Archief in kronkels: whatever happens

Wij kochten een auto van Paris Hilton

Ze had een hamster in haar handtas, de mevrouw van wie we de auto kochten. Dat verklaarde een hoop.
Zo verklaarde het onder andere de kleur van de auto’s op het terrein. Wij kochten een appelblauwkermisgroene, maar er stond ook nog een surfboyblauwe en haar hemdje was appelshampoogroen.
In haar knalrode handtas had ze een hamster onder een servetje en meer nog dan het keuringsbewijs en de carpass wilde ze ons het beestje onder het servetje laten zien. Haar fiets was roze met wit.
We hadden de auto op internet gevonden. Eentje die de afgelopen veertien jaar maar tienduizend per jaar had gereden. Ik geloof dat ze dat een boodschappenkarretje noemen. Dit was een echte.
Ik vond haar een Limburgse Paris Hilton met haar hamster in haar tasje. En ze was al veertig of zo.
Er zaten geen nummerplaten op. Klein probleem voor een testrit. ‘Geen probleem’, zei ze. ‘Ge kunt hier over het terrein.’ We keken, en ja… het landgoed had een rondweg.
Dus daar vlogen we. In het hysterische autootje. Langs het landhuis, langs de pony’s, langs de jachthonden en langs de elektronisch bestuurbare Dynasty-poort.
We keurden hem goed, hij reed soepel, en de auto zag er van binnen uit alsof er al jaren lakens over de meubels lagen. Dat de radio niet aangesloten leek, was een minor problem.
Maandag gaan we hem halen, met nummerplaten. Gisteren hadden we haar aan de telefoon: ze had een mannetje laten komen om de radio aan te laten sluiten.
Nooit gedacht dat ik Paris Hilton een betrouwbare autoverkoper zou vinden.

Verkiezinkje spelen



Klik voor een groter exemplaar.

Vandaag kwam mijn stembiljet van de Europese Verkiezingen. Als ik de knaloranje (!) envelop op de bus doe, heb ik gestemd. Maar ik dub nog over mijn keuze. De mooiste naam is die van een dame op de Europese Klokkenluiderspartij, Engel Vrouwe uit Warga. Maar die zit niet bij GroenLinks.

Het is begonnen

Omdat je in deze stad maar één keer in de twee maanden je grof vuil buiten mag zetten, zijn we genoodzaakt om alle spullen die we niet meer willen hebben en die te groot zijn voor een vuilniszak nu al weg te doen. Zes weken vóór de verhuizing.
Er is dus vanaf nu geen sprake meer van languit op de bank. Terwijl ik dat de komende weken hard nodig zal hebben. Met andere woorden: het is begonnen.

Soms ben ik een simpele burgerjournalist

Vorige week filmde ik de helicopter die eindeloos boven onze tuin cirkelde om de Europese ministers van Onderwijs te beschermen, die hun Bolognaconferentie boempatat midden in Leuven hadden gepland. Wat de helicopter boven onze achtertuin deed is de vraag. De universiteitsbibliotheek ligt niet echt om de hoek. Ik verdenk de ministers ervan even een frisse neus te hebben gehaald op het Begijnhof, hier om de hoek. Onder begeleiding van een helicopter.

De week daarvoor filmde ik de opstelling van de start van de Scheldeprijs, die vertrok vanaf de Grote Markt in Antwerpen. Ik was die dag aan het werk in het Internationaal Perscentrum en besloot het gedoe onder mij vast te leggen. Toen de fietsers uiteindelijk echt startten, was ik zo druk bezig dat ik in de glimp die ik opving geen tijd had om mijn camera erbij te pakken. Ik heb wel ’s ochtends een snapshot gemaakt van het onvoorstelbaar smalle parcours dat van de Grote Markt naar de Groenplaats liep. Bizar dat ze daar 228 renners tegelijk doorheen persen.
By the way: Petacchi won.



Het smalle parcours van de Scheldeprijs – van de Grote Markt naar de Groenplaats, met een grote paal in het midden.

De roetsjbaan is still going strong

Ik ben het even helemaal kwijt. Ik moest u nog van alles vertellen, maar er kwam van alles tussendoor.

Dingen die er tussendoor kwamen.
1. Dat stoppen met roken
Men-o-men, dat stoppen met roken, wat kwam dat er tussendoor. Met als hoogtepunt een feestdag waarop we misschien twee uur feest hebben gevierd en voor de rest hebben gewacht, gewacht, gewacht en gewacht. Wachten en stoppen met roken is, let op mijn woorden: een HEUL slechte combi.

2. Visite, visite, een huis vol visite
Men kwam over uit Amsterdam en men stortte zich op het Tiger Woodsgolfspel op de Wii, met als gevolg een weekend waarin alles draaide om birdies, bogeys en chip-ins. Maandag had ik spierpijn en een mooie gedeelde tweede plaats. Doe mij een toernooi van ‘t een of ander en ik ben tevreden.

3. De NMBS
Natuurlijk kwam de NMBS er ook weer tussendoor. Deze keer was het bijna net zo wonderlijk als de vorige keer. Misschien nog wel wonderlijker. Zo waren we in de buurt van station Schaarbeek toen de trein tot stilstand kwam, en toch mochten we er niet uit. En toen kwam het wonderlijkste. De conducteur riep om: “Is er een treinbestuurder aanwezig in de trein?” Waarmee ik gelijk iets te doen had in het uur dat we daarna nog stilstonden. Te weten: me afvragen hoe we in hemelsnaam aan de rand van Brussel onze machinist waren kwijtgeraakt.

