Archief in kronkels: pin-up

We lazen voor



Klik voor meer dan een fragment.
We stonden samen op een affiche. Dat zie ik graag.



Klik voor meer dan een fragment.
Wannes las.



Klik voor meer dan een fragment.
Ik las ook.



Klik voor meer dan een fragment.
Er was een tekenaar die elke artiest tijdens zijn act portretteerde. Na de act kon het publiek per opbod de tekening kopen.



Klik voor meer dan een fragment.
Dit was Wannes. Ik betaalde 15 euro voor de zijne, omdat @sanfyezerskiy de prijs opdreef.



Klik voor meer dan een fragment.
Dit was ik. Wannes bood 20 euro voor de mijne, omdat iedereen de prijs opdreef.

10 jaar dreadlocks
Of: hoe ik mijn haar werd

Ik was een vrouw met moeilijk haar. Of, nou ja, als ik de foto’s bekijk: een meisje met moeilijk haar. 27 lentes in de benen, nog voldoende babyvet in de wangen, maar dus wel moeilijk haar.


Klik voor meer dan een fragment.

Ze was lay-outer, ze was mooi en ze had geen moeilijk haar. Als eindredacteur keek ik vaak over haar schouder. Zo ook die dag. Dikke dreads bungelden in het raster. ‘Hier moet wat uit’, zei ze, terwijl ze met haar cursor in een kolom kraste. Ik tuurde. ‘Hoe kom je eraan? Die dreads? Is het gemakkelijk? Is het duur?’ Een uur later schrapte ik iets uit de kolom. Een week later kreeg ik van mijn toenmalige echtgenoot dreadlocks kado. Op 5 december 2001.



Klik voor meer dan een fragment.
In het begin waren het rommelige sliertjes. Dure rommelige sliertjes. Zes uur lang had een hippe kapper zich het schompes gewerkt om mijn haar om zeep te helpen en mijn echtgenoot honderden gulden afhandig te maken. Maar het werkte meteen. Ook dure rommelige sliertjes kunnen je zelfbeeld ten goede beïnvloeden.



Klik voor meer dan een fragment.
Mijn leven veranderde in razend tempo en mijn zelfbeeld ook. Om mijn huwelijk niet te laten mislukken, breide ik er een einde aan. Ik kocht een eigen appartement in Amsterdam, bracht door allerlei omstandigheden mijn werkzaamheden tot een minimum terug, maakte muziek en smeet mijzelf in een emotionele roetsjbaan van heb ik jou daar. Intussen waren mijn dreads geloofwaardig genoeg om voortdurend nagesist te worden ‘Hee! Rasta! Lady!’ Mijn zelfbeeld spiegelde niet langer een meisje met babyvet en moeilijk haar, maar een gescheiden vrouw van de wereld.



Klik voor meer dan een fragment.
Alles is perceptie. Voor mij was moeilijk haar: peper en zout-kleurig, steil, loslatend haar, dat elk kwartier aandacht behoeft. De lay-outer had me verteld dat dreadlocks ‘heel gemakkelijk’ waren en de luilak in mij vond een leven lang een bad hair day onwerkbaar en zag wel graten in ‘heel gemakkelijk’. En wat bleek: de lay-outer had niks te veel gezegd. Je harkt ’s ochtends twee keer met je vingers door je dreads en ze hangen weer even recht als voor je ging slapen.
MAAR. (rust) Er is méér. (rust)
In die tien jaar heb ik 3500 keer een touwtje of mini-elastiekje om een dread gebonden. Ik heb 500 uur besteed aan wassen of verven en ik heb zeker 480 dagen met nat haar gelopen, omdat dreadlocks er twee dagen over doen om helemaal droog te worden. Alles is perceptie. Moeilijk haar is dat ook, verzucht de luilak.



Klik voor meer dan een fragment.
Mijn leven nam, evenals mijn haar, grillige vormen aan. Een gescheiden vrouw van de wereld mag dan een plezieriger zelfbeeld zijn dan een meisje met babyvet en moeilijk haar, het is wel dodelijk vermoeiend. Op de plek van het babyvet ontstonden groeven, mijn zelfbeeld was getekend.
Het internet bracht uitkomst: In 2003 begon ik een weblog en in 2004 presenteerde ik mezelf als de dame met nasispotentie, maar zonder de vermoeide blik die een vrouw van de wereld mee torst. Ik werd mijn silhouet.



