Het is 1994, School voor Journalistiek, Ravellaan, Utrecht. Ik sta in een lokaal en moet iemand bellen voor een interview.
‘Goedemiddag, ik ben Maartje Luif, mag ik u wat vragen stellen over dit en dat en zus en zo’
Dat mag.
Ik vraag veel, noteer ijverig, ik bedank en ik hang op.
Achter mij staat een docent.
‘Heb je helemaal niet gezegd dat je journalist was?’
‘Nee, het was niet nodig, die man wilde zo ook wel praten.’
‘Één ding’, zegt hij, ‘we strijden altijd met open vizier. Dus we vertellen altijd dat we journalist zijn en voor welk medium we werken.’
Okee’, zeg ik.
Het is 1997, ik zit in het derde jaar van de School voor Journalistiek. Ik wil een verhaal schrijven over relatiebureaus, en een over het misbruik van stichtingen als rechtspersoon, en een verhaal over de toevoer van hasj naar coffeeshops. ‘Ga undercover! Bij allemaal. Als je dat niet doet ben je geen knip voor je neus waard.’ Een andere docent, een andere visie. Ik deed het niet.
Het is 1998. De hoofdredacteur van het vakblad zegt: ‘We doen het undercover.’
‘Kan dat wel?’ vraag ik.
‘Als je het niet kunt uitdiepen zonder undercover te gaan en het dient een algemeen belang, dan valt het te verdedigen.’
En dat
Lees meer…
8 januari 2010
|
Voor wat er aan vooraf ging: lees mijn aankondiging van gisteren.
De dag van mijn rijbewijs was het zonnig, veel meer dan dat weet ik niet – ik heb alles verdrongen. Dat er zon geweest moet zijn, weet ik vanwege de titel van dit stukje.
Het examencentrum in Alken (Hasselt) is gevestigd op een industrieterrein en mijn instructrice (die met een andere pet op de moeder van Wannes is) was paraat. Ik was er helemaal klaar voor: 20 uur les en daarnaast nog meer dan 1000 kilometer ‘vrij’ gereden. Ik twijfelde niet.
Voordat we de weg op gingen, liet de examinator mij de motorkap openen, waarna ik moest zeggen welke tank voor de koelvloeistof was. Omdat het donker was onder de motorkap legde ik mijn zonnebril op het dak van de auto. Daarna wees ik feilloos het reservoir van de koelvloeistof aan.
Vervolgens mocht ik instappen. Ik zette alles nog eens goed: stoel, stuur (ik heb last van lange benen) en binnen- en buitenspiegels. Toen draaide ik de sleutel om en reed ik weg, de rust zelve.
Iets buiten het examencentrum hoorde ik wat getik op het dak. Rikketik, rikketik, rikketik. De moeder van Wannes zat naast me en de examinator zat achterin gezellig tegen haar
Lees meer…
30 november 2009
|
Net als het Choco-verhaal heeft ook dit verhaal een aanloop nodig. Het verhaal van de auto is namelijk nauw verbonden met het verhaal van mijn rijbewijs. En het verhaal van rijbewijs, tsjongejonge-nounou, dat is me een verhaal.
Mocht u willen weten hoe de zaken ervoor stonden toen ik besloot mijn rijbewijs te gaan halen, lees dan eerst o-kut-o-kut-o-kut-o-shit-o-shit-o-shit en Ik ben een chauffeur. Ik las het zelf ook terug en in het eerste stukje staat: “Als alles volgens planning verloopt, heb ik in 2008 een rijbewijs.”
Au!
En dan te bedenken dat ik een meesterplanner ben. Echt een actieve agendaschrijver met doelen, middelen en resultaten. Maar dat mag niet altijd baten. Blijkt.
Want het is bijna 2010 en ik heb mijn rijbewijs nog steeds niet.