4. Een zwieberend stresslevel
Als er ook maar een beetje sprake is van ‘dingen die ertussendoor komen’ dan moet ik alle zeilen bijzetten. Drie jaar van mijn leven had de stress mij eronder en dat gaat mij dus no fucking way nog ‘ns gebeuren. Maar als beginnend zelfstandige is dat nog een extra dagtaak erbij: zorgen dat je niet scheel gaat kijken van de hoeveelheid contacten en contracten, van de hoeveelheid moeilijke vragen en eerste keren, en van de hoeveelheid zelfvertrouwen die nodig is om als een stofzuigerverkoper langs de deuren te gaan. Tot nu toe doe ik het aardig, maar ik kan niet ontkennen dat ‘de dingen die tussendoor komen’ leiden tot een onbedoelde sixpack, wegens altijd mijn buikspieren aanspannen.

Maar er waren dus allemaal dingen die ik nog moest vertellen, als er niet allemaal dingen tussendoor waren gekomen.

Dingen die ik nog moest vertellen
1. We gaan verhuizen
Naar een huis met meer zon, meer bruikbare kamers, meer houten vloeren, meer toekomst en meer glas. Een huis waar de werkkamer aan de tuin ligt, waar de slaapkamer onder de sterren ligt, waar de keukentafel op het zuiden kan staan, waar meer ruimte is om te golfen, waar we meerdere logeerkamers hebben, waar we in bad kunnen en waar we in vijf minuten op het station zijn. Een huis met vier woonlagen, twee wc’s, tal van inbouwkasten, een megamooie tegelvloer en helaas geen goeie plek om onze fiets te stallen.

2. We gaan een auto kopen
Op de een of andere manier gaan we met nul kennis nen ôto kopen. Ik heb al een supergoed advies gekregen van Casper H – hij mailde me anderhalve pagina adviezen voor nono’s die een armeluisbolide willen kopen. Maar meer advies is altijd welkom. Wat zou u doen als u voor maximaal 1500 euro een rijdend karretje zou willen aanschaffen? Waar let u op? Bij welk soort verkoper zou u zeker niet uw portefeuille leegschudden?

3. We zijn nog immer gestopt met roken
Kijk, je kunt kinderachtig doen over jointjes roken en dat dat ook zondigen is, maar intussen heb ik al drie weken geen sigaret meer gerookt en voelt het voor het eerst in al die jaren stoppen alsof ik er klaar mee ben. Niet met roken in het algemeen, ik vrees dat ik wat dat betreft een eeuwige liefhebber zal zijn, maar met roken als agendabepaler, als afleidingsmanoeuvre, als levenselixer. Ik heb voor het eerst het gevoel dat, ook al zondig ik soms, ik echt gestopt ben.

4. Het Eiland Neus is aan het lukken
Ja, dat moest ik u ook nog vertellen. We lukken! Ik en mijn meewerkende echtgenoot leven heusch nog af en toe op water en brood, wegens leeggeschudde portefeuilles en niemand die bereid is er weer iets in te doen. Maar tegelijkertijd krijgen we vreselijk veel offerteaanvragen, worden we gebeld door de Persgroep, De Standaard, de overheid, allerlei grote bedrijven en door de klanten van het eerste uur. Als ik ergens zenuwachtig om was de afgelopen twee jaar dan was het Het Eiland Neus. Maar langzaam vallen alle bouwstenen in elkaar en alles wijst erop dat onze fundamenten gelegd zijn. En dat mag ook wel met een nieuw stulpje en een armeluisbolide in het vooruitzicht. Er zijn grenzen aan water en brood.

Kortom: zo nu en dan fietst er iets tussendoor. Dan teken ik even een huurcontract of sla ik een balletje met Tiger Dre. En zoals het een goede roetsjbaan betaamt: dan staat de wereld even op zijn kop en weet ik de weg naar mijn toetsenbord niet meer zo goed te vinden.

Voor direct verslag vanuit de roetsjbaan: volg mij op Twitter.

Of ze niet uit het raam wilden spugen

Ze waren allemaal harstikke twaalf. En dertien. En veertien. Ze waren zo erg twaalf dat de propjes door het lokaal vlogen, dat ik dingen moest roepen als ‘niet zo kieperen met die stoel, anders val je’ en dat er mensen naarboven kwamen om te vragen of ze alsjeblieft niet uit het raam wilden spugen. Zo twaalf waren ze.

En ik was dat niet gewend. Ik ben gewend dat ik vrouwen van 65 moet leren hoe ze hun leven op papier krijgen, ik ben gewend dat ik mannen van 45 moet vertellen dat onbegrijpelijk niet altijd mooi is, ik ben gewend dat ik meisjes van 23 op het hart moet drukken dat het helemaal niet jammer is dat ze bestaan. Maar ik ben niet gewend om een tijdschrift te maken met mensen die het liefst gewoon nog willen tekenen.

Dus liet ik ze tekenen. Een horoscoop. ‘Wat is dat? Een hoo… uh… rooscoop?’ ‘Uhm, dat heeft te maken met je sterrenbeeld en dat je aan de hand daarvan kan voorspellen wat er gaat gebeuren.’ Een jongetje ging meteen aan de slag. Tong tussen zijn tanden, kleurpotloden voor zijn neus..

En hoewel hij veertien was, was hij nog hartstikke twaalf. En z’n tekeningen waren dat ook. Maar dat maakte niet uit, want het werd super arty. Horoscooptekstjes met van die Appel-achtige plaatjes erbij. ‘Waarom heb je een krab getekend?’ ‘Dat is toch ook een sterrenbeeld?’ ‘Nee, de kreeft.’ ‘Maar die heb ik ook’.