Klik voor meer dan een fragment.
Hoe beter ik leerde knutselen, hoe beter ik een karikatuur van mezelf wist te maken. Mijn weblogheader werd zo een weerslag van hoe ik de scherven van mijn leven aan elkaar plakte. Mijn gezicht zat vol groeven, voor elk obstakel een lijn, maar ik poetste de scheuren in mijn liefdesleven, de haperingen van mijn gezondheid en de aarzelende antwoorden op wezensvragen weg met mooie stukjes en de laatste versie van Photoshop.



Klik voor meer dan een fragment.
Het werkte: naarmate ik meer poetste, was mijn ster rijzende. En omdat de weblogreacties in die tijd vooral bestonden uit zalvende complimentjes, kon het gebeuren dat mijn zelfbeeld verwerd tot ‘Zezunja, de Egyptische prinses die zo mooi kan schrijven’. ’s Ochtends harkte ik twee keer door mijn haren en dan vergat ik dat ik een gescheiden vrouw met schuldgevoel, gebrekkig stressmanagement en overweldigende emigreerplannen was. Ik negeerde de lijnen en staarde naar het silhouet van mezelf.



Klik voor meer dan een fragment.
De naam Zezunja bedacht ik ver voor mijn dreads, in 1998, toen ik in een ouderwets internetspel een virtuele koningin met moeilijk haar was. Toen ik het naambordje afstofte en op de deur van mijn weblog spijkerde, bleek het te kloppen. Het silhouet, Zezunja: niks meer aan doen.
Zezunja kreeg enige bekendheid in het sijberse en ik, de vrouw van de wereld, werd overklast door mijn alter-ego. Toen ik langzaam mijn echte naam begon prijs te geven, lachte het volk me uit. ‘Haha, Maartje, dat past helemaal niet bij je.’



Klik voor meer dan een fragment.
In het najaar van 2005 besloot ik naar België te verhuizen en in 2006 zat ik daar in een huis vol dozen. Dat ik een fijn zelfbeeld overhield aan mijn virtuele bestaan als Zezunja de Egyptische prinses die zo mooi kan schrijven bracht me nog geen vaste job, en je had ook niks aan die hele Zezunja als het ging om dozen uitpakken. Van een vrouw van de wereld die wordt overklast door haar alter-ego, werd ik een onthechte inwijkeling die in alle opzichten niet echt ‘mengde’.
Omdat ik op dat moment niets liever wilde dan opgaan in mijn omgeving, haalde ik mijn dreads eraf en drong ik mijn virtuele publiek de naam Maartje op. Brave Maartje, zonder babyvet en silhouet.



Klik voor meer dan een fragment.
Acht maanden probeerde ik het als brave Maartje zonder babyvet en silhouet. Ik vond geen job, de dozen raakten niet sneller uitgepakt en ook als dreadloze schoot ik niet bijster snel wortel. Ik had niet alleen mijn moederland verlaten, ik had ook mijn zelfbeeld onbestaande gemaakt.

Onder het motto: liever een Egyptische prinses waar je niks aan hebt dan een brave bast waar je niks aan hebt, draaide ik eigenhandig zeventig dreadlocks én de tijd terug. Ik werd eerst Frank Rijkaard en toen Ruud Gullit.


Klik voor meer dan een fragment.



Klik voor meer dan een fragment.
Een Egyptische prinses werd ik niet meer, daarvoor was mijn ware aard te veel ontsluierd, maar mijn dreads groeiden, en mijn verschrompelde zelfbeeld ook. Ik richtte Het Eiland Neus op, pakte de laatste dozen uit en wachtte geduldig tot de Belgen me een kans gaven. Het wachten werd beloond. Het Eiland Neus kreeg kansen, ik kreeg kansen, ook als ontwortelde vrouw met zelfgemaakte dreadlocks en een gekunsteld zelfbeeld.