Bij het verhaal van de auto hoort dus het verhaal van mijn rijbewijs. Het combinatieverhaal bestaat uit drie delen:
Het verhaal van mijn rijexamen en de zonnebril op het dak.
Het verhaal van de auto en hoe Paris Hilton niet te vertrouwen is
Het verhaal van het gehaalde theorie-examen dat niet meer geldig is
Morgen: het verhaal van mijn rijexamen en de zonnebril op het dak.
29 november 2009
|
Dit huis is om een druivelaar heen gebouwd (of om een wijnrank, zoals ze Nederland zeggen). Dat klinkt vreemd, en dat is het ook. De veranda (serre voor Nederlanders) die aan ons bureel vastzit heeft een naar binnen groeiende druif.
Kijk maar op de foto: de stam en de wortels staan buiten, de druiven hangen binnen. De huiseigenaar heeft bij de bouw van de serre de stam keurig in een uitsparing bij de dakbalken gemanoeuvreerd. De druiven die eraan groeien zijn heel zoet en sappig, omdat het in de serre natuurlijk altijd luw en zonnig is.
Klik voor de hele foto.
Een trosje druiven kunnen plukken als je hard aan het werk bent, is tof. De bladeren horen vallen als je hard aan het werk bent, is ook tof.
Maar als het echt herfst wordt, is het toch iets minder tof. Kijk maar op de foto.
Klik voor de hele foto.
Maar het valt op te lossen, kijk maar op de foto.
Klik voor de hele foto.
We zouden ‘m ook niet kwijt willen. Zicht op de tuin terwijl je stukjes tikt, is één ding, maar een beetje natuur in huis is de kers op de taart. Dus we zullen keihard dealen met het gebladerte. En dan heb ik
Lees meer…
25 november 2009
|
We wilden ons werk achter ons laten als we klaar waren, we wilden niet per ongeluk de bliepjes van de mail horen, we wilden dat Het Eiland Neus een eiland werd en niet langer verlengstuk was van onze woonkamer. We wilden verhuizen.
Toen we dit huis zagen, waren we op slag verkocht. Al het hout, al die kamers, al die mogelijkheden. Maar er was één probleem: geen van de kamers was groot genoeg voor een bureel met twee driftig knutselende mensen. De woonkamer was dik in orde als woonkamer, de logeerkamer was dik in orde als logeerkamer, de badkamer als badkamer, de inloopkast, de slaapkamer, en nog ‘n ongebruikte kamer: allemaal dik in orde. Drie etages met een keur aan toffe kamers… maar geen bureel.
Tot ons oog viel op de kelder. Aan de straatkant is de kelder een echte kelder, maar aan de tuinkant is de kelder eigenlijk de begane grond, want straat en tuin verschillen enorm in hoogte. In die kelder is een grote kamer, die aansluit bij een serre (voor Vlamingen: veranda) die grotendeel bestaat uit glas. En die kamer was eigenlijk groot genoeg voor Het Eiland Neus.
De studenten die in ons huis hadden gewoond, hadden de kelder ingericht
Lees meer…
23 november 2009
|
U wilde perikelen (dat bleek hier) maar u wilde ook het verhaal van altijd warme voeten en de daarbij behorende foto’s.
Welaan, bij deze.
Klik voor een grotere foto.
Het verhaal van de… altijd zichtbare toren
Toen ik voor het eerst in Leuven kwam, vond ik het een schattig stadje. Mooi, levendig, maar niet echt serieus te nemen als stad. Een ring waar je maar 50 mag, geen buitenzwembad en in vakanties maar 60.000 inwoners, neuh, dat viel niet serieus te nemen.
Het allerschattigst vond de enige wolkenkrabber die Leuven rijk was: Sint-Maartensdal.
Sint-Maartensdal is in meerdere opzichten schattig. Ten eerste is het een flat met een futuristische barbecuespies op het dak, waarschijnlijk om daadwerkelijk de wolken te krabben. Dat heeft iets over-ambitieus, wat het gebouw in het geheel niet waarmaakt.