Uiteindelijk hadden we na drie dagen een tijdschrift, met wel 60 foto’s, een strip, recepten, 36 interviewtjes met jongeren op straat en in parken, een test of je een echte Antwerpenaar bent (‘Zeddet of zeddetni?’) en allerlei artikeltjes over sport, mode en kunst. Binnenkort wordt het vormgegeven en in juni wordt het in Antwerpen breed verspreid. En als ze al niet bloosden van al die nieuwe indrukken, dan zullen ze dat wel doen als ze hun eigen blaadje deze zomer in handen hebben.

Ik ben gewend om krantjes en tijdschriften te maken met mensen van allerlei allooi. Vorige week zat ik met iets oudere jongeren (16-22) en volgende week zit ik met een redactie van de Persgroep. Maar niks bereidt je voor op een groep die hartstikke twaalf is. Die met colaflesjes gooit, die niet weet wat copy/paste is en die de zo ijverig door hun moeder gesmeerde boterhammen voor je neus in de vuilnisbak flikkert.

Geen stukje over een bizarre treinreis

In Nederland kon ik bizarre treinreizen beschrijven aan de hand van mededelingen van de NS door de luidsprekers. Die waren een mooie leidraad voor een stukje over onrecht en de NS. In België is dat lastiger. De NMBS blinkt uit in het doen van geen mededelingen. Ooit had de trein van Brussel naar Amsterdam volgens het bord 25 minuten vertraging. Na 40 minuten veranderde er niets aan die mededeling. Na een uur verdween de trein naar Amsterdam van het bord en verscheen de volgende erop. De trein werd geannuleerd, maar niemand die de moeite nam dat om te roepen.
Gisteren zat ik in een trein die bijna twee uur stilstond. De omroepster liet pas na ruim twintig minuten van zich horen. Vervolgens kwam ze met een heel on-NMBS-achtige mededeling, want heel direct en concreet: “Deze trein mag pas doorrijden als een andere ons gepasseerd is, want tussen Mechelen en Leuven hebben we maar één spoor.” Kijk, zo mag ik het graag horen.
Maar toen de tegenligger eenmaal gepasseerd was, bleven we nog eindeloos stilstaan. Na een half uur zei ze: “De trein mag pas door als een andere ons gepasseerd is.” Pardon? Alweer?
Uiteindelijk duurde de reis van Mechelen naar Leuven in plaats van twintig minuten precies twee uur.
Een stukje kan ik er niet over schrijven, want daarvoor deed de NMBS te weinig mededelingen.

En ineens was alles onbelangrijk

En als je dan weer buiten staat, met een a4′tje dat met Wordpad een beetje beschreven is in een standaard lettertype, en waaronder drie handtekeningetjes het grote werk moeten doen, dan vraag je je wel af waarom dat 9 weken, 4 huilbuien, 1 tocht naar Amsterdam, 4 fietstochten van mijn vader, ongeveer 70 euro en tig domme opmerkingen van ambtenaren heeft moeten kosten.
Maar als je dan een paar uur later een hummeltje van nog geen 17 uur oud in je armen mag houden, een hummeltje dat de zo hard bevochten meewerkende echtgenoot in de toekomst peter zal noemen, dan is alles ineens bijzaak.

No joke

We gaan vandaag proberen de bureaucratie eronder te krijgen.
Zie ook Vrijdag de 13e en Nu ben ik definitief bijgelovig.

En wat heb ik daarmee te maken?

Het ergste aan dat hele verhaal over die ‘burgerlijke stand = onbepaald’ (1, 2) is natuurlijk het bureaucratische aspect, het gevoel dat je buiten alle wetten valt en dat niemand naar je luistert. Het gevoel van onmacht dat je krijgt als iemand zegt: ‘Ik kan het niet helpen, ik maak de regels niet.’ Of: ‘Als we voor iedereen een uitzondering moeten maken, dan kunnen we wel aan de gang blijven.’ Dat gevoel is natuurlijk het meest moedeloosmakend.
Maar bijna even erg, hoewel van een ander kaliber, zijn de bizarre ambtenarenzinnetjes van de dames die ons te woord staan.

Ik: “Dus wij kunnen dit vandaag niet meer regelen?”
Ambtenaar: “Nee, maar gelukkig heb ik al een goede daad gedaan vandaag. Ik heb een vluchteling een definitieve verblijfsstatus gegeven.”

Ik: “Maar als ik die trouwakte al ooit had, dan heb ik die nu zeker niet meer. Ik ben al bijna vijf jaar gescheiden!”
Ambtenaar: “Ja, dat is vreemd hè? Ik heb mijn trouwakte ook niet. Die van mij ligt in de hel… bij mijn EX!”

Ik: “Maar het is toch bizar dat jullie zeggen dat ik alleen maar een handtekening hoef te zetten en dat ik vervolgens twee maanden bezig word gehouden?”
Ambtenaar: “U vindt twee maanden lang? Dat is helemaal niet lang! En u mag blij zijn dat u alleen maar op en neer hoeft naar Amsterdam. De meeste mensen moeten hiervoor naar Ghana.”

Nu ben ik definitief bijgelovig

Het is ingewikkeld, want kafkaësk. Maar simpel gezegd komt het hierop neer: ik heb in Nederland destijds voor een flitsscheiding gekozen. Dat betekent dat je je huwelijk laat omzetten in een geregistreerd partnerschap en dat je dát vervolgens laat ontbinden. Die manier van scheiden was destijds goedkoper, sneller en minder omslachtig, omdat je niet naar de rechtbank hoeft.