Klik voor meer dan een fragment.
Alles is perceptie, zelfs een gekunsteld zelfbeeld. Dus besloot ik met open ogen in de val te lopen: ik zou wederom mijn silhouet in de strijd gooien, met de laatste versie van Photoshop. Ik zou uit een foto van Maartje die een boekcontract tekent de lijnen zichtbaar weg shoppen, zodat iedereen kon zien dat ik iets te verbergen had, namelijk: dat ik het allemaal ook niet meer wist. Dat werd de header die je nu bovenaan dit weblog ziet.



Klik voor meer dan een fragment.
De luilak in mij vindt dreadlocks ontiegelijk veel werk, de integere zelfbewuste in mij vindt dreadlocks een lepe truc om te maskeren dat je geen zelfvertrouwen hebt, de interim-manager in mij vermoedt dat ik zonder dreadlocks meer goedbetaalde opdrachten van jasjedasjebedrijven zou kunnen krijgen en de liefhebber van hoofdmassages mist een harde douche op haar hoofdhuid. Toch hou ik mijn dreads.



Klik voor meer dan een fragment.
Het duizelt me wel eens. Heb ik die dreadlocks omdat ze gemakkelijk zijn? Of om te maskeren dat ik het ook allemaal niet weet? En: doet het ertoe?
De personal brand manager in mij schudt het hoofd. Het doet er niet toe. Het werkt: mijn dreads, mijn silhouet en de naam Zezunja zijn een huisstijl.
De spiegelkijker in mij harkt demonstratief twee keer met haar vingers door de kluwen en voilá, een good hair day.
De schrijver in mij schrijft een boek over jezelf zijn en dat dat niet bestaat.
En in mijn zelfbeeld hangen slingers aan het plafond.

Ik durf dus gewoon al
een foto te plaatsen

Cheese

Cheese

Twee zelfs.
(Zie ook: Het afscheid van mijn tanden)

Wat de eenzaamheid verdreef

Dit is het vervolg op Hoe de eenzaamheid begon.
Toen Wannes mij in 2005 op basis van een paar mails uitnodigde om naar Leuven te komen, schreef hij: ‘Kom asjeblief, dan doen we enkel leuke dingen.’ Zelfs de eenzaamheid zette geen streep door dat motto.



Klik voor meer dan een fragment.
Ik ben een kijker, een loerder, een tuurder. Geef mij een mooi uitzicht op een ander en ik vermaak me wel. Maar omdat we levende zielen probeerden te mijden, kwam die hobby wat in het gedrang deze vakantie. Daarom richtte ik mij op de campingdecoratie. Zij zijn groot en ik is klein. Pardon? Wat is groot? En wat is er met de witte poes gebeurd?



Klik voor meer dan een fragment.
Ook de raamdecoratie van stokbroden in klederdracht was om over naar huis te schrijven. De mevrouw naast me wilde ook graag op de foto. (Irún, Spaans-Baskenland)



Klik voor meer dan een fragment.
Ik kijk graag, maar ik maak ook graag vriendjes. Gelukkig kon ik zo nu en dan mijn stemgeluid testen op een van de Hitlerkatten die ons pad kruisten. Deze ontmoette ik in Hondarribia, Spaans-Baskenland. De scheiding mag nog iets meer naar links, maar voor het overige…



Klik voor meer dan een fragment.
Hitlerkat 2, Saint Cirq, Frankrijk. Hoeveel Hitlerkatten is normaal, per vakantie?



Klik voor meer dan een fragment.
Er was maar één kat stoerder dan alle Hitlerkatten bij elkaar. Dat was de dorpspoes van Le Bugue. Die leefde op een klein rondpunt waar gigantische vrachtwagens de hele dag onvoorstelbaar kleine draaicirkels maakten. Ze mocht nergens naar binnen, maar ze had overal een eigen plekje. Bij het café een stoel (zie foto), bij de supermarkt een doos en bij de oude mannetjes een plaatsje op het bankje. Alle honden van het dorp waren bang voor haar.



Klik voor meer dan een fragment.
Qua aanspraak heb je er niet veel aan, maar mooi was het wel, de zwerm roofvogels boven de weg naar Pamplona.



Klik voor meer dan een fragment.
De kans dat je vriendjes maakt wordt groter als je het raam van je hotelkamer open laat. (Pamplona, Spaans-Baskenland)



Klik voor meer dan een fragment.
En de kans dat je vriendjes maakt wordt ook groter als je kookt. (Bidart, Frans-Baskenland)



Klik voor meer dan een fragment.
Dus kookte ik. (Hondarribia, Spaans-Baskenland)



Klik voor meer dan een fragment.
Ik hield niet meer op met koken (Saint Cirq, Frankrijk).



