Archief in kronkels: Zijdelings

Zijdelings

“Dan moet je dat deuntje van Abba er even zelf bijdenken.”
“Omdat ik niet weet welke connotatie welk woord heeft, durf ik nooit te zoenen in het Frans, voor je het weet draai je iemand een tong.”
“Waarom denk je bij mij eigenlijk gelijk aan tuf?”
“Grotjes, Zezunja”
“Ik legde net die jongen van dat onderzoek neer.”
“Jij mag rubber, dan neem ik poep.”
“Ik integreer me rot.”
“De groezeligste is meestal van mij.”
“Sjeik is net John Travolta.”
“Die wijvenwereld, jongen…”
“Niemand ziet, niemand ziet dat ik Repelsteeltje schiet.”
“Vieze vuile plantendingeser.”
“Ik heb nog nooit een grasmaaier gemold.”
“Anders ga ik al skippyballend door InDesign en daar ben ik niet goed genoeg voor.”
“Dit haar is altijd zo Bananarama.”
“Oe, ik beam je wat groenemannetjesdoders.”
“Omdat ik laatst dacht dat ik een stuk koortslip van jou in mijn mond had.”
“Het is dan ook een draaiboek en geen draaivodje.”
“Kan ik het lokaal vinden vanmiddag? Staan er bordjes, wegwijzers of is er een TomTom?”
“Ja, als het om werk gaat kun je het beste blijk geven van palingschap in een emmer snot, of iets dergelijks.”

Zijdelings

“Want zo gaat dat hier: je laat je katten in de tuin van de buren schijten en je hebt er zo weer een lezer bij.”

“Stiekem hou ik heel erg van de Steve Miller Band.”

“Maar dat is een gegeven paard, dat mogen we best wegsmijten.”

“t Is dat het niet kon, maar anders had ik zonder witte drek besteld.”

“Ik wacht even tot de chemische oorlogsvoering voorbij is.”

“Ik ben zo blij dat jij geboren bent.”

“Die verkeerde mentale spanning is een van de secundaire arbeidsvoorwaarden, lijkt het.”

“Brrr, I’m so cool I might catch a cold.”

“Op dagen dat ik ongesteld ben en vind dat ik niets kan, en dat ik dom, dik en lelijk ben, lees ik zulke mailtjes graag terug.”

“Ze denkt steeds dat er een dood varken in het bureel ligt.”

“Tenzij je inschat dat de hoogte van dit bedrag ze slechtgezind maakt.”

“Juist door jouw terugtrekkende bewegingen in de blogosphere en door je haarscherpe oog voor layout en taalgebruik kan ik me voorstellen dat de meeste websites in jouw ogen varkensstront voor parelvissers zijn.”

“Hee, moet jij niet in het bozepoezenhoekje liggen?”

“Thank God dat je niet op de VVD hebt gestemd.”

“O, nu is de pekingeendscheet ontsnapt.”

“Ik hoor de afkeuring in je stem, maar ik heb geen zin om erop te letten”

“Choco, moeten we jou dan maar op Rita afsturen?”

“Choco, do you know the way to San Jose?”

“Ben jij besneden?!”

Wat ik eerder zijdelings zei.