Want het is een flatje van niets. Zoals de naam al zegt: hij staat in een dal, waardoor de toren nog niet eens een vliegtuiglichtje nodig heeft. Daar is weinig wolkenkrabben aan, me dunkt.
En dan de kleuren, die zijn wel het allerschattigst. In België hebben ze de neiging om – net als in Frankrijk – de pijn van armoede te verzachten door de getto’s zalmroze te schilderen. Sint Maartensdal is naar Leuvense maatstaven zo’n getto: het
Lees meer…
15 november 2009
|
Ooit schreef ik iets over een gasvergiftiging, die ik opliep door een aardgaslek in de bossen. Jaren later schreef ik eens iets over mijn bizarre geurvermogen en dat dat gelukkig een beetje was ingetoomd.
Welnu, voeg die twee samen en herstel dat stukje over ‘ingetoomd’ – mijn geurvermogen was weer als vanouds.
Dwaal vervolgens met mij mee door het nieuwe huis: er is een regenput onder de dichte veranda. Dat geurt. Er is overal hout dat stevig ingeboend is, waardoor je je soms in de sauna waant. Er is een nieuwe badkamer met nieuwe geuren van oud sanitair en douchegel. En er is een bedorven geurtje, dat lijkt op de lucht van het stilstaande water in de regenput, maar dat onmiskenbaar iets anders is. Een geurtje dat me bezighoudt.
Kook met me mee, in het nieuwe keukske, zo klein dat je alles vanaf een centraal gepositioneerd been kunt bereiken.
Ruik het gas. Snuif het op. Na jarenlang koken op een elektrisch toestel in een huis zonder gasleiding, eindelijk koken op gas! Wat een genot. En besef: het Belgische gas ruikt to-taal anders dan het Nederlandse gas. Dus alle ooit aangeleerde alarmbellen onder het kopje: ‘hela, dit is gas!’, daar heb je niks meer aan.
Denk
Lees meer…
29 oktober 2009
|
Voor ik ging verhuizen, dacht ik: “Als we maar goed plannen, komt alles goed.” Haha. Haha.
Deze verhuizing bewees eens te meer dat planning een leuk stukje huisvlijt is, maar dat het niet kan voorkomen dat de hoeders van Murphy’s wet hun poot stijf houden.
En zo kwam het dat ik zes weken lang tal van zinderende belevenissen met mooie spanningsbogen en heusche verhaalstructuren niet kon opschrijven, omdat zaken in de soep zien lopen zoveel tijd kost.
Maar sinds gisteren heb ik weer een bureau. Met een grote computer. En zozeer last van verhuizingsdementie dat ik alles wat in de soep liep/loopt alweer bijna vergeten ben. En dat moet niet, want het zijn verhalen.
(1)
Zo is er het verhaal van Choco die op het dak van de buren zat, dagenlang, met haar middelvinger omhoog. Ze wilde niet meeverhuizen. Zou het ons gelukt zijn? Of zouden we een poes zijn kwijtgeraakt tijdens de verhuizing?
(2)
En er is het spannende verhaal van een distributieriem die het midden op de autostrade begaf. De grote vraag is: overleefden we het? En kwam Wannes ooit nog aan bij zijn optreden?
(3)
Verder is er nog het verhaal van het reçuutje uit 2006 dat ons 1800 euro kon opleveren, als we het nog konden
Lees meer…
22 juli 2009
|
Ze had een hamster in haar handtas, de mevrouw van wie we de auto kochten. Dat verklaarde een hoop.
Zo verklaarde het onder andere de kleur van de auto’s op het terrein. Wij kochten een appelblauwkermisgroene, maar er stond ook nog een surfboyblauwe en haar hemdje was appelshampoogroen.
In haar knalrode handtas had ze een hamster onder een servetje en meer nog dan het keuringsbewijs en de carpass wilde ze ons het beestje onder het servetje laten zien. Haar fiets was roze met wit.