Klik voor meer dan een fragment.
Maar het werkte. Wannes en ik werden dikke maatjes.



Klik voor meer dan een fragment.
Onmiskenbaar dikke mik.



Klik voor meer dan een fragment.
En zo werd het toch nog gezellig.

Hoe de eenzaamheid begon

De eenzaamheid begon met zijn tweeën. In juni verlieten we Het Eiland Neus en reden we met een rotgang naar het zuiden. We streken onder het laatste donkerblauwe wolkje op de weerkaart in de Sud-Ouest neer. We hadden potentiële mede-toeristen achtergelaten in hun werkende bestaan en waanden ons tweeënhalve week in een wereld zonder mensen.



Klik voor meer dan een fragment.
Omdat het de eerste dagen waren en we nog mensen en lelijke landschappen gewend waren, vonden we dit zicht op zee al fantastisch en die caravan-met-gepensioneerde-Brit vonden we nog pretty quiet. We aten eendjes, zagen Bayonne, Biarritz en een paar surf-dudes en we probeerden de vakantieloze jaren die achter ons lagen los te laten in het zand van de Frans-Baskische kust.



Klik voor meer dan een fragment.
Om uit te suizen is de Atlantische kust altijd prijs: de wind waait met gemak acht vakantieloze jaren uit je hoofd. Wannes zag zijn eerste ansichtkaartzonsondergang en ik probeerde met zijn blik te kijken. Samen zagen we hoe de zon een hapje uit de horizon nam.



Klik voor meer dan een fragment.
Die boom lijkt wel gephotoshopt, zei Wannes. Ook als de zon je werk wegsmelt en de wind alle kernel panics heeft meegenomen, is je hoofd niet helemaal vrij. Blijkt.



Klik voor meer dan een fragment.
Eenzame wc’s all over the place. Eigenlijk een voorwaarde voor een fijne vakantie. Hoe kan een mens ooit loskomen van het hectische bestaan, als-ie steeds moet kijken of er geen pis op de bril ligt?



Klik voor meer dan een fragment.
Toen het donkerblauwe wolkje op de weerkaart van de Sud-Ouest steeds dichterbij kwam, zetten we ons barrel schuin tegen de Pyreneeën. We gingen naar de leukste stad van Europa, Pamplona, waar de eenzaamheid ver te zoeken was, maar daarover meer in het volgende stukje. Na twee dagen hotelraamzicht op Pyreneeën-onweer trokken we naar Hondarribia waar we heel hard moesten lachen om het uitzicht van een paar dagen daarvoor. Dit was pas zicht op zee.



Klik voor meer dan een fragment.
Aan dit mooi Spaans-Baskische baaitje aten we elke dag asperges, we kochten een paraviento, want Atlantische golven zijn niet zomaar zo hoog en we reden voor de gein af en toe even op en neer naar Frankrijk (3 km). Het tentje dat je rechtsonder ziet, is het onze. Niemand durfde tussen onze tent en onze parasol in te gaan staan. Eenzaamheid moet je soms afdwingen.



Klik voor meer dan een fragment.
Zag je Wannes op de vorige foto? Hij fotografeerde mij.



Klik voor meer dan een fragment.
Ik had dertien boeken in de auto liggen. Ik las er anderhalf. Hier ben ik bezig in De Kleine Keizer van Martin Bril. Een rommelboekje, maar uiterst vermakelijk.



Klik voor meer dan een fragment.
Het uitzicht was idyllisch, de soundtrack minder. We hadden welgeteld één buurtent (zie ook een van de vorige foto’s) bewoond door een Spaanse familie met aan het hoofd een vader met losse handjes. We staarden vanuit onze tent naar de kleuren van de eenzaamheid en we hoorden het ruisen van de zee. Pets!



Klik voor meer dan een fragment.
In een leeg hoofd zijn slaande vaders niet welkom. We vertrokken. Ook omdat de donkerblauwe wolkjes op de weerkaart van El Diario Vasco ons omsingelden. We gooiden het barrel het dal in en karden door tot de Dordogne waar tot onze grote schrik mensen waren. Niet zomaar mensen: Nederlanders! Heel. Veel. Nederlanders. We reden door tot we op een berg alleen nog de echo van de Telegraaflezers hoorden. Daar lag de Vézère.