Om mijn Weederhelft meewerkende echtgenoot te kunnen maken, moesten wij ons op de een of andere manier aan elkaar verbinden. We besloten dat te doen met een wettelijk samenwooncontract. Maar ‘geen van beiden mag gehuwd zijn of gebonden door een andere wettelijke samenwoning‘. Kortom, ik moest bewijzen dat ik niet al ergens een lekkere vent had zitten.

Dat ‘bewijs van ongehuwd zijn’ moest ik in Amsterdam halen, met stempels van de rechtbank om de echtheid te garanderen. Op dat document staat:
burgerlijke stand: gescheiden geregistreerd partner
En daar verslikte de Leuvense gemeente-ambtenaar zich in. Hoe dat afliep kunt u hier lezen.

De ambtenarij verwachtte van mij nog tal van documenten, allemaal geldig verklaard door de rechtbank, allemaal om te bewijzen dat ik ooit getrouwd was, maar nu de handen vrij heb.

Ik schakelde middels een machtiging (‘Bij deze machtig ik…’) mijn vader in, die vervolgens eindeloos heen en weer reed van Diemen naar Buitenveldert, omdat er toch wel erg veel incompetente ambtenaren bestaan en hij met ongeldige documenten naar de rechtbank was gestuurd. Maar aangezien mijn vader een fitte vent is, kwam het allemaal goed.

We namen onderweg nog een klein risicootje.
‘Zal ik het aangetekend versturen?’
‘Hm, nee, het zal zo ook wel aankomen toch?’
‘Ja, dat denk ik ook.’
En jawel, het lukte. De post liet zich van z’n beste kant zien en ik zat gebeiteld: alle documenten die je kunt krijgen (mits je betaalt) én alle bijbehorende stempels. Meer bewijs is er op Nederlands grondgebied niet te vinden.

Dus togen wij vol goede moed, wederom op vrijdag de 13e, naar het Leuvense stadskantoor.
We wachtten, en wachtten, en wachtten, en toen we aan de beurt waren, diende er van alles gecheckt te worden en moesten we weer wachten, en wachten, en wachten.
Mijn Weederheldt zag dat de ambtenaar die ons hielp, terugkwam en zei: ‘Ze kijkt bedrukt’. ‘Ssst’, zei ik. ‘Dat zegt niks. We blijven optimistisch, hoor.’ Maar toen ze in mijn gezichtsveld opdook, moest ik toegeven: ze keek ongelooflijk bedrukt.

‘Ik heb slecht nieuws’, zei ze. ‘Wij kennen dat niet in België. Een geregistreerd partnerschap. Dus wij kunnen uw burgerlijke stand niet veranderen. Die blijft onbepaald.’
‘Maar de papieren kloppen toch?’, zei ik.
‘Ja’, zei ze.
‘En als ik niet getrouwd ben, moet ik toch zo’n samenwooncontract kunnen afsluiten?’
‘Ja’, zei ze.
‘Wat is dan het probleem?!’, vroeg ik, terwijl ik uit alle macht probeerde me te beheersen.
‘Voor ons bent u niet ongehuwd, uw burgerlijke stand is onbepaald, dus dat kan alles zijn.’
‘Maar ik heb hier formulieren, waaruit blijkt dat ik ongehuwd ben.’
‘Voor ons is dat geen bewijs, omdat wij de termen niet kennen.’
‘Maar die formulieren heb ik op jullie verzoek laten maken, ze kosten tientallen euro’s. En nu zijn die waardeloos?’
‘Ja, eigenlijk wel.’
‘Maar er bestaan geen andere bewijzen. Dit is mijn huwelijksakte, de akte van partnerschap en de akte van ontbinding. Meer is er niet.’
‘Dat kan.’
‘Dus mijn burgerlijke stand kan hiermee niet bepaald worden.’
‘Nee.’
‘…’

En toen ging het snel: ik begon een potje te janken, we vroegen het telefoonnummer van haar baas en stonden vijf minuten later buiten. Leeg, vol van deceptie en verschrikkelijk kwaad. Thuisgekomen googelde ik vijf minuten op mijn probleem en binnen een mum van tijd had ik verschillende vonnissen over een vergelijkbare zaak op mijn beeldscherm. Waarop ik besloot dat deze ambtenaren extreem incapabel zijn, want als ik als über-leek de jurisprudentie in een flits op mijn scherm tover, dan mag je verwachten dat ambtenaren van de burgerlijke stand daar ook toe in staat zijn.

Hoe dan ook: vrijdag de dertiende bewees wederom dat er redenen te over zijn om bijgelovig te worden. En janken in een Belgisch stadhuis heeft zin, bleek toen gisteren het afdelingshoofd van de burgerlijke stand op eigen initiatief stamelend opbelde om te melden dat het waarschijnlijk wel kan en dat we nog maar eens moeten langskomen.

Wij proberen er de humor van in te zien en gaan voor een volgende poging op 1 april.

Living on the edge

In De Pers stond dit:
“Organisaties als de NS, de ANWB of grote ziekenhuizen als het AMC melden op vrijdag de 13e niet meer problemen of ongevallen dan op andere dagen. Wel trouwen er ook in Nederland minder mensen dan op andere vrijdagen.

Maar wij gaan dit morgen gewoon weer proberen.