We hadden de auto op internet gevonden. Eentje die de afgelopen veertien jaar maar tienduizend per jaar had gereden. Ik geloof dat ze dat een boodschappenkarretje noemen. Dit was een echte.
Ik vond haar een Limburgse Paris Hilton met haar hamster in haar tasje. En ze was al veertig of zo.
Er zaten geen nummerplaten op. Klein probleem voor een testrit. ‘Geen probleem’, zei ze. ‘Ge kunt hier over het terrein.’ We keken, en ja… het landgoed had een rondweg.
Dus daar vlogen we. In het hysterische autootje. Langs het landhuis, langs de pony’s, langs de jachthonden en langs de elektronisch bestuurbare Dynasty-poort.
We keurden hem goed, hij reed soepel, en de auto zag er van binnen uit alsof er al jaren lakens
Lees meer…
24 mei 2009
|
Klik voor een groter exemplaar.
Vandaag kwam mijn stembiljet van de Europese Verkiezingen. Als ik de knaloranje (!) envelop op de bus doe, heb ik gestemd. Maar ik dub nog over mijn keuze. De mooiste naam is die van een dame op de Europese Klokkenluiderspartij, Engel Vrouwe uit Warga. Maar die zit niet bij GroenLinks.
15 mei 2009
|
Omdat je in deze stad maar één keer in de twee maanden je grof vuil buiten mag zetten, zijn we genoodzaakt om alle spullen die we niet meer willen hebben en die te groot zijn voor een vuilniszak nu al weg te doen. Zes weken vóór de verhuizing.
Er is dus vanaf nu geen sprake meer van languit op de bank. Terwijl ik dat de komende weken hard nodig zal hebben. Met andere woorden: het is begonnen.
13 mei 2009
|
Vorige week filmde ik de helicopter die eindeloos boven onze tuin cirkelde om de Europese ministers van Onderwijs te beschermen, die hun Bolognaconferentie boempatat midden in Leuven hadden gepland. Wat de helicopter boven onze achtertuin deed is de vraag. De universiteitsbibliotheek ligt niet echt om de hoek. Ik verdenk de ministers ervan even een frisse neus te hebben gehaald op het Begijnhof, hier om de hoek. Onder begeleiding van een helicopter.
De week daarvoor filmde ik de opstelling van de start van de Scheldeprijs, die vertrok vanaf de Grote Markt in Antwerpen. Ik was die dag aan het werk in het Internationaal Perscentrum en besloot het gedoe onder mij vast te leggen. Toen de fietsers uiteindelijk echt startten, was ik zo druk bezig dat ik in de glimp die ik opving geen tijd had om mijn camera erbij te pakken. Ik heb wel ’s ochtends een snapshot gemaakt van het onvoorstelbaar smalle parcours dat van de Grote Markt naar de Groenplaats liep. Bizar dat ze daar 228 renners tegelijk doorheen persen.
By the way: Petacchi won.
Het smalle parcours van de Scheldeprijs – van de Grote Markt naar de Groenplaats, met een grote paal in het midden.
4 mei 2009
|
Ik ben het even helemaal kwijt. Ik moest u nog van alles vertellen, maar er kwam van alles tussendoor.
Dingen die er tussendoor kwamen.
1. Dat stoppen met roken
Men-o-men, dat stoppen met roken, wat kwam dat er tussendoor. Met als hoogtepunt een feestdag waarop we misschien twee uur feest hebben gevierd en voor de rest hebben gewacht, gewacht, gewacht en gewacht. Wachten en stoppen met roken is, let op mijn woorden: een HEUL slechte combi.
2. Visite, visite, een huis vol visite
Men kwam over uit Amsterdam en men stortte zich op het Tiger Woodsgolfspel op de Wii, met als gevolg een weekend waarin alles draaide om birdies, bogeys en chip-ins. Maandag had ik spierpijn en een mooie gedeelde tweede plaats. Doe mij een toernooi van ‘t een of ander en ik ben tevreden.