Klik voor meer dan een fragment.
Een Franse dokter stopte me vol met pijnstillers waar je vrolijk van werd. Ik was zo slap als een vaatdoek, dus hier fake ik met verve een inspanning. Feitelijk werd ik door Wannes van niemand naar nergens gepeddeld. We kwamen die dag één andere boot, een visser en een landbouwaggregaat tegen.



Klik voor meer dan een fragment.
Ik bezocht het huisje waar ik tussen mijn achtste en mijn dertiende vaak kwam en zag dat de eenzaamheid daar ook had toegeslagen.



Klik voor meer dan een fragment.
We hadden een bos voor ons alleen. Soms hoorden we iets. De meeste foto’s van die week zijn momenten dat we de camera gebruikten als verrekijker. ‘Hee, hoorde jij ook iets? Zoom eens in? ‘



Klik voor meer dan een fragment.
Op 1 juli kwam ik tot de schokkende ontdekking dat er iemand op mijn wc was geweest. Omdat ik de enige op de camping was, had ik mijn eigen plee, vond ik, en iemand had het maandverbandbakje opengezet. In de verte hoorde ik een stem. Dat deed de deur dicht. Op 3 juli reden we in één dag terug naar Leuven.

(wordt vervolgd)

Geen gezicht

Er gaat een scène sneuvelen. Een over geschilderd worden.
Ooit werd ik geschilderd. Twee jaar lang. Aan het einde van die twee jaar stond er een prachtig schilderij. Schitterende kleuren, een mooi lijf en geen gezicht. Was niet gelukt, zei ze. Een paar jaar later werd ik nog eens geschilderd. Na drie dagen lag ik daar in olieverf op doek. Wederom met een onaf gezicht.

De mooiste tekeningen van mij zijn zonder gezicht. Vorig jaar gaf ik les in Frankrijk. Aan het einde van de week kreeg ik van de cursisten een klein boekje met mooie stukjes, allemaal aan mij gericht. Er was één niet-schrijver bij. Zij tekende. ‘Zo zal ik me jou herinneren’, schreef ze naast het tekeningetje. Geen noemenswaardig gezicht, wel ontroerend.


Klik voor een iets grotere versie.

In 2002 zat ik in een café in Burgos. Er kwam een man naar me toe. ‘Ik heb je getekend.’ Hij schoof een briefje toe. Nauwelijks een gezicht, wel treffend. (Ik zag er in die tijd zo uit.)


Klik voor een iets grotere versie.

Twee keer gaf men mij wel een gezicht. Jasper toen hij mij met een Triffid afbeeldde.


Klik voor een iets grotere versie.

En Dagmar toen ze een bundeltje smileys van mij tekende.


Klik voor een paar andere Zezoentjes.

Sindsdien maak ik me geen illusies meer. Alles wat ik ooit zal zien, is mezelf zonder gezicht of als cartoon. Ik kan daarmee leven.

PS De dag dat ik de scène schrapte, schreef Vrouw Polle dit stukje.

Spiderlings uit de spermatheek

In de tuin trof ik een web.
Hee, van die zaadjes zoals in een pot augurken, dacht ik.


Klik voor een groter exemplaar.

Tot ze bewogen. Toen leken het geen zaadjes meer.


Klik voor een groter exemplaar.

Het internet bracht verheldering (klik en klik). Deze augurkenzaadjes zijn de nakomelingen van een kruisspinachtige en ze zijn geel van zogenaamde dooierresten (spreekt tot de verbeelding, zo op Pasen). Ze worden spiderlings genoemd en ze komen voort uit een speciaal spermakamertje bij de moeder: de spermatheek (ik verzin dit niet). Na de eerste vervelling beginnen ze elkaar op te eten en dan is het moment aangebroken dat ze uit elkaar gaan.

Nooit meer zal ik er augurkenzaadjes in kunnen zien, maar de woorden spermatheek en spiderling zijn bij deze aan mijn actieve woordenschat toegevoegd.