Wat er gebeurt als ‘n kat je doorheeft

180 lodderige oogjes moeten we inspuiten
180 keer die klauwen in bedwang houden
180 keer die angst in dat lijf
180 keer die verontwaardigde blik achteraf

30 pilletjes moeten we tegen het strottenhoofd mikken
30 keer bekbreken
30 keer die klauwen in bedwang houden
30 keer proberen te misleiden
30 keer over het strottenhoofd wrijven

210 keer is genoeg voor katten om je door te hebben
210 keer is genoeg om feilloos al het pilgruis uit het eten te filteren
210 keer is genoeg om te weten dat je de pil in je mondhoek kan bewaren
210 keer is genoeg om te leren hoe je je kaken zo op elkaar houdt dat er van kordaat bekbreken geen sprake kan zijn
210 keer is genoeg om je ogen dicht te houden als er zalf in moet
210 is hopelijk genoeg om beter te worden

3 katten die elkaar hebben aangestoken met een virus, zorgen ervoor dat wij de komende 10 dagen 210 stressmomenten hebben van het kaliber: ik weet echt niet meer hoe we dit voor elkaar gaan krijgen

De makke van smurfenpostzegels

We hadden twintig smurfenpostzegels met trommels, dansjes, wijsneuzerige smurfen, gapende smurfen, geile smurfinnen en macabere Gargamels.
De brieven die de deur uit moesten waren afwijzingen voor sollicitaties en medeleven bij overlijden.
Ik zeg: tijd voor een frankeermachine.

Ode aan de knikkende cursist

In elke cursus zit wel een knikkende cursist. Een knikkende cursist is een cursist die als de docent praat steeds begripvol knikt. Ik vermoed dat de knikkende cursist niet alleen knikt in lessituaties, maar ook in gesprekken en – wie zal het zeggen – tegen de tv.
De knikkende cursist maakt mijn leven dragelijk. De knikkende cursist knikt me door elke stameling, helpt me op gang als ik de draad kwijt ben en geeft me het gevoel dat ik te volgen ben.
Soms heb je een groep zonder knikkende cursist en dan slaat de onzekerheid toe. Snappen ze me wel? Ben ik verstaanbaar? Ga ik niet veel te snel? En dan bid ik dat één van de cursisten vliegensvlug verandert in een knikkende cursist.
Soms heb je cursussen met meerdere knikkende cursisten, een olieveld met jaknikkers. Dat is fijn want dat spoort me aan, zweept me op en stelt me tegelijkertijd gerust.
Maar het moet niet te gek worden. Dat je iets vertelt en dat acht van de tien mensen een uur lang zitten te knikken. Het is ongeloofwaardig, maar het gebeurt.
Ik vraag me af wat er in het hoofd van de knikkende cursist omgaat. Zelf knik ik ook wel eens in het kader van ‘yup, gesnopen’, maar gedurende een half uur theoretische uitleg blijven knikken: daar kan ik niet zo goed inkomen. Is een les voor de knikkende cursist hetzelfde als wanneer je iemand op straat de weg vraagt? Dat je zonder iemand in de rede te vallen, wil laten weten dat je nog mee bent? Of denkt de knikkende cursist dat ik een persoonlijk woordje tot hem/haar richt wanneer ik tijdens het lesgeven iedereen steeds 2 seconden aankijk? Wat vaart er in de knikkende cursist?
Ik weet niet of de knikkende cursist zelf weet dat hij of zij bij de Bende van de Knikkende Cursisten hoort, dus het is maar de vraag of iemand mij ooit het antwoord kan geven.
Want als je weet dat je een knikkende cursist bent, en dus mijn vraag kan beantwoorden, ben je dan nog steeds een knikkende cursist? Of stop je er dan meteen mee? Dat zou ik namelijk doen.
En als je niet weet dat je een knikkende cursist bent, kun je dan ooit weten waarom je knikt?
Misschien moet ik niet willen weten wat er in de knikkende cursist vaart, maar ze gewoon prijzen. Hopen dat geen van de knikkende cursisten in den lande ooit te weten komt dat ze knikkende cursisten zijn. En dat ze doorknikken. Totdat ik die bevestiging niet meer nodig heb.

Over Neushoorntjes en Nijlpaardjes

Toen ik het deed, wist ik al dat het niet slim was. Op de dag dat opa en oma hun veertigjarig huwelijk vieren aan de kleinkinderen allerlei vieze liedjes leren. Maar ach, je verzint wat als tante.
En zo kwam het dat we al filerijdend in opgebroken Amsterdam met zijn vieren van Constantinopel zaten te zingen. Tot ik me realiseerde dat er bij kinderen geen sprake is van een aan- en uitknop en je dus alleen maar kunt hopen dat ze niet tijdens de speeches plots ‘daar lopen de jongens in hun blote ga je mee naar Frankrijk’ zullen brullen.
‘Sorry’, zei ik schuldbewust tegen mijn zus.
‘Geeft niet’, zei ze.
‘Dat hoop ik maar’, zuchtte ik, me inbeeldend dat de hele jubileumdag van mijn ouders voorzien zou zijn van de Cont-Tita-Neushoorntjes-soundtrack.
‘Ze weten niet eens welke woorden je zou kunnen invullen’, ging mijn zus verder.
‘Dat meen je niet!’, zei ik, ‘Ze zijn zeven en negen!’
‘Nee, ik denk echt dat ze er nog niet veel van snappen’, zei ze, terwijl ze aanschoof in een stoplichtfile en de kinderen op de achterbank nog maar eens zongen van Tita Tovenaar die met zijn Penicilline speelt.
Ik zweeg even en ging na of ik de vieze woorden uit Neushoorntjes, Tita Tovenaar en Penicilline had gehaald toen ik acht was. Ik wist bijna zeker van wel.
‘Neuken’, zei ik. ‘Dat zullen die klasgenootjes toch wel eens roepen…’
‘Mwah’, zei mijn zus, ‘Ik denk het echt niet hoor. Het is een Vrije School. In Haarlem. Veel van die lieve kinderen…’
Ik zweeg nog eens en besloot dat ik mijn zus in de waan zou laten. Als zij denkt dat haar kinderen het woord neuken niet kennen, dan vind dat eigenlijk wel schattig.
Achter mij zette het kroost voor de 32e keer Constantinopel in.
‘Ga je mee naar Frankrijk, Frankrijk is zo leuk, daar wordt er ’s avonds heel wat afge… uh… …NIJLPAARDJES vangen, in het hoge riet…’
Ik besloot mijn zus gelijk te geven: ze wisten het niet. En ik toog met een gerust hart naar het feest van mijn ouders. Als het bij Nijlpaardjes zou blijven, was er niets aan de hand.

