmacht in Jadertalen, Rafeltand Rafelruit Buitenlach in Haremdralen. De Nepalees bundelde ze niet alleen, maar verspreidde ook posters op straat met de gedichten in grote letters afgedrukt. En zo kwam het dat Tjeerd Manara een week lang op verschillende plekken in het centrum hing. Arm Faublich op het Spui.

04.00.00-09.00.00
Met een groep jeugdonderzoekers heb ik rond mijn achttiende een paar jaar jeugdonderzoek gedaan. Toen een van de grotere onderzoeken werd afgerond, werd ik prompt aangewezen als woordvoerder van de groep. Dat stond wel mooi waarschijnlijk, een goedgebekte tiener: kijk eens hoezeer wij de jeugd bij ons onderzoek betrekken. Gevolg was dat ik met uitgelopen make-up en lijkbleek op AT5 verscheen – wist ik veel dat televisie niet flatteert. Vervolgens werd ik door wijlen Willem Ekkel op zijn eigen hufterige wijze verleid om in het Radio 2-programma Dubbellisjes mijn telefoonnummer te noemen. Waarna er nog een sessie van een uur volgde bij Radio Noord-Holland waarin de presentator vroeg of ik er altijd uitzag alsof ik net uit mijn bed kwam. Je schamen voor je uiterlijk, terwijl je op de radio bent, doe het me maar eens na.

09.00.00-10.00.00
Mijn oog. Als ik zou zeggen dat-ie levensgroot in de krant stond, zou ik liegen. Hij stond groter dan levensgroot in de krant. Als ik zo’n oog zou hebben, zou mijn hele gezicht uit oog bestaan. Het kwam zo: als stagiaire doolde ik wat rond op de featureredactie van het Brabants Nieuwsblad (BN). Iemand greep mij bij mijn arm. ‘Heb je wat te doen?’ En voor ik kon antwoorden, stond er een fotograaf met een ultra-telelens op tien centmeter afstand. Een kwartier en twee traanogen later, ging men over tot de orde van de dag. De volgende dag was mijn oog beroemd. Het stuk dat ernaast stond, ging over contactlenzen.

10.00.00-12.30.00
We stuurden de cd van Scrabeus naar talloze media, want wij zouden beroemd worden en toernees aangeboden krijgen, besloten we. Iemand vroeg ons of we in het nieuwe programma van Martin Simek op Nederland 3 wilden optreden. Denkend aan zijn interviewprogramma’s, zeiden we ja. Het nieuwe programma bleek echter te bestaan uit het wekelijks opentrekken van een blik malloten. Tot overmaat van ramp zei Simek tegen mij. ‘Jeauw muzikanten zijn niet nodiek, doe jeej het maar a capella.’ Dat ging mis, en dat werd uitgezonden. Er keken een half miljoen mensen. Een paar dagen later werd de cd letter voor letter en noot voor noot besproken in het eerste half uur van Volgspot op Radio 2. Ik lag in bad te luisteren. We werden met de grond gelijk gemaakt. Dat de muzikaal regisseur van het Radio Filharmonisch Orkest in dat programma zei: ‘Maar dat meisje, dat heeft wel wat’, kon niet voorkomen dat ik na afloop heb geprobeerd mijzelf in bad te verdrinken.

12.30.00-15.00.00
‘Jullie hebben wel een heel uitzonderlijke vriendschap’, zei de televisiemaakster tijdens een etentje. En dat kwam mooi uit, want ze was net een programma aan het maken over bijzondere relaties. ‘Maar dat mogen ook vriendschappen zijn hoor’. En zo werd het feit dat mijn toenmalige boezemvriend en ik elke nacht bij elkaar sliepen, maar verder een puur platonische relatie hadden, het onderwerp van een televisiereportage. Een reportage in een serie die, naar veel later pas bleek, Liefdesbewegingen heette. Een serie waarin, zoals de naam al doet vermoeden, helemaal geen plaats was voor vriendschappen.

Maar dat was geen probleem voor de editors. Je gooit een zinnetje in beeld: Zezunja en zusenzo hebben een relatie maar doen het ook nog met anderen. Ze zijn niet jaloers op elkaar., je husselt de antwoorden uit het interview zodanig door elkaar dat het zinnetje klopt, en klaar is kees. En omdat RTL5 alles nog vier jaar lang herhaalt, werden ik en mijn omgeving (lees: de mensen met wie ik wél een relatie had) nog jarenlang herinnerd aan deze wijze les: tv is één grote leugen.