Tureluurs

Omdat ik tureluurs ben van lettertjes en verhaallijnen, mag ik van mezelf na gedane zaken onnozel knutselen.
Ik maakte veel rotzooi de afgelopen weken, maar ook een paar leuke dingen.
Dit is er een. De ansichtkaart van wat ik de sprinkhaan noem en Wannes de skater.


Tekeningetje.
Klik voor groter

De man met het camouflagehaar


Nog een poging tot oefenen met de tablet.

Oefenen met de tablet


Eerste poging met het elektronische pennetje.


Poging twee.


Poging drie.

De tablet mag blijven. Ik moet alleen even leren handen tekenen.
(Ik moet eigenlijk alles nog leren tekenen, maar een kniesoor die daar op let.)

Dit is geen eindejaarslijstje (2)



Klik voor de hele foto.
Er was sprake van natuurverschijnselen dit jaar. Dit is de E429 op een moment van verveling mijnerzijds.



Klik voor de hele foto.
Ook waren er dit jaar lopende bomen te zien langs het treintraject Leuven-Genk. Als je me niet gelooft: klik op de vergroting.



Klik voor de hele foto.
Voor het overige veranderde Mike Loebas Boem in een garnaal.



Klik voor de hele foto.
Niet alles bleek wat het leek. Zo was dit geen plantje met kelkbloemetjes.



Klik voor de hele foto.
En hoewel het niet leuk is om met regen wakker te worden als je in augustus in de Bourgogne bent, maakte het uitzicht toen ik mijn ogen opendeed veel goed.

Klik hier voor Dit is geen eindejaarslijstje (1)

Dit is geen eindejaarslijstje (1)



Klik voor de hele foto.
In mijn agenda staat dat ik in 2010 98 dagen aan mijn boek heb gewerkt. Inmiddels zit ik op een betere stoel en mijn MacBook ligt op een hellinkje.



Klik voor de hele foto.
De andere 267 dagen bracht ik grotendeels door op Het Eiland Neus-hoofdkwartier. Alwaar wij een standaard Gamma-aanrechtblad met uitzicht op tuin monteerden. Voor de andere kant van het bureel: zie hier.



Klik voor de hele foto.
Het Eiland Neus boerde goed en het boek vorderde. Ondanks 8 maanden zieligehondengeblaf.



Klik voor de hele foto.
En ondanks 11 maanden lang 12 meter diepe straatafgravingen die doortrillen tot je nieren aan het wandelen slaan.



Klik voor de hele foto.
In de hoop dat we ooit weer buurhondloos door het leven zouden gaan, legden we nog voor het WK eigenhandig een grasmatje met het broodmes.



Klik voor de hele foto.
Sinds het weer regent zijn de honden stil. Maar zonder geluid was het ook in het voorjaar al best goed gelukt.

Stilstand

De zomer is een rollercoaster. Ik reis, werk, neem zo nu en dan een flitsvakantie en reis en werk weer.
Ook naar/in La Chartreuse de Valbonne (Saint-Paulet de Caisson, Vaucluse, Frankrijk) werkte en reisde ik. Maar daar was alles anders.

De rollercoaster kwam met piepende remmen tot stilstand.



Klik voor de hele foto.
Door het juk van mijn overvolle agenda keek ik pas een dag van tevoren echt goed op de website. Zodoende kreeg ik op het nippertje een flauw vermoeden van de schoonheid van de plek waar ik inderhaast naartoe zou gaan. Er was veel te zien op de website, maar geen haast. Een dag later stapte ik uit in 38 graden en stelde ik vast: het is goed hier.



Klik voor de hele foto.
Ook al was ik met twintig andere mensen op bezoek in het klooster en ook al waren er elke dag ook andere toeristen die ademloos door de gangen liepen, ik was alleen in Valbonne. Mijn man zat bijna duizend kilometer verderop, er was meestal niet of nauwelijks gsm-bereik, er was geen internetaansluiting en er was geen tv. Mijn collega’s kende ik nauwelijks voor ik vertrok, de meeste cursisten kende ik helemaal niet. En mezelf had ik de laatste weken alleen nog gezien als op zo’n foto die je bij de uitgang van een achtbaan van jezelf kunt kopen: armen en de lucht, heel hard AH! roepend.
In Valbonne was dat gevoel op slag weg. Ik kon mijn armen laten zakken. De paniek die om mijn mond bestorven lag, viel dood in de koelte van de kloostergangen.