Moeten en mogen

Van de Gemeente Den Haag kreeg ik als Nederlander in het buitenland een brief dat ik dit voorjaar voor het Europees Parlement mag stemmen per brief, mag stemmen via een gemachtigde en mag stemmen door een dagtripje naar mijn geboortegrond te maken.
Van de Gemeente Leuven kreeg ik een brief dat ik als Europeaan op Europees grondgebied ook mag stemmen in de gemeente waar ik woon: Leuven. Maar dat ik dan wel gelijk onder de stemplicht val. En dat het ondertekenen van de brief gelijk betekent dat ik niet niet mag stemmen.
En hoe graag ik ook eens gewoon in België naar het stembureau zou gaan, ik had geen zin in dat ‘moeten’ en die dwang. Ziedaar mijn bezwaar tegen de stemplicht in een notendop: het ontneemt je elke stemlust.

Vrijdag de 13e

Vandaag is het de dag van De Blije Bukster en gisteren was het vrijdag de 13e.
Het zag er ’s ochtends nog rooskleurig uit. Ik had het bewijs van ongehuwd zijn klaarliggen, inclusief apostilles (stempels) die ik afgelopen maandag zelf bij de Rechtbank op de Parnassusweg had gehaald. We hadden deze keer een nummertje dat binnen een uur voorbijkwam en het labyrinth waren we ook al in één keer doorgekomen. Het leek allemaal mee te zitten.

Tot de dame vroeg wat de status ‘gescheiden geregistreerd partner’ eigenlijk betekent. Ik hoopte dat dat moment niet zou komen, want ik weet dat mijn flitsscheiding niet overal wordt erkend (Duitsland). En hoewel die scheiding hier in België wel wordt erkend, vermoedde ik wel dat er een zeer ingewikkelde conversatie zou kunnen volgen.

Dus ik begon rustig uit te leggen dat ik getrouwd was, dat ik daarna mijn huwelijk heb laten omzetten naar een geregistreerd partnerschap en vervolgens dat partnerschap heb laten ontbinden.
‘Ah’, zei de dame. ‘Dan heb je een bewijs nodig van de datum van je huwelijk en van de datum van de ontbinding van het partnerschap. Daarvoor hoef je geen apostilles te hebben. Slechts documenten met een datum.’ En of we wel wisten dat het vandaag vrijdag de dertiende was. Het leek even alsof er hoorntjes uit haar hoofd groeiden.

En hoewel ik zeer van de Vereniging voor Beheersing in Sociaal Verkeer ben, kon ik het toch niet laten om de mevrouw giftig in te wrijven dat we, doeme toch, twee keer hadden gebeld en al een keer persoonlijk aan die balie hadden gestaan en dat niemand de moeite had genomen ons te vertellen dat we naast een bewijs van ongehuwd zijn ook documenten van huwelijk en scheiding nodig hadden. Tja, zei de dame, dan hadden we niet de juiste vraag gesteld…

Waarop ik begon te argumenteren als een tierelier. Dat zij misschien wel degenen waren die niet de juiste vragen hadden gesteld, want dat ik elke keer alle logische gegevens had overhandigd: wettelijke samenwoning Belg met niet-Belg in België, en dat het dan misschien aan hén is om mij te waarschuwen voor haken en ogen. In plaats van altijd maar te zeggen: ‘Nee, 60 euro en een identiteitsbewijs volstaan.’

Daar kwamen die hoorntjes weer. ‘Zestig euro? Dat is volkomen uit de lucht gegrepen, hoe komt u daarbij?’ De dame achter de balie keek me aan alsof ik haar zojuist voorspiegelde dat twee plus twee zes was. Ik wees naar een tafeltje vier balies verder. ‘Van de meneer die daar zat en die ons vertelde over het bewijs van ongehuwd zijn. En alle mensen aan de telefoon repten ook over die 60 euro.’
‘Dat kan niet, dat is onmogelijk’, zei ze. ‘Waar zat hij? Daar? Ik ga het hem vragen, ik weet zeker dat het niet kan.’ Ze beende weg, vastberaden om ons als een stelletje leugenaars aan de schandpaal te nagelen.

Toen ze terugkwam, was ze al wat minder vastberaden. ‘Wij kunnen hier niet altijd gelijk alle vragen stellen’, zei ze. ‘Soms ligt dat te gevoelig, bij weduwen en zo.’ Ik dacht terug aan tien minuten eerder toen ze tegen mij galmde ‘ZO – DUS U BENT – GESCHEIDEN?’ en toen ik voelde dat de dertig wachtenden massaal tegen mijn rug zaten te fronsen. Nee, dacht ik, sommige dingen kun je hier inderdaad niet gelijk vragen. In Amsterdam mocht je keurig in een hokje met een ambtenaar, in Leuven hebben ze net de kans gekregen om in hun spiksplinternieuwe stadhuis een modern lokaal te maken voor dit soort zaken, maar nog steeds kun je als wachtende van minimaal drie vluchtelingen het hele verhaal horen.