3. De NMBS
Natuurlijk kwam de NMBS er ook weer tussendoor. Deze keer was het bijna net zo wonderlijk als de vorige keer. Misschien nog wel wonderlijker. Zo waren we in de buurt van station Schaarbeek toen de trein tot stilstand kwam, en toch mochten we er niet uit. En toen kwam het wonderlijkste. De conducteur riep om: “Is er een treinbestuurder aanwezig in de trein?” Waarmee ik gelijk iets te doen
Lees meer…
29 april 2009
|
Ze waren allemaal harstikke twaalf. En dertien. En veertien. Ze waren zo erg twaalf dat de propjes door het lokaal vlogen, dat ik dingen moest roepen als ‘niet zo kieperen met die stoel, anders val je’ en dat er mensen naarboven kwamen om te vragen of ze alsjeblieft niet uit het raam wilden spugen. Zo twaalf waren ze.
En ik was dat niet gewend. Ik ben gewend dat ik vrouwen van 65 moet leren hoe ze hun leven op papier krijgen, ik ben gewend dat ik mannen van 45 moet vertellen dat onbegrijpelijk niet altijd mooi is, ik ben gewend dat ik meisjes van 23 op het hart moet drukken dat het helemaal niet jammer is dat ze bestaan. Maar ik ben niet gewend om een tijdschrift te maken met mensen die het liefst gewoon nog willen tekenen.
Dus liet ik ze tekenen. Een horoscoop. ‘Wat is dat? Een hoo… uh… rooscoop?’ ‘Uhm, dat heeft te maken met je sterrenbeeld en dat je aan de hand daarvan kan voorspellen wat er gaat gebeuren.’ Een jongetje ging meteen aan de slag. Tong tussen zijn tanden, kleurpotloden voor zijn neus..
En hoewel hij veertien was, was hij nog hartstikke twaalf. En z’n tekeningen waren dat
Lees meer…
17 april 2009
|
In Nederland kon ik bizarre treinreizen beschrijven aan de hand van mededelingen van de NS door de luidsprekers. Die waren een mooie leidraad voor een stukje over onrecht en de NS. In België is dat lastiger. De NMBS blinkt uit in het doen van geen mededelingen. Ooit had de trein van Brussel naar Amsterdam volgens het bord 25 minuten vertraging. Na 40 minuten veranderde er niets aan die mededeling. Na een uur verdween de trein naar Amsterdam van het bord en verscheen de volgende erop. De trein werd geannuleerd, maar niemand die de moeite nam dat om te roepen.
Gisteren zat ik in een trein die bijna twee uur stilstond. De omroepster liet pas na ruim twintig minuten van zich horen. Vervolgens kwam ze met een heel on-NMBS-achtige mededeling, want heel direct en concreet: “Deze trein mag pas doorrijden als een andere ons gepasseerd is, want tussen Mechelen en Leuven hebben we maar één spoor.” Kijk, zo mag ik het graag horen.
Maar toen de tegenligger eenmaal gepasseerd was, bleven we nog eindeloos stilstaan. Na een half uur zei ze: “De trein mag pas door als een andere ons gepasseerd is.” Pardon? Alweer?
Uiteindelijk duurde de reis van Mechelen naar Leuven in plaats
Lees meer…
11 april 2009
|
En als je dan weer buiten staat, met een a4′tje dat met Wordpad een beetje beschreven is in een standaard lettertype, en waaronder drie handtekeningetjes het grote werk moeten doen, dan vraag je je wel af waarom dat 9 weken, 4 huilbuien, 1 tocht naar Amsterdam, 4 fietstochten van mijn vader, ongeveer 70 euro en tig domme opmerkingen van ambtenaren heeft moeten kosten.