Klik voor de hele foto.
Er waren weinig koele plekjes. De hele week was het ruim boven de dertig graden en ’s nachts koelde het nauwelijks af. De verschillende binnenpleinen hadden ons inspiratielevel tot grote hoogte kunnen stuwen, we waren er immers om te schrijven, maar alle grote pleinen en tuinen hadden hetzelfde euvel: het was er te heet.



Klik voor de hele foto.
Dus schreven we in de schaduw van de blauwe regen. Het was een week van schrijven (de cursisten) en bespreken (voor mij en mijn Wisper-collega). We doken in de verhalen, praatten erover, gaven opdrachten, kleine lesjes en coachten dat het een lieve lust was. Met als grote leidraad de schaduw. ‘Om zo laat is er daar schaduw, dus dan zijn we daar te vinden voor advies.’



Klik voor de hele foto.
En ’s avonds nog meer lezen en nog meer bespreken. Eerst op de terrassen en later in de rozentuin onder het genot van een stel hardnekkige muggen en een doos wijn uit de wijngaard naast het klooster. Als de plotlijnen waren opgelost en de hitte alleen nog in de muren zat, verdween de eenzaamheid samen met mijn peukjes in het grind.



Klik voor de hele foto.
Ik zal me voor eeuwig de verhalen herinneren waar ik in deze gangen over meedacht. Omdat sommige verhalen zo goed waren. Maar vooral omdat ze op een unieke manier tot stand kwamen. In de koelte van een kloostergang, uitklapstoeltje, laptop op schoot. De toeristen die om ons heen draalden en zich afvroegen hoe het kon dat zoveel schrijvers juist dit afgelegen monument kozen om te gaan zitten werken.



Klik voor de hele foto.
Hoewel ik als docent zelf nauwelijks geschreven heb, heb ik mogen meedenken op de golven van de inspiratie die de anderen kregen van de omgeving. Ik moest kritisch zijn, maar mocht ook regelmatig klinken op alweer een geslaagd verhaal. Het moet de wijn geweest zijn, rechtstreeks uit de vrome handen van de kloosterlingen. Het moet de stilte geweest zijn, alleen verbroken door een paar monstercicades. Het moet mijn geluk geweest zijn.

Omdat ik geen kinderen heb

De poezen!
Klik op de plaatjes voor de hele foto.



Klik voor de hele foto.
Een oude rubriek: Zoek de Sjeik (3). Klik hier voor Zoek de Sjeik (1) en hier voor Zoek de Sjeik (2)



De meest vertederende beweging die een poes kan maken.



Groen.



De katten springen dus niet in één keer op die muur.



Licht



Je kunt hem niets weigeren.

Het verhaal van de herfst en de naar binnen groeiende druivelaar

Dit huis is om een druivelaar heen gebouwd (of om een wijnrank, zoals ze Nederland zeggen). Dat klinkt vreemd, en dat is het ook. De veranda (serre voor Nederlanders) die aan ons bureel vastzit heeft een naar binnen groeiende druif.

Kijk maar op de foto: de stam en de wortels staan buiten, de druiven hangen binnen. De huiseigenaar heeft bij de bouw van de serre de stam keurig in een uitsparing bij de dakbalken gemanoeuvreerd. De druiven die eraan groeien zijn heel zoet en sappig, omdat het in de serre natuurlijk altijd luw en zonnig is.



Klik voor de hele foto.

Een trosje druiven kunnen plukken als je hard aan het werk bent, is tof. De bladeren horen vallen als je hard aan het werk bent, is ook tof.
Maar als het echt herfst wordt, is het toch iets minder tof. Kijk maar op de foto.



Klik voor de hele foto.

Maar het valt op te lossen, kijk maar op de foto.



Klik voor de hele foto.

We zouden ‘m ook niet kwijt willen. Zicht op de tuin terwijl je stukjes tikt, is één ding, maar een beetje natuur in huis is de kers op de taart. Dus we zullen keihard dealen met het gebladerte. En dan heb ik het nog niet eens gehad over de condens die zo’n boom produceert in de zomer. Een goed onderwerp voor ooit: Het verhaal van de druppelende muren. Maar dat is niet de volgende stukje, want er moeten eerst nog heel wat perikelen afgehandeld worden.