We keken de dame diep in de ogen en zeiden: ‘Okee, wij gaan nu terug naar huis voor de documenten met datum van huwelijk en ontbinding, weet u dan zeker dat dat het é-ni-ge is dat we nog nodig hebben?’ We bogen samen ver over het bureautje om de ernst van de vraag te laten doordringen.
‘Dat is het enige’, zei de dame. ‘Kijk, ik schrijf het hier op voor mijn collega’s.’ Ze pakte een geel Post-itje. ‘Dan weten die ook wat u nog nodig heeft.’

Toen we weggingen zei ze nog: ‘Gelukkig heb ik al een goede daad gedaan vandaag. Ik heb een vluchteling een definitieve verblijfsstatus gegeven.’

Op de terugweg miezerde het, en we neurieden zachtjes Daar komt de bruid. In gedachten was ik mijn hele administratie aan het doornemen op zoek naar documenten van huwelijk en scheiden. Thuisgekomen vond ik factuurtjes (een flitsscheiding kostte 550 euro), conceptversies van de huwelijkse voorwaarden, een concepttestament en na heel lang zoeken een scheidingsconvenant waarop zowel huwelijk als scheiding met data werden bevestigd door een notarisbureau. Gelukkig, want wij waren inmiddels vastbesloten op vrijdag te dertiende in de wettelijke samenwoon te worden verbonden, wij moesten en zouden het lot naar onze hand zetten.

Op een drafje keerden we terug naar het stadskantoor. We hadden nog een uurtje en als ware opportunisten zaten we op z’n heidens te bidden dat we nog op tijd aan de beurt zouden zijn. En jawel, het lukte. We wreven even over elkaars knie toen we de documenten aan weer een andere ambtenaar overhandigden. Eindelijk zouden we een samenleefcontract sluiten, eindelijk zouden we die cadeautjes en het lekkere eten dat we onszelf in het vooruitzicht hadden gesteld kunnen gaan innen. Eindelijk zou hij meewerkende echtgenoot worden.

‘Wat betekent dat eigenlijk, gescheiden geregistreerd partner?’, vroeg de ambtenaar. Ik kreeg last van een reeks dejavu’s en zuchtte eens diep. ‘Wel, ik ben zojuist al bij uw collega geweest…’ ‘Ja, dat weet ik’, gniffelde ze. Ze had vermoedelijk geamuseerd zitten meeluisteren toen ik uit mijn slof schoot. Ik geef u één woord: privacy. Maar soit, ik probeerde onverstoorbaar door te gaan met mijn verhaal. ‘…en uw collega vertelde mij dat ik alleen nog een bewijs nodig had van de data van huwelijk en ontbinding. Dat heeft ze ook op mijn dossier geschreven.’ De ambtenaar keek eens naar mijn stukken. ‘Ik zal het even navragen’, zei ze, en ze verdween uit het oog.

Intussen luisterden ik en mijn Weederhelft nog wat vluchtelingenverhalen af van mensen met op elk paspoort een andere naam, vluchtelingen uit Libië die naar Burkina Faso wilden reizen en Russische meisjes die werd aangeraden een paar maanden illegaal in België te verblijven, omdat dat quote unquote: ‘gewoon mag’.

Toen de ambtenaar terugkwam zei ze: ‘Uw bewijs van ongehuwd zijn is voor drieërlei uitleg vatbaar. 1. u bent gescheiden van uw geregistreerd partner, 2. u bent eerst getrouwd geweest, daarna gescheiden en daarna geregistreerd partner geworden of 3. u bent eerst geregistreerd partner geweest, daarna getrouwd en daarna gescheiden. Wij moeten van de huwelijksakte en van de ver- en ontbinding van het partnerschap een officieel document hebben van de gemeente, mét apostilles. Daarvoor moet u weer naar de rechtbank.’

Ik keek haar ongelovig aan. Er schoot van alles door mijn hoofd. Dat ik dan wel 60 euro uitspaarde door die domme ambtenaren, maar dat elk officieel document ook zo 15 euro kost en ik dus met vier officiële documenten ook op 60 euro uitkom. En dat ik een flitsscheiding deed om de kosten te drukken en niet naar de rechtbank te hoeven. Maar dat ik daardoor nu al twee keer naar de rechtbank moet en nog eens bakken met geld extra kwijt ben aan reiskosten en documenten. En dat ik deze keer niet zou ontploffen, wegens te verbijsterd, dat dacht ik ook nog.

Gelaten pakten we alle papieren weer op: het bewijs van ongehuwd zijn, mijn paspoort en verblijfsvergunning, het scheidingsconvenant en de partnerschapsontbinding. De cadeautjes en het lekkere eten zouden nog even uitblijven. Buiten was het nog harder gaan regenen. En thuis liep ik een zodanig hernia-achtig iets op dat ik al 21 uur met een opgetrokken arm en een scheve nek loop.

Vandaag is het de dag van De Blije bukster, gisteren was het vrijdag de dertiende en over een maand, als ik mijn nek weer recht kan zetten, is het weer vrijdag de 13e. Dan proberen we het gewoon opnieuw.