Maar als je dan een paar uur later een hummeltje van nog geen 17 uur oud in je armen mag houden, een hummeltje dat de zo hard bevochten meewerkende echtgenoot in de toekomst peter zal noemen, dan is alles ineens bijzaak.
2 april 2009
|
We gaan vandaag proberen de bureaucratie eronder te krijgen.
Zie ook Vrijdag de 13e en Nu ben ik definitief bijgelovig.
1 april 2009
|
Het ergste aan dat hele verhaal over die ‘burgerlijke stand = onbepaald’ (1, 2) is natuurlijk het bureaucratische aspect, het gevoel dat je buiten alle wetten valt en dat niemand naar je luistert. Het gevoel van onmacht dat je krijgt als iemand zegt: ‘Ik kan het niet helpen, ik maak de regels niet.’ Of: ‘Als we voor iedereen een uitzondering moeten maken, dan kunnen we wel aan de gang blijven.’ Dat gevoel is natuurlijk het meest moedeloosmakend.
Maar bijna even erg, hoewel van een ander kaliber, zijn de bizarre ambtenarenzinnetjes van de dames die ons te woord staan.
Ik: “Dus wij kunnen dit vandaag niet meer regelen?”
Ambtenaar: “Nee, maar gelukkig heb ik al een goede daad gedaan vandaag. Ik heb een vluchteling een definitieve verblijfsstatus gegeven.”
Ik: “Maar als ik die trouwakte al ooit had, dan heb ik die nu zeker niet meer. Ik ben al bijna vijf jaar gescheiden!”
Ambtenaar: “Ja, dat is vreemd hè? Ik heb mijn trouwakte ook niet. Die van mij ligt in de hel… bij mijn EX!”
Ik: “Maar het is toch bizar dat jullie zeggen dat ik alleen maar een handtekening hoef te zetten en dat ik vervolgens twee maanden bezig word gehouden?”
Ambtenaar: “U vindt twee maanden lang? Dat
Lees meer…
25 maart 2009
|
Het is ingewikkeld, want kafkaësk. Maar simpel gezegd komt het hierop neer: ik heb in Nederland destijds voor een flitsscheiding gekozen. Dat betekent dat je je huwelijk laat omzetten in een geregistreerd partnerschap en dat je dát vervolgens laat ontbinden. Die manier van scheiden was destijds goedkoper, sneller en minder omslachtig, omdat je niet naar de rechtbank hoeft.
Om mijn Weederhelft meewerkende echtgenoot te kunnen maken, moesten wij ons op de een of andere manier aan elkaar verbinden. We besloten dat te doen met een wettelijk samenwooncontract. Maar ‘geen van beiden mag gehuwd zijn of gebonden door een andere wettelijke samenwoning‘. Kortom, ik moest bewijzen dat ik niet al ergens een lekkere vent had zitten.
Dat ‘bewijs van ongehuwd zijn’ moest ik in Amsterdam halen, met stempels van de rechtbank om de echtheid te garanderen. Op dat document staat:
burgerlijke stand: gescheiden geregistreerd partner
En daar verslikte de Leuvense gemeente-ambtenaar zich in. Hoe dat afliep kunt u hier lezen.
De ambtenarij verwachtte van mij nog tal van documenten, allemaal geldig verklaard door de rechtbank, allemaal om te bewijzen dat ik ooit getrouwd was, maar nu de handen vrij heb.
Ik schakelde middels een machtiging (’Bij deze machtig ik…’) mijn vader in, die vervolgens eindeloos heen en weer
Lees meer…
17 maart 2009
|
In De Pers stond dit:
“Organisaties als de NS, de ANWB of grote ziekenhuizen als het AMC melden op vrijdag de 13e niet meer problemen of ongevallen dan op andere dagen. Wel trouwen er ook in Nederland minder mensen dan op andere vrijdagen. ”
Maar wij gaan dit morgen gewoon weer proberen.
12 maart 2009
|