Het verhaal van de altijd zichtbare toren

U wilde perikelen (dat bleek hier) maar u wilde ook het verhaal van altijd warme voeten en de daarbij behorende foto’s.
Welaan, bij deze.



Klik voor een grotere foto.
Het verhaal van de… altijd zichtbare toren

Toen ik voor het eerst in Leuven kwam, vond ik het een schattig stadje. Mooi, levendig, maar niet echt serieus te nemen als stad. Een ring waar je maar 50 mag, geen buitenzwembad en in vakanties maar 60.000 inwoners, neuh, dat viel niet serieus te nemen.
Het allerschattigst vond de enige wolkenkrabber die Leuven rijk was: Sint-Maartensdal.
Sint-Maartensdal is in meerdere opzichten schattig. Ten eerste is het een flat met een futuristische barbecuespies op het dak, waarschijnlijk om daadwerkelijk de wolken te krabben. Dat heeft iets over-ambitieus, wat het gebouw in het geheel niet waarmaakt.
Want het is een flatje van niets. Zoals de naam al zegt: hij staat in een dal, waardoor de toren nog niet eens een vliegtuiglichtje nodig heeft. Daar is weinig wolkenkrabben aan, me dunkt.
En dan de kleuren, die zijn wel het allerschattigst. In België hebben ze de neiging om – net als in Frankrijk – de pijn van armoede te verzachten door de getto’s zalmroze te schilderen. Sint Maartensdal is naar Leuvense maatstaven zo’n getto: het handjevol allochtonen dat Leuven rijk is woont daar, aangevuld met wat opgeschoten jeugd en wat laagopgeleide kansarmen. Als getto op zich niet serieus te nemen, en daarom zo geschikt als achterstandswijk voor Leuven. En ook die hebben ze dus zalmroze geschilderd, zodat de armoede er minder rauw uit zou zien.

In ons vorige huis hadden we zicht op de Begijnhofkerk (klik), maar dan moesten we wel in de tuin gaan staan. In dit huis hebben we altijd uitzicht, op elk van de vier etages.
Uitzicht op de zalmroze staf met barbecuespies die ik bij mijn kennsimaking zo schattig vond. Pathetisch zelfs.
Inmiddels ben ik blij dat het geen grauwe grotestadsflat is, maar een Eftelingwolkenkrabbertje – waardoor ik telkens weer besef dat ik in het rustige en gezapige stadje Leuven woon.
Laat dit het eerste verhaal van altijd warme voeten zijn: het uitzicht bevalt me.



Klik voor een grotere foto.

Omdat ik geen lettertjes meer kan zien



Een tekeningetje. Een ruimteschip.
(klik voor een groter exemplaar)
Update: En nog meer tekeningetjes op mijn twitterpagina.
http://twitter.com/Zezunja

Een schilderij met een hoek af


Zoals het er nu bij hangt.

Ooit vonden we in de kringloopwinkel voor 1,50 een prachtig schilderij met een hoek af. Voor de Nederlanders: ‘een hoek af hebben’ is niet alleen een aanduiding van een vorm, het is ook ‘een steekje los hebben’. De grote vraag was tot nu toe: wie heeft die hoek er waarom afgezaagd? Nu is de grotere vraag: waar in ons nieuwe huis hangen we het, zodat we ‘het hoekloze’ optimaal benutten?

Net kerst

Op de wc thuis hing altijd zo’n Unicef-kalender met mooi uitgelichte Peruaantjes onder een strooien hoed of in de verte starende Afrikaantjes in een oranje woestijn. Soms stonden de mini-Peruaan en de mini-Afrikaan op één foto om nog meer solidariteit op te roepen. En rond kerstmis deden ze er nog een Vietnameesje bij.
Aan die kalender moest ik denken toen mijn zus mij een linkje stuurde naar het portfolio van mijn nicht. Ergens omstreeks 2003 maakte ze een foto van mij en mijn zus die niet onder doet voor de gemiddelde Unicef-foto. Mijn zus is de Afrikaan, ik ben het Vietnameesje. En met een beetje inlevingsvermogen is het gewoon weer kerst.

Foto: Simone van Es – www.simonevanes.nl