Allegaartje (14)

Dingen die ik voel als mijn lief er niet is
1. dat-ie er toch is, wat heel irritant is, want hij antwoordt dan niet als ik ‘m roep
2. spanning en sensatie – tenminste nu – want ik ben morgen jarig en hij moest ‘even naar de stad’
3. irritatie, want ik heb hem het liefst altijd om me heen

Dingen die ik dit weekend ga doen
1. haar en haar voor het eerst ontmoeten
2. naar Maarten van Roozendaal
3. de hele dag lesgeven terwijl ik jarig ben

Dingen die ik niet meer mag doen van mezelf
1. opschrijven waarom ik zo weinig weblog
2. meer dan 6 sigaretten per dag roken (met uitzondering van dit weekend)
3. Lara Croften

Dingen die mij doen denken aan Lara Croft
1. de opdrachten in Wie is de mol?
2. dit filmpje (met dank aan Wenz)
3. mijn agenda – want dat is de reden dat ik het hyperverslavende spel niet meer buiten de vakantie mag spelen

Dingen die een jetlag van twee weken veroorzaken
1. een nacht doorhalen
2. vervolgens niet herstellen, maar steeds later naar bed gaan en steeds later opstaan
3. per ongeluk een middagdutje doen en daardoor ’s avonds nog later naar bed gaan en nog later opstaan

Dingen die ik niet leuk vind aan morgen 35 worden
1. dat ik 35 ouder vind klinken dan 34
2. dat ik altijd een beetje ongemakkelijk word van jarig zijn
3. dat verouderen gepaard gaat met verval – iets dat ik me vroeger niet realiseerde als ik jarig was

Dingen die maakten dat ik me eigenlijk vandaag pas realiseerde dat ik morgen jarig ben
1. de twee weken durende jetlag, waardoor ik geen tijd had om me te verdiepen in de toekomst
2. twee artikelen, een column, drie werftekstjes en twee cursussen die ik de afgelopen dagen in elkaar moest flansen
3. dat ik al sinds oktober met tegenzin van feest naar partij rol, terwijl ik eigenlijk niet zo’n feestneus ben

Dingen waar ik me onlangs voor diende te schamen
1. dat ik niet naar Van vlees en bloed kijk – maar dat komt omdat ze in Vlaanderen geen goede Uitzending Gemist hebben – ik kijk alleen nog tv op momenten dat het mij uitkomt en dat is meestal pas na elf uur ’s avonds
2. dat ik de deadline met 9 dagen overschreed
3. dat ik akkoord ga met extreme censuur op artikelen, omdat de doelgroep mogelijk streng-christelijk is – van ingekleurde decolleté’s tot tekstueel ingrijpen omwille van his master’s voice

Televisieprogramma’s die ik fantastisch vind
1. Eerlijk heerlijk Heertje – ik heb samen met mijn lief anderhalf jaar geleden precies dit concept voor een tijdschrift uitgewerkt – we kijken dus met extra interesse
2. 24 uur met… – en dan vooral die met Maarten van der Weijden en Wende Snijders – omdat ik het gevoel had dat als je die twee door elkaar mixt je ongeveer mijn denktrant krijgt
3. Wie is de mol? - ik denk Anniek, maar misschien is dat alleen omdat ze zulke raadselachtige ogen heeft

Dingen die ik vandaag nog moet doen
1. mooi worden
2. mijn koffertje pakken
3. chocolaatjes kopen om morgen tijdens de cursus uit te delen

Dingen die mijn lief onlangs zei die mij erg vertederden
1. “Ik heb je wakker gemaakt met een dutje” – toen hij in plaats van mij wakker te maken gewoon lekker naast mij in bed was gaan liggen en mee was gaan dutten
2. “kzienaagèresjoeke” – hij schreef dat ook op een briefje dat op een middag plots op mijn toetsenbord lag
3. “ik hou van jou” – hij mag eigenlijk geen Noord-Nederlands van mij praten, maar als-ie het stiekem toch doet dan klinkt dat ‘jou’ zo bizar, dat het godsonmogelijk is om niet te smelten

Dingen die ik graag van u wil weten
1. leest u hier lukraak of via een rss-reader?
2. welk ander weblog leest u graag?
3. zullen we in het voorjaar nog eens een ontlurkingsweek doen?

Voor andere Allegaartjes kunt u hier terecht.

Eigenlijk was ik dus ook best creepy

Mijn Weederhelft groeide op in the middle of nowhere zonder kabel-tv. Met als gevolg dat mijn referentiekader niet het zijne is. Waar ik nog exact weet wat de overeenkomst was tussen de clip I won’t let you down van PhD en There’s a fraction too much friction van Tim Finn (lopende mensen op straat), heeft hij niet eens ‘n vage herinnering aan één van die twee clips.
Het is heerlijk om uit hetzelfde jaar te zijn, om in dezelfde hoek te zitten en bijna dezelfde taal te praten, maar het is lastig om alle beelden uit mijn jeugd te moeten navertellen.
Toen ik vrijdag zag dat ze bij The Best Of Paul de Leeuw de scène met Lionel Richie zouden herhalen, begon ik in al mijn enthousiasme te orakelen over de verwijzing naar de clip en dat gekleide beeld. Mijn Weederhelft keek me glazig aan en ik realiseerde me dat ik zijn Sky Channel/Music Box-leemte betrad.
En dus deed ik wat ik vaker doe, ik zocht het clipje op op youtube en probeerde uit te leggen hoe hip dat clipje wel niet was in de jaren tachtig.
Meestal komt mijn enthousiasme wel over (zie verder de clips van PhD en Tim Finn) maar deze keer zaten zowel mijn Weederhelft als ik vol verbijstering te kijken. Wat een creepy clip is dat eigenlijk! Moet je je voorstellen dat een vent je zó achtervolgt.
‘Vond men dit toen niet creepy?’, vroeg mijn Weederhelft.
‘Ik weet het niet meer’, bekende ik, ‘maar ik vond het prachtig en ontzettend romantisch.’
‘Mijn lief fronste en ik zocht gauw op in welk jaar ik zoiets in hemelsnaam prachtig vond.
Het antwoord stelde me gerust. In 1984. Toen was ik tien.
Goddank.

Kijk en huiver…